Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:1029

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
19-12-2017
Datum publicatie
26-03-2018
Zaaknummer
527 van 2017
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse strafzaak: Man veroordeeld voor medeplichtigheid van een diefstal op een juwelierszaak vergezeld van geweld en bedreiging op de werknemers. Straf: gevangenisstraf van 18 maanden. Aan de benadeelde partij wordt Afl. 1500,- aan immateriele schade toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1996 in Haiti,

wonende te Aruba, [woonplaats],

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 29 september 2017, 27 november 2017 en 28 november 2017. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. C.S. Edwards.

De officier van justitie, mr. T. Akkerman, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de feiten 3 en 4 (primair) te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaar, met aftrek van voorarrest. Collega officier van justitie, mr. W. Bos, heeft daaraan voorafgaand ter zake van de overige feiten 1, 2, 5 en 6 tot vrijspraak gerequireerd.

Voorts is de verbeurdverklaring van het onder de verdachte in beslag genomen voertuig gevorderd.

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit.

De benadeelde partijen Departamento di Impuesto en [slachtoffer 1] hebben ter terechtzitting een vordering tot schadevergoeding ingediend.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

Zaak HBK Savaneta

1. hij op of omstreeks 31 maart 2017 in Aruba

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een zwarte tas met opschrift Departamento di Impuesto en/of een of meer ijzeren geldkistje(s) inhoudende een geldbedrag van ongeveer Afl. 13.718,-, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Hulpbestuurskantoor Santa Cruz en/of het Departamento di Impuesto althans het Land Aruba, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of verdachtes medededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of verdachtes mededader(s):

- die [slachtoffer 2] met kracht op zijn rug tegen het achterportier van de auto heeft/hebben geduwd

- de van dienstwege verstrekte pistool van die [slachtoffer 2] uit het holster heeft/hebben geprobeerd te halen

- die [slachtoffer 2] twee keer op zijn hoofd heeft/hebben geslagen

- met die [slachtoffer 2] heeft geworsteld terwijl hij, verdachte en/of een van zijn mededader(s) een vuurwapen in zijn hand vasthield en een schot heeft/hebben afgelost;

(artikel 2:291 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

hij

op of omstreeks 31 maart 2017 in Aruba,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk zichzelf en een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot afgifte van een zwarte tas met opschrift Departamento di Impuesto en/of een of meer ijzeren geldkistje(s) inhoudende een geldbedrag van ongeveer Afl. 13.718,-, in elk geval aan enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het Hulpbestuurskantoor Santa Cruz en/of het Departamento di Impuesto althans het Land Aruba, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en verdachtes mededader, welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of verdachtes mededader:

- die [slachtoffer 2] met kracht op zijn rug tegen het achterportier van de auto heeft/hebben geduwd

- de van dienstwege verstrekte pistool van die [slachtoffer 2] uit het holster heeft/hebben geprobeerd te halen

- die [slachtoffer 2] twee keer op zijn hoofd heeft/hebben geslagen

- met die [slachtoffer 2] heeft geworsteld terwijl hij, verdachte en/of een van zijn mededader(s) een vuurwapen in zijn hand vasthield en een schot heeft/hebben afgelost;

(artikel 2:294 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

2. hij, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen op

31 maart 2017 te Aruba een vuurwapen en/of munitie, als bedoeld in artikel 3 eerste lid van de Vuurwapenverordening, voorhanden heeft/hebben gehad;

(artikel 3 van de Vuurwapenverordening jo artikel 2:123 van het Wetboek van Strafrecht)

Zaak HBK Savaneta II

3. hij in of omstreeks de periode van 3 juni 2017 tot en met 5 juni 2017 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter voorbereiding van de/het te plegen misdrijf/misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten

het medeplegen van diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen als omschreven in artikel 2:291 van het Wetboek van Strafrecht en/of het medeplegen van afpersing als omschreven in artikel 2:294 van het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk een vervoermiddel heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad en/of de plaatsdelict heeft/hebben verkend en/of heeft/hebben afgesproken een winkel met personeel te overvallen en/of het verworven en/of voorhanden hebbende voertuig te gebruiken om naar en van de plaatsdelict te gaan;

(artikel 1:120 van het Wetboek van Strafrecht)

Zaak Kevin Jewelry

4. hij op of omstreeks 22 mei 2017 in Aruba

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aantal sieraden in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Kevin Jewelers, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of verdachtes medededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of verdachtes mededader(s):

- een vuurwapen tegen in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft/hebben gericht

- de mobiele telefoon van die [slachtoffer 3] uit zijn handen heeft/hebben gerukt, op de grond heeft/hebben gegooid en/of (vervolgens) op de mobiele telefoon heeft/hebben getrapt

- de handen van die [slachtoffer 3] aan de voorkant van zijn lichaam met “tie-wrap” heeft/hebben vastgebonden

- een revolver, althans een vuurwapen, tegen het (voor)hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geduwd en/of tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd: “Metete de donde saliste. Reza los Santa Maria” (Vrije vertaling: “Stop jezelf terug van waar je uit gekomen bent. Bid de Santa Maria”)

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd om op de vloer te gaan liggen;

(artikel 2:291 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

[medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en/of een of meer anderen op of omstreeks 22 mei 2017 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een aantal sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Kevin Jewelers, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en verdachtes medededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s)

- een vuurwapen tegen in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft/hebben gericht

- de mobiele telefoon van die [slachtoffer 3] uit zijn handen heeft/hebben gerukt, op de grond heeft/hebben gegooid en/of (vervolgens) op de mobiele telefoon heeft/hebben getrapt

- de handen van die [slachtoffer 3] aan de voorkant van zijn lichaam met “tie-wrap” heeft/hebben vastgebonden

- een revolver, althans een vuurwapen, tegen het (voor)hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geduwd en/of tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd: “Metete de donde saliste. Reza los Santa Maria” (Vrije vertaling: “Stop jezelf terug van waar je uit gekomen bent. Bid de Santa Maria”)

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd om op de vloer te gaan liggen,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 22 mei 2017 in Aruba medeplichtig is geweest door het opzettelijk verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen,

welke (opzettelijke) medeplichtigheid hierin heeft bestaan dat verdachte

  • -

    aan die [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] vuurwapens heeft verschaft en/of

  • -

    die [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] met een auto van en naar de plaaltsdelict heeft gebracht;

(artikel 2:291 jo artikel 1:124 van het Wetboek van Strafrecht)

Zaak Rain

5. hij op of omstreeks 3 januari 2017 in Aruba, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, [slachtoffer 4]

van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, althans

met dat opzet, meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen op of in de richting van

voornoemde persoon heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet

is voltooid;

(artikel 2:262/2:259 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

hij op of omstreeks 3 januari 2017 in Aruba, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 4], opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, althans met dat opzet, meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen op of in de richting van voornoemde persoon heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 2:276/2:275 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

hij op of omstreeks 3 januari 2017 in Aruba, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, of met zware mishandeling, of met mishandeling met gebruikmaking van wapenen als bedoeld bij het tweede lid van artikel 1 van de Wapenverordening 1931 ,

immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen op of in de richting van voornoemde persoon geschoten;

(artikel 2:255 van het Wetboek van Strafrecht)

6. hij op of omstreeks 3 januari 2017 in Aruba, voorhanden heeft gehad een vuurwapen, in elk geval een vuurwapen als bedoeld in artikel 1 juncto artikel 3, eerste lid van de Vuurwapenverordening;

(artikel 3 van de Vuurwapenverordening)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

A. Vrijspraak

Feiten 1, 2, 5 en 6

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten 1, 2, 5 en 6 heeft begaan en zal, zoals ook door de officier van justitie is gevorderd, de verdachte daarvan vrijspreken.

Feit 3

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde feit 3 heeft begaan en zal de verdachte daarvan vrijspreken. Ter toelichting dient het volgende.

Uit tapgesprekken en een observatie door de politie kan worden afgeleid dat de verdachte een bedrag van (ongeveer) Afl. 600,- aan een medeverdachte heeft overhandigd om een auto aan te schaffen die gebruikt zou moeten worden voor het plegen van een overval op een juwelierszaak. Uit deze feiten en omstandigheden kan niet worden geconcludeerd dat de verdachte, zoals is tenlastegelegd, (al dan niet tezamen en in vereniging) een voertuig waarmee een overval gepleegd had moeten worden heeft verworven dan wel dat hij een dergelijk voertuig voorhanden heeft gehad. De aanschaf van die auto moest ten tijde van de aanhouding van de verdachten immers kennelijk nog plaatsvinden. De overige tenlastegelegde feitelijkheden, te weten het verkennen van de plaats van het delict en/of het afspreken om een overval te gaan plegen, vallen niet binnen de delictsomschrijving van artikel 1:120 Wetboek van Strafrecht en leveren derhalve geen strafbare voorbereidingshandelingen op. Om die reden zal de verdachte van het tenlastegelegde worden vrijgesproken.

Feit 4 primair

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het primair tenlastegelegde feit 4 heeft begaan en zal de verdachte daarvan vrijspreken. Ter toelichting dient het volgende.

Aan de verdachte is primair ten laste gelegd dat hij tezamen en in vereniging met anderen een gewapende overval heeft gepleegd op juwelierszaak Kevin Jewelry. Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Een en ander brengt mee dat indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), op de rechter de taak rust om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering – dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging – dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

De vraag of aan de bovenstaande eisen is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. Daarbij kan van belang zijn in hoeverre de concrete omstandigheden van het geval door de rechter kunnen worden vastgesteld, in welk verband de procesopstelling van de verdachte een rol kan spelen.

Volgens de officier van justitie dient de verdachte als de intellectuele dader, “de eindbaas”, aangemerkt te worden, omdat hij de wapens heeft overhandigd, het vervoer heeft geregeld en de overvallers heeft verteld wat er moest gebeuren. De verdachte heeft elke betrokkenheid bij de gewapende overval ontkend. Naar het oordeel van het gerecht volgt uit de bewijsmiddelen evenwel dat de verdachte de auto heeft bestuurd waarmee de drie overvallers naar en van de plaats van het delict zijn gereden.

Over de verdere betrokkenheid van de verdachte heeft alleen medeverdachte [medeverdachte 1] (zijnde één van de overvallers) verklaard. Hij heeft samengevat en voor zover hier van belang tijdens zijn eerste verhoor het volgende verklaard. Hij en de andere twee overvallers “[medeverdachte 2]” en “[medeverdachte 3]” (waarmee kennelijk medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] worden bedoeld) werden door de man [bijnaam verdachte] bij een woning in Santa Cruz opgehaald. [medeverdachte 3] was degene die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de opdracht gaf wat zij moesten doen. Ongeveer een uur voor het plegen van de overval zeiden zowel [bijnaam verdachte] als [medeverdachte 3] wat zij moesten doen. Onderweg naar de juwelierszaak heeft [bijnaam verdachte] [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] beiden een vuurwapen overhandigd. Na de overval heeft [bijnaam verdachte] de drie overvallers naar een onbewoonde woning gebracht, waarna hij samen met [medeverdachte 3] is vertrokken. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bleven met de weggenomen sieraden. [medeverdachte 1] heeft ook tijdens zijn tweede verhoor niet duidelijk verklaard over de rol van de verdachtde. Enerzijds heeft hij verklaard dat [medeverdachte 3] de enige was die van de lokaliteit (de juwelierszaak) afwist en dat de rol van [bijnaam verdachte] bestond uit het optreden als bestuurder. Anderzijds heeft hij verklaard dat [medeverdachte 3] en [bijnaam verdachte] samen de instructies gaven. Hij heeft verder verklaard dat [medeverdachte 3] degene was die had verteld dat ze de sieraden zouden verkopen en de opbrengst tussen hun vieren zouden gaan verdelen. Nadien heeft een vijfde onbekende persoon de sieraden meegenomen met de bedoeling om de sieraden te verkopen. Uit de verklaringen van [medeverdachte 1] komt naar het oordeel van het gerecht onvoldoende duidelijk naar voren dat de verdachte de intellectuele dader en/of de ‘eindbaas’ was. De verklaringen van [medeverdachte 1] vinden bovendien onvoldoende steun in andere bewijsmiddelen. Daarbij acht het gerecht de verklaring van [medeverdachte 1] over de (verdere) rol van de verdachte onvoldoende betrouwbaar, nu [medeverdachte 1] als medeverdachte belang had bij het minimaliseren van zijn eigen rol. Bij de aanhouding van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] werden op hun tijdelijke verblijfsadres ook een vuurwapen, munitie en een handgranaat aangetroffen. Dit lijkt op een andere, grotere rol dan wel betrokkenheid van deze medeverdachten bij de overval te duiden dan zij hebben toegegeven.

B. Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het onder feit 4 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

dat [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medverdachte 3] en/of een of meer anderen op of omstreeks 22 mei 2017 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een aantal sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Kevin Jewelers, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en verdachtes medededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s)

- een vuurwapen tegen in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft/hebben gericht

- de mobiele telefoon van die [slachtoffer 3] uit zijn handen heeft/hebben gerukt, op de grond heeft/hebben gegooid en/of (vervolgens) op de mobiele telefoon heeft/hebben getrapt

- de handen van die [slachtoffer 3] aan de voorkant van zijn lichaam met “tie-wrap” heeft/hebben vastgebonden

- een revolver, althans een vuurwapen, tegen het (voor)hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geduwd en/of tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd: “Metete de donde saliste. Reza los Santa Maria” (Vrije vertaling: “Stop jezelf terug van waar je uit gekomen bent. Bid de Santa Maria”)

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd om op de vloer te gaan liggen,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 22 mei 2017 in Aruba medeplichtig is geweest door het opzettelijk verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen,

welke (opzettelijke) medeplichtigheid hierin heeft bestaan dat verdachte

  • -

    aan die [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] vuurwapens heeft verschaft en/of

  • -

    die [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] met een auto van en naar de plaaltsdelict heeft gebracht;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Voor zover in de telastlegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

Bewijsoverwegingen

De verdediging heeft betoogd dat de verdachte de vluchtauto niet bestuurd kan hebben. Medeverdachte [medverdachte 1] heeft verklaard dat de overvallers door de man [bijnaam verdachte] werden opgehaald in Santa Cruz en dat ongeveer een uur voor de overval aan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] verteld werd wat zij moesten doen en dat zij een overval moesten plegen. Volgens de verdediging kan de verdachte niet betrokken zijn geweest bij de overval, omdat uit de verklaring van [medeverdachte 1] volgt dat de aanwijzing van de juwelierszaak in de Havenstraat minstens om 17.20 heeft plaatsgevonden, terwijl de verdachte die dag pas om 17.01 uur van zijn werk bij Marriott is vertrokken. Voorts heeft voornoemde medeverdachte verklaard dat de auto waarmee zij opgehaald werden geen zijspiegels had terwijl de auto van de verdachte die wel heeft. Ook de door deze medeverdachte omschrijving van het kapsel van de man [bijnaam verdachte] (een soort onverzorgd afro haar) zou niet overeenkomen met het kapsel van de verdachte. Tenslotte is er onvoldoende steunbewijs aanwezig. Het gerecht verwerpt het verweer. Ter toelichting dient het volgende.

Het gerecht heeft de verklaringen van de medeverdachte voor zover die door de verdediging zijn aangehaald niet gebruikt voor het bewijs. Overigens kan naar het oordeel van het gerecht uit deze verklaringen niet de conclusie getrokken worden dat de overvallers al om 17.20 uur bij de plaats delict zouden zijn aangekomen. Het gerecht is van oordeel dat er voldoende (ander) bewijs voorhanden is waaruit volgt dat de verdachte de overvallers met zijn auto naar en van de plaats van het delict heeft gebracht. Op de videobeelden van de overval is te zien dat de auto van de verdachte tijdens en kort na de overval langs de overvallen juwelierszaak in de Havenstraat reed. [medeverdachte 1] heeft nadat de in beslag genomen auto van de verdachte aan hem getoond werd, verklaard dat de auto waarmee ze naar de plaats van het delict zijn gebracht soortgelijk is aan die van de verdachte. De verdachte heeft ook bekend dat hij degene is geweest die op die momenten met zijn auto langs de juwelierszaak reed. De betrokkenheid van de verdachte bij de voorbereiding van een tweede overval op een juwelierszaak, waarbij in ieder geval twee van de drie overvallers (medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]) eveneens betrokken waren draagt mede bij aan het bewijs. Die betrokkenheid van de verdachte en de twee medeverdachten volgt uit tapgesprekken, observaties en verklaringen van deze twee medeverdachten. De verdachte heeft nog als alternatief scenario aangevoerd dat hij langs de juwelierszaak reed, omdat hij zijn moeder van haar werk bij het Renaissance hotel had opgehaald, na daar eerst een rondje te hebben gereden omdat zij nog niet klaar was. Het gerecht acht het evenwel hoogst onwaarschijnlijk dat de verdachte daar ten tijde van de overval toevallig reed om zijn moeder op te halen, terwijl precies op dat moment een overval plaatsvond door overvallers die nadien ook betrokken waren bij de voorbereiding van een tweede overval waarbij ook de verdachte betrokken was.

Het gerecht is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte medeplichtig is geweest aan de overval door de overvallers met zijn auto naar en van de plaats van het delict te brengen.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 4 subsidiair

medeplichtigheid aan diefstal, door twee of meer verenigde personen, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,

strafbaar gesteld bij artikel 2:291 jo. artikel 1:124 van het Wetboek van Strafrecht;

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf en maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte is medeplichtig geweest aan een gewapende overval op een juwelierszaak door de overvallers naar en van de plaats van het delict te brengen. De overvallers hebben met vuurwapens gedreigd, het aanwezige personeel gedwongen om op de grond te gaan liggen en handen vastgebonden met tie-wraps. Deze overval heeft de rechtsorde ernstig geschokt en gezorgd voor gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Als schadelijk voor het imago van Aruba kunnen overvallen als de onderhavige op termijn ook de economie en welvaart van dit land ondermijnen. Door de overval is niet alleen financiële schade, maar vooral ook grote angst en leed toegebracht. Slachtoffers van dergelijke daden kunnen nog langdurig lijden onder de (geestelijke) gevolgen daarvan.

Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is op zich geïndiceerd.

Het gerecht heeft acht geslagen op een uittreksel uit het algemene documentatieregister betreffende de verdachte d.d. 26 september 2017, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor overtreding van een bij of krachtens de Vuurwapenverordening gesteld verbod.

Het gerecht heeft gelet op de straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd en is van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur.

9 Inbeslaggenomen voorwerp

Verbeurdverklaring

De in beslag genomen auto waarvan ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte deze geheel of ten dele ten eigen bate kan aanwenden en dat met behulp daarvan het feit is begaan of voorbereid zal verbeurd worden verklaard.

10 Benadeelde partij

vordering

De benadeelde partij, [slachtoffer 1] vordert Afl. 15.000,- aan immateriele schade.

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting verzocht de vordering tot schadevergoeding af te wijzen. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat de vordering – wegens het gebrek aan medische verklaringen – niet is onderbouwd.

Het gerecht overweegt ten aanzien van de vordering tot schadevergoeding als volgt.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] rechtstreeks immateriële schade heeft geleden ten gevolge van het onder 1 bewezen verklaarde feit, welke schade derhalve aan verdachtes schuld te wijten is. Er is sprake geweest van een ernstige inbreuk op de lichamelijk integriteit van [slachtoffer 1], ten gevolge waarvan bij haar psychisch leed is ontstaan. Het gevorderde bedrag acht het gerecht echter disproportioneel hoog. Bij de begroting van de hoogte van de immateriële schadevergoeding houdt het gerecht rekening met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend. Het gerecht zal, gelet op het verhandelde ter zitting en met inachtneming van de redelijkheid en billijkheid, aan de benadeelde partij een voorschot op de immateriële schade toekennen van Afl. 1.500,-. De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering in zoverre ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De vordering van de benadeelde partij is naar het oordeel van het gerecht voor het meerdere niet van zodanige aard dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. De benadeelde partij zal derhalve voor het meerdere niet-ontvankelijk worden verklaard in die vordering. De vordering kan voor het overige slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk, met dien verstande dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een andere medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

kosten rechtsbijstand

De verdachte dient voorts te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

schadevergoedingsmaatregel

Nu verdachte jegens voornoemde benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 bewezenverklaarde feit is toegebracht en verdachte voor dat feit zal worden veroordeeld, zal het gerecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan het Land Aruba van een bedrag groot Afl. 1.500,- aan immateriele schade ten behoeve van de benadeelde partij, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door vijftien (15) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Voorts wordt bepaald dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een mededader aan de benadeelde partij en/of het Land is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen, alsmede dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan het Land en dat betalingen aan het Land in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:62, 1:68, 1:78 en 1:125 van het Wetboek van Strafrecht.

12 Beslissing

Het gerecht:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4A omschreven heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (ACHTTIEN) maanden;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

verklaart verbeurd het in rubriek 9 genoemde voorwerp;

veroordeelt de verdachte op de eis van de benadeelde partij [slachtoffer 1] -hoofdelijk in die zin dat als (één van) mededader(s) heeft/hebben betaald de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd- om aan deze tegen kwijting te betalen een bedrag van Afl. 1.500,-- (zegge: vijftien honderd florin) aan immateriële schade;

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan het Land Aruba ten behoeve van de benadeelde partij van een bedrag van Afl. 1.500,-- (zegge: vijftien honderd florin) aan immateriele schade, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 15 (vijftien) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft; voorts wordt bepaald dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een mededader aan de benadeelde partij en/of het Land is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen, alsmede dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan het Land en dat betalingen aan het Land in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij;

verklaart de benadeelde partij voor het meerdere niet-ontvankelijk in haar vordering.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M. Schoemaker en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 19 december 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.