Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:185

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
15-03-2017
Datum publicatie
20-03-2017
Zaaknummer
A.R. 2516 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel. Executiegeschil. Geen misbruik van recht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 15 maart 2017

Behorend bij A.R. 2516 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

[Eiser],

te Aruba,

hierna ook te noemen: [eiser],

gemachtigde: de advocaat mr. D.C.A. Crouch,

tegen:

de naamloze vennootschap

ARUBA BANK N.V,

te Aruba,

hierna ook te noemen: Aruba Bank,

gemachtigde: de advocaat mr. J.L. Peterson.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1 [

[eiser] is tekortgeschoten in de nakoming van de uit een overeenkomst van geldlening met Aruba Bank voortvloeiende betalingsverplichting.

2.2

Aruba Bank heeft de overeenkomst opgezegd en haar op de onroerende zaak, een recht van erfpacht met daarop gebouwde opstal aan de [perceel nummer] (verder: de zaak), rustende hypotheekrecht geëxecuteerd. Een openbare verkoop in 2014 is op verzoek van [eiser] afgeblazen.

2.3

Bij gelegenheid van een kort gedingbehandeling op 27 mei 2015 zijn partijen (een tweede keer) overeengekomen dat de zaak niet zou worden geveild, [eiser] de kosten van de aangekondigde veiling zou betalen en Afl. 10.000, per maand op de openstaande schuld zou aflossen. Daarnaast spraken partijen af dat als herfinanciering van de lening niet uiterlijk 20 juli 2015 zou plaatsvinden, het Aruba Bank vrij zou staan om de zaak op de veiling van 27 augustus 2015 (openbaar) te koop aan te bieden.

2.4

De lening is niet geherfinancierd. De zaak is op de openbare executieveiling van 27 augustus 2015 geveild voor de som van Afl. 750.100,. De ‘inzetprijs’1 bedroeg Afl. 733.050,.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 [

[eiser] vordert verklaring voor recht dat Aruba Bank onzorgvuldig en daardoor onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van Aruba Bank tot betaling van schadevergoeding, nader op te maken bij staat, met veroordeling van Aruba Bank tot vergoeding van de proceskosten.

3.2 [

[eiser] grondt de vordering erop dat Aruba Bank de inzetprijs op de veiling te laag was.

3.3

Aruba Bank voert hiertegen verweer, met vordering tot veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het gerecht stelt voorop dat [eiser] zich niet verzet tegen de opzegging van de overeenkomst van geldlening, noch tegen de openbare verkoop op zich. Dat volgt uit de conclusie van repliek onder 4 en 24 en de (niet ontbonden of vernietigde) vaststellingsovereenkomst ter gelegenheid van het kort geding van 27 mei 2015.

4.2

Waar het op neerkomt is dat [eiser] Aruba Bank verwijt dat zij ter gelegenheid van een eerdere, op verzoek van [eiser] afgeblazen, executieveiling van 12 juni 2014 de inzetprijs heeft bepaald op Afl. 1.150.000, en die ter gelegenheid van de executie van 27 mei 2015 heeft verlaagd naar Afl. 733.050, terwijl volgens door [eiser] ingeschakelde taxateurs de executiewaarde op rond de Afl. 1.400.000, lag en Aruba Bank dat wist.

4.3

Het gerecht stelt voorop dat een lage inzetprijs, zoals die in de advertentie van de openbare veiling gepubliceerd wordt, niet automatisch meebrengt dat de opbrengst op de openbare verkoop zelf dus zodanig laag is, dat Aruba Bank onzorgvuldig jegens [eiser] heeft gehandeld door van die inzetprijs als startprijs voor het opbieden uit te gaan. Door [eiser] is onvoldoende toegelicht waarom, als het juist is dat de executiewaarde van de zaak rond de Afl. 1,4 miljoen ligt, de zaak op een openbare veiling, die overigens aan alle voorwaarden voldoet, toch is afgemijnd op Afl. 750.100, en dat aan Aruba Bank toerekenbaar is. Met het opperen van mogelijkheden (misschien) in de conclusie van repliek onder 20 voldoet [eiser] niet aan zijn stelplicht.
Aan het voorgaande doet niet af dat volgens de door [eiser] geraadpleegde taxateurs de executiewaarde rond de Afl. 1,4 miljoen ligt terwijl overigens de door Aruba Bank aangezochte taxateurs de executiewaarde rond de Afl. 840.000, tot Afl. 920.000, schatten. Het gerecht kan tot geen andere conclusie komen dan dat de zaak kennelijk geen hogere executiewaarde had dan waarvoor die op een openbare veiling is verkocht.

4.4

Gegeven de omstandigheid dat de eerste openbare verkoop al was aangekondigd voor juni 2014 snijdt de stelling, dat [eiser] geen gelegenheid is geboden de zaak zelf onderhands te verkopen geen hout.
De stelling onder 30 van de conclusie van repliek, dat Aruba Bank een andere zekerheid had moeten uitwinnen verdraagt zich niet met het onder 4.1 aangehaalde uitgangspunt van [eiser]. Aan die stelling wordt daarom voorbijgegaan terwijl overigens niet voldoende gemotiveerd gesteld is dat uitwinning van andere zekerheden verkoop van de zaak overbodig had gemaakt.

4.5

Daarop stuit de vordering af. De overige stellingen en verweren hoeven niet meer te worden besproken.

4.6

Als de in het ongelijk te stellen partij zal [eiser] de proceskosten van Aruba Bank moeten vergoeden.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

wijst het gevorderde af;

veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Aruba Bank worden begroot op Afl. 2.500, aan salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 15 maart 2017 in aanwezigheid van de griffier.

1 Daarmee wordt door partijen kennelijk bedoeld het bedrag waarmee de biedingen moeten beginnen (minimum inzet) en niet het hoogste bedrag na opbod (vgl.: https://veilingnotaris.nl/kennisbank/kopen_op_een_veiling )