Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:147

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
07-03-2017
Datum publicatie
09-03-2017
Zaaknummer
EJ. nr. 2255 van 2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Civiel - EJ - tijdelijke voogdij ex artikel 1:253 r en 1 Burgerlijke Wetboek van Aruba

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 7 maart 2017

Behorend bij EJ. nr. 2255 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op verzoek van:

DE VOOGDIJRAAD,

kantoorhoudend in Aruba,

VERZOEKER,

vertegenwoordigd,

Belanghebbenden:

[de moeder], de moeder,

[de minderjarige], de minderjarige,

[de oom], de oom, tevens voorgestelde voogd.

1 DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met producties, ingediend op 14 september 2016;

  • -

    de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren van 25 oktober 2016, waaruit blijkt dat de officier van justitie mr. Y. Pronk, de moeder in persoon en de voorgestelde voogd in persoon zijn verschenen. Namens de Voogdijraad waren aanwezig mevrouw A. Flanders en mevrouw V. Kelly;

  • -

    de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 7 februari 2017, waaruit blijkt dat de moeder in persoon en de voorgestelde voogd in persoon zijn verschenen. Namens de Voogdijraad waren aanwezig mevrouw A. Flanders en mevrouw V. Kelly.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

Van de op [geboortedatum] 2010 in Aruba geboren minderjarige, staat alleen het moederschap vast, zodat de moeder van rechtswege het ouderlijk gezag over hem alleen uitoefent.

2.2

Op 8 augustus 2016 heeft het openbaar ministerie de minderjarige aan het gezag van de moeder onttrokken en voorlopig aan de Voogdijraad toevertrouwd.

2.3

Bij beschikking van dit gerecht van 6 december 2016 (EJ-1953/16) is de minderjarige tot 6 maart 2017 toevertrouwd aan de Voogdijraad en is de moeder geschorst uit het gezag.

3 HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot het belasten van de oom met de tijdelijke voogdij over de minderjarige. Ter onderbouwing van dit verzoek is aangevoerd dat de moeder sinds 1 september 2016 is opgenomen in het afkickcentrum Centro Colorado en dat zij gedurende de afkickperiode niet in staat zal zijn het gezag uit te oefenen.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het verzoek is kennelijk gegrond op artikel 1:253r juncto artikel 1:253q van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA). Ingevolge voornoemde artikelen is - voor zover hier van belang - het gezag dat aan een ouder toekomt geschorst gedurende de tijd waarin de ouder al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen. In dat geval, benoemt de rechter een voogd.

4.2

Gebleken is dat de moeder sinds 1 september 2016 in Centro Colorado is opgenomen. Zolang de moeder in Centro Colorado is opgenomen, verkeert de moeder in de onmogelijkheid het gezag over de minderjarige uit te oefenen. Op grond van artikel 1:253r lid 2 BW is het gezag dat aan de moeder toekomt, gedurende de tijd waarin zij in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen, geschorst. In het gezag over de minderjarige dient dan ook te worden voorzien.

4.3

De Voogdijraad heeft ter zitting geadviseerd de oom moederszijde als voogd over de minderjarige te benoemen. De oom moederszijde heeft zich bereid verklaard om de tijdelijke voogdij op zich te nemen. Nu het belang van de minderjarige zich hiertegen niet verzet en overigens van bezwaren daartegen niet zijn gebleken, is het gerecht van oordeel dat de oom moederszijde als voogd over de minderjarige dient te worden benoemd.

5 DE BESLISSING:

Het gerecht:

verstaat dat het ouderlijk gezag over de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 in Aruba, dat aan de moeder, [de moeder] toekomt, is geschorst gedurende de tijd dat de moeder in Centro Colorado is opgenomen;

benoemt [de oom], geboren op [geboortedatum] 1961 in Curaçao, tot voogd over de minderjarige.

Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van dinsdag 7 maart 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.