Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:424

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
07-06-2017
Datum publicatie
12-06-2017
Zaaknummer
K.G. no. 561 van 2017
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort Geding. Geen dringende reden voor ontslag op staande voet. Geen redelijk opdracht van de werkgever.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/2999
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 7 juni 2017

Behorend bij K.G. no. 561 van 2017

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS in kort geding van:

[Eiseres],

wonende in Aruba,

eiseres,

hierna ook te noemen: [Eiseres],

gemachtigde: de advocaat mr. H.F. Falconi,

tegen:

de naamloze vennootschap

PANADERIA EL MOLINO N.V.,

h.o.d.n. PANADERIA Y PASTELERIA EL MOLINO,

gevestigd in Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: El Molino,

gemachtigde: de advocaat mr. J.E. Thijsen.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-het verzoekschrift, met producties;

-de aantekeningen van de griffier van de behandeling van de zaak ter terechtzitting van 18 mei 2017.

1.2 [

Eiseres] is ter zitting verschenen samen met haar gemachtigde. El Molino is verschenen bij haar gemachtigde die werd vergezeld door mw. [Manager] (manager bij El Molino). Partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd - mede aan de hand van door hen overgelegde pleitnota’s, die van El Molino voorzien van toegelaten producties - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.

1.3

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

[Eiseres] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

a. El Molino veroordeelt tot (door)betaling aan [Eiseres] van haar loon plus emolumenten gerekend vanaf 19 november 2016 totdat de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd, achterstallig loon te vermeerderen met de wettelijke verhoging en met wettelijke rente;

b. El Molino beveelt om [Eiseres] weder te werk te stellen;

c. bepaalt dat El Molino ten behoeve van [Eiseres] een dwangsom verbeurt van

Afl. 500,-- voor elke dag dat El Molino voormeld bevel niet nakomt;

d. El Molino veroordeelt in de proceskosten.

2.2

El Molino voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door [Eiseres] verzochte, kosten rechtens.

2.3

Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE BEOORDELING

3.1

Het spoedeisend belang van [Eiseres] bij haar vorderingen volgt uit de aard van die vorderingen en de daaraan ten gronde gelegde stellingen.

3.2

Vast staat dat [Eiseres] op 14 november 2008 krachtens een daartoe tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst in loondienst is getreden van El Molino tegen een laatstelijk bruto maandloon van Afl. 1.678,--. Vast staat verder dat El Molino [Eiseres] op 19 november 2016 op staande voet heeft ontslagen, en dat [Eiseres] op 24 november 2016 de nietigheid van dat ontslag heeft ingeroepen. El Molino volhardt in het aan [Eiseres] gegeven ontslag.

3.3

Als dringende reden voor het ontslag stelt El Molino dat [Eiseres] al sinds acht jaren naast haar werkzaamheden als schoonmaakster zonder protest daartoe tevens hamburgers maakte voor El Molino, en dat het moeten maken van die hamburgers thans deel uitmaakt van haar reguliere werkzaamheden althans (telkens) een redelijke opdracht betreft. Door op 19 november 2016 te (blijven) weigeren om de toen door El Molino aan [Eiseres] gegeven opdracht om hamburgers te maken uit te voeren heeft [Eiseres] El Molino een dringende reden gegeven voor ontslag, aldus El Molino. Die stellingen heeft [Eiseres] bestreden met de stelling dat zij eerst vanaf omstreeks november 2015 hamburgers moest gaan maken voor El Molino, en dat onder aanhoudend protest van [Eiseres] omdat naar haar mening het moeten maken van hamburgers niet deel uitmaakt van haar takenpakket als schoonmaakster en omdat zij - en dat heeft [Eiseres] niet of onvoldoende bestreden gesteld - haar handen reeds meer dan vol had met het moeten schoonmaken van (de bakkerij van) El Molino.

3.4

Al het vorenstaande brengt mee dat niet vast komt te staan dat [Eiseres] reeds acht jaren hamburgers maakte op het moment dat zij weigerde om dat nog langer te doen. Het Gerecht ziet ook geen grond om die stelling voorshands aannemelijk te oordelen. Dit temeer omdat uit de overgelegde loonstroken van [Eiseres] over oktober en november 2016 niet blijkt dat haar functie - anders dan schoonmaakster of naast schoonmaakster - voedselbereidster is en uit de door El Molino overgelegde handgeschreven verklaringen twee van haar medewerkers niet blijkt dat [Eiseres] voor het aan haar gegeven ontslag reeds acht jaren hamburgers maakte voor El Molino.

3.5

In al het vorenstaande ziet het Gerecht wel aanleiding om voorshands aannemelijk te oordelen dat [Eiseres] eerst vanaf omstreeks november 2015 hamburgers moest gaan maken voor El Molino, en dat onder aanhoudend protest. Anders dan El Molino is het Gerecht van oordeel dat het moeten maken van hamburgers geen redelijke opdracht is voor een schoonmaakster als [Eiseres], dat temeer omdat vast is komen te staan dat [Eiseres] als schoonmaakster haar handen reeds meer dan vol heeft met het moeten schoonmaken van (de bakkerij van) El Molino. Door op 19 november 2016 - na aanhoudend protest - de uitvoering van die niet redelijke opdracht te weigeren, heeft [Eiseres] naar het voorlopig oordeel van het Gerecht geen dringende reden gegeven aan El Molino voor een ontslag op staande voet.

3.6

Bij de hiervoor geschetste stand van zaken valt naar het voorshandse oordeel van het Gerecht in een bodemprocedure het oordeel te verwachten dat [Eiseres] op goede grond de nietigheid van het aan haar gegeven ontslag heeft ingeroepen, en dat haar vorderingen zullen worden toegewezen. Dat brengt mee dat de thans door [Eiseres] verzochte voorzieningen zullen worden toegewezen, met inachtneming van het navolgende.

3.7

Dwangsommen zullen gemaximeerd aan El Molino worden opgelegd.

3.8

In de omstandigheid dat naast de wettelijke verhoging ook wettelijke rente wordt gevorderd (en toegewezen) ziet het Gerecht aanleiding om de wettelijke verhoging ambts- en billijkheidshalve gematigd vast te stellen op telkens maximaal 15%.

3.9

Afweging van de belangen van partijen maakt al het vorenstaande niet anders, omdat het Gerecht geen zwaarwegender belangen ziet van El Molino bij afwijzing van het door [Eiseres] verzochte ten opzichte van de belangen van [Eiseres] bij toewijzing daarvan.

3.10

El Molino zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [Eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op (450,-- + 236,15 =) Afl. 686,15 aan verschotten en Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde.

4 DE UITSPRAAK

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:

-veroordeelt El Molino tot (door)betaling aan [Eiseres] van haar loon plus emolumenten gerekend vanaf 19 november 2016 totdat de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd, achterstallig loon te vermeerderen met de gematigd vastgestelde wettelijke verhoging van telkens maximaal 15% en met wettelijke rente;

-beveelt El Molino om [Eiseres] binnen twee dagen na de uitspraak van dit vonnis weder te werk te stellen in haar gebruikelijke functie als schoonmaakster tegen haar gebruikelijke loon en conform haar gebruikelijke rooster;

-bepaalt dat El Molino ten behoeve van [Eiseres] een dwangsom verbeurt van

Afl. 500,-- voor elke dag dat El Molino voormeld bevel niet nakomt, met dien verstande dat El Molino te dezen niet meer dan Afl. 50.000,-- aan dwangsommen kan verbeuren;

-veroordeelt El Molino in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [Eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 686,15 aan verschotten en

Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde;

-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

-wijst af het meer of anders verzochte.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op woensdag 7 juni 2017.