Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:947

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
09-12-2016
Datum publicatie
17-01-2017
Zaaknummer
504 van 2016
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse strafzaak. Arubaanse man veroordeeld voor medeplegen diefstal met gebruik maken van bedreiging met geweld met een vuurwapen. Verdachte heeft belangrijke informatie gegeven voor het plegen van diefstal. Straf: vier jaren gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans […] gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 18 november 2016. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. P.A.J. van der Biezen.

De officier van justitie, mr. C.D. Kardol, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft verweer gevoerd.

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft ter terechtzitting een vordering tot schadevergoeding ingediend.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

dat hij op of omstreeks 15 mei 2016 in Aruba

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag en een mobiele telefoon/telefoons, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en verdachtes medededader,

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijker te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of verdachtes mededader:

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft getoond aan die [slachtoffer 1] en in de richting van en op het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] heeft/hebben gericht en gericht gehouden en

- een of meerdere malen, met geschoeide voet tegen het hoofd van [slachtoffer 4] heeft geschopt en

- een pistool heeft doorgeladen en hiermee twee schoten heeft gelost;

(artikel 2:291 jo 1:123 lid 1 onder a van het Wetboek van Strafrecht)

althans, indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen

dat [medeverdachte] en/of een of meer ander(en) op of omstreeks 15 mei 2016 op Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in Dennis bar & restaurant, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/ hebben weggenomen een geldbedrag en een mobiele telefoon/telefoons, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen tegen die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat [medeverdachte]:

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft getoond aan die [slachtoffer 1] en in de richting van en op het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] heeft/hebben gericht en gericht gehouden en

- een of meerdere malen, met geschoeide voet tegen het hoofd van [slachtoffer 4] heeft geschopt en

- een pistool heeft doorgeladen en hiermee twee schoten heeft gelost,

welk feit de verdachte in of omstreeks de periode van 1 mei 2016 tot en met 15 mei 2016 op Aruba opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen,

althans tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 mei 2016 tot en met 15 mei 2016 op Aruba medeplichtig is geweest door het opzettelijk verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen,

welke uitlokking, althans (opzettelijke) medeplichtigheid hierin heeft bestaan dat verdachte die [medeverdachte] heeft medegedeeld dat bij die bar restaurant veel geld weggenomen kon worden en/of (vervolgens) die [medeverdachte] en een ander/anderen Dennis Bar & Restaurant heeft aangewezen en per auto heeft vervoerd naar en van de Dennis Bar & Restaurant;

(artikel 2:291 jo 1:123 lid 1 onder b van het Wetboek van Strafrecht)

althans, indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen

dat hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2016 tot en met 15 mei 2016 te Aruba

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter voorbereiding van de/het te plegen misdrijf(ven) waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten:

diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen als omschreven in artikel 2:291 van het Wetboek van Strafrecht afpersing als omschreven in artikel 2:294 van het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk (een) voorwerp(en), te weten twee, althans een, op een vuurwapen gelijkend voorwerp(en), voorhanden heeft gehad;

(artikel 1: 120 van het Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

B. Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

dat hij op of omstreeks 15 mei 2016 in Aruba

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag en een mobiele telefoon/telefoons, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en verdachtes medededader,

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijker te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of verdachtes mededader:

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft getoond aan die [slachtoffer 1] en in de richting van en op het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] heeft/hebben gericht en gericht gehouden en

- een of meerdere malen, met geschoeide voet tegen het hoofd van [slachtoffer 4] heeft geschopt en

- een pistool heeft doorgeladen en hiermee twee schoten heeft gelost;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat, waarbij ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts wordt gebezigd voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als “bijlage” betreft het bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, sectie Divisie Algemene Recherche unit Santa Cruz, ACTpol nr. 395223, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 7 november 2016 gesloten en ondertekend door [verbalisant 1], brigadier eerste klasse bij voormeld Korps.

Een proces-verbaal, bijlage 11.1.1, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 15 mei 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 2], brigadier bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de aangever [slachtoffer 1], -zakelijk weergegeven-:

Ik ben eigenaresse van de Dennis Bar & Restaurant gelegen te [adres bar]. Vandaag, 15 mei 2016, omstreeks 03:00 uur, was het sluitingstijd en de voordeur gelegen aan de zuidelijke gevel van het gebouw werd op slot gedaan. Ik liet in de kassalosgeld bestaande uit ongeveer 600 Arubaanse Florins achter. Ik was daar samen met “[slachtoffer 4], mijn vriendin “[slachtoffer 2], en drie andere klanten genaamd [verdachte], “[slachtoffer 3] en [slachtoffer 5]. Wij waren allemaal klaar om uit de lokaliteit te stappen toen omstreeks 03:50 uur, een voor mij onbekende man gekleed met een donkerkleurig jas met lange mouwen met capuchon met daaronder een pet de zaak binnenstapte. De voor mij onbekende man liep naar de toonbank toen en haalde hij een “zwartkleurig pistool” vanuit zijn jas en richtte deze in de richting van de bar en hij zei hierna in het Spaans met Venezolaans accent: “Este es un atraco. Este es un atraco. No me miren”. De overvaller liep achter de toonbank met pistool in zijn handen vast en richtte deze op [slachtoffer 4], [slachtoffer 2] en ik. De overvaller loste hierna met zijn doorgeladen pistool twee schoten. Ik werd hierdoor heel bang en zenuwachtig. Het lukte mij te zien dar de overvaller de kasregister opendeed en geld vanuit de kassa haalde. De overvaller had de aan mij toebehorende mobiele telefoon, een iphone weggenomen samen met die van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 2]. Ik zag dat de overvallen vertrokken was.

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 15 mei 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 3], brigadier bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de aangever [slachtoffer 2], -zakelijk weergegeven-:

Op [15 mei 2016] te Dennis Bar omstreeks 3.15 kwam een voor mij onbekende man de zaak binnen. Hij nam een vuurwapen vanuit de herentas die hij bij zich had en had deze meteen doorgeladen. De overvaller zei “Este es un atraco”. Hij had de aan mij toebehorende mobiele telefoon ook weggenomen.

Een proces-verbaal, bijlage 11.9.2., in de wettelijke vorm opgemaakt en op 17 mei 2016 gesloten en getekend door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5], brigadiers eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als 1ste verklaring van de medeverdachte, -zakelijk weergegeven-:

Ongeveer iets minder dan een maand geleden heb ik middels [getuige 1] kennis gemaakt met een Arubaan genaamd “[verdachte]”. Ik had kennis gemaakt met [getuige 1] omdat hij op zoek was naar iemand om een beroving te gaan plegen bij een chinees supermarket. [getuige 1] had mij bij [verdachte] aanbevolen om deze beroving te gaan plegen.

[verdachte] bestuurt een groot witte auto. De ruiten van de auto zijn niet getint. [verdachte] en [getuige 1] kwamen bij mij om beroving te bespreken. [verdachte] zei tegen mij dat de beroving op de Dennis Bar & Restaurant zal worden gepleegd. [verdachte] zei dat hij de gewapende overval klaar en goed beraamd had. Hij zei tegen mij dat hij twee vuurwapens in zijn bezit heeft om deze gewapende overval te plegen. [verdachte] kwam thuis en liet mij de twee vuurwapens zien. [verdachte] zou ons komen ophalen om overval te plegen. Op de avond van de overval had [verdachte] mij opgebeld en hij had tegen mij gezegd dat hij in de Dennis Bar aan het drinken was en dat hij alles goed onder controle daarin had. [verdachte] had beide pistolen in de handschoenenkasje van zijn auto. Ik had eentje zijnde de Glock genomen. Ik ging even in de auto van [verdachte] zitten in afwachting van een telefoontje van hem. Hij had mij vanuit de Dennis Bar opgebeld om mij in kennis te stellen dat de werknemers het geld aan het optellen waren en dat ik nog even moest wachten op zijn missed call. Op een gegeven moment had ik een missed call van hem gekregen en ik liep dan naar binnen. Ik had het pistool tevoorschijn gehaald en riep tegen iedereen om op de grond te gaan liggen. Ik heb een schot afgelost. Ik heb hierna de mobiele telefoon van iedereen opgeëist en weggenomen. Ik heb het geld van de kasregister weggenomen en weggelopen.

Een proces-verbaal, bijlage 11.9.3, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 21 mei 2016 gesloten en getekend door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5], brigadiers eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als 2de verklaring van de medeverdachte, -zakelijk weergegeven-:

Ik blijf bij mijn bekentenis van 17 mei 2016 volharden. Ik heb alles in die verklaring naar de waarheid verklaard. Ik heb de mobiele telefoonnummer van [verdachte] opgeslagen in mijn contacten onder de naam “[verdachte] Grua”. Zijn mobiele telefoonnummer is 566-3657. Omtrent de videobeelden de dato 15 mei 2016 van de lokaliteit “Dennis Bar & Restaurant” is er een witkleurige auto te zien, die omstreeks 16:53:55 uur, vanuit de noordelijke richting kwam en hierna rechts afslaat. Dit is de auto van [verdachte]. Ik ben de man die omstreeks 16:53:58 uur, op de videobeelden te zien is. Ik liep toen richting de deur aan de westelijke gevel van het Dennis Bar. De man die een witte t-shirt met lange mouwen draagt en die omstreeks 16:54:27 uur, op de videobeelden het lokaliteit binnen liep, is [verdachte]. Ik ben de vuurwapen gewapende man die op de videobeelden te zien is. Hier kunnen jullie zien dat ik geld vanuit de kassa heb weggenomen en ook dat ik enkele mobiele telefoons van de klanten hadden weggenomen. Ik had van vooraf met [verdachte] afgesproken dat ik ook zal doen alsof ik hem ook berooft. Ik heb hem wel onbewust zijn portemonnee en mobiele telefoon van de bar weggenomen. Toen ik in zijn auto was gestapt had ik zijn portemonnee en mobiele telefoon teruggegeven.

* Bijlage 11.11.2 behorende bij pv nummer A-12/2016, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 7 november 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 1], voor zover inhoudende:

Tapverslag

beller: 2975632474

gebelde: 2975663657

Datum start: 15-05-2016 om 03:44:16

Datum eind: 15-05-2016 om 03:44:44

NN-1 in gebruik bij medeverdachte.

NN-2 in gebruik bij verdachte. [noot GEA: zie tweede verklaring medeverdachte, hiervoor]

NN2: Ehmm…La muchcha, otro que trabaja aqui, el novio esta al lado. Y dos afuera

NN1: Hay gente afuera? [noot GEA: zijn er mensen buiten?]

NN2: Afuera Afuera..Pero esto noh no solamente [noot GEA: Buiten Buiten. Maar het is niet alleen...]

NN1: Todavia no puedo entrar [noot GEA: Kan nog steeds niet naar binnen]

NN2: No..no…no…pero espera un rato mas…. Espera un rato mas….que estos se vayan…pero esto esta muu..( de gesprek werd onderbroken) [noot GEA: nee, nee, nee maar ik hoop nog eventjes... nog eventjes... dat dezen weggaan... maar het is..]

Bewijsoverwegingen

Medeplegen

Van medeplegen is volgens de Hoge Raad sprake indien er een nauwe en bewuste samenwerking bestaat tussen de dader en een (of meer) ander(en), waarbij de intellectuele of materiële bijdrage van die dader aan het delict van voldoende gewicht is. Voor medeplegen geldt een dubbel opzetvereiste: het opzet op de onderlinge samenwerking en opzet op de verwezenlijking van het grondfeit. Dit opzet kan vrij globaal zijn; een wat andere afloop en invulling van het grondfeit dan de medepleger voor ogen stond, zit in het opzet van de medepleger ingebakken. Voorts is niet vereist dat de verdachte op de hoogte is van de precieze gedragingen van zijn mededaders (HR 10 april 2007, LJN AZ5713, NJ 2007/224).

Verdachte heeft aangevoerd dat hij hoogstens als medeplichtige kan worden aangemerkt. Ook medeverdachte heeft ter terechtzitting de rol van verdachte bij het plegen van de overval gerelativeerd, aldus verdachte. Het gerecht oordeelt als volgt. Medeverdachte verklaart in zijn eerste verklaring ten overstaan van de politie dat hij verdachte kent, samen met hem de overval heeft gepland en dat verdachte op die avond in de Dennis Bar medeverdachte moest informeren over het juiste moment om naar binnen te gaan om de gewapende overval te plegen. Uit het gebezigde tapgesprek kan worden geconcludeerd dat verdachte en medeverdachte op die bewuste avond contact hadden met elkaar en dat verdachte de nodige instructie gaf op welk moment de overval te plegen, hetgeen de voor verdachte belastende verklaring van [medeverdachte] ten overstaan van de politie bevestigt. Daarnaast was verdachte op de plaats delict aanwezig toen medeverdachte binnenkwam om de overval te plegen en kon de situatie ter plekke dus goed inschatten. Verdachte heeft [medeverdachte] bovendien naar de plaats delict gebracht en voor de vuurwapens gezorgd. Deze betrokkenheid gaat in het licht van de aangehaalde jurisprudentie verre uit boven de rol van een medeplichtige.

Het gerecht is derhalve van oordeel dat verdachte zich tezamen met medeverdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan het hem tenlastegelegde feit.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken, om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of aan andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht, mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, strafbaar gesteld bij artikel 2:291 jo artikel 1:123 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte en zijn mededader hebben met deze overval de rechtsorde ernstig geschokt en gezorgd voor gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Zij hebben de aangevers niet alleen financiële schade, maar vooral ook grote angst en leed toegebracht. Er is bovendien geschoten. Slachtoffers van dergelijke daden kunnen nog langdurig lijden onder de (geestelijke) gevolgen daarvan. Voorts kan het voorhanden hebben van een vuurwapen bij het plegen van een overval gevaarlijke situaties met zich meebrengen. Het gerecht ziet aanleiding om een hogere straf op te leggen enerzijds omdat er in het café is geschoten en anderzijds ter algemene preventie van misdaad in de Arubaanse samenleving, gezien het vaker voorkomt dat sommige buitenlanders, die het in hun eigen land economisch soms zeer slecht hebben, bezwijken voor de verleiding om op Aruba overvallen te plegen, maar ook omdat er Arubanen zoals verdachte zijn die deze buitenlanders gebruiken om strafbare feiten te plegen en zelf zo veel mogelijk buiten beeld proberen te blijven. Oplegging van een vrijheid ontnemende straf is op zich geïndiceerd.

Ten voordele van verdachte geldt dat hij nooit eerder is veroordeeld voor enig misdrijf.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.

9 Benadeelde partij(en)

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] schade heeft geleden ten gevolge van het door verdachte gepleegde feit, als bewezen verklaard, welke schade derhalve aan verdachtes schuld te wijten is.

De hoogte van die schade is, gelet op de kwitanties, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van Afl. 2.241,53.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

Schadevergoedingsmaatregel

Nu de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht en verdachte voor dat feit zal worden veroordeeld, zal het gerecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan het Land Aruba van een bedrag groot Afl. 2.241,53 ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door vijfenveertig (45) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] dient voor wat betreft het mobiel van Jessica, niet-ontvankelijk te worden verklaard.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:62 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) jaren;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

veroordeelt de verdachte op de eis van de benadeelde partij [slachtoffer 1] hoofdelijk in die zin dat als mededader heeft betaald de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd om aan deze tegen kwijting te betalen een bedrag van Afl. 2.241,53 (zegge: tweeduizendtweehonderdeenenveertig florin met drie en vijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag waarop het thans bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, tot die van de voldoening.

legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan het Land Aruba ten behoeve van de benadeelde partij van een bedrag van Afl. 2.241,53 (zegge: tweeduizendtweehonderdeenenveertig florin met drie en vijftig cent), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van vijfenveertig (45) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. P.A.H. Lemaire en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 9 december 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.