Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:263

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
30-03-2017
Datum publicatie
18-04-2017
Zaaknummer
109 van 2017
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft ontuchtige handelingen gepleegd met een meisje van 14 jaar, terwijl hij zelf 31 jaar was. Verdachte had door omstandigheden kunnen vermoeden dat het slachtoffer minderjarig was. Algemene beschouwing strafmaat in zedenzaken. Geen kans op recidive. Hogere straf opgelegd dan door de officier van justitie geëist. Gevangenisstraf van achttien maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 9 maart 2017. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. C.F.K.J. Lejuez.

De officier van justitie, mr. C.D. Kardol, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van het feit te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest. Als bijzondere voorwaarde heeft de officier van justitie gevorderd verdachte onder toezicht van de Reclassering te stellen.

De raadsman heeft het woord tot verdediging gevoerd.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

dat hij in of omstreeks de periode van 2 oktober 2016 tot en met 18 oktober 2016 te Aruba, met [slachtoffer], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende hij, meermalen, zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en heen en weer bewogen;

(artikel 2:200 van het Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

dat hij in of omstreeks de periode van 2 oktober 2016 tot en met 18 oktober 2016 te Aruba, met [slachtoffer], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende hij, meermalen, zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en heen en weer bewogen;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Divisie Centrale Recherche, Sectie Jeugd en Zeden Politie, administratienummer [nummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 23 januari 2017 gesloten en ondertekend door [verbalisant], hoofdagent bij voormeld korps.

* De verklaring van de verdachte, op 9 maart 2017 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

Het klopt dat ik seksuele gemeenschap met een minderjarige heb gehad.

Bijlage 1a

* Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 25 oktober 2016 gesloten en getekend door [verbalisant] voornoemd, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van aangifte van [aangeefster], -zakelijk weergegeven-:

Ik ben vandaag hier gekomen om namens mijn dochter aangifte tegen de man genaamd [verdachte] te doen. Mijn dochter heet [slachtoffer] en zij is veertien jaar oud. Ik ben vandaag te weten gekomen dat [verdachte] eenendertig jaar oud is en dat hij seksueel gemeenschap met [slachtoffer] heeft gehad.

Bijlage 2a

* Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 10 november 2016 gesloten en getekend door [verbalisant] voornoemd, voor zover inhoudende, als verklaring van de getuige [slachtoffer], -zakelijk weergegeven-:

Op 1 oktober had mijn vader een feest bij zijn bar Chesterfield. Ik was die avond aanwezig bij de bar van mijn vader. De muzikale groep genaamd Delicious band had die avond eerst gespeeld en daarna had de diskjockey genaamd [verdachte] muziek verzorgd. [verdachte] heeft hierna zijn telefoonnummer aan mij gegeven. Omstreeks 04:30 uur had ik een whatsapp bericht van [verdachte] gekregen. Hij vroeg toen aan mij waar ik was. Ik zei tegen hem dat ik onderweg naar huis was. Hij vroeg toen of ik met hem op stap wilde gaan. Ik had tegen hem gezegd dat mijn moeder mij geen toestemming zou geven om zo laat uit te gaan. Ik zei toen tegen hem dat ik zou kunnen wachten totdat mijn moeder ging slapen en hem daarna ergens koon ontmoeten. Hij had toen tegen mij gezegd om aan hem mijn locatie op te sturen. omstreeks 04:56 uur was [verdachte] mij bij mijn huis komen ophalen. Hij had mij hierna naar de appartementen naast de polikliniek te Sint Nicolaas gebracht. Op weg naar de appartementen vroeg ik aan [verdachte] hoe oud hij was. [verdachte] liet toen aan mij weten dat hij dat hij eenendertig jaar oud is. Ik liet hierna aan hem weten dat ik veertien jaar oud was. [verdachte] vroeg vervolgens aan mij of ik serieus was. Ik antwoordde hem van ja. Hij maakte zich geen zorgen daarvan. Ik zag [verdachte] iemand geld via een raam geven. [verdachte] zei tegen mij dat hij voor een appartement betaald had. Wij waren in een kamer gegaan. Hij kwam op mij af en begon mij op mijn mond te kussen. [verdachte] heeft daarna seksueel gemeenschap met mij gehad. [verdachte] had geen condoom gebruikt. Toen wij klaar waren had hij mij terug naar huis gebracht. […] Ik heb de volgende dag woensdag [verdachte] ontmoet. Hij had mij omstreeks 02:30 uur bij mijn huis opgehaald. Wij gingen daarna naar naar [adres] alwaar hij woont. Hij had bij zijn huis weer seksuele gemeenschap met mij gehad.

Bijlage 3 bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Divisie Centrale Recherche, Sectie Jeugd en Zeden Politie, administratienummer [nummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 23 januari 2017 gesloten en ondertekend door [verbalisant], hoofdagent bij voormeld korps, genummerd pagina 1 tot en met 74, voor zover inhoudende, als whatsapp gesprekken tussen verdachte [verdachte] en het slachtoffer [slachtoffer], -zakelijk weergegeven en vertaald - dat verdachte op 4 oktober aan het slachtoffer zegt dat hij zich heel goed heeft gevoeld bij haar en dat het enige probleem is dat ze veertien jaar oud is. (pag. 31)

Bewijsoverwegingen
Het slachtoffer heeft verklaard dat zij meer dan één keer seksuele gemeenschap met verdachte heeft gehad. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij alleen één keer seksuele gemeenschap met het slachtoffer heeft gehad.

Het gerecht gaat ervan uit dat het tenminste twee keer is gebeurd. De verklaring van het slachtoffer wordt op dit punt ondersteund door de whatsapp-gesprekken1 die zij met verdachte heeft gevoerd waaruit blijkt dat verdachte doorgaat met het amoureus bejegenen van het slachtoffer ook nadat hij in de wetenschap verkeert dat het slachtoffer veertien jaar oud was. Het gerecht heeft geen redenen te twijfelen aan de verklaring van het slachtoffer.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam,

strafbaar gesteld bij artikel 2:200 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Inleiding

Gelet op de aandacht die de strafmaat in zedenzaken de laatste tijd op Aruba krijgt en de vragen die daarover rijzen, zal het gerecht hieraan een beschouwing wijden, alvorens in te gaan op de straf in dit geval.

Het Arubaanse strafrecht kent ruime delictomschrijvingen die een groot scala aan onwenselijk gedrag dekken, van bijzonder ernstige delicten tot minder ernstige. Daaraan gekoppeld, kent de wet een ruime marge voor de strafrechter om te kiezen tussen een per delict bepaalde maximum-straf en een algemene lage minimum-straf. De wet geeft de rechter zo de ruimte om een passende straf op te leggen, rekening houdend met de eis van de officier van justitie en het standpunt van de verdediging.

Een passende straf betekent onder meer een straf die past bij de mate van schuld die een dader kan worden verweten, rekening houdend met onder andere de gevolgen van een misdaad voor een slachtoffer en met alle andere omstandigheden van het geval.

Dit schuld-gerelateerde strafrecht geldt in mindere mate voor landen die minimum-straffen kennen. In die landen wordt tot dat minimum geen rekening gehouden met de mate van schuld of de omstandigheden van het geval en krijgt iedereen die voor een bepaald delict wordt veroordeeld ten minste een bepaalde minimum-straf. Een zodanige minimum-straf is echter niet noodzakelijkerwijs hoger dan een volgens het schuld-principe bepaalde straf, maar kan ook anders uitpakken. Of die straf vervolgens ook daadwerkelijk volledig wordt uitgezeten, hangt mede af van de regeling voor vervroegde invrijheidstelling of de maximum-capaciteit van de gevangenissen in die landen.

Het strafmaximum is volgens het Arubaanse strafrecht gereserveerd voor de ernstigste gevallen van strafbaar handelen of voor daders die vaker in herhaling vallen. Verder wordt er bij het straffen rekening gehouden met de doelstellingen van straf. Daarbij gaat het om vergelding, de preventieve werking van straffen voor een dader en het signaal naar anderen om zich van strafbaar gedrag te onthouden. Tevens kan straf dienen ter rehabilitatie van de dader of ter voorkoming van herhaling. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door een deels voorwaardelijke straf op te leggen, waaraan speciale voorwaarden worden verbonden. Bijvoorbeeld het verplicht volgen van een anti-alcohol-training, behandeling voor verslaving of een anti-agressietraining.

Naast onvoorwaardelijke en voorwaardelijke gevangenisstraffen kent het Arubaanse strafrecht ook boetes en werk/leerstraffen, die al dan niet gecombineerd met gevangenisstraffen kunnen worden opgelegd.

Wat betreft de onderhavige zaak overweegt het gerecht als volgt

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft ontuchtige handelingen gepleegd met een meisje van 14 jaar, terwijl hij zelf 31 jaar was. De verdachte heeft het slachtoffer leren kennen in een bar van haar vader toen hij als DJ daar aan het optreden was. Hij heeft vervolgens die zelfde nacht met haar afgesproken om haar op te halen en heeft haar naar een appartement gebracht. Tijdens deze ontmoeting heeft de verdachte seksuele handelingen verricht bij het slachtoffer, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam. De wetgever heeft minderjarigen tegen dit soort seksuele contacten willen beschermen omdat hun beoordelingsvermogen over de gevolgen van dergelijke handelingen niet of onvoldoende is ontwikkeld, maar ook omdat de meerderjarige veelal een overwicht heeft op de minderjarige. De door verdachte genoemde aspecten dat het slachtoffer nog laat in dergelijk café rondliep en in zijn ogen er ouder uitzag dan 14 jaar, mogen daarom niet in zijn voordeel werken. Overigens had verdachte kunnen vermoeden dat het slachtoffer niet meerderjarig was. Zij had tegen hem gezegd dat haar moeder haar geen toestemming zou geven om zo laat uit te gaan. Deze door verdachte betwiste verklaring wordt bevestigd door een whatsapp-bericht tussen verdachte en het slachtoffer, waarin zij schrijft: “Mi tin cu ta 100% sigur mi [mama]2 ta drumi pa mi por sneak out”3. Het gerecht gaat ervan uit dat deze daad vanuit opportunistische motieven is gepleegd, onder de invloed van alcoholhoudende drank en gebruikmakend van de zwakheid van een fan. Strafverzwarend werkt dat verdachte geen condoom heeft gebruikt waarbij hij het slachtoffer heeft blootgesteld aan een kans op ongewenste zwangerschap. Het slachtoffer heeft verklaard dat deze kans zich ook heeft gerealiseerd met een riskante illegale abortus van dien4.

De weerstand in de Arubaanse samenleving tegen zedendelicten is de laatste tijd sterk toegenomen, hetgeen zijn vertaling hoort te vinden in de hoogte van de straf waaruit tevens een algemeen preventief effect moet uitgaan.

Aan de andere kant bestaan er geen aanwijzingen dat we hier te maken hebben met een verdachte met pedofiele aanleg, die zou doen vrezen voor herhaling. Het gerecht gaat ervan uit dat verdachte zijn les heeft geleerd en dat hij niet meer in herhaling zal vallen. Een gedeeltelijk voorwaardelijke straf is daarmee niet nodig. Gelet hierop en gelet op hetgeen hiervoor werd overwogen, legt het gerecht in afwijking van de eis van de officier van justitie, een volledig onvoorwaardelijke gevangenisstraf op.

Ten voordele van verdachte geldt dat hij nooit eerder in aanraking is geweest met politie en justitie.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:13 en 1:62 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van ACHTTIEN (18) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. P.A.H. Lemaire en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 30 maart 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.

1 Bijlage 3, pagina 31, bij het proces-verbaal nr [nummer] d.d. 23 januari 2017, houdende kopieën van whatsapp-berichten. Verdachte schrijft: “E uniko problema ta cu bo tin 14 aña” en “Pero tog mi kier tin bo den mi brasa”.

2 Het slachtoffer schrijft: ‘mm’ hetgeen het gerecht begrijpt als: mama.

3 Bijlage 3, pagina 14, bij het proces-verbaal nr [nummer] d.d. 23 januari 2017, houdende kopieën van whatsapp-berichten.

4 Bijlage 2 bij het proces-verbaal nr [nummer] d.d. 23 januari 2017, pagina 3, houdende de verklaring van [slachtoffer].