Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:160

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
08-03-2017
Datum publicatie
10-03-2017
Zaaknummer
BB 1146 van 2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel. Incasso Setar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 8 maart 2017

Behorend bij BB 1146 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

SERVICIO DI TELECOMUNICACION DI ARUBA (SETAR) N.V.,

gevestigd te Aruba,

eiseres, hierna ook te noemen: Setar,

gemachtigde: de advocaat mr. Z.T.M. Arendsz-Marchena,

tegen:

[gedaagde],

wonende te Aruba,

gedaagde, hierna ook te noemen: [Gedaagde],

procederend in persoon.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- akte niet dienen aan de zijde van [Gedaagde].

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Tussen partijen bestond een overeenkomst op grond waarvan Setar tegen betaling telefonie- en dataverkeer leverde aan [Gedaagde] cq haar voormalige partner.

2.2

Op 25 april 2016 heeft Setar [Gedaagde] gemaand om een bedrag ad Afl. 570,87 vermeerderd met 15% incassokosten te betalen binnen 2 dagen na dagtekening.

2.3

Op 25 mei 2016 heeft Setar het onderhavige verzoekschrift ingediend.

2.4

Op 27 juni 2016 heeft [Gedaagde] de hoofdsom ad Afl. 610,78 betaald.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Setar vordert - na wijziging van eis - [Gedaagde] te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente, incasso- en proceskosten.

3.2

[Gedaagde] voert hiertegen verweer, dat bij de beoordeling aan de orde komt.

4 DE BEOORDELING

4.1

Aan de orde is de vraag of [Gedaagde] tevens de bijkomende kosten verschuldigd is, nu zij de hoofdsom heeft voldaan na indiening van het verzoekschrift.

4.2

[Gedaagde] heeft gesteld dat zij de sommatie gedateerd op 25 april 2016 eerst begin juni 2016 heeft ontvangen. Dit heeft Setar niet weersproken, zodat van de juistheid van deze stelling moet worden uitgegaan. Het is een feit van algemene bekendheid dat de Arubaanse postbezorging aanmerkelijk langer duurt dan in Nederland en ook minder betrouwbaar is. In het licht hiervan acht het gerecht een termijn van twee dagen na dagtekening om te voldoen, onredelijk kort. Setar heeft echter eerst op 25 mei 2016 het onderhavige verzoek ingediend, derhalve een maand na dagtekening. Deze informeel gegunde termijn acht het gerecht daarentegen niet onredelijk. Nu [Gedaagde] na ontvangst van de sommatie begin juni 2016 met betalen heeft gewacht tot 27 juni 2016, is het gerecht van oordeel dat de proceskosten voor haar rekening en risico komen. Deze bestaan in casu uit het griffierecht en het salaris gemachtigde. De betekeningskosten zijn onbekend, aangezien het betekeningsexploot niet in het dossier is aangetroffen.

4.3

Ten aanzien van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten wordt als volgt overwogen. Op grond van hoofdstuk III van het Procesreglement 2016 worden buitengerechtelijke incassokosten toegewezen tot 1,5 punt van het liquidatietarief, mits voldoende gesteld en gebleken is dat deze daadwerkelijk en in redelijkheid zijn gemaakt. Setar heeft slechts twee sommaties overgelegd en zich voor het overige uitsluitend in algemene bewoordingen uitgelaten over de vermeende incassowerkzaamheden. Deze onderbouwing is onvoldoende feitelijk en rechtvaardigt toewijzing niet.

4.4

De wettelijke rente is toewijsbaar over de hoofdsom vanaf 25 mei 2016 tot de dag der voldoening.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

5.1.

veroordeelt [Gedaagde] te betalen de wettelijke rente over een hoofdsom va Afl. 610.78 vanaf 25 mei 2016 tot de dag der voldoening;

5.2

veroordeelt [Gedaagde] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Setar begroot op Afl. 100,00 griffierrecht en Afl. 200,00 voor salaris gemachtigde.

5.3

wijst het meer of anders gevorderde af;

5.4

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 8 maart 2017 in aanwezigheid van de griffier.