Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:143

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
07-03-2017
Datum publicatie
09-03-2017
Zaaknummer
EJ. nr. 307 van 2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Civiel - EJ - adoptie door de stiefvader

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 7 maart 2017

behorend bij EJ. nr. 307 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van:

[verzoeker],

wonende in Aruba,

VERZOEKER,

gemachtigde: de advocaat mr. E.M.J. Cafarzuza.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de vader], de vader,

zonder bekende woon- en of verblijfplaats in Venezuela,

[de moeder], de moeder,

[de minderjarige], de minderjarige.

1 DE PROCEDURE

Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 14 juni 2016, waarbij de Voogdijraad is verzocht om onderzoek te verrichten ter beantwoording van de vraag of de stiefouderadoptie in het kennelijk belang van de minderjarige is. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het rapport van de Voogdijraad, ingediend op 25 november 2016;

- de griffiersaantekeningen van de voortzetting van de behandeling achter gesloten deuren van 24 januari 2017, waaruit blijkt dat zijn verschenen de verzoeker bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd, de moeder in persoon en de Voogdijraad bij mevrouw A. Emmanuel en mevrouw. J. Brown.

2 DE VERDERE BEOORDELING

2.1

Aan de orde is het verzoek van verzoeker om zijn stiefzoon, [de minderjarige], te adopteren. Ter zitting heeft de moeder tevens – voor alle zekerheid – verzocht om de vader van het gezag te ontheffen zodat de stiefouderadoptie kan worden uitgesproken.

2.2

Ingevolge artikel 1:227 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) wordt het verzoek alleen toegewezen, indien de adoptie in het kennelijk belang is van het kind en aan de voorwaarden, in artikel 228 gesteld, wordt voldaan.

2.3

Een van de voorwaarden voor adoptie door de echtgenoot van de ouder is, dat deze ouder alleen het gezag heeft. De moeder heeft ter zitting gesteld dat alleen zij het gezag over de minderjarige uitoefent, nu de vader het gezag (“custodia”) over de minderjarige schriftelijk aan haar heeft overgedragen toen de minderjarige Venezuela metterwoon heeft verlaten om alhier bij haar te komen wonen.

2.4

Ter zitting is onweersproken gesteld dat de minderjarige en de vader nooit in gezinsverband hebben samengeleefd, dat de vader zich nimmer heeft bekommerd voor de verzorging en de opvoeding van de minderjarige en dat de vader jarenlang feitelijk het ouderlijk gezag niet heeft uitgeoefend.

2.5

Het gerecht begrijpt het verzoek van de moeder aldus, dat zij vraagt om het gezamenlijk gezag - voor zover deze nog bestaat - te beëindigen en te bepalen dat het gezag voortaan aan haar toekomt. Dit verzoek is gebaseerd op artikel 1:253n BWA. Ingevolge dit artikel kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de desbetreffende beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Het moet hierbij gaan om een zodanige verandering van de situatie, dat het niet langer in het belang van het kind is de bestaande gezagsuitoefening te handhaven.

2.6

Het gerecht is van oordeel dat sprake is van een wijziging van omstandigheden in bovenbedoelde zin. Voorts is het gerecht van oordeel dat de verdere omstandigheden rondom de uitoefening van het ouderlijk gezag van dien aard zijn, dat het gezamenlijk gezag dient te worden beëindigd en dat de moeder voortaan alleen het gezag over de minderjarige toekomt. Het gerecht overweegt daartoe als volgt.

2.7

Uit de stukken en het gestelde ter terechtzitting is voldoende duidelijk geworden dat er sinds een aantal jaren geen gezamenlijk overleg tussen de moeder en de vader heeft plaatsgevonden. In het rapport van de Voogdijraad staat dat de inmiddels 5-jarige minderjarige, 11 maanden oud was toen verzoeker hem (in 2012) leerde kennen. In augustus 2013 zijn de moeder en verzoeker met elkaar getrouwd en sindsdien wordt de minderjarige door beide verzorgd en opgevoed. De minderjarige ziet verzoeker als zijn vader en weet niet dat dit niet het geval is.

In het rapport staat verder vermeld dat het de raadsonderzoeker, ondanks pogingen daartoe, niet is gelukt om in contact te komen met de vader, en dat de moeder heeft aangegeven geen contact te hebben met de vader of diens familieleden.

Ter zitting hebben verzoeker en de moeder aangevoerd dat tussen de minderjarige en zijn (juridische) vader geen enkel contact bestaat, en dat de minderjarige die vader niet kent en niet van zijn bestaan op de hoogte is.

2.8

Op grond van het voorgaande en hetgeen ter zitting is besproken kan worden afgeleid dat de vader kennelijk al jaren op geen enkele wijze invulling heeft gegeven aan het ouderlijk gezag. Gelet hierop is het gerecht van oordeel dat het in het belang van de minderjarige wenselijk is dat het gezag over hem wordt gewijzigd, in die zin dat de moeder voortaan het gezag alleen uitoefent.

2.9

Uit onderzoek van de Voogdijraad is gebleken dat de verzoeker, de moeder en de minderjarige inmiddels al geruime tijd in gezinsverband samenwonen, dat verzoeker een nauwe band heeft met de minderjarige en dat de verzoeker en de minderjarige elkaar over en weer als vader en zoon beschouwen. De Voogdijraad concludeert dat er geen bezwaren bestaan tegen de adoptie en dat het onderhavig verzoek aan de voorwaarden voldoet. Geadviseerd wordt om de adoptie, in het belang van de minderjarige, uit te spreken.

2.10

Op grond van het voorgaande acht het gerecht de verzochte adoptie zowel uit het oogpunt van verbreking van de banden met de vader als uit het oogpunt van bevestiging van de banden met de verzoeker in het kennelijk belang van de minderjarige. Nu voorts aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan, zal het gerecht het verzoek toewijzen.

DE BESLISSING

Het gerecht:

beëindigt het gezamenlijk gezag van de ouders, [de vader] en [de moeder], over de minderjarige:

[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 in Venezuela,

bepaalt dat de moeder voortaan alleen het gezag toekomt over voornoemde minderjarige,

spreekt uit de adoptie van voornoemde minderjarige, door de echtgenoot van de moeder, [de verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1986 in Aruba,

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van 7 maart 2017 in aanwezigheid van de griffier.