Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2017:1011

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
11-12-2017
Datum publicatie
08-01-2018
Zaaknummer
AUA201701157
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verweerder heeft bij haar verweerschrift overgelegd een kopie van een beslissing waarin het bezwaarschrift van appellante niet-ontvankelijk wordt verklaard. Hiertegen heeft appellante beroep ingesteld. Reeds hiermee is het belang van appellante aan het onderhavige beroep, dat gericht is tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar, komen te ontvallen, waardoor het beroep van appellante niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 11 december 2017

LAR nr. AUA201701157

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

PRO JOY ENTERTAINMENT N.V.,

gevestigd in Aruba,

APPELLANTE

gemachtigde: de advocaat mr. D.C.A. Crouch,

gericht tegen:

DE MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN, WETENSCHAP, INNOVATIE EN DUURZAME ONTWIKKELING,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. J.O. Senchi (DWJZ).

1 PROCESVERLOOP

Bij brief van 28 september 2016 heeft de directeur van Directie Wetgeving en Juridische Zaken (hierna: DWJZ) appellante medegedeeld, zoals hierna onder 2.1 vermeld.

Daartegen heeft appellante op 9 november 2016 bezwaar gemaakt.

Bij brief van 10 november 2016 heeft appellante aan verweerder verzocht om hetgeen in het schrijven van 28 september 2016 is opgenomen te heroverwegen.

Tegen het uitblijven van een beschikking op dat verzoek heeft appellante op 15 maart 2017 bezwaar gemaakt.

Tegen het uitblijven van een beslissing op het aldus gemaakte bezwaar heeft appellante op 14 maart 2017 beroep ingesteld.

Verweerder heeft op 8 augustus 2017 een verweerschrift, met producties, ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van 18 september 2017, alwaar zijn verschenen appellante bij haar gemachtigde voornoemd en di directeur mevrouw [X], en verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd.

Hierna is uitspraak bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

In voormelde brief van 28 september 2016 met als onderwerp “Aanpassing bestaande koffiehuis/restaurant A-vergunningen aan het Beleid latere sluitingstijden horecagelegenheden” heeft de directeur van DWJZ onder meer als volgt vermeld:

(…)

Op grond van artikel 47, vierde lid, van de Vergunningsverordening heeft de minister belast met algemene zaken op 11 augustus 2016 het Beleid latere sluitingstijden horecagelegenheden vastgesteld. (…)

Om reden als hierboven vermeld, zullen deze latere sluitingstijden vanaf 1 november 2016 ook gelden voor gelegenheden die beschikken over nog latere sluitingstijden waarvan toestemmingen afgegeven waren vóór 20 oktober 2009. (…)

In uw geval betekent dit dat de aan u verleende toestemming van 18 juli 2001 (No. CBJAZ/682-D) voor een latere sluitingstijd, te weten in de week tot 03.00 uur en in het weekeinde tot 05.00 uur, zal worden ingetrokken onder gelijktijdige verlening van een nieuwe toestemming met latere sluitingstijden overeenkomstig het Beleid latere sluitingstijden horeca.

In verband hiermee roep ik u op om binnen twee (2) weken na dagtekening van deze brief bij mijn directie langs te komen, zodat u de gelegenheid heeft om uw zienswijze schriftelijk bekend te maken over de bovenbedoelde intrekking en vervanging (…).

2.2

Verweerder stelt zich op het standpunt dat de brief van appellante van 10 november 2016 een aanvulling op het bezwaarschrift van 9 oktober 2016 is en verzoekt om appellante niet-ontvankelijk te verklaren in haar beroep, dan wel om het beroep ongegrond te verklaren. Appellante betoogt dat haar brief van 10 november 2016 geen aanvullend bezwaarschrift is maar een verzoek tot heroverweging.

2.3

Ingevolge artikel 9, eerste lid, van de Lar kan degene die door een beschikking rechtstreeks in zijn belang is getroffen het bestuursorgaan verzoeken de beschikking in heroverweging te nemen. Met verweerder is het gerecht van oordeel dat verweerder de brief van 10 november 2016 niet anders had kunnen zien dan een aanvulling op het bezwaarschrift nu appellante onder verwijzing naar haar bezwaarschrift van 9 november 2016 verweerder verzoekt om de beschikking in heroverweging te nemen (artikel 9 van de Lar).

2.4

Verweerder heeft bij haar verweerschrift overgelegd een kopie van een beslissing van 30 november 2016 van de Minister van Algemene Zaken, Wetenschap, Innovatie en Duurzame Ontwikkeling waarin het bezwaarschrift van appellante niet-ontvankelijk wordt verklaard. Hiertegen heeft appellante op 7 april 2017 beroep ingesteld. Reeds hiermee is het belang van appellante aan het onderhavige beroep, dat gericht is tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar, komen te ontvallen, waardoor het beroep van appellante niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

2.5

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

2.6

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3 DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 december 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.

De rechter is buiten staat deze uitspraak te ondertekenen.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).