Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:939

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
22-11-2016
Datum publicatie
16-01-2017
Zaaknummer
P-2016/01708, 323 van 2016
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor man die aanwezig was op een boot waarmee pakketten cocaïne overboord werden gegooid. Het zelf onbewust zijn van de aanwezigheid van de cocaïne aan boord is onvoldoende voor medeplegen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1975 in de [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans […] gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 1 november 2016. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. D.G. Illes.

De officier van justitie, mr. B.J. Schmitz, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren, met aftrek van voorarrest.

Voorts is onttrekking aan het verkeer gevorderd van het inbeslaggenomen cocaïne.

De raadsman heeft het woord tot verdediging gevoerd aan de hand van de door hem overgelegde pleitaantekeningen.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

dat hij op of omstreeks 16 februari 2016 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen of in de regeling Aanwijzing verdovende middelen I, althans enig zout van cocaïne als vorenbedoeld, heeft ingevoerd als bedoeld in artikel 1 lid 2 van de Landsverordening verdovende middelen, althans heeft vervoerd en/of in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad;

(artikel 3 van de Landsverordening verdovende middelen jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

A. Vrijspraak

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en zal de verdachte daarvan vrijspreken.

In zijn arrest van 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474 heeft de Hoge Raad enige algemene overwegingen over het medeplegen gegeven, in het bijzonder gericht op de afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid en meer in het bijzonder met het oog op gevallen waarin het medeplegen niet bestaat in gezamenlijke uitvoering. Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is.

Indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), rust op de rechter de taak om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering - dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging - dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

In het het proces-verbaal van de kustwacht waar wordt gezien dat een paar mannen bezig waren met het zetten van de pakketten cocaïne in het water vanuit de boot Santa Maria, wordt niet bevestigd door de foto’s in het strafdossier. Evenmin wordt de herkenning van de bemanningsleden in voldoende mate en eenduidig ondersteund door de waarneming aan de hand van de kleding en foto’s. Gelet hierop acht het gerecht het proces-verbaal van de kustwacht onvoldoende bewijs in het licht van de voormelde arrest om de conclusie te rechtvaardigen dat er sprake is van medeplegen met medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4].

Verder heeft verdachte bij zijn verklaring bij de rechter-commissaris en ter zitting gedetailleerd gesteld, betaald te hebben aan ene “Sindientes” om naar Curaçao te worden gebracht om zo daar illegaal te kunnen werken. Uit het strafdossier zijn er geen aanwijzingen waaruit zou moeten blijken dat dit verhaal niet klopt. Verdachte heeft

verklaard geen wetenschap te hebben van de aanwezigheid van de cocaïne op de Santa Maria wat verder ook door andere medeverdachten wordt bevestigd. Het zelf onbewust zijn van het vervoer van cocaïne is onvoldoende om vast te stellen dat de verdachte zo nauw en bewust met medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] heeft samengewerkt zodat sprake is van tezamen en in vereniging met een ander of anderen al dan niet opzettelijk vervoeren en/of in bezit hebben van de verdovende middelen zoals tenlastegelegd. In dit opzicht wijkt de positie van de “passagiers” af van die van de bemanning.

Ten aanzien van verdachtes rol kan mede gezien de vage omschrijving van de kustwacht in zijn proces-verbaal over de gedragingen van verdachte alleen worden geconcludeerd dat verdachte aanwezig was op de boot Santa Maria van waaruit de pakketten met cocaïne overboord werden gegooid.

5 Beslissing

Het gerecht:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4A omschreven heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden en beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. P.A.H. Lemaire en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 22 november 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.