Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:174

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
14-03-2017
Datum publicatie
20-03-2017
Zaaknummer
EJ nr. 2473 van 2016
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

personen- en familierecht, partneralimentatie afgewezen, geen sprake van wijziging van omstandigheden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 14 maart 2017

behorend bij EJ nr. 2473 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de alimentatiezaak tussen

[naam man] ,

wonende in Aruba,

VERZOEKER, hierna: de man,

gemachtigde: de advocaat mr. G.L. Griffith,

en

[naam vrouw],

wonende in Nederland,

VERWEERSTER, hierna te noemen de vrouw,

gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce.

1 DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, ingediend op 4 oktober 2016;

  • -

    de producties van de vrouw, ingediend op 26 januari 2017;

  • -

    het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek van de vrouw, ingediend op 31 januari 2017;

  • -

    de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 31 januari 2017, waaruit blijkt dat zijn verschenen de man in persoon bijgestaan door zijn gemachtigde en de vrouw bij haar gemachtigde voornoemd.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

Partijen zijn op 1 december 1948 in Aruba met elkaar gehuwd.

2.2

Bij beschikking van 8 november 2010 (EJ-925/10), welke later bij beschikking van 14 december 2010 is hersteld, is het huwelijk tussen partijen ontbonden. Verder is bepaald dat de man met Afl. 1.000,- per maand dient bij te dragen in het levensonderhoud van de vrouw.

3 HET VERZOEK

3.1

Het verzoek van de man strekt tot wijziging van bovengenoemde beschikking van 8 november 2010, welke later bij beschikking van 14 december 2010 is hersteld, in die zin dat het door de man te betalen bedrag aan partneralimentatie zal worden verlaagd tot nihil per maand ingaande 4 oktober 2010. Daartoe wordt aangevoerd dat hij niet langer draagkrachtig is en de man meent dat de vrouw niet behoeftig is.

3.2

Het tegenverzoek van de vrouw strekt tot om de man te veroordelen om aan haar te betalen een bedrag van Afl. 393.752,80 uit hoofde van niet uitgekeerd pensioendeel te vermeerderen met incassokosten en wettelijke rente vanaf 11 juli 1984, alsmede tot betaling van 1.800,- aan huur van de ouderlijke woning te vermeerderen met incassokosten en wettelijke rente en om de man opdracht te geven om mee te werken aan de overdracht van de ouderlijke woning te [adres].

4 DE BEOORDELING

4.1

In de aard van de procedure ziet het gerecht aanleiding om het tegenverzoek van de vrouw af te wijzen wegens gebrek aan samenhang met deze procedure.

4.2

Het verzoek van de man is gebaseerd op artikel 1:401 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW). Ingevolge die bepaling kan een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud, bij latere uitspraak worden gewijzigd of ingetrokken, indien zij nadien door wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen of indien zij van de aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven heeft beantwoord, doordat bij die uitspraak van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

4.3

Tussen partijen is in geschil of er gronden zijn om de overeengekomen onderhoudsbijdrage ten behoeve van de vrouw te wijzigen, omdat sprake is van een zodanige wijziging van omstandigheden dat de man naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet langer aan de overeenkomst kan worden gehouden.

Het gerecht overweegt in dit kader dat uitsluitend sprake kan zijn van een herbeoordeling van de behoefte en/of draagkracht van partijen indien sprake is van een wijziging van omstandigheden ten opzichte van de tussen partijen geldende alimentatieverplichting.

4.4

De man meent dat hij kan aantonen dat zijn inkomen in relevante mate is verminderd en zijn kosten zijn vermeerderd door omstandigheden buiten zijn toedoen waarbij hij wijziging van het overeengekomen bedrag kan verzoeken.

Hij voert aan dat zijn totale inkomen is Afl. 5.523,35 per maand. De man voert aan een aantal wijzigingen van omstandigheden namelijk: eigen normbedrag voor levensonderhoud Afl. 1.400,- per maand, Afl. 1.400,- per maand aan normbedrag voor levensonderhoud van zijn echtgenote, kosten voor studiebijdrage aan studerende dochter in Costa Rica Afl. 700,- per maand, kosten voor gehoorapparaat Afl. 50,- per maand, brilkosten Afl. 104,17 per maand, kosten voor reparatie en onderhoud van woning Afl. 583,33 per maand, kosten voor belasting Afl. 320,50 per maand. Volgens de man resteert een bedrag van Afl. 965,35 per maand.

4.5

De vrouw betwist deze stelling van de man en acht deze onduidelijk. Volgens haar valt niet in te zien waarom hij moet studiebijdrage betalen aan zijn 26-jarige stiefdochter en stelt dat hij voldoende draagkrachtig is.

4.6

Het gerecht is van oordeel dat het betalen van de kosten van de meerderjarige studerende stiefdochter niet kan worden aangemerkt als een relevante wijziging van omstandigheden. Ook de kosten van Afl. 1.400,- per maand voor de echtgenote kan niet voor rekening komen voor de man. Immers woont hij samen met zijn echtgenote waarbij de huishoudelijk kosten in redelijkheid in hun tweeën worden verdeeld en niet is gesteld waarop die echtgenote niet in haar eigen levensonderhoud kan voorzien. De door hem opgevoerde kosten kunnen niet worden aangemerkt als bijzondere kosten die een wijziging van omstandigheden kunnen rechtvaardigen.

4.7

Het gerecht is dan van oordeel dat geen sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden die meebrengt dat de te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw niet langer aan de wettelijke maatstaven voldoen. Het gerecht zal het verzoek van de man afwijzen.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

wijst het verzoek af.

Wijst het tegenverzoek af.

Aldus gegeven door mr. P.A.H. Lemaire, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 14 maart 2017 in aanwezigheid van de griffier.