Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:32

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
11-01-2017
Datum publicatie
24-01-2017
Zaaknummer
A.R. 936 van 2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel. Huur schade. Algemene voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 11 januari 2017

Behorend bij A.R. 936 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

V&M CAR RENTAL N.V. h.o.d.n. SMART RENT A CAR,

te Aruba,

hierna ook te noemen: V&M,

gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg,

tegen:

[Gedaagde],

te Aruba,

hierna ook te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verstekvonnis van 9 december 2015;

- het verzetschrift;

- de conclusie van antwoord in oppositie;

- de conclusie van repliek in oppositie.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1[

[gedaagde] heeft van V&M een auto gehuurd.

2.2

Op het overdrachtformulier staat onder meer een paraaf “[initialen]” bij “DECLINES CDW”. [initialen] is kennelijk een medewerker van V&M. CDW is de afkorting van “collision damage waiver”.

2.3

Artikel 4 van de algemene voorwaarden bepaalt: In the event of loss or damage to the Vehicle while on rental, whether or not due to the fault of Customer, Customer shall pay Lessor, on demand, the amount of such loss or damage, including Lessor’s expenses.

2.4

Artikel 2A van de aanvullende voorwaarden van de overeenkomst leest:
In case you accept the Extra Insurance (CDW), your responsibility for damage to the vehicle you hire is US$ 1.000, for cars (…).

2.5

Artikel 20 van de aanvullende voorwaarden van de overeenkomst luidt:
At all times I will be directly responsible to “Smart Car Rental” for all damages, towing, loss etc. of the rented vehicle and hereby I authorize “Smart Car Rental” to charge my credit card with the respective amount to pay.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

V&M vordert oorspronkelijk – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van US$ 3.421,99, te vermeerderen met de wettelijke rente boeterente en incassokosten en met veroordeling van [gedaagde] tot vergoeding van de proceskosten.

3.2

V&M grondt de vordering erop dat [gedaagde] een auto van haar heeft gehuurd en daaraan schade heeft veroorzaakt.

3.3

[gedaagde] voert hiertegen in verzet verweer, met vordering – uitvoerbaar bij voorraad – tot veroordeling van V&M in de proceskosten.

4 DE BEOORDELING

4.1

V&M voert allereerst aan dat [gedaagde] niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de verzettermijn.

4.2

Ingevolge artikel 84 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de gedaagde die bij verstek is veroordeeld bevoegd om daartegen verzet te doen binnen twee weken na de aanzegging van het vonnis of van enige uit kracht daarvan opgemaakte of ter uitvoering daarvan strekkende akte aan de veroordeelde in persoon of na het plegen door deze van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging hem bekend is. De termijn van verzet vangt ook aan op de dag waarop het vonnis ten uitvoer is gelegd. Van een daad van bekendheid als bedoeld in art. 84 Rv is sprake wanneer de veroordeelde enige daad heeft gepleegd waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis aan hem bekend is. Dat is pas het geval als die daad naar buiten — maar niet noodzakelijk tegenover de wederpartij of diens raadsman — is verricht en de hiervoor bedoelde bekendheid daaruit ondubbelzinnig voortvloeit. Door het enkele aanhoren van het vonnis pleegt de veroordeelde geen daad van bekendheid in bedoelde zin, ook al zou moeten worden aangenomen dat hij door dat aanhoren globaal van de inhoud van het verstekvonnis op de hoogte is geraakt.

4.3

In het onderhavig geval is het vonnis op 15 januari 2016 betekend aan het kantoor van CBJZ (bedoeld zal zijn de Dienst Wetgeving en Juridische Zaken, DWJZ). Daarenboven is het vonnis op 9 maart 2016 betekend aan de Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie van Suriname. Verder is tegen [gedaagde] in Suriname een incassoprocedure gestart in het kader waarvan verlof is verzocht en verleend om conservatoir derdenbeslag te leggen. De conservatoire derdenbeslagen en de aanzegging van de daarmee verband houdende vanwaardeverklaringsprocedure zijn op 12 april 2016 aan de dochter van [gedaagde] betekend.

4.4

Hieruit blijkt niet dat [gedaagde] eerder dan op 12 april 2016 kennis nam van het verstekvonnis. Noch blijkt dat op een andere wijze de verzettermijn is beginnen te lopen. [gedaagde] is dus ontvankelijk. De omstandigheid dat de raadsman van [gedaagde] op – een door V&M overigens niet nader aangeduid moment – contact met de advocaat van V&M heeft opgenomen brengt niet automatisch met zich mee dat [gedaagde] een daad heeft gepleegd waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging haar bekend is. Het treffen van conservatoire maatregelen in Suriname is geen vorm van executie van het Arubaanse verstekvonnis. De stelling dat [gedaagde] misbruik maakt van haar recht om op te komen tegen een bij verstek gewezen veroordelend vonnis is onvoldoende toegelicht.

4.5

[gedaagde] ontkent niet dat er een ongeval heeft plaatsgevonden met de door haar bestuurde huurauto van V&M. [gedaagde] ontkent dat het ongeval aan haar toerekenbaar zou zijn. Zij heeft ook niet aangegeven dat zij geen aanvullende verzekering wilde afsluiten en mocht er overigens op vertrouwen dat de auto ‘allrisk’ verzekerd was, aldus [gedaagde]. [gedaagde] beroept zich verder op vernietigbaarheid van de algemene voorwaarden van de artikelen 2A en 20 van de aanvullende voorwaarden en betwist ten slotte de hoogte van de schade.

4.6

Het verweer faalt. Ook als de algemene voorwaarden vernietigd zouden worden of anderszins niet van toepassing zouden zijn rust op [gedaagde] als huurder de plicht om het gehuurde aan het einde van de huurtermijn in goede staat van onderhoud te retourneren. Daaraan wordt niet voldaan als de auto beschadigd is. Of het ongeval dat de schade veroorzaakt heeft aan [gedaagde] toerekenbaar is of niet doet er in de verhouding huurder-verhuurder niet toe. Overigens is door [gedaagde] niet gemotiveerd bestreden dat het ongeval, zoals in het rapport van de politie te lezen is, werd veroorzaakt doordat zij onvoldoende rechts heeft gehouden en daardoor tegen de tegenligger aan is gereden. Door [gedaagde] wordt immers niet duidelijk gemaakt hoe het ongeval wel heeft kunnen gebeuren. Het ongeval is dus wel degelijk aan [gedaagde] toerekenbaar.

4.7

Het enkele feit dat [gedaagde] een auto huurt bij een onderneming als V&M brengt niet mee, dat zij ervan uit mag gaan dat de auto is verzekerd tegen aan de bestuurder daarvan toerekenbare schade. Op V&M als verhuurder rust niet de zorgplicht om haar klant erop te wijzen dat de auto niet “allrisk” verzekerd is. Dat de auto niet ‘allrisk’ verzekerd is blijkt trouwens afdoende uit het overdrachtformulier. Op het overdrachtformulier is voldoende duidelijk aangegeven dat [gedaagde] “damage collision waiver” zou hebben geweigerd en dus niet aanvullend verzekerd was. Door [gedaagde] is niet gesteld dat zij destijds aan V&M duidelijk zou hebben gemaakt dat zij de inhoud daarvan niet begreep omdat het in de Engelse taal is opgemaakt. V&M mocht er daarom op vertrouwen dat [gedaagde] de Engelse taal wel voldoende machtig was.
Ook als [gedaagde] niet zou hebben geweigerd om aanvullende verzekering te sluiten, zoals zij stelt, volgt daaruit overigens niet dat zij dús wel geopteerd heeft voor extra verzekering.

4.8

V&M heeft de hoogte van de schade toegelicht en onderbouwd door overlegging van een “survey report”. Daarmee is de schade, mede in het licht van het politie rapport dat gewag maakt van aanzienlijke schade aan de auto van V&M, voldoende onderbouwd. Anders dan [gedaagde] betoogt hoeft voor toewijzing van de schadevergoeding de schade niet gerepareerd te zijn. Het gaat er immers om dat door het ongeval V&M vermogensschade heeft geleden. De kale, verder niet toegelichte, betwisting van de hoogte van de vermogensschade volstaat niet als verweer en voor zover in de conclusie van repliek in oppositie het verweer iets uitgebreider is, is dat in het licht van de al bij oorspronkelijk inleidend verzoek overgelegde stukken tardief. [gedaagde] heeft niet voldaan aan haar uit artikel 18c Rv. voortvloeiende verplichting om de van belang zijnde feiten in een zo vroeg mogelijk stadium, in dit geval bij verzetschrift, aan te voeren.
De buitengerechtelijke incassokosten zijn voldoende toegelicht, ze zijn redelijk en het is ook redelijk dat V&M die gemaakt heeft.

4.9

Als de in het ongelijk te stellen partij zal [gedaagde] de proceskosten van V&M moeten vergoeden.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

wijst het gevorderde af;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van V&M Afl. 500, aan salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 11 januari 2017 in aanwezigheid van de griffier.