Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:1054

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
15-06-2017
Datum publicatie
21-02-2019
Zaaknummer
CVB nr. 3170 van 2014
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 5, lid 1 van de Landsverordening ziekteverzekering. Geen aanspraak op ziekengeld voor de periode vóór de ziekmelding bij de bank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 15 juni 2017

behorende bij CVB nr. 3170 van 2014

COLLEGE VAN BEROEP

inzake de Landsverordening ziekteverzekering

in de zaak van:

[ X ],

wonende te Aruba,

APPELLANTE,

niet verschenen,

tegen de beslissing van 23 december 2014 van

DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK,

gevestigd te Aruba,

VERWEERDER, hierna ook te noemen: de bank,

gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp.

1 PROCESVERLOOP

1.1

Bij beslissing gedagtekend 23 december 2014, door appellante ontvangen op 22 december 2014, heeft de bank besloten dat appellante geen recht heeft op tegemoetkoming over de periode 4 november 2014 tot en met 4 december 2014 aangezien zij zich eerst op 5 december 2014 arbeidsongeschikt heeft gemeld bij de bank.

1.2

Daartegen heeft appellante op 22 december 2014 beroep aangetekend bij dit College.

1.3

Op 21 juli 2015 heeft de bank een verweerschrift ingediend.

1.4

Het beroep van appellante is behandeld op de bijeenkomst van dit College van 22 september 2016, alwaar namens de bank aanwezig waren drs. Schaad, verzekeringsarts, en mr. Every, juridisch adviseur, bijgestaan door de advocaat voornoemd. Appellante is, hoewel deugdelijk opgeroepen, niet verschenen.

2 DE BEOORDELING

2.1

Appellante kan zich niet verenigen met de bestreden beslissing en stelt zich op het standpunt dat zij kan bewijzen dat zij vanaf 4 november 2014 arbeidsongeschikt was en dat zij niet op de hoogte was van de ziektemeldingsprocedure van de bank, reden waarom zij zich pas op 5 december 2014 voor het eerst ziek heeft gemeld.

2.2

Artikel 5, lid 1 van de Landsverordening ziekteverzekering (hierna: de LZV) bepaalt dat, de arbeider die als gevolg van ziekte arbeidsongeschikt is, recht heeft op een uitkering in geld, ziekengeld genaamd, vanaf de vierde dag van de ziekmelding. De arbeider meldt zich daartoe op de eerste dag van de ziekte bij de bank. Het recht op ziekengeld ter zake van eenzelfde ziekteoorzaak vervalt na twee jaren.

2.3

In dit geval is niet in geschil dat appellante, die vanaf 1 maart 2011 bij de bank staat ingeschreven als arbeider in de zin van de LZV, zich op 5 december 2014 voor het eerst ziek heeft gemeld bij de bank wegens netvliesloslating waarvoor zij in Colombia is behandeld. Op grond van bovenvermelde bepaling heeft appellante aanspraak op ziekengeld vanaf 8 december 2014. Dat zij eerder dan 5 december 2014 ziek was, maakt dit niet anders, nu zij zich vóór die datum niet bij de bank heeft gemeld.

2.4

Dat appellante niet op de hoogte was van de ziektemeldingsprocedure van de bank, is een omstandigheid die voor haar rekening en risico komt. Van appellante mag immers worden verwacht dat zij op de hoogte is van de relevante wettelijke bepalingen, te meer nu zij namens haar werkgever, de directeur van de Cardiologenpraktijk [ F ] N.V., gemachtigd is om namens hem de nodige handelingen te verrichten.

2.5

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de bestreden beslissing op goede gronden is genomen. Het beroep is derhalve ongegrond.

3 DE BESLISSING

Het college van beroep:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven op 15 juni 2017 door mr. N.K. Engelbrecht, voorzitter, J.R. Geerman en E. de Cuba, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris.