Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:24

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
11-01-2017
Datum publicatie
23-01-2017
Zaaknummer
A.R. 516 van 2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel. Tussenkomst. Voeging. Buitenlands vonnis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 11 januari 2017

Behorend bij A.R. 516 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in het incident tot voeging en tussenkomst

zijdens

de vennootschap naar vreemd recht

FELINACAT HOLDINGS LLC,

te St. Kitts en Nevis,

hierna ook te noemen: Felinacat,

gemachtigde: aanvankelijk advocaat mr. E.J.M. Lotter Homan, later procederend in persoon;

in de zaak van:

de rechtspersoon naar vreemd recht

AMERICAN COMMERCE INSURANCE COMPANY,

te Webster, Massachusetts, USA,

hierna ook te noemen: ACIC,

eiseres in de hoofdzaak,

gemachtigden: advocaten mrs. J.M. de Cuba en D.W. Ormel,

tegen:

[gedaagde sub 1],

en

[gedaagde sub 2],

te Aruba,

gedaagden in de hoofdzaak,

hierna ook te noemen in enkelvoud: [gedaagde],

gemachtigden: aanvankelijk advocaten mrs. M.A. Ellis Schipper en J.J.S. Poeran, later procederend in persoon.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de incidentele vordering tot tussenkomst van Felinacat;

- de conclusie van antwoord in het incident van ACIC;

- de conclusie van antwoord in het incident van [gedaagde].

1.2

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident.

2 DE VORDERING

2.1

Felinacat vordert dat haar wordt toegestaan in de hoofdzaak zich enerzijds te voegen aan de zijde van [gedaagde] en anderzijds tussen te komen. Zij meent, evenals [gedaagde] dat de rechter in Aruba zich onbevoegd moet verklaren en zij wenst voorts een eigen vordering in te stellen, nu zij aanvoert de eigenaar van het schip Felina te zijn, waarop ACIC beslag heeft doen leggen.

2.2

ACIC verzet zich hiertegen.

2.3[

[gedaagde] ondersteunt de vordering in het incident.

3 DE BEOORDELING

3.1

Op voet van artikel 214 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.) is een ieder die belang heeft bij een rechtsgeding, hangende tussen andere partijen, bevoegd om zich te voegen en/of daarin tussen te komen. Ingevolge artikel 215 wordt het incident aangebracht ter terechtzitting op de dienende dag vóór of op die waarop de behandeling van het aanhangige rechtsgeding eindigt. Het Gerecht constateert dat hieraan is voldaan.

3.2

In de hoofdzaak heeft ACIC in een procedure tegen [gedaagde], kort gezegd, gevorderd dat een vonnis van de Superior Court van de staat Washington (USA) van 27 oktober 2015 en een writ van de Superior Court van de staat Washington (USA) van 29 januari 2016 in Aruba worden erkend en hier ten uitvoer kunnen worden gelegd.

3.3

[gedaagde] heeft zich bij antwoord op verschillende gronden tegen de vordering verzet.

3.4

In het incident heeft Felinacat gevorderd dat zij zich kan voegen aan de zijde van [gedaagde] voor wat betreft de exceptie van onbevoegdheid en dat zij mag tussenkomen en zij heeft daarbij verschillende vorderingen geformuleerd die zich richten tegen de door ACIC voorgenomen executie van het vonnis op het schip “Felina”, waarop ACIC beslag heeft doen leggen.

3.5

ACIC heeft zich verzet tegen de incidentele vorderingen van Felinacat.

3.6

Het Gerecht overweegt het volgende.

Om zich te kunnen voegen, dan wel tussen te komen, is het nodig dat een partij een eigen belang heeft bij de reeds bestaande procedure. Bij voeging schaart de nieuwe partij zich aan de zijde van één van de partijen in de hoofdzaak en bij tussenkomst wordt tegen één van die partijen of tegen beide een aparte vordering geformuleerd.

3.7

Onderhavig geschil wordt daardoor gekenmerkt dat ACIC erkenning vraagt van een tweetal buitenlandse vonnissen en in Aruba wil executeren. Daartoe heeft zij reeds beslag gelegd op een schip, de Felina, waarvan Felinacat stelt eigenaar te zijn. Reeds omdat de door ACIC te treffen executiemaatregelen zich (mogelijk) zouden kunnen richten op zaken die Felinacat betreffen, heeft zij belang bij de procedure tussen ACIC en [gedaagde]. Dat zij haar vorderingen ook in een zelfstandige procedure aanhangig kan maken, maakt dit niet anders.

3.8

Het Gerecht zal dan ook de gevorderde voeging en tussenkomst van Felinacat toestaan.

3.9

De beslissing over de proceskosten worden aangehouden tot de beslissing in de hoofdzaak.

3.10

In de hoofdzaak zal zowel ACIC als [gedaagde] in de gelegenheid worden gesteld een conclusie van antwoord te nemen op de eis in tussenkomst.

3.11

Partijen dienen er rekening mee te houden dat het Gerecht vervolgens een mondelinge behandeling zal bepalen.

4 DE UITSPRAAK:

Het Gerecht:

in het incident:

staat Felinacat toe in de hoofdzaak zich te voegen aan de zijde van [gedaagde] en tussen te komen,

houdt beslissing over de proceskosten in het incident aan;

in de hoofdzaak:

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 8 februari 2017 voor het nemen van een conclusie van antwoord op de eis in tussenkomst door ACIC en [gedaagde];

verstaat dat nadien in de hoofdzaak, met in achtneming van de positie van de tussenkomende partij voort geprocedeerd wordt in de stand waarin de zaak zich vóór het wijzen van het vonnis op het incident bevond en met inachtneming van de in de vorige alinea bedoeld proceshandelingen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 11 januari 2017 in aanwezigheid van de griffier.