Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:134

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
05-01-2017
Datum publicatie
03-03-2017
Zaaknummer
478 van 2016
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse strafzaak. Feit 1: Vervoeren, verstrekken en afleveren cocaïne. Feit 2: Vervoeren, verstrekken en afleveren marihuana. Feit 3: In bezit hebben cocaïne. Feit 4: In bezit hebben marihuana. Verweer (geen bezit verdovende middelen, geen betrokkenheid bij het vervoer daarvan) verworpen. Bij strafoplegging onder meer rekening gehouden met feit dat verdachte een belangrijke schakel was in handel in verdovende middelen en dat hij geen verklaring heeft kunnen en/of willen geven voor het belastende bewijsmateriaal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteland],

wonende in [woonplaats],

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 15 december 2016. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. C.S. Edwards.

De officier van justitie, mr. A. Erades, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake de feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar, met aftrek van voorarrest.

Voorts is onttrekking aan het verkeer gevorderd van de inbeslaggenomen cocaïne, de marihuana, [aantal] benzine tanken/vatten, 1 nep (kiloblok) pakket.

Ook is teruggave gevorderd aan de verdachte van de inbeslaggenomen bossleutel, bestaande uit onder andere een contactsleutel behorende aan een auto van het merk “[merk 1]”, en een contactsleutel behorende aan een auto van het merk “[merk 2]”.

De raadsvrouw heeft het woord tot verdediging gevoerd.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1. hij op 20 november 2015 en 21 november 2015 te Aruba, opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, heeft vervoerd, verstrekt, verkocht en afgeleverd;

(artikel 3 van de Landsverordening verdovende middelen)

2. hij op 20 november 2015 en 21 november 2015 te Aruba, opzettelijk een hoeveelheid hennep, in ieder geval enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, heeft vervoerd, verstrekt, verkocht en afgeleverd;

(artikel 4 van de Landsverordening verdovende middelen)

3. dat hij op 22 november 2015 op het adres [adres] te Aruba, opzettelijk 12.079,1 gram cocaïne, althans een hoeveelheid cocaïne in bezit en aanwezig heeft gehad;

(artikel 3 van de Landsverordening verdovende middelen)

4. dat hij 22 november 2015 op het adres [adres] te Aruba, opzettelijk 15.144,9 gram hennep, althans een hoeveelheid hennep, in ieder geval enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, in bezit en aanwezig heeft gehad;

(artikel 4 van de Landsverordening verdovende middelen)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

1. hij op 20 november 2015 en 21 november 2015 te Aruba, opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, heeft vervoerd, verstrekt, verkocht en afgeleverd;

(artikel 3 van de Landsverordening verdovende middelen)

2. hij op 20 november 2015 en 21 november 2015 te Aruba, opzettelijk een hoeveelheid hennep, in ieder geval enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, heeft vervoerd, verstrekt, verkocht en afgeleverd;

(artikel 4 van de Landsverordening verdovende middelen)

3. dat hij op 22 november 2015 op het adres [adres] te Aruba, opzettelijk 12.079,1 gram cocaïne, althans een hoeveelheid cocaïne in bezit en aanwezig heeft gehad;

(artikel 3 van de Landsverordening verdovende middelen)

4. dat hij 22 november 2015 op het adres [adres] te Aruba, opzettelijk 15.144,9 gram hennep, althans een hoeveelheid hennep, in ieder geval enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, in bezit en aanwezig heeft gehad;

(artikel 4 van de Landsverordening verdovende middelen)

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

Bewijsoverwegingen

De raadsvrouw heeft betoogd dat de verdachte van het hem tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Zij heeft daartoe - samengevat - aangevoerd dat er geen bewijsmiddelen in het dossier bestaan waaruit blijkt dat [verdachte] verdovende middelen in zijn bezit heeft gehad en bij het vervoer van verdovende middelen betrokken is geweest.

Het gerecht overweegt dienaangaande als volgt:

Op grond afgeluisterde telefoongesprekken blijkt dat een overdracht verdovende middelen op [datum] 2015 plaats zou vinden te bar-restaurant [bar-restaurant], maar het wordt verdachten te heet onder de voeten en de overdracht wordt uitgesteld tot zaterdag [datum] 2015. Vanaf dat moment zijn door de controle op [datum] 2015 van een tweetal personen bij [bar-restaurant] de personalia bekend van beide afnemers, te weten [medeverdachte B] en [medeverdachte A].

Op [datum] 2015 is een gesprek tussen [medeverdachte A] en NN-man gevoerd waarbij wordt afgesproken dat zij elkaar op een locatie zouden ontmoeten. [medeverdachte A] zou met twee auto’s komen omdat NN-man met meer verdovende middelen komt en zijn auto de vorige dag ([datum] 2015) vol zat. Naar aanleiding van de opgenomen en afgeluisterde tapgesprekken blijkt dat NN-man [E] wordt genoemd en dat hij die dag jarig was. Er is vervolgens een onderzoek gedaan in de voormalige automatiseringssysteem [automatiseringssysteem] op de naam [E] met geboortedatum [geboortedatum]. Bij dit onderzoek kwam de naam [verdachte] naar voren, geboren op [geboortedatum] 1976 en wonende te [adres].

Op diezelfde dag ([datum] 2015) ziet het onderzoeksteam een ontmoeting tussen [medeverdachte A] en de bestuurder van een […]kleurige [automerk en -model] met kenteken [kentekennummer] bij de [winkelcentrum]. Het kenteken van de […]kleurige [automerk en –model] staat op naam van de echtgenote van [verdachte].

[medeverdachte A] stapt in de […]kleurige [automerk en –model]. De [automerk en –model] volgt de auto van [medeverdachte A]. Beiden rijden vervolgens het terrein van [adres 2] op. Aldaar stapt de bestuurder van de [automerk en –model] uit en hij overhandigt drie […]zakken en een kleine zak inhoudende pakketten verdovende middelen aan [medeverdachte B]. Deze […]zakken kwamen uit de kofferbak van de [automerk en –model].

Uit de gebezigde bewijsmiddelen, waaronder:

- de afgeluisterde gesprekken gevoerd tussen de medeverdachte [medeverdachte A] en de verdachte waaruit blijkt dat verdovende middelen worden vervoerd, verstrekt en afgeleverd, - de verrichte observaties en de verklaring van [medeverdachte B] waaruit onder meer blijkt dat de verdachte te [adres 2] drie […]zakken en een kleine zak vermoedelijk inhoudende verdovende middelen aan [medeverdachte B] overhandigt,

- de bevindingen van de politie tijdens de huiszoekingen te [adres 3], [adres] en [adres 4]

concludeert het gerecht dat de verdachte cocaïne en marihuana heeft vervoerd, verstrekt en in bezit heeft gehad. Aldus heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de delicten in kwestie.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

1. Opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid onder B, van de Landsverordening verdovende middelen,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van die Landsverordening.

2. Opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid onder B, van de Landsverordening verdovende middelen,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van die Landsverordening.

3. Opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid onder C, van de Landsverordening verdovende middelen,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van die Landsverordening.

4. Opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid onder C, van de Landsverordening verdovende middelen,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van die Landsverordening.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervoeren, verstrekken, afleveren en in bezit hebben van aanzienlijke hoeveelheden cocaïne en marihuana. Cocaïne en marihuana zijn voor de gezondheid van personen schadelijke stoffen, die vérstrekkende gevolgen hebben voor de gebruikers daarvan en voor de maatschappij. De handel in verdovende middelen gaat immers vaak gepaard met geweldcriminaliteit en leidt tot vele vormen van criminaliteit bij de verslaafden. Daarnaast hebben verdachte en zijn mededaders door hun strafbare gedraging een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het internationale drugscircuit. Verdachte heeft zich kennelijk laten leiden door het oogmerk van financieel gewin ten koste van anderen. Uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte een belangrijke schakel was in de handel in verdovende midddelen. Bij hem is ook een grote hoeveelheid verdovende middelen aangetroffen. Verdachte heeft geen openheid willen geven over zijn rol, maar heeft ook geen verklaring kunnen en/of willen geven voor het belastende bewijsmateriaal. Dit laat het gerecht in het nadeel van de verdachte meewegen.

Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is dan ook geïndiceerd.

Ten voordele van verdachte geldt dat hij niet eerder ter zake van soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.

9 Inbeslaggenomen voorwerpen

A. Onttrekking aan het verkeer

Ten aanzien van de in beslag genomen cocaïne en marihuana, met verpakking, [aantal] benzine tanken/vatten en 1 nep(kiloblok) pakket zal onttrekking aan het verkeer worden uitgesproken, omdat de tenlastegelegde feiten met betrekking tot die voorwerpen is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

B. Teruggave

De teruggave zal worden gelast aan de verdachte van het inbeslaggenomen bossleutel, bestaande uit onder andere een contactsleutel behorende aan een auto van het merk “[merk 1]”, en een contactsleutel behorende aan een auto van het merk “[merk 2]”, nu die niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:13 , 1:62, 1:74 en 1:75 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf (5) jaren;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

onttrekt aan het verkeer de in rubriek 9A genoemde voorwerpen;

gelast de teruggave aan de verdachte van de in rubriek 9B genoemde voorwerpen;

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. J. Sap en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 5 januari 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.