Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:173

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
14-03-2017
Datum publicatie
17-03-2017
Zaaknummer
EJ nr. 1625 van 2016
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

personen- en familierecht, eenhoofdig gezag afgewezen, geografische afstand

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 14 maart 2017

Behorend bij EJ nr. 1625 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van

[naam moeder] ,

wonende in Aruba,

VERZOEKSTER, hierna de moeder,

gemachtigde: de advocaat mr. A.F.J. Caster,

tegen

[naam vader] ,

wonende in Nederland,

VERWEERDER, hierna de vader,

gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn.

Belanghebbende:

[naam minderjarige], de minderjarige.

1 DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, ingediend op 6 juli 2016,

  • -

    het verweerschrift, ingediend op 25 oktober 2016,

  • -

    de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 31 januari 2017, waaruit blijkt dat de moeder in persoon bijgestaan door haar gemachtigde en de vader bij zijn gemachtigde voornoemd zijn verschenen. Namens de Voogdijraad was aanwezig mevrouw A. Flanders.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

De minderjarige voornoemd is op [geboortedatum] in Nederland uit de moeder geboren. Zij is op 3 februari 2009 door de vader erkend.

2.2

De moeder en de vader oefenen het gezag over de minderjarige uit.

2.3

Bij beschikking van 31 augustus 2011 (zaaknummer 200.081.931/01) heeft het Gerechtshof ’s-Gravenhage bepaald dat de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding ten behoeve van de minderjarige op €40,- per maand ingaande 23 oktober 2010.

3 HET VERZOEK

3.1

Het verzoek strekt tot wijziging van het gezag, in die zin dat de moeder alleen met het gezag over de minderjarige wordt belast en de vader te beoordelen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige op Afl. 400,- per maand.

3.2

De vader heeft als tegenverzoek het gerecht verzocht om een nader tussen partijen overeen te komen omgangsregeling tussen hem de minderjarigen te treffen.

4 DE BEOORDELING

Gezag

4.1

Het verzoek, dat strekt tot wijziging van het gezag in die zin dat moeder voortaan alleen met het gezag over de minderjarige[n] wordt belast, is gebaseerd op artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW). Ingevolge dit artikel kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de desbetreffende beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Het moet hierbij gaan om een zodanige verandering van de situatie, dat het niet langer in het belang van het kind is de bestaande gezagsuitoefening te handhaven. Alsdan bepaalt de rechter, aan wie van de ouders voortaan het gezag over ieder der minderjarige kinderen toekomt. Beslissend zal zijn wiens gezag over het kind de rechter het meeste in het belang van het kind oordeelt.

4.2

Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans tenminste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen, zodanig dat het kind niet klem of verloren raakt tussen de ouders. Een en ander vereist een minimaal vermogen tot positieve communicatie tussen de ouders.

4.3

De moeder stelt dat het in het belang van de minderjarige is dat zij alleen met het gezag over haar wordt belast. Nu partijen communicatieproblemen hebben die door de huidige geografische afstand tussen hen nog eens worden vergroot, wil de moeder zonder obstakels zaken voor de minderjarige kunnen regelen.

4.4

De vader heeft verklaard dat de communicatie tussen partijen naar zijn mening goed verloopt. Hij merkt op dat er geen gronden bestaan voor wijziging van omstandigheden. Gezien de geografische afstand, is hij ook altijd bereikbaar per telefoon, computer, e-mail of skype/facetime. Volgens de vader kan er rekening worden gehouden met de geografische afstand. Hij betwist dat hij niet betrokken zou zijn bij de minderjarige. Hij neemt contact op met de minderjarige regelmatig via oma en opa v/z. Hij wil deel uit maken van het leven van de minderjarige en meent dat een gezagswijziging niet in haar belang is.

4.5

Namens de Voogdijraad is ter terechtzitting verklaard dat eenhoofdig gezag voor de moeder weliswaar praktisch is, maar er bestaat communicatie tussen de ouders. De gebrekkige communicatie en de afstand tussen de verblijfplaats van de vader en de minderjarige acht de Voogdijraad geen reden voor eenhoofdig gezag.

4.6

Het gerecht oordeelt als volgt.

Mede bezien in het licht van hetgeen de vader daaromtrent heeft gesteld, heeft de moeder niet aannemelijk gemaakt dat de communicatieproblemen tussen de ouders en de door de moeder gestelde praktische problemen van dien aard en omvang zijn, dat het belang van de minderjarige vergt dat de moeder het eenhoofdig gezag verkrijgt. De ouders moeten in staat worden geacht, rekening houdende met het feit dat de vader en de moeder (met de minderjarige) op grote afstand van elkaar wonen, gezamenlijk beslissingen van enig substantieel belang over de minderjarige te kunnen nemen.

Gelet hierop acht het gerecht beide ouders geschikt en in staat de minderjarige naar behoren te verzorgen en op te voeden. Voorts worden de ouders in staat geacht om zodanig met elkaar te communiceren dat zij tot onderlinge afspraken kunnen komen over de situaties die zich rond de minderjarige kunnen voordoen. Van partijen mag verwacht worden dat zij zich daarvoor zullen inzetten en het gerecht acht hen daartoe in staat.

Het gerecht zal het verzoek van de moeder om alleen te worden belast met het gezag over de minderjarige dan ook afwijzen.

Omgangsregeling

4.7

De vader heeft verzocht om een omgangsregeling vast te stellen een keer per jaar in Aruba danwel in Nederland voor een periode van vier weken. De moeder heeft dit verzoek onvoldoende bestreden.

Het gerecht is van oordeel dat contact tussen de minderjarige en de vader het belangrijkste is. Tevens is het gerecht van oordeel dat de verzochte omgangsregeling niet in strijd is met de belangen van de minderjarige. Gelet op het voorgaande zal het gerecht het verzoek van de vader toewijzen.

Kinderalimentatie

4.8

Het verzoek is gebaseerd op artikel 1:401 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW). Ingevolge die bepaling kan een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud, bij latere uitspraak worden gewijzigd of ingetrokken, indien zij nadien door wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen of indien zij van de aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven heeft beantwoord, doordat bij die uitspraak van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

4.9

Op grond van artikel 1:401 lid 1 BW kan een rechterlijke uitspraak of een overeenkomst betreffende levensonderhoud bij latere rechterlijke uitspraak worden gewijzigd of ingetrokken, wanneer zij nadien door een wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen.

4.10

De moeder stelt dat er sprake is van wijziging van omstandigheden omdat zij en de minderjarige niet langer in Nederland wonen.

4.11

De vader stelt dat geen sprake is van een wijziging van omstandigheden die maakt dat de beschikking van 31 augustus 2011 (zaaknummer 200.081.931/01) niet langer aan de wettelijke maatstaven voldoet, althans de moeder heeft de door haar gestelde wijziging niet aangetoond.

4.12

Naar het oordeel van het gerecht is er wel sprake van een wijziging van omstandigheden die een wijziging van de bij beschikking van 31 augustus 2011 vastgestelde kinderalimentatie, rechtvaardigt. Het gerecht houdt rekening mee dat de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige in Nederland en Aruba kunnen verschillen, met name school en dergelijke. Het gerecht volgt de moeder in haar betoog dat er sprake is van relevante wijziging van omstandigheden die tot een herbeoordeling van de behoefte van de minderjarige en de draagkracht van partijen noopt.

4.13

Het gerecht zal partijen in de gelegenheid stellen om met stukken te onderbouwen

één week voor de zitting een overzicht van de behoeften van de minderjarige en een overzicht van hun inkomsten en uitgaven onderbouwd met de volgende stukken bij het gerecht in te dienen en aan de wederpartij te doen toekomen: bewijsstukken van de kosten van de minderjarige, bewijsstukken van de inkomsten (van een werknemer: de loonopgaven en/of uitkeringsspecificaties over de laatste zes maanden of van een zelfstandige: de laatste drie vastgestelde jaarrekeningen en over de tijd daarna de voorlopige cijfers, ook tussentijdse), bewijsstukken van de woonlasten, bewijsstukken van de eventuele schulden op opgave van de restantschulden en restantlooptijd, alsmede opgave wanneer en waarvoor de schuld is aangegaan, bewijsstukken van eventuele andere bijzondere kosten.

4.14

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

Wijst af het verzoek tot wijziging van het gezag.

bepaalt de omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige als volgt:

- een keer per jaar, in de grote vakantie, 4 weken aaneengesloten in Nederland danwel in Aruba,

bepaalt dat de behandeling omtrent de kinderalimentatie zal worden voortgezet op dinsdag 25 april 2017 om 9.45 uur,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.A.H. Lemaire, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 14 maart 2017 in aanwezigheid van de griffier.