Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:166

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
14-03-2017
Datum publicatie
17-03-2017
Zaaknummer
EJ nr. 2498 van 2015
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Civiel - EJ - omgangsregeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 14 maart 2017

Behorend bij EJ nr. 2498 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van:

[de vader] ,

wonende in Aruba,

VERZOEKER, hierna de vader,

gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn,

tegen

[de moeder],

wonende in Aruba,

VERWEERSTER, hierna: de moeder,

gemachtigde: de advocaat mr. E.M.J. Cafarzuza.

Belanghebbende:

[de minderjarige], de minderjarige.

1 DE PROCEDURE

Het eerdere verloop van de procedure blijkt onder andere uit de tussenbeschikking van dit gerecht van 11 oktober 2016, waarbij een bedrag aan kinderalimentatie is bepaald en de partijen gezamenlijk zijn belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- de brief d.d. 19 september 2016, waarbij is verzocht om een voortzetting van de behandeling ten aanzien van de omgangsregeling;

- de griffiersaantekeningen van de voortzetting van de mondelinge behandeling op 6 december 2016, waaruit blijkt dat partijen bijgestaan door hun gemachtigden zijn verschenen en dat namens de Voogdijraad aanwezig was mevrouw G. Hoogvliets;

De uitspraak is hierna nader bepaald op heden.

2 DE VERDERE BEOORDELING

De omgangsregeling

2.1

Ingevolge artikel 377h van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA) kan de rechter in eerste aanleg in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de omgang tussen het kind en de ouder bij wie het kind zijn gewone verblijfplaats niet heeft.

2.2

De vader heeft verzocht om de omgangsregeling te bepalen conform zijn op 30 augustus 2016 ingediend verzoek. De moeder voert verweer en stelt zich op het standpunt dat de vader zich niet aan de afspraken houdt, dat zij de vader niet vertrouwt, dat zij bang is dat de vader de minderjarige naar Nederland meeneemt en niet meer terugbrengt en dat de minderjarige moet wennen aan de vader. Ook wil de moeder niet dat de minderjarige bij de vader blijft slapen omdat de vader veel uitgaat.

2.3

Uitgangspunt bij de bepaling van een omgangsregeling is dat er regelmatig contact dient te zijn tussen de ouder en de minderjarige bij wie het kind zijn hoofdverblijf niet heeft, tenzij dit in strijd is met het belang van het kind. Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting acht het gerecht een contact tussen de minderjarige en vader niet strijdig met het belang van de minderjarige. Noch aan de zijde van de vader noch aan de zijde van de minderjarige is gebleken van contra-indicaties die aan de omgang in de weg staan. De moeder dient zich te realiseren dat een goed contact tussen vader en zijn zoon van wezenlijk belang is voor de minderjarige. Uit hetgeen ter zitting is besproken, en rekening houdende met de leeftijd van de minderjarige, is het gerecht van oordeel dat onderstaande omgangsregeling het meest in het belang van de minderjarige is.

2.4

Het gerecht ziet aanleiding om, gelet op de voormalige relatie tussen partijen en de aard van het verzoek, de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

3 DE BESLISSING

Het gerecht:

bepaalt de omgangsregeling tussen de vader [de vader] en de minderjarige [de minderjarige], geboren op [datum] 2013 in Aruba, als volgt:

- om het weekeinde vanaf vrijdagmiddag 16.00 uur tot en met zondag om 19.00 uur,

- drie keer in de week van 16.00 uur tot 19.00 uur,

- de helft van alle schoolvakanties, zijnde de zomervakantie, paasvakantie en herfstvakantie, nader tussen partijen overeen te komen,

- de helft van de kerstvakantie, om het jaar de eerste helft, dan de tweede helft, zodanig dat de vader om het jaar de minderjarige met kerst of oud- en nieuw bij zich heeft,

indien de vader naar Nederland vertrekt:

- de helft van de zomervakantie,

- om het jaar de kerstvakantie;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de kosten, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag, 14 maart 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.