Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:946

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
22-11-2016
Datum publicatie
16-01-2017
Zaaknummer
316 van 2016
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse strafzaak. Man veroordeeld voor medeplegen in-, uit- en vervoer van cocaïne op een boot. Gevangenisstraf van zes jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans […] gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 1 november 2016. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. V.A.V. Carlo.

De officier van justitie, mr. B.J. Schmitz, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren, met aftrek van voorarrest.

cocaïne.

De raadsman heeft het woord tot verdediging gevoerd aan de hand van de door hem overgelegde pleitaantekeningen.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

dat hij op of omstreeks 16 februari 2016 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen of in de regeling Aanwijzing verdovende middelen I, althans enig zout van cocaïne als vorenbedoeld, heeft ingevoerd als bedoeld in artikel 1 lid 2 van de Landsverordening verdovende middelen, althans heeft vervoerd en/of in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad;

(artikel 3 van de Landsverordening verdovende middelen jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

B. Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

dat hij op of omstreeks 16 februari 2016 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen , althans alleen, al dan niet opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen of in de regeling Aanwijzing verdovende middelen I, althans enig zout van cocaïne als vorenbedoeld, heeft ingevoerd als bedoeld in artikel 1 lid 2 van de Landsverordening verdovende middelen, althans heeft vervoerd en/of in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, documentcode 1506161300.AMB, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 15 april 2016 gesloten en ondertekend door [verbalisant 1], brigadier eerste klasse bij voormeld korps, ingedeeld als rechercheur bij de Unit Georganiseerde Criminaliteit. Tenzij anders vermeld wordt verwezen naar het einddossier onderzoek “OVERBOORD”

* Paginanummer # 0018:

Een proces-verbaal zonder datum opgemaakt door [verbalisant 2], chief pilot, werkzaam bij het Kustwacht Caribisch Gebied, voor zover inhoudende, als relaas van de kapitein van de helikopter, -zakelijk weergegeven-:

On the 16th February 2016 I was the aircraft captain of a Dutch Caribbean Coastguard routine helicopter surveillance mission between Curacao and Aruba. At 13:48 we spotted a barque to the South of the Eastern tip of Aruba that appeared to be dead in the water. The name of the vessel was Santa Maria and confirmed the location as N12*19.50 W 069*50.43. As we continued eastbound along the stern of the vessel on reaching the port side I saw one person lent over the side placing items in the water. These appeared to be between 6-8 white bundles, gently placed into the sea off the port side of the Santa Maria. The person did not waved of tried to attract our attention in any way. As we came back around the vessel more packages became apparent slightly which were identical to the packages I saw being placed in the water. There were more packages in bundles of 6-8. In the area of the vessel to the east I saw multiple bundles stretched over an area of approximately 500 meters and also some single packages floating nearby the grouped bundles. Later there were 2 men on the bow and were casually preparing a blue drum with buoyancy devices.

* Paginanummer # 0026:

Een proces-verbaal, d.d. 17 februari 2016, opgemaakt door [verbalisant 3], sergeant-majoor, ingedeeld in de functie van helikopteroperator, werkzaam bij het Kustwacht Caribisch Gebied, voor zover inhoudende, als relaas van de co-piloot van de helikopter, -zakelijk weergegeven-:

Op dinsdag 16 februari 2016 was ik ingedeeld voor en kustwachtvlucht en we hadden als opdracht gekregen om een patrouille te vliegen nabij Aruba. Toen we in de nabijheid van Aruba kwamen zag ik een vaartuig type bark stilliggen in het water. We hebben een rondje om de bark gevlogen en kon ik aan bakboord zijde 3 mannen zien die bezig waren met pakketten overboord te zetten. Ik verzocht om het kustwachtvaartuig cutter PANTER naar onze positie te sturen, zodat zij de pakketten uit het water konden halen en een controle op de bark konden uitvoeren. Ik zag dat een drietal mannen aan de voorzijde van de bark en daar reddingsboeien aan een blauwe drum aan het bevestigen waren.

* Paginanummer # 0035:

Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 17 februari 2016, opgemaakt door [verbalisant 4] [verbalisant 5], [verbalisant 6] en [verbalisant 7], allen buitengewoon agent van politie, respectievelijk kwartiermeesters en volmatroos bij de Kustwacht voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch Gebied, voor zover inhoudende, als relaas van verbalisanten, -zakelijk weergegeven-:

Op 16 februari 2016 kregen wij een melding van de dienstdoende officier van de wacht van het Redding- en Coördinatie Centrum (RCC) Curaçao. Deze meldde, dat de kustwacht een barkje stil in het water zag liggen in de geografische positie 12.20.975N/069.52.894W, omstreeks 4 zeemijlen ten zuiden van Rodgers Beach. Hij meldde dat het barkje 8 personen aan boord had en witte pakketten over boord werden gegooid. Wij waren met de cutter PANTER ter plaatse gekomen en konden zien dat de achterste helft van het barkje onder water lag en 8 personen op het dek stonden. Wij hadden alle 8 personen veilig gesteld aan boord van cutter PANTER. Omstreeks 18.55 uur was de R-02 terug aan boord van cutter PANTER met een totaal van 28 witte pakketten met inhoud van 324 pakketten met vermoedelijk verdovende middelen. 1 pakket werd geopend om een test uit te voeren. De geteste stof kleurde direct blauw. Dit geeft aan dat het om de stof cocaïne gaat.

*Paginanummer # 0060:

Een proces-verbaal van aanhouding, d.d. 17 februari 2016, opgemaakt door [verbalisant 8], buitengewoon agent van politie, bootsman bij de Kustwacht voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch Gebied, ingedeeld bij Kustwacht steunpunt Aruba voor zover inhoudende, als relaas van verbalisant, -zakelijk weergegeven-:

Ik kreeg een telefonisch bericht van de gezagvoerder van de C-02, dat ze een aantal drijvende pakketten houdende vermoedelijk verdovende middelen, in de nabijheid van het voornoemd bark die aan het zinken was, hadden aangetroffen. Op grond hiervan werden de kapitein van het Santa Maria genaamd: [medeverdachte 1] en de zeven opvarenden aangehouden.

* Paginanummer # 0202:

Een proces-verbaal van beschrijving, wegen, testen en verzenden monsters d.d. 29 maart 2016, opgemaakt door [verbalisant 1], werkzaam bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als relaas van de verbalisant voornoemd, -zakelijk weergegeven-:

In beslag zijn genomen:

* 22 bundels inhoudende 10 losse pakketten;

* 2 bundels inhoudende 12 losse pakketten;

* 4 bundels inhoudende 20 losse pakketten.

Dit houdt in een totaal 324 losse pakketten met een totaalgewicht van ruim 365 kilo.

De losse pakketten werden ieder afzonderlijk op een geijkte fijnweger gewogen. Van willekeurige pakketten werden monsters genomen teneinde deze te onderwerpen aan een fieldtest. Daarnaast van andere willekeurige pakketten werden monsters genomen die naar het landslaboratorium Aruba verzonden zullen worden. Alle vermelde fieldtesten aangegeven in de tabellen in dit proces-verbaal hadden een positief resultaat voor cocaïne. De monsters van cocaïne gelijkende substantie uit meerder losse pakketten zullen naar het Landslaboratorium Aruba worden verzonden om de inhoud te achterhalen.

Een geschrift, te weten een deskundigenrapport van het Landslaboratorium Aruba, op ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend door A.A. Diaz, Farmaceutische Toxicoloog, op 15 april 2016, voor zover inhoudende, als bevindingen van genoemde deskundige, -zakelijk weergegeven-:

Conclusie: Alle monster verzonden naar het Landslaboratorium bevatten cocaïne in de zin van de Landsverordening verdovende middelen.

*Een proces-verbaal van verhoor in het gerechtelijk vooronderzoek, d.d. 4 juli 2016 opgemaakt door mr. M.J.L. Yarzagaray, rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in dit gerecht voor zover inhoudende, als verklaring van de getuige [medeverdachte 1], -zakelijk weergegeven-:

De bedoeling was om te gaan vissen maar ik had nog een andere afspraak met “Sindientes” gedaan. Ik had ook de afspraak met hem om 50 kilo cocaïne naar het eiland Las Aves te brengen. Ik zou de cocaïne in een witte foambox afgeven. Ik zou $ 1.000,- betaald krijgen voor het afgeven van de foambox met cocaïne. Ik heb die $ 1000,- ook ontvangen voor vertrek, $ 250,- was bestemd voor de machinist [medeverdachte 2], want hij was ook op de hoogte. Hij arriveerde op 15 februari 2016 om het een en ander te regelen, zoals het verstoppen van de foambox want de anderen. Zo’n 4 a 5 uur na vertrek kregen we motorpech. De helikopter vloog langs. Ik en de machinist werden bang. Ik begon toen samen met de machinist de pakketten drugs overboord te gooien. De pakketten die we overboord gooiden waren afkomstig van de foambox. De foambox was groot, we konden het vanwege het zwakke materiaal, de grote van de foambox, de grote van de foambox en het gewicht niet in een keer overboord gooien.

Een proces-verbaal van verhoor in het gerechtelijk vooronderzoek, d.d. 6 juli 2016 opgemaakt door mr. M.J.L. Yarzagaray, rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in dit gerecht voor zover inhoudende, als verklaring van verdachte, -zakelijk weergegeven-:

Bij mijn eerste verhoor heb ik niet de waarheid verteld omdat ik wist dat er iets illegaals aan boord was. De dag voordat wij vertrokken heeft de kapitein mij verteld dat er 50 kilo aan boord zou worden gebracht die bestemd was voor het eiland Las Aves. Ik wist dat het om cocaïne ging omdat ik een dag voor vertrek dit product onder in het ruim, bij de motor in een vuilniston moest plaatsen. Deze pakketten waren vierkant. Het waren 50 pakketten. Ik herken de pakketten cocaïne die mij op een foto worden getoond. De kapitein heeft mij ook 1 dag voor vertrek de opdracht gegeven om de vuilniston in de motor te plaatsen. Ik zou hiervoor $ 250,- krijgen als wij aan land zouden komen. De kapitein zei dat wij de vuilniston uit de motor moesten halen en dit in zee moesten gooien. De pakketten bevonden zich in de vuilniston op de pier. De kapitein en ik hebben de pakketten eruit gehaald, de lege ton naar de motor gebracht en geplaatst waar het niet zichtbaar was voor de anderen en daar de pakketten er weer in gedaan. Het klopt dat ik de machinist ben en ben door de kapitein verzocht om mee te gaan in de boot.

Bewijsoverwegingen

Uit de verklaringen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris komt naar voren dat zij de cocaïne op de boot hebben gezet. Dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte 1] de pakketten met cocaïne overboord heeft gegooid. Uit de bewijsmiddelen kan ook anderszins worden afgeleid dat verdachte betrokken was bij de in bezit zijn van de cocaïne. Dat verdachte verklaart dat hij dacht dat er maar 50 kilo aan boord was, acht het gerecht ongeloofwaardig. Het aantal pakketten met drugs dat hij overboord heeft gezet en dat tijdens aan boord heeft moeten zien, duidt op een veel grotere hoeveelheid. Tevens uit de gebezigde bewijsmiddelen kan er niet worden afgeleid dat de in zee aangetroffen pakketten cocaïne van andere boten/schepen afkomstig zijn en dus word het verweer van de raadsman verworpen.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, onder C, van de Landsverordening verdovende middelen, strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de in- uit-, en vervoer van een aanzienlijke hoeveelheid cocaïne. Cocaïne is een voor de gezondheid van personen schadelijk stof. Met betrekking tot de hoeveelheid in/uitgevoerde cocaïne, overweegt de rechter dat dit een aanzienlijke hoeveelheid betreft, welke hoeveelheid van dien aard was dat deze bestemd moet zijn geweest voor de verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in met name cocaïne gepaard gaat met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof. Aruba wenst verschoond te blijven van een slechte reputatie op het gebied van de doorvoer van verdovende middelen.

Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is op zich geïndiceerd, mede gelet op de straf die dit gerecht bij soortgelijke hoeveelheden verdovende middelen heeft opgelegd.

Ten voordele van verdachte geldt dat hij nooit eerder in aanraking is geweest met politie en justitie.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.

9 Inbeslaggenomen voorwerp(en)

A. Onttrekking aan het verkeer

Ten aanzien van het in beslaggenomen cocaïne zal onttrekking aan het verkeer worden uitgesproken, omdat het feit met betrekking tot dat voorwerp is begaan en dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel is mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:62, 1:74, 1:75 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) jaren;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

onttrekt aan het verkeer het in rubriek 9A genoemde voorwerp;

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. P.A.H. Lemaire en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 22 november 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.