Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:13

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
10-01-2017
Datum publicatie
20-01-2017
Zaaknummer
E.J. 2156 van 2016
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

arbeidsrecht, betaling achterstallig loon

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/345
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 10 januari 2017

Behorend bij E.J. 2156 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[naam]

wonende te Aruba,

hierna ook te noemen: E*,

gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd,

tegen:

de naamloze vennootschap

A.G.S. AVIATION GROUND SERVICES N.V.,

gevestigd te Aruba,

hierna ook te noemen: AGS,

gemachtigde: de advocaat mr. Monica H.J. Kock.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift;

- de overgelegde aantekeningen ter zitting van mr. De Hoogd;

- de overgelegde aantekeningen ter zitting van mr. Kock;

- de behandeling ter zitting van 22 november 2016 en de daarvan gemaakte aantekeningen van de griffier.

Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

E* is sedert 2015 werkzaam bij AGS, laatstelijk op de onderhoudsafdeling.

2.2

Op 28 oktober 2015 is E* tijdens werktijd op het kantoor van de HR-manager, [naam X], geroepen. [naam X] deel E* mee dat AGS geen vertrouwen meer in hem had en bood hem een beëindigingsovereenkomst aan. Deze was al getekend door de directeur van AGS, [directeur]. E* heeft deze overeenkomst ter plekke ondertekend.

2.3

Bij brief van 24 november 2015 bericht E* niet in te stemmen met de beëindiging met wederzijds goedvinden, omdat hij de overeenkomst onder druk heeft getekend.

2.4

Bij brief van 17 januari 2016 verzoekt E* nogmaals tevergeefs om een reactie van AGS.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

E* verzoekt bij beschikking - uitvoerbaar bij voorraad - de

beëindigingsovereenkomst te vernietigen en AGS te veroordelen tot betaling van het achterstallig salaris, vermeerderd met emolumenten en de wettelijke rente tot aan de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd en voorts AGS te bevelen om E* te werk te stellen.

3.2

E* legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag.

E* heeft onder druk van de omstandigheden de beëindigingsovereenkomst getekend en heeft kort daarna kenbaar gemaakt aan AGS dat hij zich hieraan niet gebonden acht vanwege de wijze van totstandkoming.

3.3

AGS voert gemotiveerd verweer, dat bij de beoordeling aan de orde komt.

4 DE BEOORDELING

4.1

Aan de orde is de vraag of de tussen partijen op 28 oktober 2015 tot stand gekomen beëindigingsovereenkomst vernietigd dient te worden op grond van misbruik van omstandigheden. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord. Hiertoe strekt het volgende.

4.2

Vast staat dat E* op 25 oktober 2015 onder werktijd bij de HR-manager [naam X] is geroepen. Aldaar werd hem te kennen gegeven dat de maat vol en het vertrouwen in hem verdwenen was. E* werd een - reeds door de directeur van AGS ondertekende - beëindigingsovereenkomst gepresenteerd die, nadat [naam X] deze heeft voorgelezen, ter plekke door E* is ondertekend. E* stelt dat hij deze onder druk van de omstandigheden heeft getekend, omdat AGS dreigde met een schadeclaim. AGS betwist dit en stelt dat het gesprek rustig is verlopen en dat E* de inhoud van de overeenkomst goed begreep.

4.3

Wat hier verder ook van zij, met E* is het gerecht van oordeel dat AGS zich schuldig heeft gemaakt aan misbruik van omstandigheden, door E* onder werktijd te overvallen met een reeds getekende beëindigingsovereenkomst. Indien een werkgever in onderling overleg de arbeidsovereenkomst met een werknemer wenst te beëindigen en hiertoe een vaststellingsovereenkomst heeft geconcipieerd, dient de werkgever de betreffende werknemer in de gelegenheid te stellen om zich te beraden over de gevolgen van de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst. Ook dient de werknemer tijd en gelegenheid worden geboden om juridisch advies in te winnen. Gesteld noch gebleken is dat AGS E* deze kans heeft gegeven. Aldus dient te worden aangenomen dat E* onder druk van de situatie heeft getekend, zonder dat hij in staat was om de gevolgen te overzien. Om deze reden wordt de beëindigingsovereenkomst vernietigd op grond van artikel 6: 52 lid 1 sub b BWA.

4.4

Ter zitting heeft E* desgevraagd verklaard dat hij nog immer beschikbaar is voor de bedongen arbeid bij AGS. AGS stelt dat de vordering afgewezen dient te worden, omdat deze onvoldoende is onderbouwd. Dit verweer faalt. E* heeft recht op weder te werkstelling, omdat zijn dienstverband onafgebroken in stand is gebleven en AGS tegen te gevorderde werkstelling geen feitelijk verweer heeft gevoerd. Daar komt bij dat E* zich beschikbaar heeft gesteld en dat nog immer is. Ter zitting verklaarde hij immers dat hij nog geen vast werk heeft gevonden. De verzochte wedertewerkstelling wordt dan ook toegewezen, zonder dwangsom nu deze niet is gevorderd.

4.5

Voor zo ver de loonvordering wordt toegewezen verzoekt AGS deze te matigen, omdat door toedoen van E* de zaak zo lang heeft geduurd. Voorop wordt gesteld dat de rechter op grond van artikel 6:248 lid 2 BW slechts bevoegd is een vordering tot doorbetaling van loon te matigen, indien toewijzing in de gegeven omstandigheden tot onaanvaardbare gevolgen zou leiden. Daarbij dient hij de terughoudendheid te betrachten die met deze maatstaf strookt en van die terughoudendheid in zijn motivering te doen blijken en dient hij alle bijzonderheden van het geval in aanmerking te nemen bij zijn oordeel omtrent de aanvaardbaarheid van de gevolgen van toewijzing van de vordering tot doorbetaling van loon (vgl. HR 16 april 2010, LJN BL1532, NJ 2010, 228, r.o. 3.5, en HR 1 juni 2012, LJN BV7347, NJ 2012, 343, r.o. 3.4). Hieruit volgt dat voor de bevoegdheid tot matiging op grond van artikel 6:248 lid 2 BW geldt dat noch de duur van de procedure, noch de mate waarin deze is toe te rekenen aan de werknemer, in beginsel omstandigheden zijn die matiging als hier bedoeld kunnen rechtvaardigen, behoudens uitzonderlijke omstandigheden die geen andere conclusie toelaten dan dat de werknemer de procedure welbewust heeft trachten te rekken en daarmee succes heeft gehad (vgl. HR 13 september 2002, LJN AE4291, NJ 2002, 496). In casu is hiervan geen sprake.

4.6

AGS verzoekt tevens de loonvordering te matigen, omdat E* voorafgaande aan het incident pas 10 maanden in dienst was en de loonvordering betrekking heeft op een langere periode. Ook dit enkele feit levert geen matigingsgrond op, omdat de handelwijze van AGS E* noodzaakte tot het voeren van deze procedure. Nu gesteld noch gebleken is dat er andere bijzondere omstandigheden zijn die matiging rechtvaardigen, wordt het loon toegewezen zoals verzocht.

4.7

AGS wordt nu zij in het ongelijk is gesteld, in de kosten van de procedure veroordeeld.

Vanwege het ontbreken van het exploot in het dossier wordt geen rekening gehouden met de deurwaarderskosten.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

5.1

beveelt AGS om E*, binnen twee dagen betekening van dit vonnis, weder te werk te stellen in zijn eigen functie;

5.2

veroordeelt AGS tot betaling van het overeengekomen loon met eventuele emolumenten vanaf 28 oktober 2015, te vermeerderen met de wettelijke rente en wettelijke verhoging, tot de dag der voldoening;

5.3

veroordeelt AGS in de kosten van de procedure aan de zijde van E* begroot op

Afl. 50,00 griffierrecht en Afl. 2.500,00 voor salaris gemachtigde.

5.4

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.5

wijst het meer of anders gevorderde af.

Deze beschikking is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter, en uitgesproken en ondertekend door mr. N.K. Engelbrecht, rechter, ter gelegenheid van de openbare zitting op 10 januari 2017 in aanwezigheid van de griffier.