Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:31

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
11-01-2017
Datum publicatie
24-01-2017
Zaaknummer
A.R. 2735 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel. Afdwingen erfpachtrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 11 januari 2017

Behorend bij A.R. 2735 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

ROAPARTEL N.V.,

en

[eiser],

te Aruba,

hierna ook te noemen: Roapartel c.s. respectievelijk Roapartel en [eiser],

gemachtigde: de advocaat mr. E.A.Th. Kuster,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon

LAND ARUBA,

te Aruba,

hierna ook te noemen: Land Aruba,

gemachtigde: mevrouw mr. I.L. Ras Orman.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Bij beschikking van 2 oktober 2009 is door de (toenmalige) Minister van Onderwijs, Sociale Zaken en Infrastructuur aan [eiser] een recht van optie verleend op de hierna onder 3.1 genoemde percelen met als doel het daarop optrekken, hebben en exploiteren van appartementen en wel voor de duur van zes maanden na dagtekening van de beschikking.

2.2

De optie werd verleend onder – onder meer – de volgende voorwaarden:
Binnen de optietermijn dient het volgende ter goedkeuring aan de minister van Onderwijs, Sociale Zaken Infrastructuur te worden overgelegd:
(…);
b. de gedetailleerde bouwtekeningen die benodigd zijn voor de aanvraag van een bouwvergunning waaruit onder andere moet blijken dat het desbetreffende project in de omgeving past, een en ander in overleg met de Dienst Openbare Werken;
(…)
h. een omschrijving van de wijze waarop de financiering, van het project zal geschieden en authentieke bewijsstukken dat de financiering gegarandeerd is;
(…)
7. De bouwaanvraag ter verkrijging van eventuele bouwvergunningen dient binnen de optietermijn bij de Dienst Openbare Werken ingediend te worden. Het bewijs van indiening van de bouwvergunningaanvraag en een kopie van de ingediende bouwtekeningen dienen binnen de optietermijn aan de directeur van de Directie Infrastructuur en Planning te worden aangeboden.
(…)
17 De erfpachtvoorwaarden zullen bij een eventuele erfpachtuitgifte nader in een Overeenkomst tot vestiging van erfpacht (commercieel) worden vastgelegd.

2.3

Bij brief van 26 maart 2010 heeft [eiser] als directeur van Roapartel aan de Directie Infrastructuur en Planning (verder: DIP) een tiental stukken doen toekomen ter voldoening aan de in de optie opgenomen voorwaarden.

2.4

Op 17 november 2010 bevestigde de Directeur van de Departamento Obra Publico (DOW) aan [eiser] ontvangst van de bouwaanvraag van 17 maart 2010. Aan [eiser] werd meegedeeld dat van de kant van DOW niet geadviseerd kon worden omdat de notariële akte van levering van het erfpachtrecht eerst gepasseerd moest worden.

2.5

Bij brief van 7 december 2010 heeft [eiser] bij de directie van DIP geïnformeerd naar de voortgang van de erfpachtverlening. Nadien heeft [eiser] herhaaldelijk verzocht om voortgang.

2.6

Bij beschikking van 25 maart 2014 heeft de Minister van Volksgezondheid, Ouderenvoorziening en Sport het verzoek van Roapartel van 20 juli 2007 om afgifte van een vergunning voor uitbreiding van haar hotelfaciliteit geweigerd. Het beroep tegen de ongegrondverklaring van het bezwaar tegen deze beschikking is op 9 november 2015 door de bestuursrechter ongegrond verklaard.

2.7

Bij brief van 19 augustus 2015 heeft Roapartel de Minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie (opnieuw) verzocht om tot erfpacht verlening over te gaan.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Roapartel c.s. vorderen – uitvoerbaar bij voorraad – bevel aan Land Aruba tot afgifte in erfpacht over te gaan’ van twee percelen domeingrond, ter grootte van 4.368 m2 nader omschreven in DLV veldwerk no. [nummer] kavel 1 en ongeveer 6.215 m2 conform de ministeriële beschikking van 2 oktober 2009 (verder: de percelen) met nevenvorderingen, althans een andere beslissing in goede justitie te nemen, met veroordeling van Land Aruba tot vergoeding van de proceskosten.

3.2

Roapartel c.s. gronden de vordering erop dat Roapartel c.s. voldoen aan de voorwaarden om voor verkrijging van het erfpachtrecht van de hiervoor genoemde percelen in aanmerking te komen en Land Aruba daartoe ten onrechte niet overgaat.

3.3

Land Aruba voert hiertegen verweer, met vordering – uitvoerbaar bij voorraad – tot veroordeling van Roapartel in de proceskosten.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het is het gerecht niet duidelijk op grond waarvan Roapartel meent recht te hebben op levering van een recht van erfpacht op de percelen. Uit het besluit van 2 oktober 2009 blijkt immers dat een optie werd verleend aan [eiser]. Daaraan doet niet af dat het kennelijk de bedoeling was dat Roapartel het op de percelen op te trekken hotel zou gaan exploiteren. De vordering van Roapartel stuit op het ontbreken van een vorderingsgrondslag reeds af.

4.2

De vordering van [eiser] komt evenmin voor toewijzing in aanmerking. Voor het vestigen van een recht van erfpacht op de percelen is een titel nodig, bijvoorbeeld een overeenkomst die tot levering van een erfpachtrecht strekt, of anders zou sprake moeten zijn van een voldoening aan een schadevergoedingsverplichting in natura (BW art. 6:103). De eerste bestaat niet. Het tweede is niet gesteld.

4.3

De vordering om enige andere beslissing in goede justitie te nemen is te vaag om voor toewijzing in aanmerking te komen. Land Aruba kan zich daartegen ook niet goed verweren.

4.4

Ten overvloede overweegt het gerecht het volgende.

4.5

Uit het dossier blijkt dat bij de brief van [eiser] van 26 maart 2010 kennelijk werd overgelegd een brief van CGI Capital Holdings LLC van 17 maart 2010 waarin deze aangeeft dat zij and any of its subsidiaries of affiliates had agreed to structure and procure a credit facility in an aggregate amount of up to US$ 11,000,000 or such larger amount as may be agreed. Uit de door Land Aruba overgelegde brochure van DIP met betrekking tot opties ten behoeve van projecten voor commerciële, toeristische en industriële doeleinden blijkt dat buitenlandse financieringen niet worden geaccepteerd. Land Aruba stelt zich in dit geding dan ook terecht op het standpunt dat zij niet kan verifiëren of aan de optievoorwaarden (binnen te daarvoor gestelde termijn van zes maanden) is voldaan. Aan [eiser] kan worden toegegeven dat uit het dossier niet duidelijk blijkt dat Land Aruba dat eerder helder aan [eiser] te kennen heeft gegeven maar dat brengt niet mee dat van Land Aruba nu kan worden verlangd dat hij, onder voorbijgaan aan die voorwaarde, alsnog tot het sluiten van een overeenkomst tot het vestigen en aan [eiser] leveren van erfpacht op de percelen moet overgaan. Aan het voorgaande doet niet af dat de Curaçaose vennootschap Bleu Bank International N.V. aan Roapartel (en kennelijk niet aan [eiser]) een non-binding proposal for discussion purposes only voor een lening van US$ 2.000.000, of US$ 1.100.000, (en kennelijk niet US$ 11.000.000, zoals eerder CGI Capital Holdings LLC) voor een gewijzigd hotelplan heeft doen toekomen, terwijl overigens in de door Roapartel c.s. overgelegde deviezenvergunning van 17 oktober 2014 sprake is van een bedrag van US$ 1.100.000,, ter beschikking te stellen door Bleu Bank International N.V. ten behoeve van de herfinanciering van een bestaande lening van Roapartel bij de Banco di Caribe (Aruba) N.V.

4.6

Als de in het ongelijk te stellen partij zullen Roapartel c.s. van Land Aruba moeten vergoeden. Nu Land Aruba procedeert met behulp een jurist in landsdienst wordt het gemachtigdensalaris op nihil begroot.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

wijst het gevorderde af;

veroordeelt Roapartel c.s. hoofdelijk in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Land Aruba worden begroot op nihil aan salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 11 januari 2017 in aanwezigheid van de griffier.