Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:1018

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
22-12-2017
Datum publicatie
08-01-2018
Zaaknummer
646 van 2017
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervoeren, afleveren, verstrekken en aanwezig hebben van cocaïne en om een feit, bedoeld in het tweede lid van artikel 11 c van de Landsverordening verdovende middelen, voor te bereiden of te bevorderen, een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen, meermalen gepleegd. Gevangenisstraf van vijf jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1981 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 8 december 2017. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. D.E.T. Rasmijn.

De officier van justitie, mr. E.D Schwengle, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren.

De raadsman heeft het woord tot verdediging gevoerd aan de hand van zijn overgelegde pleitaantekeningen.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

1. dat hij in of omstreeks de periode van 30 oktober 2016 tot en met 31 oktober 2016 in Aruba,

tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

opzettelijk een hoeveelheid (ruwe) cocaïne (van ongeveer 26.762,6 gram),

zijnde (ruwe) cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen,

heeft vervoerd en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of

in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad;

(artikel 3 lid 1 van de Landsverordening verdovende middelen joncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

2. dat hij in of omstreeks de periode van 18 oktober 2016 tot en met 1 november 2016 in Aruba,

tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen,

ter voorbereiding of ter bevordering dat een hoeveelheid (ruwe) cocaïne (van ongeveer 26.762,6 gram), althans een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen,

opzettelijk vanuit Aruba zou worden uitgevoerd en/of vervoerd en/of afgeleverd, opzettelijk daartoe

- [ medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7],

gelegenheid en middelen heeft verschaft,

immers heeft hij de voornoemde personen voorzien van

- eten en/of

- levensmiddelen en/of

- vervoer en/of

- verblijfplaats en/of

- geld en/of

- koffers met daarin een hoeveelheid cocaïne;

(artikel 11 c van de Landsverordening verdovende middelen jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

Het gerecht heeft vastgesteld dat de dagvaardingen geldig zijn, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Bewijsbeslissingen

Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

1. dat hij in of omstreeks de periode van 30 oktober 2016 tot en met 31 oktober 2016 in Aruba, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk een hoeveelheid (ruwe) cocaïne (van ongeveer 26.762,6 gram), zijnde (ruwe) cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen, heeft vervoerd en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad;

2. dat hij in of omstreeks de periode van 18 oktober 2016 tot en met 1 november 2016 in Aruba, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, ter voorbereiding of ter bevordering dat een hoeveelheid (ruwe) cocaïne (van ongeveer 26.762,6 gram), althans een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen, opzettelijk vanuit Aruba zou worden uitgevoerd en/of vervoerd en/of afgeleverd, opzettelijk daartoe

- [ medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7],

gelegenheid en middelen heeft verschaft,

immers heeft hij de voornoemde personen voorzien van

- eten en /of

- levensmiddelen en/of

- vervoer en/of

- verblijfplaats en /of

- geld en /of

- koffers met daarin een hoeveelheid cocaïne;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1.

opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid onder B en C, van de Landsverordening verdovende middelen,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Landsverordening verdovende middelen,

Feit 2.

om een feit, bedoeld in het tweede lid van artikel 11 c van de Landsverordening verdovende middelen, voor te bereiden of te bevorderen, een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 11 c van de Landsverordening verdovende middelen;

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervoer, afleveren en/of verstrekken en het aanwezig hebben van meer dan 26 kilo cocaïne, met de bedoeling om deze cocaïne vanuit Aruba (uit) te laten (ver)voeren en af te laten leveren in Londen. Tevens heeft verdachte aan verschillende personen gelegenheid en middelen hiertoe verschaft door ze van het nodige te voorzien vóórdat het cocaïnetransport zou gaan plaatsvinden. Deze personen moesten met de cocaïne in hun koffers naar Londen reizen. De verdachte heeft daarbij als tussenpersoon gehandeld.

Cocaïne is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. Met betrekking tot de hoeveelheid cocaïne overweegt het gerecht dat dit een aanzienlijke hoeveelheid betreft, welke hoeveelheid van dien aard was dat deze bestemd moet zijn geweest voor de verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaat gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof. Met de handel in verdovende middelen wordt veel geld verdiend. Kennelijk heeft verdachte zich laten leiden door het oogmerk van financieel gewin ten koste van anderen. Bovendien heeft verdachte door zijn strafbare gedragingen een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het internationale drugscircuit.

Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is op zich geïndiceerd.

Het gerecht heeft acht geslagen op een uittreksel uit het algemene documentatieregister betreffende de verdachte d.d. 17 november 2017, waaruit blijkt dat de verdachte al verschillende keren is veroordeeld voor strafbare feiten, waaronder een soortgelijk feit, en dat de verdachte nog in de proeftijd van een eerdere veroordeling liep.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.

9 Inbeslaggenomen voorwerpen

Teruggave

De teruggave zal worden gelast van de bij de aanhouding van de verdachte in beslag genomen mobiele telefoons aan de verdachte, nu deze niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:62, 1:136 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIJF (5) jaren;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

gelast de teruggave aan de verdachte van de in rubriek 9 genoemde voorwerpen;

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M. Schoemaker en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 22 december 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.