Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:229

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
22-03-2017
Datum publicatie
04-04-2017
Zaaknummer
A.R.1499 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel. Terugvordering gedane investering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 22 maart 2017

Behorend bij A.R.1499 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

[A] en

[B]

wonende te Aruba,

eiseressen in conventie, gedaagden in reconventie,

hierna ook te noemen: [A en B] c.s.,

gemachtigde: de advocaat mr. R. Marchena,

tegen:

[C],

wonende te Aruba,

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

hierna ook te noemen: [C]

gemachtigden: de advocaten mrs. Chris Lejuez en P.A.J. van der Biezen.

1 DE PROCEDURE

in conventie en reconventie

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens van eis in reconventie;

- de conclusie van repliek in conventie, tevens van antwoord in reconventie;

- de conclusie van dupliek in conventie, tevens van repliek in reconventie;

- de akte uitlating producties in conventie, tevens de conclusie van dupliek in reconventie;

- de akte uitlating producties in reconventie;

- de rolbeschikking van 11 januari 2017;

- de aktes genomen door partijen op 8 februari 2017.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

in conventie en reconventie

2.1

Partijen kennen elkaar van kinds af aan.

2.2 [

C] is eigenaar van het bedrijf Click Print N.V.

2.3

In 2014 zijn partijen overeengekomen dat zij een grafisch offset bedrijf in Aruba zouden oprichten met de naam ‘”Mega Print’. De financiering zou plaatsvinden op basis van 50-50.

2.4 [

A en B] c.s. hebben op 25 april 2014 een bedrag ad USD 10.000,00 aan [C] betaald.

2.5

Op 22 mei 2014 hebben [A en B] c.s. een bedrag ad US 30.000,00 aan [C] betaald.

2.6

Het bedrijf ‘Mega Print’ is nimmer tot stand gekomen.

2.7

Op 3 februari 2015 stuurt [X] [A en B] [C] een whatsapp bericht met de volgende inhoud:

‘Ik begrijp dat je het druk hebt [C] maar ik moet duidelijkheid krijgen over de datum voor de teruggave van het geld want ik ben hier nieuwe verplichtingen aan het aangaan.’

2.9 [

C] reageert als volgt:

‘ik begrijp het maar ik heb al afspraken gemaakt die ik moet nakomen en daarom is het niet zo gemakkelijk om je te geven wat je wilt.’

2.10

Op 8 maart 2015 ontvangt [C] het volgende whatsapp-bericht van [A en B] c.s.:
‘hallo [C], denk eraan dat wij afgelopen woensdag toen wij elkaar ontmoetten, hebben afgesproken dat je mij een betalingsvoorstel zou doen of dat je mij vrijdag (al voorbij) daarover zou informeren, ik kan me voorstellen dat je het druk hebt , maar gelieve mij maandag te laten weten over wat wij hebben afgesproken om dit geval achter ons te laten.’

2.11

Op 9 maart 2015 bericht [C] [A en B] c.s. als volgt:

‘kijk het voorstel zou zijn maandelijks vanaf april aflossen wat ik kan, maar een deadline zetten en mij verbinden voor december is onmogelijk. Ik kan de stabiliteit van mijn bedrijf niet in risico brengen door haar cashflow te forceren. Ik verwacht in een a twee maanden het bedrijf te kunnen starten dat we hadden afgesproken (mega print) en waarvan jullie zich hebben terug getrokken, om meer inkomsten te hebben en alzo meer geld te kunnen betalen. Zoals ik al zei ben ik het meest geïnteresseerd om uit deze ongeplande en niet gezochte schuld te komen.’

2.12

Op 16 april 2015 bericht [C] [A en B] c.s. als volgt:

‘dankzij mijn slechte beslissing om iets met jullie te doen, zijn mijn operatieve kosten bijna USD 3.000,00 hoger geworden en het lijkt erop alsof jullie dat niet veel kan schelen, ik zit in een ruimte van 700 mts terwijl ik er maar 300 nodig heb. Zoals ik je laatstelijk al had verteld zal ik je maandelijks geven wat ik kan en als het bedrijf dat wij gepland hadden van start gaat en inkomsten genereert zal ik meer aflossen. Je vraagt mij om datums en ik kan je dat niet geven.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

in conventie

3.1 [

A en B] c.s. vorderen bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad veroordeling van [C] tot betaling van Afl. 91.628,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 juni 2015 tot de dag van voldoening, met veroordeling van [C] tot vergoeding van de proceskosten (waaronder de beslagkosten).

3.2 [

A en B] c.s. gronden de vordering erop dat partijen op 19 januari 2015 de samenwerkingsovereenkomst hebben beëindigd en dat [C] de tot dan toe door [A en B] c.s. geïnvesteerde bedragen dient terug betalen. [C] heeft dit ook herhaaldelijk toegezegd, doch zich niet gehouden aan zijn eigen toezeggingen.

3.3 [

C] voert hiertegen verweer, dat bij de beoordeling aan de orde komt.

in voorwaardelijke reconventie

3.4 [

C] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [A en B] c.s. te veroordelen tot betaling van een bedrag ad Afl. 164.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 november 2015 tot de dag der voldoening en met veroordeling van [A en B] c.s. in de kosten van conventie en reconventie.

3.5 [

C] legt aan deze vordering het volgende ten grondslag.

[C] heeft in verband met het met [A en B] c.s. op te richten bedrijf een ruimte gehuurd van 700m2, terwijl hij maar 300m2 nodig heeft. Hij betaalt hiervoor Afl. 5.500,00 per maand, terwijl dat voorheen Afl. 2.700,00 was. Vanaf 15 februari 2015 lijdt [C] maandelijks schade ad Afl. 2.800,00 en dat werd in 2016 en 2017 nog meer, omdat de huurprijs hoger werd.

4 DE BEOORDELING

In conventie

4.1

Ontdaan van alle franje heeft dit geschil betrekking op de vraag of [C] gehouden is de door [A en B] c.s. gedane investeringen volledig en ineens terug te betalen. Of dit het geval is hangt af van hetgeen partijen op dit punt met elkaar zijn overeengekomen.

4.2

Uit de hiervoor weergegeven whatsappberichten volgt dat partijen met elkaar gecommuniceerd hebben over de wens van [A en B] c.s. om de geïnvesteerde bedragen terug te krijgen. Concrete bedragen worden evenwel niet genoemd in deze berichten. Voorts volgt uit de hiervoor geciteerde whatsappberichten dat [A en B] c.s. aan de terugbetaling door [C] een deadline wensten te verbinden en dat [C] zich hier niet in kan vinden.

4.3

Op grond van deze whatsappberichten, afzonderlijk en in onderlinge samenhang beschouwende, is de conclusie niet gerechtvaardigd dat [C] contractueel gehouden is de door [A en B] c.s. gedane investeringen volledig en ineens terug te betalen. Andere stukken op grond waarvan kan worden afgeleid dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de essentialia van de (terugbetalings)overeenkomst (te weten de hoogte van het totaal terug te betalen bedrag, de wijze van terugbetaling, ineens of in termijnen, of er rente verschuldigd is etc etc) ontbreken eveneens. Dit heeft tot gevolg dat de vordering niet gebaseerd is op een gave overeenkomst. Nu er naar het oordeel van het gerecht evenmin sprake is van ongerechtvaardigde verrijking, onverschuldigde betaling cq onrechtmatige handelen of nalaten, ontbeert de vordering een juridische rechtsgrond.

4.4

Partijen zullen eerst concrete afspraken moeten maken of, en zo ja welk concreet bedrag en op welke wijze [C] de gedane investeringen aan [A en B] dient terug te betalen. In dat geval verdient het aanbeveling om de gemaakte afspraken op papier te zetten.

4.5

Uit het voorgaande volgt dat de vordering afgewezen wordt.

in voorwaardelijke reconventie

4. 6 De eis in reconventie is voorwaardelijk ingesteld. Uit de beslissing in conventie vloeit voort dat de voorwaarde niet is vervuld, zodat op de vordering in reconventie geen beslissing hoeft te worden gegeven.

in conventie en voorwaardelijke reconventie

4.7

Gelet op de uitkomst van dit geschil acht het gerecht termen aanwezig om de proceskosten te compenseren.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

in conventie

5.1

wijst het gevorderde af;

in voorwaardelijke reconventie

5.2

verstaat dat de vordering geen behandeling behoeft;

in conventie en voorwaardelijke reconventie

5.3

bepaalt dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 22 maart 2017 in aanwezigheid van de griffier.