Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:188

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
15-03-2017
Datum publicatie
20-03-2017
Zaaknummer
K.G. no. 307 van 2017
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Civiel. Kort Geding. Huurder heeft geen verrekeningsbevoegdheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 15 maart 2017

Behorend bij K.G. no. 307 van 2017

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS IN KORT GEDING

tussen:

Eiseres,

wonende in Aruba,

hierna ook te noemen: eiseres,

gemachtigde: de advocaat mr. H.F. Falconi,

tegen:

Gedaagde,

wonende in Aruba, [adres], appartement,

hierna ook te noemen: gedaagde,

procederend in persoon.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, ingediend op 16 februari 2017;

- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 28 februari 2017, waaruit blijkt dat zijn verschenen eiseres in persoon bijgestaan door haar gemachtigde en gedaagde in persoon.

1.2

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Partijen zijn op 1 oktober 2016 een huurovereenkomst aangegaan waarbij gedaagde van eiseres het appartement te [adres] huurt tegen een huurprijs van Afl. 850,- per maand. Tevens zijn partijen overeengekomen dat het voorschot op de utiliteitskosten Afl. 153,65 per maand bedraagt (cable Afl. 40,-, water Afl. 13,65 en elektra Afl. 100,-).

2.2

Artikel 1 van de huurovereenkomst bepaalt: ‘De huurprijs moet zonder enig korting of compensatie worden voldaan door huurder aan mevr. Eiseres, te [adres], East Oranjestad’.

2.3

Artikel 10 van de huurovereenkomst bepaalt: ‘Huurder (bewoner) dient voor eigen rekening zijn eigen inboedel te verzekeren tegen die gevaren die hij van belang acht. Verhuurder zal op geen enkele wijzen hoegenaamd aansprakelijk gesteld kunnen worden voor schaden door diefstal of anderszins welke zijn ontstaan of hebben plaats gevonden in het onroerend goed’.

2.4

Op 20 november 2016 heeft het heftig geregend. Bij brief van 8 december 2016 heeft gedaagde eiseres aansprakelijk gesteld voor de door hem daardoor geleden schade ten bedrage van Afl. 6.700,-.

2.5

Gedaagde heeft over de maand december, een gedeelte van januari en februari de huur niet meer correct betaald en heeft sinds 1 oktober 2016 de utiliteitskosten niet betaald.

2.6

Eiseres heeft bij brief van 2 februari 2017 gedaagde gesommeerd de huurachterstand (inclusief utiliteitskosten) ten bedrage van Afl. 3.878,56 te betalen en het gehuurde te ontruimen.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Eiseres vordert - uitvoerbaar bij voorraad – gedaagde te veroordelen het gehuurde binnen twee dagen te ontruimen op straffe van een dwangsom, met toestemming aan eiseres deze zelf te bewerkstelligen, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.

3.2

Eiseres grondt de vordering erop dat gedaagde toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de uit de huurovereenkomst voortvloeiende betalingsverplichting.

3.3

Gedaagde erkent de huurachterstand maar beroept zich op verrekening.

4 DE BEOORDELING

4.1

Kern van het geschil betreft de vraag of de verzochte ontruiming, vooruitlopende op het oordeel van de bodemrechter, kan worden toegewezen.

4.3

Gedaagde is niet bevoegd de door hem gestelde schade te verrekenen met de verschuldigde huur. Artikelen 1 en 10 van de huurovereenkomst sluiten enige korting, compensatie of aansprakelijkheid uit. Gedaagde heeft nagelaten de huurprijs inclusief de utiliteitskosten correct te voldoen hetgeen tot gevolg heeft dat de verzochte ontruiming toegewezen kan worden, nu met voldoende mate van zekerheid geoordeeld kan worden dat de bodemrechter de huurovereenkomst bij deze huurachterstand zal ontbinden.

4.4

Voor het opleggen van een dwangsom ziet het gerecht geen aanleiding, nu eiseres zelf de ontruiming met behulp van de deurwaarder kan doen bewerkstelligen. De gevorderde dwangsom wordt om die reden afgewezen.

4.5

Uit het eerste lid van artikel 556 Rv. volgt dat eiseres de ontruiming niet zelf ter hand mag nemen, en dat gedwongen ontruiming het exclusieve terrein is van de deurwaarder. Eiseres heeft voldoende aan dit vonnis om de deurwaarder te mogen inschakelen als gedaagde niet vrijwillig tot nakoming van de uit dit vonnis voortvloeiende verplichting tot ontruiming overgaat. In het licht daarvan heeft eiseres dus geen machtiging nodig om de ontruiming zelf te doen bewerkstelligen. Voorwaarde is dat het ontruimingsvonnis door de deurwaarder aan gedaagde wordt betekend, en dat aan gedaagde overeenkomstig het bepaalde in artikel 555 Rv. bevel wordt gedaan om binnen drie dagen te ontruimen. De deurwaarder op zijn beurt behoeft geen rechterlijke machtiging om bevoegd te zijn de hulp van de sterke arm van politie en justitie in te roepen indien gedaagde medewerking aan de ontruiming weigert. Die bevoegdheid ontleent de deurwaarder immers rechtstreeks aan artikel 557 Rv., waarin artikel 444 Rv. van overeenkomstige toepassing wordt verklaard. Voorziet de deurwaarder problemen, dan kan hij op voet van (strekking en geest van) de Algemene Politieverordening – zonder dat daartoe rechterlijke machtiging nodig is – bijstand van de politie inroepen. In het licht van voorgaande heeft eiseres geen belang bij de verzochte machtiging. Het gerecht zal de ontruimingstermijn bepalen op vier weken.

4.6

Als de in het ongelijk te stellen partij zal gedaagde de proceskosten van eiseres moeten vergoeden.

5 DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- veroordeelt gedaagde om binnen vier (4) weken na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken tenzij deze zaken van eiseres zijn, en de sleutels af te geven aan eiseres;

- veroordeelt gedaagde in de kosten van deze procedure, aan de zijde van eiseres begroot op Afl. 450,- aan griffierecht, Afl. 230,25 aan explootkosten en Afl. 1.000,- aan salaris van de gemachtigde;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af;

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 15 maart 2017 in aanwezigheid van de griffier.