Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:1055

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
15-06-2017
Datum publicatie
21-02-2019
Zaaknummer
CVB nr. 1412 van 2015
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ten aanzien van de ontvangstdatum van de bestreden beslissing, zal appellante het voordeel van de twijfel worden gegund en zal worden aangenomen dat zij de beslissing op 17 juni 2015 heeft ontvangen, zodat de beroepstermijn op die datum is aangevangen en het onderhavige beroepschrift binnen de beroepstermijn is ingediend.

Beroep tegen afwijzing uitkering ouderdomspensioen. Appellante was op 31 december 1985 niet woonachtig op Aruba, en is om die reden destijds toegescheiden aan de SVb van de Nederlandse Antillen. Tegen deze beslissing staat geen beroep open bij dit College. Appellante heeft na 31 december 1985 alhier geen verzekerde jaren opgebouwd en maakt geen aanspraak op ouderdomspensioen jegens de bank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 15 juni 2017

behorende bij CVB nr. 1412 van 2015

COLLEGE VAN BEROEP

inzake de Landsverordening algemene ouderdomsverzekering

in de zaak van:

[ X ],

wonende in Nederland, [ adres ], Diemen,

APPELLANTE,

procederende in persoon.

tegen

DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK,

gevestigd te Aruba,

VERWEERDER, hierna ook te noemen: de bank,

gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp.

1 HET PROCESVERLOOP

1.1

Bij beschikking van 16 april 2015 heeft de bank appellante bericht dat haar verzoek om ouderdomspensioen wordt afgewezen.

1.2

Tegen deze beslissing heeft appellante op 29 juni 2015 beroep aangetekend.

1.3

Op 1 september 2015 heeft de bank verweerschrift ingediend.

1.4

Het beroep van appellante is op de bijeenkomst van 20 oktober 2016 van dit college behandeld, alwaar namens de bank aanwezig waren mevrouw mr. B. Every, juridisch adviseur en de heer [ R ], pensioenmedewerker, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd. Appellante is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.

1.5

Op 8 december 2016 heeft de bank nadere stukken ingediend.

2 DE BEOORDELING

De ontvankelijkheid

2.1

De bank heeft primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens termijnoverschrijding en heeft daartoe aangevoerd dat appellante niet heeft aangetoond dat zij de beslissing op 17 juni 2015 heeft ontvangen, zoals zij heeft gesteld.

2.2

Ingevolge artikel 38, lid 1 van de Landsverordening Algemene Ouderdomsverzekering (hierna: LAOV) staat tegen bepaalde beslissingen van de bank, voor de belanghebbende beroep open. Het derde lid bepaalt dat het beroep ingevolge het eerste lid geschiedt bij met redenen omkleed beroepschrift binnen 3 weken na de dagtekening van de in het eerste lid van artikel 37 genoemde schriftelijke kennisgeving of na de datum waarop de betrokkene kan aantonen deze kennisgeving te hebben ontvangen.

2.3

In dit geval is de bestreden beslissing gedagtekend op 16 april 2015. Appellante heeft gesteld dat zij de bestreden beslissing op 17 juni 2015 heeft ontvangen, doch laat na dit aan te tonen. De bank betwist de ontvangstdatum, doch geeft zelf ook niet aan op welke datum hij de beslissing op de post heeft gedaan en op welke datum appellante de beslissing moet hebben ontvangen. Onder deze omstandigheden zal appellante het voordeel van de twijfel worden gegund en zal worden aangenomen dat zij de beslissing op 17 juni 2015 heeft ontvangen, zodat de beroepstermijn op die datum is aangevangen. Het onderhavige beroepschrift is derhalve binnen de beroepstermijn ingediend en appellante is ontvankelijk.

Inhoudelijk

2.4

Aan de bestreden beslissing is ten grondslag gelegd dat appellante op 31 december 1985 niet op Aruba woonachtig was, waardoor zij krachtens de Onderlinge Regeling Sociale Verzekeringsbank is toegescheiden aan de Sociale Verzekeringsbank van de Nederlandse Antillen voor de periode die zij vóór 1 januari 1986 in Aruba heeft gewoond. Appellante is het hier niet mee eens en stelt zich – kennelijk – op het standpunt dat, omdat zij vanaf haar 15de verjaardag, ruim 21 jaar op Aruba heeft gewoond, zij aan SVb-Aruba moet zijn toegescheiden. Voorts stelt zij dat omdat zij vanaf 1 juli 1973 tot 18 oktober 1995 met de heer [ FC ] was getrouwd, en hij wel aan SVB-Aruba is toegescheiden, zij ook in aanmerking komt voor een uitkering via SVb-Aruba.

2.5

Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting gaat het College uit van de volgende feiten en omstandigheden.

2.5.1

Appellante, geboren op 16 januari 1951 in Aruba, heeft vanaf haar geboorte tot 12 juli 1967, van 12 september 1968 tot 15 maart 1972 en van 12 juni 1974 tot 29 november 1982 in Aruba gewoond. Vanaf 31 december 1985 heeft appellante niet in Aruba gewoond.

2.5.2

Appellante heeft op 23 januari 2015 een aanvraag voor ouderdomspensioen bij de bank ingediend. Bij de bestreden beslissing is haar verzoek afgewezen.

2.5.3

Op diezelfde datum heeft appellante bij de Sociale Verzekeringsbank in Curaçao een aanvraag ingediend om in aanmerking te komen voor een ouderdomspensioen. Bij beslissing van 12 augustus 2015 is aan appellante met ingang van 1 februari 2014 een ouderdomspensioen toegekend.

2.6

Vast staat dat omdat appellante op 31 december 1985 niet woonachtig was op Aruba, zij om die reden destijds is toegescheiden aan de SVb van de Nederlandse Antillen. Tegen deze beslissing staat geen beroep open bij dit College. Voor zover appellante heeft beoogd thans tegen deze beslissing op te komen, kan zij daarin niet worden ontvangen.

Verder staat ook vast dat appellante na 31 december 1985 alhier geen verzekerde jaren heeft opgebouwd en geen aanspraak maakt op ouderdomspensioen jegens de bank. Dat haar ex-echtgenoot wellicht wel aanspraak maakt op ouderdomspensioen jegens de bank, maakt dit niet anders.

Tenslotte staat vast dat appellante inmiddels via de SVb te Curaçao, een ouderdomspensioen ontvangt, waarbij ook rekening is gehouden met de jaren die zij vóór 31 december 1985 in Aruba woonachtig is geweest.

2.7

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de bestreden beschikking op goede gronden tot stand is gekomen, zodat het beroep van appellante ongegrond dient te worden verklaard.

3 DE BESLISSING

Het college van beroep:

-verklaart het beroep van appellante ongegrond.

Aldus gegeven op 15 juni 2017 door mr. N.K. Engelbrecht, voorzitter, J.R. Geerman en E. de Cuba, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris.