Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:95

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
03-02-2016
Datum publicatie
17-02-2016
Zaaknummer
K.G. 2756 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ontruiming afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis in kort geding van 3 februari 2016

Behorend bij K.G. 2756 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

E1* en

E2*

domicilie kiezende ten kantore van hun gemachtigde,

hierna ook te noemen: eisers,

gemachtigde: de advocaat mr. P.A.J. van der Biezen,

tegen:

G* ,

wonende te Aruba,

hierna ook te noemen: gedaagde,

gemachtigde: de advocaat mr. D.L. Emerencia.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, ingediend op 3 december 2015;

- de pleitnota van eisers;

- de pleitnota van gedaagde met producties;

- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 15 januari 2016.

Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Eisers zijn de zonen van wijlen ____ en wijlen _______, hierna erflaters.

2.2

Erflaters bezaten op Aruba onder meer het woonhuis aan _________, dat op 14 maart 2005 aan hen is geleverd.

2.3

In 2009 hebben erflaters aan een Colombiaans echtpaar toestemming gegeven om in het appartement te wonen, gelegen op het erf ______, zodat zij bij afwezigheid van erflaters op het huis konden passen en onderhoudswerkzaamheden konden verrichten.

2.4

Het echtpaar is in oktober 2014 terug gekeerd naar Colombia.

2.5

Gedaagde is bevriend met dit echtpaar. Via hen is hij met zijn gezin eind 2014 in het appartement behorende bij de woning gelegen aan _____ getrokken en sindsdien zorgt hij voor het onderhoud van de woning.

2.6

Op 16 oktober 2015 is gedaagde gesommeerd om de woning te ontruimen.

2.7

Op 16 oktober 2015 heeft de zaakwaarnemer, van eisers aangifte gedaan bij de politie wegens het zonder recht of titel in de woning verblijven door gedaagde met zijn gezin.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Eisers vorderen, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis de woning aan __________ te ontruimen en te verlaten, met medeneming van alle personen en/of goederen die zich daar bevinden en met afgifte van de sleutels aan eisers.

3.2

Eisers baseren zich - kort weergegeven - op het volgende.

Eisers zijn de enige erfgenamen van erflaters en daarmee eigenaar van de woning.

Gedaagde verblijft zonder recht of titel in de woning. Eisers zijn voornemens om zo nu en dan naar Aruba te komen en willen de woning zelf gebruiken.

3.3

Gedaagde voert gemotiveerd verweer, dat bij de beoordeling aan de orde komt.

4 DE BEOORDELING

4.1

Als eerste wordt beoordeeld het verzoek ex artikel 122 Wetboek van Rechtsvordering.

Dit verzoek is ter gelegenheid van de mondelinge behandeling ingetrokken, omdat mr. Van der Biezen verklaarde dat zijn kantoor bereid is om garant te staan voor de proceskosten ad Afl. 1.500,00.

4.2

Gedaagde stelt zich op de tweede plaats op het standpunt dat eisers niet ontvankelijk zijn, omdat zij niet hebben aangetoond de enige erfgenamen te zijn van erflaters. Deze stelling is juist, maar eisers hebben wel aangetoond dat zij kinderen zijn van erflaters. Om deze reden gaat het gerecht er voorshands van uit dat eisers in ieder geval deelgenoten zijn in de nalatenschap van wijlen hun vader en moeder en om deze reden als belanghebbende aangemerkt kunnen worden als bedoeld in artikel 3:171 BWA. Aan dit verweer wordt dan ook voorbij gegaan.

4.3

Voor toewijzing van een vordering in kort geding, waarin bewijslevering niet aan de orde is, moet het in hoge mate waarschijnlijk zijn dat een gelijkluidende vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Hiervan is geen sprake. Voorts moet vast staan dat eisers een spoedeisend belang hebben, dat zodanig is dat de uitslag van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Hiervan is evenmin sprake.

Hiertoe wordt als volgt overwogen.

4.4

Vast staat dat gedaagde met zijn gezin sinds eind oktober 2014 verblijft in het onroerend goed, dat deel uitmaakt van de nalatenschap van erflaters. Gedaagde stelt dat hij door de voormalige beheerders benaderd is met de vraag of hij interesse had om hen op te volgen als beheerders van het onderhavige onroerend goed. De gesprekken hierover vonden plaats tussen de voormalige beheerders en gedaagde, maar volgens gedaagde waren erflaters op de hoogte dat hij en zijn echtgenote de nieuwe beheerders zouden worden. Toen gedaagde de indruk had dat alles rond was, overigens zonder dat een en ander schriftelijk was vastgelegd, is hij met zijn gezin uit Spanje naar Aruba vertrokken en heeft hij zich gevestigd in het appartement op het erf van de woning van erflaters. Volgens gedaagde was voorts afgesproken dat hij en zijn vrouw voor onderhouds- en schoonmaakwerkzaamheden USD 2.000,00 per maand zouden ontvangen. Hij heeft evenwel nimmer enige betaling ontvangen. Om de kosten van het huis te kunnen betalen heeft gedaagde een deel van de woning verhuurd en zelfs een auto verkocht.

4.5

Hoewel het onduidelijk is waarom gedaagde nimmer aanspraak heeft gemaakt op betaling van zijn loon, gaat het gerecht er voorshands vanuit dat gedaagde met zijn gezin op basis van een mondelinge overeenkomst met de voormalige beheerders zijn intrek heeft genomen in het appartement, behorende bij de woning van erflaters. Gedaagde heeft immers zijn leven in Spanje opgegeven teneinde zich te vestigen in Aruba. Een dergelijke grote stap wordt in de regel niet gezet zonder dat hieraan een overeenkomst ten grondslag ligt dan wel het vertrouwen bestaat dat die er is. Of erflaters daadwerkelijk hebben ingestemd met de aanstelling van gedaagde en zijn echtgenote als beheerders is vooralsnog onduidelijk en kan in het kader van dit kort geding niet worden uitgezocht. Het gerecht gaat er vooralsnog vanuit dat er voor gedaagde geen reden voor twijfel was, aangezien hij toegang kreeg tot de woning respectievelijk het appartement en daar sinds eind 2014 ongestoord verblijft. In het licht hiervan gaat het gerecht er voorshands vanuit dat gedaagde niet zonder recht of titel in het gehuurde verblijft. Dit voorlopige oordeel staat toewijzing van de gevorderde ontruiming, vooruitlopende op de uitkomst van de bodemprocedure in de weg.

4.6

Voorts ontberen eisers tevens een spoed eisend belang.

De stelling van eisers dat zij voornemens zijn om vaker naar Aruba te komen en dan de woning willen gebruiken is onvoldoende concreet en rechtvaardigt niet toewijzing van de verzochte ontruiming, vooruitlopend op de uitkomst van de bodemprocedure.

4.7

Uit het voorgaande volgt dat de vordering van eisers wordt afgewezen.

4.8

Eisers worden om deze reden in de kosten van het geding veroordeeld.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

5.1

wijst het gevorderde af;

5.2

veroordeelt eisers in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van gedaagde worden begroot op Afl. 1.000,00 aan salaris van de gemachtigde;

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch. rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 3 februari 2016 in aanwezigheid van de griffier.