Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:1019

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
22-12-2017
Datum publicatie
08-01-2018
Zaaknummer
457 van 2017
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak (medeplichtigheid aan) diefstal met geweld. Ontslag van alle rechtsvervolging ten aanzien van poging tot het medeplegen van diefstal met geweld/afpersing althans voorbereiding van het medeplegen van diefstal met geweld/afpersing. Sprake van vrijwillige terugtred.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2018/109
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 8 december 2017. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. P.A.J. van der Biezen.

De officier van justitie, mr. Y. Pronk, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte in de zaak met parketnummer P-2017/08477 ter zake van het primair ten laste gelegde feit te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van voorarrest.

Ter zake van het feit in de zaak met parketnummer P-2017/04234 vordert de officier van justitie de verdachte vrij te spreken.

De raadsman heeft het woord tot verdediging gevoerd.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

P-2017/08477

hij in of omstreeks de periode van 24 oktober 2016 tot en met 7 november 2016 te Aruba

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen/geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

zich daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen (een) perso(o)n(en), te weten die [slachtoffer] en/of (een) andere perso(o)(nen) (aanwezig in de woning gelegen aan [adres], althans een persoon, te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld tegen iemand, te weten [slachtoffer] en/of (een) andere perso(o)(nen) (aanwezig in de woning gelegen aan [adres], althans een persoon,

te dwingen tot de afgifte van goederen/ geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een derde,

immers is/ heeft verdachte met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

zich (met bedekt gezicht) met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp en/of een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp bij zich naar dat erf en/of die woning begeven,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

(artikelen 2:291 jo artikel 1:119 en/of artikelen 2:294 jo artikel 1:119van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

dat hij in of omstreeks de periode van 24 oktober 2016 tot en met 7 november 2016 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter voorbereiding van de/het te plegen misdrijf/misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten

het medeplegen van diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen als omschreven in artikel 2:291 van het Wetboek van Strafrecht en/of het medeplegen van afpersing als omschreven in artikel 2:294 van het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk (een) voorwerp(en), te weten een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp en/of zwarte kleding en hoofd bedekking, voorhanden heeft/hebben gehad;

(artikel 1:120 van het Wetboek van Strafrecht)

P-2017/04234

dat hij op of omstreeks 8 november 2016 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- een (roze dames)tas (van het merk Gucci) inhoudende:

- een geel/goudkleurig “animal print model’ dames portemonnee;

- verschillende persoonlijke documenten;

- een geldbedrag van ongeveer Afl. 10.000,-- en/of

- een geldbedrag van ongeveer Afl. 20.000,--

- een mobiele telefoon (van het merk Iphone en model 6S en/of

- contactsleutels van een [merk auto 1] en een [merk auto 2],

in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld onder meer hieruit bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) met zijn/hun bedekte gezicht(en) en een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer] heeft/hebben getoond en/of die [slachtoffer] met kracht vanuit haar auto heeft/hebben getrokken en tegen de grond geduwd en/of tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd/geschreeuwd: “Placa nos kier. Habri e porta. Mi no kier matabo. Habri e porta sino mi ta matabo”, althans woorden van soortgelijke (Spaanse bewoordingen) dreigende aard en/of strekking;

(artikel 2:291 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een andere medeverdachte op of omstreeks 8 november 2016 in Aruba met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen

- een (roze dames)tas (van het merk Gucci) inhoudende:

- een geel/goudkleurig “animal print model’ dames portemonnee;

- verschillende persoonlijke documenten;

- een geldbedrag van ongeveer Afl. 10.000,-- en/of

- een geldbedrag van ongeveer Afl. 20.000,--

- een mobiele telefoon (van het merk Iphone en model 6S en/of

- contactsleutels van een [merk auto 1] en een [merk auto 2],

in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een andere medeverdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld onder meer hieruit bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een andere medeverdachte met zijn/hun bedekte gezicht(en) en een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer] heeft/hebben getoond en/of die [slachtoffer] met kracht vanuit haar auto heeft/hebben getrokken en tegen de grond geduwd en/of tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd/geschreeuwd: “Placa nos kier. Habri e porta. Mi no kier matabo. Habri e porta sino mi ta matabo”, althans woorden van soortgelijke (Spaanse bewoordingen)dreigende aard en/of strekking, bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, toen en aldaar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 8 november 2016 in Aruba opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door tegen die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een andere medeverdachte te zeggen dat zijn, verdachtes, vader en die [slachtoffer] de eigenaren van de [naam restaurant] zijn en/of dat die [slachtoffer] altijd de dagopbrengst van voornoemde bar en restaurant optelt wanneer zij klaar is met werken en/of de sluitingstijd van voornoemde bar en restaurant aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een andere medeverdachte heeft doorgegeven en/of tegen die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een andere medeverdachte te zeggen waar zijn, verdachtes, vader en die [slachtoffer] wonen en/of (vervolgens) die woning aan hen heeft aangewezen;

(artikel 2:291 jo artikel 1:124 van het Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

Het gerecht heeft vastgesteld dat de dagvaardingen geldig zijn, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Bewijsbeslissingen

A. Vrijspraak

Het gerecht heeft, met de officier van justitie en de raadsman, uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde onder parketnummer P-2017/04234 heeft begaan en zal de verdachte daarvan vrijspreken.

B. Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde onder parketnummer P-2017/08477 heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht dat:

hij in of omstreeks de periode van 24 oktober 2016 tot en met 7 november 2016 te Aruba

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen/geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

zich daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen (een) perso(o)n(en), te weten die [slachtoffer] en/of (een) andere perso(o)(nen) (aanwezig in de woning gelegen aan [adres], althans een persoon, te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld tegen iemand, te weten [slachtoffer] en/of (een) andere perso(o)(nen) (aanwezig in de woning gelegen aan [adres], althans een persoon,

te dwingen tot de afgifte van goederen/geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een derde,

immers is/ heeft verdachte met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

zich (met bedekt gezicht) met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp en/of een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp bij zich naar dat erf en/of die woning te [adres] begeven,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

althans (nu ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling volgt):

dat hij in of omstreeks de periode van 24 oktober 2016 tot en met 7 november 2016 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van de/het te plegen misdrijf/misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het medeplegen van diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen als omschreven in artikel 2:291 van het Wetboek van Strafrecht en/of het medeplegen van afpersing als omschreven in artikel 2:294 van het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk (een) voorwerp(en), te weten een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp en/of zwarte kleding en hoofd bedekking, voorhanden heeft/hebben gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Voor zover in de telastlegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

primair:

poging tot diefstal, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijker te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of aan andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen,

en/of

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 2:291 jo artikel 1:119 of artikel 2:294 jo artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht.

subsidiair:

voorbereiding van

diefstal voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld, tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

en/of

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen.

strafbaar gesteld bij artikel 2:291 en/of artikel 2:294 jo artikel 1:120 van het Wetboek van Strafrecht.

Beroep op vrijwillige terugtred

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat aan de verdachte ter zake van het ten laste gelegde geen beroep op vrijwillige terugtred toekomt omdat de verdachte niet aan de mededaders heeft kenbaar gemaakt dat hij de overval niet wilde doorzetten en hij daarna ook niet naar de politie is gegaan. Verder heeft medeverdachte/getuige [medeverdachte 2] verklaard dat de overval niet door was gegaan omdat de verdachte in slaap was gevallen tijdens het uitkijken waardoor het slachtoffer haar woning in was gestapt en de overval niet meer kon plaatsvinden.

De raadsman heeft bepleit dat de poging niet strafbaar is omdat de verdachte vrijwillig is teruggetreden. Verdachte heeft bewust afgezien van het signaal dat hij moest geven om tot de overval over te gaan. Daardoor is de overval mislukt. Het gerecht overweegt als volgt.

De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij met een aantal mededaders in struikgewas/een plantenbak aan het schuilen was, de komst van het slachtoffer, zijn stiefmoeder, afwachtende. Op een gegeven moment zag de verdachte de auto van het slachtoffer het erf oprijden en hij zag dat de auto werd geparkeerd. Eén van de mededaders genaamd [medeverdachte 3] zei in het spaans; “Activo, activo”. Gezien de verdachte zeer bang was geworden bleef hij liggen en constant hoesten waardoor de mededaders kwaad op hem werden. [medeverdachte 3] zei om de gewapende overval te plegen, maar de verdachte bleef op de grond liggen. Daarna zei [medeverdachte 3] dat het slachtoffer al binnen haar woning was gestapt, waardoor het te laat was om de beroving nog te plegen. Tijdens de terugrit zeiden de mededaders tegen de verdachte dat hij te laat had gereageerd en dat hij constant bleef hoesten. Enkele dagen daarna had een mededader genaamd [medeverdachte 4] hem gevraagd of zij de gewapende overval nog zouden gaan plegen. De verdachte heeft hem toen geantwoord dat hij het nog niet wist. De waarheid was dat hij de overval niet meer wilde plegen. Enige tijd later is de overval alsnog zonder de verdachte gepleegd.

De verdachte heeft ter terechtzitting nader verklaard dat hij de mededaders heeft gestopt door een show op te voeren. Toen hij het slachtoffer uit de auto zag stappen, voelde hij iets van binnen in hem en wilde hij het niet meer doen. Hij besloot om op de grond te gaan liggen en te gaan hoesten zodat de tijd voorbij zou gaan en de overval niet meer kon plaatsvinden. Hij zou daarna aan de overvallers gezegd hebben dat hij het niet meer wilde doen.

Voor de beoordeling van een beroep op vrijwillige terugtred is mede bepalend of er sprake is geweest van een, geheel of overwegende mate spontaan, uit de eigen wil van de verdachte voortvloeiend besluit om voltooiing van het voorgenomen dan wel voorbereide delict te verhinderen. Daarbij is in het geval van medeplegen, anders dan door de officier van justitie is aangevoerd, niet van doorslaggevende betekenis of de verdachte aan zijn mededaders heeft kenbaar gemaakt dat hij de voltooiing van het delict niet wenste door te zetten. Indien en voor zover externe factoren aan het besluit hebben bijgedragen komt betekenis toe aan de onderlinge verhouding tussen deze factoren en hetgeen omtrent de interne besluitvorming van de verdachte is gebleken, in die zin dat de mate waarin deze nog over beslisruimte beschikte bepalend is voor het vrijwillige karakter van diens terugtred.

Het bewijs dat de verdachte en zijn mededaders gepoogd hebben om een overval te plegen volgt naast de verklaringen van de verdachte zelf uit de verklaring van medeverdachte/getuige [medeverdachte 2]. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat de verdachte samen met de mededaders in een auto waren vertrokken en dat zij later diezelfde dag zijn teruggekeerd naar de appartementen van [medeverdachte 2]. Zij hadden hem toen verteld dat de overval niet werd gepleegd omdat het slachtoffer haar woning al was binnengestapt en meteen het alarmsysteem had geactiveerd. De verdachte had hem verteld dat hij in slaap was gevallen waardoor het slachtoffer voordat hij kon reageren naar binnen was gestapt. Hij heeft voorts nog verklaard dat de persoon [medeverdachte 4] daarna geen contact met de verdachte kon krijgen, waardoor besloten werd om de overval zonder de verdachte te gaan plegen. Het gerecht is van oordeel dat de verklaring van [medeverdachte 2] de vrijwillige terugtred ondersteunt. Diens verklaring bevestigt dat de overval niet door was gegaan door toedoen van de verdachte en dat de overvallers de overval enkele tijd zonder de verdachte alsnog hebben gepleegd.

Uitgaande van de verklaringen van de verdachte en [medeverdachte 2] was op de bewuste dag alles in gereedheid om de geplande overval uit te voeren. Het was alleen nog wachten op de thuiskomst van het slachtoffer. Iets heeft vervolgens voorkomen dat de overval werd doorgezet. Nu er geen andere feiten en omstandigheden aannemelijk zijn geworden die er voor hebben gezorgd dat de overval niet werd doorgezet, gaat het gerecht ervan uit dat de verdachte door op de grond te blijven liggen en te gaan hoesten er voor heeft gezorgd dat de overval op dat moment niet meer kon worden doorgezet. Het gerecht acht het daarbij niet aannemelijk geworden dat de verdachte in slaap zou zijn gevallen zoals door [medeverdachte 2] is verklaard. [medeverdachte 2] heeft verklaard dit van de verdachte, die zelf anders verklaart, te hebben gehoord, terwijl het op zichzelf genomen ook niet aannemelijk is dat de verdachte, die in bijzijn was van andere mededaders, vlak voor de geplande overval, met de adrenaline die daarbij doorgaans vrijkomt, ter plekke in slaap zou zijn gevallen. Het gerecht acht het daarentegen wel aannemelijk dat de verdachte van binnenuit een weerstand op heeft voelen komen toen hij het beoogde slachtoffer aan zag komen, waardoor hij het uitvoeren van de overval heeft gestaakt, omdat het beoogde slachtoffer zijn eigen stiefmoeder was. Voorts volgt uit het strafdossier dat nadien de mededaders zonder de verdachte het beoogde slachtoffer alsnog hebben overvallen, hetgeen de verklaring van de verdachte eveneens ondersteunt.

Uitgaande van de verklaring van de verdachte, die het gerecht dus aannemelijk acht, is het niet plegen van de overval door de verdachte het gevolg geweest van een spontaan, uit de eigen wil van de verdachte voortvloeiend besluit. De verdachte heeft met zijn handelen ook voorkomen dat de mededaders de overval op dat moment zonder hem hebben voortgezet. Deze mededaders hebben kennelijk door de plotselinge, onverwachte handelingen van de verdachte het uitvoeren van de overval gestaakt, althans op de verdachte gewacht waardoor de tijd voorbij ging, het slachtoffer al naar binnen was gegaan en de overval afgeblazen moest worden.

Het gerecht acht om voornoemde redenen zowel ten aanzien van de poging als de subsidiair tenlastegelegde voorbereidingshandeling vrijwillige terugtred voldoende aannemelijk geworden. De verdachte dient daarom te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

7 Inbeslaggenomen voorwerpen

De teruggave zal worden gelast van de in beslag genomen voorwerpen (een damestas, een damesportemonnee en een klein tasje) aan de rechthebbende, zijnde aangeefster [slachtoffer].

8 Beslissing

Het gerecht:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4A omschreven heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging;

gelast de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen (een damestas, een damesportemonnee en een klein tasje) aan de rechthebbende, zijnde aangeefster [slachtoffer];

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden en beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M. Schoemaker en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 22 december 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.