Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:262

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
30-03-2017
Datum publicatie
18-04-2017
Zaaknummer
52 van 2017
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verkrachting door politieambtenaar. Verdachte ontkent dat de seks niet vrijwillig was.

Hogere straf opgelegd dan eis officier van justitie. Straftoemeting niet slechts ertoe om te vergelden, maar ook om signaal te geven dat het plegen van vergelijkbare feiten tot zware bestraffing kan leiden. Gevangenisstraf van 4 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1975 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 9 maart 2017. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. D.L. Emerencia.

De officier van justitie, mr. C.D. Kardol, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van het onder 1 primair ten laste gelegde feit en de overige ten laste gelegde feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar en zes maanden, met aftrek van voorarrest.

De raadsvrouw heeft het woord tot verdediging gevoerd.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

1. dat hij op of omstreeks 10 november 2016 te Aruba door geweld en een andere feitelijkheid en door bedreiging met geweld en een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende hij zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en heen en weer bewogen en zijn penis door die [slachtoffer] laten zuigen, en welk geweld en die andere feitelijkheid en welke bedreiging met geweld en die andere feitelijkheid hierin hebben bestaan dat hij, gekleed in een politie uniform,

- die [slachtoffer] heeft gevorderd, althans heeft gevraagd haar paspoort te tonen en

- die [slachtoffer] heeft gevorderd, althans heeft gevraagd achterin een politieauto

te stappen en

- aan die [slachtoffer] heeft medegedeeld dat hij haar ging opsluiten, althans zij

met hem mee moest gaan om te controleren of zij legaal op Aruba verbleef, althans hij haar naar een politiewacht zou brengen, althans woorden van gelijke aard of strekking en

- haar vervolgens in een politieauto heeft meegenomen naar een afgelegen plek en

- naar haar op de achterbank is gegaan en

- zijn broek en onderbroek tot op zijn knieën heeft uitgedaan en

- meermalen tegen haar heeft gezegd dat hij een politieagent is en een pistool heeft,

althans woorden van gelijke aard of strekking, en

- aldus gebruik heeft gemaakt van een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend

overwicht op die [slachtoffer] en

- haar short heeft uitgedaan en

- haar bij haar achterhoofd vastgehouden en haar hoofd naar zijn penis getrokken en

- aldus voor haar een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

(artikel 2:197 Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

dat hij op of omstreeks 10 november 2016 te Aruba, als ambtenaar, zijnde hoofdagent bij het Korps Politie Aruba, door misbruik van gezag, [slachtoffer] heeft gedwongen iets te doen en te dulden, te weten het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam, immers heeft hij, toen en aldaar, gekleed in een politie uniform,

- haar gevorderd, althans gevraagd haar paspoort te tonen en

- haar gevorderd, althans gevraagd achterin een politieauto te stappen en

- haar medegedeeld dat hij haar ging opsluiten, althans zij met hem mee moest gaan

om te controleren of zij legaal op Aruba verbleef, althans hij haar naar een

politiewacht zou brengen, althans woorden van gelijke aard of strekking

- haar vervolgens in een politieauto meegenomen naar een afgelegen plek en

- zich bij haar op de achterbank gevoegd en

- zijn broek en onderbroek tot op zijn knieën uitgedaan en

- meermalen tegen haar gezegd dat hij een politieagent is en een pistool heeft,

althans woorden van gelijke aard of strekking, en

- aldus gebruik gemaakt van een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend

overwicht op haar en

- haar short uitgedaan en

- haar bij haar achterhoofd vastgehouden en haar hoofd naar zijn penis getrokken en

- aldus voor haar een bedreigende situatie doen ontstaan;

(artikel 2:353 Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

dat hij op of omstreeks 10 november 2016 te Aruba een ander te weten [slachtoffer],

door geweld en enige andere feitelijkheid en door bedreiging met geweld en enige andere feitelijkheid, gericht tegen die [slachtoffer], wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen, of te dulden, te weten het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam, immers heeft hij, toen en aldaar, gekleed in een politie uniform,

- haar gevorderd, althans gevraagd haar paspoort te tonen en

- haar gevorderd, althans gevraagd achterin een politieauto te stappen en

- haar medegedeeld dat hij haar ging opsluiten, althans zij met hem mee moest gaan

om te controleren of zij legaal op Aruba verbleef, althans hij haar naar een

politiewacht zou brengen, althans woorden van gelijke aard of strekking

- haar vervolgens in een politieauto meegenomen naar een afgelegen plek en

- zich bij haar op de achterbank gevoegd en

- zijn broek en onderbroek tot op zijn knieën uitgedaan en

- meermalen tegen haar gezegd dat hij een politieagent is en een pistool heeft,

althans woorden van gelijke aard of strekking, en

- aldus gebruik gemaakt van een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend

overwicht op haar en

- haar short uitgedaan en

- haar bij haar achterhoofd vastgehouden en haar hoofd naar zijn penis getrokken en

- aldus voor haar een bedreigende situatie doen ontstaan;

(artikel 2:254 lid 1 sub a Wetboek van Strafrecht)

2. dat hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2009 tot en met 16 november 2016 te Aruba, als ambtenaar, zijnde hoofdagent bij het Korps Politie Aruba, opzettelijk zaken bestemd om voor de bevoegde macht tot overtuiging of bewijs te dienen, te weten: een boksbeugel en twee batons of wapenstokken, in elk geval enig goed, dat hij telkens in zijn bediening als ambtenaar onder zich had, heeft verduisterd, immers heeft hij toen aldaar opzettelijk die boksbeugel en batons of wapenstokken niet, althans niet tijdig ter beschikking gesteld aan zijn meerderen bij het Korps Politie Aruba;

(artikel 2:349 lid 1 Wetboek van Strafrecht (nieuw)/artikel 377 Wetboek van Strafrecht (oud))

3. dat hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2009 tot en met 16 november 2016 te Aruba, opzettelijk 60 patronen van het merk Winchester Luger met kaliber 9 x 19 mm en een ploertendoder, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele toebehoorden aan het Korps Politie Aruba, in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, en welke goederen hij anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

(artikel 2:298 Wetboek van Strafrecht (nieuw)/artikel 334 Wetboek van Strafrecht (oud))

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie heeft geconcludeerd dat zij niet ontvankelijk moet worden verklaard ten aanzien van de feiten 2 en 3 voor de periode 1 januari 2009 tot 2 februari 2011, nu de feiten vóór laatstgenoemde datum zouden zijn verjaard. Het Gerecht volgt de officier van justitie hierin niet. Nu sprake is van een voortdurend delict vangt de verjaringstermijn eerst aan nadat het delict tot een einde is gekomen, in dit geval 16 november 2016 (vgl AG voor HR 04-07-2006, ECLI:NL:HR:2006:AX8639, RvdW 2006, 707)

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

A. Vrijspraak

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het onder 2. tenlastegelegde feit heeft begaan en zal de verdachte daarvan vrijspreken. Het Gerecht heeft in het dossier geen bewijs kunnen vinden dat deze zaken bestemd waren om voor de bevoegde macht tot overtuiging of bewijs te dienen.

B. Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

1. dat hij op of omstreeks 10 november 2016 te Aruba door geweld en een andere feitelijkheid en door bedreiging met geweld en een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende hij zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en heen en weer bewogen en zijn penis door die [slachtoffer] laten zuigen, en welke geweld en die andere feitelijkheid en welke bedreiging met geweld en die andere feitelijkheid hierin heefthebben bestaan dat hij, gekleed in een politie uniform,

- die [slachtoffer] heeft gevorderd, althans heeft gevraagd haar paspoort te tonen en

- die [slachtoffer] heeft gevorderd, althans heeft gevraagd achterin een politieauto

te stappen en

- aan die [slachtoffer] heeft medegedeeld dat hij haar ging opsluiten, althans zij

met hem mee moest gaan om te controleren of zij legaal op Aruba verbleef, althans hij haar naar een politiewacht zou brengen, althans woorden van gelijke aard of strekking en

- haar vervolgens in een politieauto heeft meegenomen naar een afgelegen plek en

- naar haar op de achterbank is gegaan en

- zijn broek en onderbroek tot op zijn knieën heeft uitgedaan en

- meermalen tegen haar heeft gezegd dat hij een politieagent is en een pistool heeft,

althans woorden van gelijke aard of strekking, en

- aldus gebruik heeft gemaakt van een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend

overwicht op die [slachtoffer] en

- haar short heeft uitgedaan en

- haar bij haar achterhoofd vastgehouden en haar hoofd naar zijn penis getrokken en

- aldus voor haar een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

3. dat hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2009 tot en met 16 november 2016 te Aruba, opzettelijk 60 patronen van het merk Winchester Luger met kaliber 9 x 19 mm en een ploertendoder, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele toebehoorden aan het Korps Politie Aruba, in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, en welke goederen hij anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Voor zover in de telastlegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, onderzoek [naam onderzoek], Bureau Integriteit en Veiligheid, Documentcode [nummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 1 februari 2017 gesloten en ondertekend door [verbalisant], brigadier eerste klasse, bij voormeld korps.

Feit 1

* Een proces-verbaal, tabblad algemeen dossier, pag. 11, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 11 november 2016 gesloten en getekend door [verbalisant], hoofdagent eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de aangeefster [slachtoffer], -zakelijk weergegeven-:

Op woensdag 9 november, ging ik mijn vriendinnen genaamd [getuige 1] en mevrouw [getuige 2] bezoeken. Zij wonen in de [adres]. Even na 3:00 uur in de nachtelijke uren kwam iemand aan de deur. Het was al donderdag. Ik hoorde een mannenstem zeggen Bon Nochi. De man zei hierna tegen [getuige 1] om mij te roepen zodat hij kon zien wie ik was. Toen ik bij de deur kwam, zag ik een politieauto voor de deur staan. In de auto zat een man gekleed in een politie uniform. Hij vroeg aan mij om mijn paspoort te zien. Ik ging hierna mijn paspoort in mij tas halen. Ik reikte hem vervolgens de paspoort via de openingen van de ijzeren hek uit. Hierna verzocht hij mij om achterop in de politieauto te stappen daar hij mij ging opsluiten omdat ik in dat huis was. [getuige 1] was niet aanwezig toen de politieagent met mij aan het praten was. Ik zei wel tegen [getuige 1] dat de politieagent mij ging opsluiten. Ik stapte hierna achterin de auto en hij reed weg. Hij nam de weg tussen Cirkle K en Manuelitos en keerde linksaf voor de kerk. Wij kwamen bij een mondi aan. Daar aangekomen vroeg ik hem waarom hij mij daar had gebracht en niet bij een politiewacht. Hij zei hierna tegen mij dat ik dat al wist. Toen stapte hij uit de auto en stapte in waar ik aan het zitten was. Hij deed hierna de portier dicht en trok zijn broek en zijn onderbroek tot aan zijn knieën aan. Ik zei toen tegen hem van nee dat ik dat niet zou doen. Hij zei tegen mij dat hij een politieagent is en dat hij een pistool heeft en dat ik een hoer ben. Ik zei tegen hem dat ik geen hoer ben. Hij trok mij aan mijn lichaam op een ruwe manier waardoor ik met mijn hoofd tegen de portier aankwam. Hierna trok hij aan mijn benen waarna hij mijn short uitgetrokken had. Ik begon te huilen. Toen ik zag dat hij mij ging verkrachten, vroeg ik aan hem of hij geen condoom zou gebruiken. Hij antwoordde mij niet. Hij heeft vleselijk gemeenschap met mij zonder mijn toestemming gepleegd. Hij deed seks met mij op een ruwe manier dat ik pijn kreeg aan mijn geslachtsdeel. Op een gegeven moment gingen wij van daar weg. Hierna bracht hij mij naar huis toe.

* Een proces-verbaal, tabblad algemeen dossier, pag. 24, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 6 december 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], respectievelijk onderinspecteur en hoofdagent bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als nadere verklaring van de aangeefster [slachtoffer], -zakelijk weergegeven-:

Ik was nerveus en merkte niet waar hij mij op dat moment naar toe bracht. De bedoeling was dat hij mij naar een politiewacht zouden gaan. Ik ben geen prostituee. wij hebben nooit over het betalen voor mijn service gesproken. Ik was onder de veronderstelling dat ik aangehouden was en dat wij op weg naar een politiewacht waren. Ik zei tegen hem om mij niet te verkrachten. Hij zei toen tegen mij dat ik een hoer ben en dat hij een politieagent is. Tevens zei hij tegen mij dat ik op het adres [adres] bevond, en dat ik daardoor een hoer was. Ik had hem niet gesmeekt maar wel tegen hem gezegd om het niet te doen. Toen hij naast mij op de achterbank kwam zitten hield hij mij op een gegeven moment met een hand achter mijn hoofd ter hoogte van mijn nek. Op dat moment had hij zijn kleren aan maar zijn mannelijkheid was reeds uit zijn broek en zijn penis was stijf. De ritssluiting was open en had mij gedwongen om hem te zuigen.

* Een proces-verbaal, tabblad getuigendossier, pag. 150, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 12 november 2016 gesloten en getekend door P.M. Charles voornoemd, voor zover inhoudende, als verklaring van de getuige [getuige 1], -zakelijk weergegeven-:

Ik woon op het adres [adres]. Mijn naam is [getuige 1] maar ik wordt door familieleden en kennissen [getuige 1] genoemd. Op 10 november 2016 gebeurde iets met een vriendin genaamd [slachtoffer] terwijl zij bij mijn huis op bezoek was geweest. Op een gegeven moment zag ik een politieauto voor de deur staan. De bestuurder was een politieagent. Hij vroeg aan mij wie allemaal op die adres woonden. Ik antwoordde hem dat mijn zus, haar man, ik en een vriendin die op bezoek was. Met vriendin bedoel ik [slachtoffer]. Hij kon [slachtoffer] niet zien want zij zat in de woonkamer. Hij vroeg aan haar om even op te staan. Hij vroeg aan haar om haar paspoort te zien. [slachtoffer] ging haar paspoort halen en overhandigde de paspoort aan hem. Hij verzocht haar hierna om naar buiten te komen. [slachtoffer] ging naar buiten. De politieagent zei tegen haar dat zij met hem moest gaan om te controleren of zij op Aruba legaal was. [slachtoffer] stapte vervolgens achter in de auto en hij reed met haar weg. Ongeveer 5:00 uur kwam [slachtoffer] terug. Zij werd door de politieagent terug gebracht. [slachtoffer] vertelde aan mij hierna dat zij door de politieagent ergens in de mondi (bos) gebracht werd alwaar hij haar verkracht had. [slachtoffer] was niet aan het huilen maar zij was erg nerveus. Zij ging onmiddellijk baden en heeft een vrouwelijke douche genomen om haar geslachtsdeel schoon te maken.

* Een proces-verbaal, tabblad zaaksdossier, pag. 285, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 16 november 2016 gesloten en getekend door [verbalisant] voornoemd, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van bevindingen, -zakelijk weergegeven-:

Naar aanleiding van de verklaringen van de aangeefster [slachtoffer] en de getuige [getuige 1] werd een proces-verbaal van verdachtmaking opgemaakt. Naar aanleiding van het bovenstaande werd een fotoblad opgemaakt. Op 15 november 2016 werd bedoelde fotobladen aan de getuigen en de aangeefster getoond. Het resultaat is als volgt:

[getuige 1]:

De getuige nam enkele minuten om de fotoblad te bestuderen. Zij wees foto 2 aan. Zij deelde mede dat de man op die foto de politieagent is die haar vriendin [slachtoffer] weggevoerd had.

(Bijlage fotoblad 1)

[slachtoffer]:

De aangeefster nam enkele minuten om de fotoblad te bestuderen. Zij wees foto 4 aan en deelde mede dat zij de man op de foto 4 herkende als de man die haar weggevoerd en tevens verkracht had. Zij deelde mede dat zij dat gezicht nooit zou kunnen vergeten.

* Een proces-verbaal, tabblad persoonsdossier, pag. 48, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 16 november 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden onderinspecteur bij voormeld korps, voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte, -zakelijk weergegeven-:

Ik had nachtdienst op die bewuste dag. Ik nam een dienstauto en reed richting [adres]. Toen ik bij dat huis aankwam, zag ik een vrouw met blond haar die bij de deur zat. Ik had die vrouw met blond haar aangesproken. Ik ging samen met de vrouw in de dienstauto. Gekomen bij het pompstation te Ponton reed ik voorlangs het station en stopte op een open terrein. Zij zat achter in de politieauto. Ik ging achter in de politieauto naast haar zitten. Ik deed mijn broek en onderbroek naar beneden. Wij waren bezig vleselijke gemeenschap te hebben.

Feit 3

* Een proces-verbaal, tabblad beslagdossier, pag. 247, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 17 november 2016 gesloten en getekend door [vebalisant] voornoemd, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van huiszoeking [adres 1], -zakelijk weergegeven-:

Op woensdag 16 november 2016 omstreeks 16:10 uur werd met de huiszoeking begonnen. Omstreeks 16:15 uur werd rechtsboven in een bergruimte aangebracht in een klerenkast dat tegen de zuidelijke gevel van de hoofdslaapkamer stond, een totaal van zestig (60) scherpe patronen aangetroffen. De patronen zaten in twee afzonderlijke zilveren doosjes. Alle patronen zijn van het merk: “Windchester LUGER”, kaliber 9x19 millimeter, met koperen mantel.

* Een proces-verbaal, tabblad getuigendossier, pag. 191, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 2 december 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] voornoemd, voor zover inhoudende, als verklaring van de getuige [getuige 3], -zakelijk weergegeven-:

Ik ben sinds 1988 lid van de V.I.P. eenheid en sinds ongeveer elf (11) jaar geleden ben ik coördinator/oudste van de V.I.P. eenheid. Ik vind het raar dat een lid met zoveel patronen over kan blijven en hiermee naar huis gaat. Aan het einde van de oefening moet je lege patroonhouders bij vullen met patronen. Je krijgt een doos patronen om dit te doen. Als een lid per abuis meer patronen dan hij ingevolge onze voorschriften mag hebben, mee naar huis neemt dan verwacht ik dat hij deze patronen zo spoedig mogelijk terug brengt. In ieder geval verwacht ik ook van hem dat hij mij of de schietinstructeur hiervan in kennis stelt. Door dit niet te doen kan men de indruk krijgen dat hij de extra patronen opzettelijk wilde toe-eigenen.

* Een proces-verbaal, tabblad getuigendossier, pag. 195, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 5 januari 2017 gesloten en getekend door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] voornoemd, voor zover inhoudende, als verklaring van de getuige [getuige 4], -zakelijk weergegeven-:

Ik ben sinds mid 2011 schietinstructeur bij het Politie opleidingsinstituut van het Korps Politie Aruba. Ik heb begrepen dat er 61 patronen bij [verdachte] inbeslaggenomen zijn. Dit kan in principe nooit van 1 schietoefening zijn. De collega’s gaan soms wel met een pakje extra vol met patronen de schietbaan op maar hier zitten maar 50 patronen in. Het is de bedoeling dat van deze 50 patronen er wat afgeschoten wordt. Het is best mogelijk dat je van deze 50 patronen er 42 afschiet. Dan houdt je er 8 over. Als je van deze 50 patronen er geen een afschiet en ermee naar huis gaat is er opzet in het spel. Per ongeluk met een pakje van 50 naar huis gaan bestaat niet. Dus als je 61 patronen in je bezit hebt is er of een grote hoeveelheid in een keer weggenomen of het is gedurende meerdere schietoefeningen verzameld.

* Een proces-verbaal, tabblad persoonsdossier, pag. 87, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 1 december 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] voornoemd, voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte, -zakelijk weergegeven-:

Tijdens oefening zet ik altijd veel scherpe patronen in mijn heuptas zodat ik niet telkens heen en weer moet lopen om patronen te gaan halen. Ik moest op een gegeven moment geopereerd worden en bleef lange tijd arbeidsongeschikt. Op een dag ging ik mijn tas zoeken. Ik zag toen dat er veel scherpe patronen in mijn heuptas zaten. Ik besloot toen om de patronen in enkele lege juwelen doosjes te plaatsen en in mijn kast te zetten.

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van feit 1:

De raadsvrouwe heeft namens de verdachte aangevoerd dat hij wel seks heeft gehad met aangeefster [slachtoffer], maar dat dit geschiedde in relatie tussen een prostituee en een klant. Volgens hem is aangeefster op de achterbank van de politieauto gaan zitten omdat zij over de prijs wilde onderhandelen. Naar zijn zeggen heeft hij daarover onderhandeld op het moment dat hij zijn dienstvoertuig op het braakliggende stuk grond bij Ponton had geparkeerd. Daarna heeft hij seks met haar gehad. Het Gerecht verwerpt dit verweer. Verdachte is immers als politieagent met zijn dienstvoertuig naar het verblijfsadres van aangeefster gereden en heeft daar om het paspoort van aangeefster gevraagd en haar vervolgens meegedeeld dat hij wilde controleren of zij illegaal in Aruba verbleef en tegen haar gezegd dat zij mee moest naar de politiewacht. Hieruit is niet anders af te leiden dan dat verdachte op dat moment jegens aangeefster optrad als politieagent en gebruik maakte van de hem in die functie toegekende bevoegdheden. In die context is het begrijpelijk dat aangeefster achterin het voertuig moest gaan zitten, nu dat de plaats was waar aangehouden personen moeten plaatsnemen, zoals verdachte zelf ook heeft verklaard. Dat dit volgens de verdachte de plaats was waar onderhandeld moest worden over de prijs voor de seksuele diensten van een prostituee blijkt nergens uit. Daarbij komt dat de lezing van verdachte niet wordt ondersteund door een daadwerkelijke betaling aan aangeefster, waarbij het Gerecht opmerkt dat hij ter terechtzitting heeft verklaard dat hij niet van plan was haar te betalen, omdat hij niet tevreden was, terwijl hij in zijn verhoor tegenover de politie heeft verklaard dat hij haar nog wel diende te betalen. Verdachte is dan ook niet consistent in zijn verklaringen en gedragingen. Daarbij komt dat verdachte er blijkbaar vanuit ging dat alle vrouwen die woonachtig zijn op het verblijfsadres van aangeefster, prostituee zijn, hoewel dat ten aanzien van aangeefster in het geheel niet vaststaat.

Ten aanzien van feit 3:

Verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat hij de ploertendoder bijna achttien jaar geleden heeft gekregen van een collega in Sint Nicolaas. Hij moest speciale werkzaamheden als rechercheur verrichten en diende met dat wapen rond te lopen. Na afloop van de dienst had hij de ploertendoder niet ingeleverd bij de schietinstructeur van wie hij de ploertendoder had gekregen maar heeft hij het in zijn lokker bewaard en uit nalatigheid nooit meer ingeleverd.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte geen opzet had om zich de ploertendoder wederrechtelijk toe te eigenen en er geen sprake kan zijn van verduistering.

Het gerecht oordeelt als volgt.

Van "zich wederrechtelijk toe-eigenen" is sprake indien een persoon zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester beschikt over een goed dat aan een ander toebehoort (HR 9 mei 2006, LJN AV 4091 en HR 24 oktober 1989, NJ 1990, 256).

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de ploertendoder in zijn lokker bij zijn werkplek is vergeten.

Niet is vast komen te staan dat verdachte de ploertendoder op enigerlei wijze heeft gebruikt of uit zijn lokker heeft meegenomen. Voor zover het betreft de situatie dat verdachte het wapen langere tijd (ongebruikt) in zijn lokker heeft bewaard, levert dit naar het oordeel van het gerecht geen verduistering op. Onder deze omstandigheden kan immers niet worden gezegd dat verdachte (desgevraagd) heeft geweigerd het wapen terug te geven, maar eerder dat hij, in strijd met zijn verplichting, heeft nagelaten om enige moeite te doen het wapen eigener beweging bij zijn werkgever in te leveren. Verdachte zal van dit deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Voor wat betreft de situatie dat hij de 60 patronen naar zijn woning heeft meegenomen, ligt dat anders. Verdachte heeft verklaard dat hij de patronen per ongeluk heeft meegenomen in zijn heuptas tijdens een schietoefening. Hij heeft de patronen in zijn kast bewaard op een plaats waar hij ze gemakkelijk kon zien zodat hij ze terug kon brengen bij een volgende schietoefening. Verdachte is echter nooit meer naar een schietoefening gegaan.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat het wegnemen van 60 patronen nooit zonder kwade trouw kan geschieden. Het gerecht is dan ook van oordeel dat verdachte zich aan dit onderdeel van de tenlastelegging schuldig heeft gemaakt.

Getuige [getuige 5]

De verdediging heeft aangevoerd dat het vreemd is dat de getuige [getuige 5] niet door de politie is gehoord. De verdediging heeft verzocht deze getuige door de rechter-commissaris te laten horen, welk verzoek is gehonoreerd. De getuige kon echter niet gehoord worden aangezien hij kort voordat hij voor de rechter-commissaris moest verschijnen, naar Colombia is vertrokken. De verdediging heeft ter terechtzitting verzocht een rogatoire commissie te laten instellen om deze getuige alsnog te horen aangezien hij mogelijk ontlastend bewijs kan leveren voor verdachte.

Het gerecht heeft dit verzoek afgewezen. Door de verdediging is niet aangegeven wat de getuige precies zou kunnen verklaren en waaruit dat kan worden afgeleid. Het gerecht ziet geen aanleiding het onderzoek daarvoor te schorsen.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

1. Verkrachting,

strafbaar gesteld bij artikel 2:197 van het Wetboek van Strafrecht.

3. Verduistering,

strafbaar gesteld bij artikel 2:298 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft gedurende diensttijd met gebruikmaking van alle middelen die hem als politieambtenaar in dienst staan (in een politieauto en gekleed in uniform) een vrouw opgehaald, naar een afgelegen plek meegenomen en haar daar verkracht. Hiermee heeft hij een ernstige inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit. Verdachte heeft door dit handelen tevens ernstig misbruik gemaakt van zijn positie en heeft het in hem gestelde vertrouwen geschonden. Een politieambtenaar neemt, gelet op zijn taak en functie, een bijzondere plaats in de samenleving in. Aan hem zijn immers bevoegdheden toegekend die gewone burgers niet hebben, waaronder een geweldsmonopolie en de mogelijkheid om een inbreuk te maken op de vrijheid van anderen. Om die reden wordt van hem volledige integriteit en onkreukbaarheid verwacht. Hij heeft een voorbeeldfunctie en burgers dienen zich bij de politie veilig te voelen en zij moeten ervan uit kunnen gaan dat de aan de politie toegekende bevoegdheden niet zullen worden misbruikt. Door zijn handelwijze heeft verdachte juist misbruik gemaakt van zijn positie en bevoegdheden en heeft hij daarmee ook ernstige schade toegebracht, niet alleen aan het slachtoffer, maar ook aan het imago van het Korps Politie Aruba. Het gerecht rekent verdachte dit zwaar aan.

Verdachte heeft zich tevens schuldig gemaakt aan verduistering van 60 patronen die hij na een schietoefening heeft weggenomen. Verdachte heeft hiermee in ernstige mate het vertrouwen van zijn werkgever beschaamd.

Verdachte heeft steeds ontkend dat sprake is geweest van verkrachting. Hij heeft volgehouden dat sprake is geweest van vrijwillige seks met het slachtoffer en dat de vrouw een prostituee was. Met deze proceshouding heeft het gerecht in het nadeel van de verdachte rekening gehouden, omdat uit die proceshouding blijkt, enerzijds dat verdachte de laakbaarheid van zijn handelen niet wenst in te zien en anderzijds dat hij geen verantwoording wil nemen voor zijn daden. Hierbij merkt het Gerecht nog op dat uit de houding van verdachte spreekt dat hij zich ten opzichte van een prostituee kan gedragen op de wijze die hem goeddunkt. Hiermee heeft hij misbruik gemaakt van de zwakke positie van deze vrouwen en erop gezinspeeld dat hij als politieagent daarmee kan “wegkomen”. Dit blijkt ook uit de verklaring van de aangeefster, die bang was om aangifte te doen, omdat zij geen problemen wilde.

Ten voordele van verdachte geldt dat hij nooit eerder in aanraking is geweest met politie en justitie.

Tenslotte dient straftoemeting niet slechts ertoe om te vergelden, maar ook om aan mogelijke nieuwe daders het signaal te geven dat het plegen van vergelijkbare feiten tot zware bestraffing kan leiden, zulks in de hoop dat nieuwe daders, door de strafdreiging afgeschrikt, het plegen van vergelijkbare feiten achterwege zullen laten.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur. De hierboven genoemde bijzondere omstandigheden, die zijn samen te vatten als het in ernstige mate misbruik maken van zijn positie als politieagent en de ernstige schending van het vertrouwen dat de samenleving in de politie dient te hebben, leiden ertoe dat het Gerecht een zwaardere straf zal opleggen dan door de officier van justitie is geëist.

9 Inbeslaggenomen voorwerpen

A. Onttrekking aan het verkeer

Ten aanzien van de in beslaggenomen boksbeugel, twee metalen uitschuifbare wapenstokken en de ploertendoder zal onttrekking aan het verkeer worden uitgesproken, omdat de onder 2. en 3. tenlastegelegde feiten met betrekking tot die voorwerpen zijn begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

B. Verbeurdverklaring

De in beslag genomen 60 patronen van het merk Winchester Luger met kaliber 9x19 mm, waarvan ter terechtzitting is gebleken dat met betrekking daartoe het strafbare feit onder 3. is begaan, zullen verbeurd worden verklaard.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:62, 1:68, 1:74 en 1:75 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

Het gerecht:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4A omschreven heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIER (4) jaren;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

onttrekt aan het verkeer de in rubriek 9A genoemde voorwerpen;

verklaart verbeurd de in rubriek 9B genoemde voorwerpen;

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. J. Sap en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 30 maart 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.