Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:1048

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
15-06-2017
Datum publicatie
21-02-2019
Zaaknummer
CVB nr. 2524 van 2013
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beroep niet-ontvankelijk. Ingevolge artikel 10, lid 1 van de Landsverordening Ongevallenverzekering is tegen een beslissing van de bank binnen drie weken na haar dagtekening schriftelijk beroep mogelijk op dit College, hetwelk in enige en hoogste instantie beslist. Vast staat dat het beroepschrift van appellante na het verstrijken van de wettelijke beroepstermijn is ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 15 juni 2017

CVB nr. 2524 van 2013

COLLEGE VAN BEROEP

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening Ongevallenverzekering (LOV) van:

[ X ],

wonende in Aruba,

APPELLANTE,

gemachtigde: de advocaat [ A ],

tegen de beslissing d.d. 16 augustus 2013 van de

DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK,

gevestigd te Aruba,

VERWEERDER, hierna te noemen de bank,

gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp.

1 PROCESVERLOOP

1.1

Bij beschikking van 16 augustus 2013 (hierna: de bestreden beschikking) heeft de bank besloten dat bij appellante sprake is van een blijvend arbeidsongeschiktheidspercentage van 0%.

1.2

Tegen de bestreden beschikking heeft appellante op 24 september 2013 beroep aangetekend.

1.3

Op 25 november 2013 heeft de bank een verweerschrift ingediend.

1.4

Het beroep van appellante is op de bijeenkomst van 27 februari 2014 van dit college behandeld, alwaar aanwezig waren appellante in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd, en namens de bank drs. M. Schaad, verzekeringsarts, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd.

2 DE BEOORDELING

De ontvankelijkheid

2.1

De bank heeft primair geconcludeerd tot de niet-ontvankelijkheid van het beroep van appellante wegens termijnoverschrijding, en heeft daartoe aangevoerd dat appellante de bestreden beschikking op 27 augustus 2013 heeft ontvangen en dat zij het beroepschrift na verloop van de beroepstermijn heeft ingediend.

2.2

Appellante heeft ontkend dat zij de bestreden beschikking op 27 augustus 2013 heeft ontvangen en gesteld dat zij deze (pas) op 3 september 2013 in ontvangst heeft genomen.

2.3

Ingevolge artikel 10, lid 1 van de LOV is tegen een beslissing van de bank binnen drie weken na haar dagtekening schriftelijk beroep mogelijk op dit College, hetwelk in enige en hoogste instantie beslist.

2.4

Vast staat dat het beroepschrift van appellante na het verstrijken van de wettelijke beroepstermijn is ingediend.

Uit de door de bank overgelegde stukken is naar het oordeel van het College genoegzaam aannemelijk geworden dat appellante de bestreden beschikking op 27 augustus 2013 heeft ontvangen. Zulks blijkt uit haar handtekening voor ontvangst van de bestreden beschikking onder de dagstempel 27 augustus 2013 op een kopie van de bestreden beschikking, de uitdraai uit het computerprogramma “correspondence manager” van de bank en de uitdraai van de Setar, waaruit blijkt dat de bank op 27 augustus 2013 appellante op haar mobiele nummer heeft gebeld. Hier tegenover staat de enkele ontkenning van appellante dat zij de bestreden beschikking op 27 augustus 2013 heeft ontvangen, welke ontkenning in het licht van haar stelling dat zij op die datum wel bij de bank is geweest doch niets heeft ontvangen, onvoldoende is. Het tegen de beslissing van 16 augustus 2013 ingestelde beroep is derhalve niet-ontvankelijk.

3 DE BESLISSING

Het college:

verklaart het beroepschrift van appellante niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven op 15 juni 2017 door mr. N.K. Engelbrecht, voorzitter, J.R. Geerman en E. de Cuba, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris.