Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:936

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
17-02-2016
Datum publicatie
16-01-2017
Zaaknummer
BBZ nr. 74073 van 2015
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Belanghebbende is een op Aruba gevestigde NV, die geldt uitleent aan haar moedermaatschappij op Bonaire. Naar het oordeel van het Gerecht is de overeengekomen rente van 5% niet zakelijk en dient een zakelijke rente van 8% in aanmerking genomen te worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 17 februari 2016

BBZ nr. 74073 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening beroep in belastingzaken van:

X HOLDING NV, gevestigd in Aruba,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Aruba,

de Inspecteur.

1 PROCESVERLOOP

1.1

Aan belanghebbende is met dagtekening 30 april 2014 een aanslag winstbelasting voor het jaar 2008 opgelegd. De winst is daarbij vastgesteld op Afl.739.200.

1.2

Belanghebbende is op 18 juni 2014 tijdig in bezwaar gekomen tegen bovengenoemde aanslag. De Inspecteur heeft op 31 maart 2015 uitspraak op bezwaar gedaan en de aanslag verminderd tot een naar een winst van Afl. 254.381.

1.4

Belanghebbende is op 29 mei 2015 in beroep gekomen tegen de uitspraak op bezwaar. Zij heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van Afl. 150.

1.5

De Inspecteur heeft op 29 oktober 2015 een verweerschrift met producties ingediend. Belanghebbende heeft daarop gereageerd bij brief van 5 november 2015.

1.6

De zaak is behandeld ter zitting van 10 november 2015 te Oranjestad, waarbij zijn verschenen de gemachtigden van belanghebbende, A en mr. B, beiden verbonden aan Y en namens de Inspecteur, mr. C en mr. D. De Inspecteur heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Omdat naar het oordeel van het Gerecht het onderzoek niet volledig is geweest is het onderzoek heropend en heeft het Gerecht schriftelijke vragen gesteld. Partijen hebben daarop schriftelijk gereageerd. Daarna is de zaak opnieuw mondeling behandeld ter zitting van 3 februari 2016 te Oranjestad. Daarbij zijn verschenen namens belanghebbende, de directeur E en de gemachtigden, voornoemd. Namens de Inspecteur is verschenen mr. C. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

2 FEITEN

2.1

Belanghebbende is een op Aruba gevestigde vennootschap. Blijkens een uittreksel van de Kamer van Koophandel is haar doel (samengevat) het verkrijgen, beheren en ontwikkelen en in het algemeen bezwaren van onroerend goed, het verlenen van diensten bij aan- en verkoop, huur en verhuur en exploitatie van onroerend goed en het geven van bouwkundige en financiële adviezen op het gebied van onroerend goed. De aandelen in belanghebbende zijn eigendom van W NV, gevestigd op Bonaire.

2.2

Na een aantal transacties tussen belanghebbende en W NV had belanghebbende ultimo 2005 een rekening courantvordering van Afl. 4.388.596 op W NV. Ultimo 2008 bedroeg die vordering Afl. 6.883.415. Er is in die tijd geen schriftelijke overeenkomst ter zake van de rekening courantvordering opgemaakt. In de loop van 2014 heeft belanghebbende ter zake van de rekening courantvordering een ‘overeenkomst van geldlening tussen W NV en X NV’ aan de Inspecteur overgelegd (hierna: de overeenkomst). Hieraan staat onder andere:

“In overweging nemende dat:

……..

Partijen de mondelinge afspraken die in 2005 zijn gemaakt alsnog schriftelijk wensen vast te leggen;

….

De partijen:

W NV, hierna te noemen “lener”, ….

En

X Holding NV, hierna te noemen “vertrekker”

……

Deze geldlening is aangegaan onder de volgende bepalingen:

Artikel 1 Looptijd en rente

1.1. De looptijd van de lening is voor onbepaalde tijd;

1.2. Over de hoofdsom of het restant daarvan, en over eventueel achterstallige rente, zal de schuldenaar aan de schuldeiser een rente verschuldigd zijn van 5 procent per jaar.

Artikel 2 Wijziging rente

De schuldeiser kan de rente jaarlijks wijzigen. Indien de schuldeiser de rente wenst te wijzigen, dient hij, tenminste een maand voor de datum waarop de rente kan worden gewijzigd, de schuldenaar schriftelijk van dit voornemen in kennis stellen. Bij een wijziging van de rente zal rekening gehouden worden met de zakelijkheid van het rentepercentage.

Artikel 3 Aflossing

De aflossing van de lening geschiedt op afroep. Indien verstrekker over liquide middelen dient te beschikken, zal de lener deze op afroep ter beschikking stellen.

Artikel 4 Vervroegde aflossing

Vervroegde aflossing, ook bij gedeelten, is altijd (boetevrij) geoorloofd.

Artikel 5 Zekerheden

Omdat, lener op afroep, gelden te beschikking dient te stellen aan verstrekker, zijn er geen additionele zekerheden bedongen.

….

Aldus tussen partijen overeengekomen te Aruba op 27 december 2005 en thans geformaliseerd bij ondertekening in drievoud van deze overeenkomst……”

De overeenkomst is niet ondertekend.

2.3

In de balansen van 31 december 2007 en 31 december 2008 zijn onder de activa (onder andere) de volgende vorderingen opgenomen:

31-12-2007 31-12-2008

R.c W NV 6.883.415 6.329.155

R.c Z NV 455.182 382.680

Diverse vorderingen 25.000 34.925

Totaal 7.363.597 6.746.760

In de aangifte winstbelasting over het jaar 2008 zijn deze vorderingen geplaatst onder het hoofd “vorderingen op deelnemingen en gelieerde maatschappijen”.

2.4

Ter zake van de rekening courantvordering van belanghebbende op W NV is in de aangifte volgens belanghebbende en door de inspecteur niet weersproken een bedrag aan renteopbrengsten verantwoord van Afl. 317.380. Ter zake van de overige vorderingen is geen rente verantwoord.

2.5

Belanghebbende bezat ultimo 2007 aandelen in de te Curaçao gevestigde Vastgoed NV. Verder had belanghebbende ultimo 2007 een vordering op Vastgoed NV en tevens had belanghebbende projectkosten aan Vastgoed NV voorgeschoten.

In Vastgoed NV wordt een parkeergarage geëxploiteerd.

2.6

Belanghebbende heeft haar aandelen in Vastgoed NV in de loop van 2008 verkocht en haar vordering en de voorgeschoten projectkosten te gelde gemaakt. Daarbij is een verlies geleden van Afl. 269.569. In de toelichting op de resultatenrekening wordt hierover vermeld:

“Door een vertrouwenscrisis tussen de aandeelhouder directeur van Vastgoed NV en de overige aandeelhouders zou een verdere deelname van uw vennootschap in het parkeergarage project zeer grote en niet te voorziene financiële risico’s met zich hebben meegebracht. Daar dit niet verantwoord werd geacht is er na moeizame onderhandelingen een koopsom tot stand gekomen voor uw aandelen in Vastgoed NV en de vordering op deze vennootschap waarbij het hier genoemde bedrag als verlies is geaccepteerd.”

2.7

Belanghebbende heeft aangifte gedaan naar een belastbare winst van negatief Afl. 259.409. Daarbij is bovenvermeld verlies van Afl. 269.569 in aftrek gebracht. Bij het opleggen van de aanslag winstbelasting 2008 is de belastbare winst vastgesteld op Afl. 739.200. Bij uitspraak op bezwaar is de belastbare winst verminderd naar Afl. 254.381. Ten opzichte van de aangifte zijn daarbij de volgende correcties aangebracht:

Belastbare winst volgens aangifte 259.409 -/-

  • -

    Geen aftrek verlies Vastgoed NV 269.569

  • -

    Meer rente 247.034

  • -

    Verrekenbaar verlies 2007 2.813 -/-

Belastbare winst 254.381

De rentecorrectie is als volgt berekend:

 Renteopbrengst: 0,08 x Afl. 7.055.178 (gemiddeld bedrag

aan vorderingen) Afl. 564.414,28

 Af: reeds in rekening gebracht Afl. 317.380

Rentecorrectie Afl. 247.034

3 GESCHIL

In geschil is de vraag of er terecht een rentecorrectie door de inspecteur is aangebracht. Niet langer is in geschil in hoeverre het verlies ‘Vastgoed NV in aftrek gebracht kan worden. Ter zitting van 3 februari 2016 is door partijen overeengekomen dat van het verlies van Afl. 269.569, 50% ofwel Afl. 134.785 aftrekbaar is. Het Gerecht zal dit volgen. In zoverre is het beroep reeds gegrond.

4 STANDPUNTEN PARTIJEN

De Inspecteur stelt zich op het standpunt dat het gehanteerde rentepercentage met betrekking tot de rekeningcourantvorderingen en met betrekking tot de diverse vorderingen onzakelijk is. Ter zake die vorderingen is geen aflossingsschema overeengekomen en bovendien zijn geen zekerheden gesteld. Volgens de Inspecteur moet uitgegaan worden van een zakelijk rentepercentage van 8%, bestaande uit een percentage van 6% dat geldt voor staatsobligaties en een risico-opslag van 2%. Belanghebbende is van mening dat de bedongen rente van 5% wel zakelijk is, nu de gelden op afroep dienen te worden terugbetaald en nu W NV in staat was om de schuld in één keer terug te betalen.

5 BEOORDELING VAN HET GESCHIL

5.1

Belanghebbende heeft in 2005 gelden aan haar enige aandeelhouder, W NV, in rekening courant ter leen verstrekt. Daarbij is een rente overeengekomen van 5%. Blijkens de in 2014 schriftelijk vastgelegde en door de inspecteur niet bestreden overeenkomst is de betreffende rekening courantlening voor onbepaalde tijd aangegaan, is een rente verschuldigd van 5%, geschiedt de aflossing van de lening op afroep en zijn er geen zekerheden bedongen. De schuldeiser kan de rente jaarlijks wijzigen, waarbij rekening moet worden gehouden met de zakelijkheid van het rentepercentage. De rekening courantvordering is in de periode 2005 tot en met 2008 opgelopen van Afl. 4.388.596 naar Afl. 6.883.415. In 2008 is door belanghebbende rente ontvangen naar een percentage van 5%.

5.2

De Inspecteur heeft betoogd dat het rentepercentage van 5% niet zakelijk is en dat uitgegaan dient te worden van een rente van 8%. Het Gerecht volgt de Inspecteur in deze stelling. Ze stelt daarbij voorop dat belanghebbende moet worden vergeleken met een particuliere belegger (zie Hoge Raad 5 mei 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA3236). Naar het oordeel van het Gerecht zou een niet gelieerde particuliere belegger nimmer genoegen nemen met een rente van 5%. Met betrekking tot de aflossing van de lening zijn immers geen zekerheden verstrekt. Belanghebbende heeft wel gesteld dat W NV voldoende vermogen en liquide middelen had om de rekening courantschuld in één keer af te lossen, maar de Inspecteur heeft dit bij gebrek aan wetenschap betwist. Het had op de weg van belanghebbende gelegen om van haar stelling nader bewijs te leveren, maar zij heeft dit niet gedaan. De Inspecteur heeft ter zitting een overzicht bijgevoegd van het rendement op staatsobligaties op de lokale markt in de loop der jaren. Uit het overzicht blijkt voor het jaar 2005 een rentepercentage op staatsobligaties van gemiddeld ca. 6,5% en voor 2008 percentages van 7,125 (maart), 7,0 (mei) en 6,05 (september). Daarbij heeft de Inspecteur gesteld dat voor de vordering van belanghebbende een risico-opslag van minimaal 2% gehanteerd moet worden. Naar het oordeel van het Gerecht heeft de Inspecteur hiermee aannemelijk gemaakt dat tussen onafhankelijke derden een rente percentage van minimaal 8% zou worden gehanteerd. Een belegging in staatsobligaties levert aanzienlijk minder risico’s op dan de risico ’s die verbonden zijn aan de onderhavige lening. De omstandigheid dat de lening op afroep afgelost dient te worden doet daar niet aan af, nu niet aannemelijk is gemaakt dat die aflossing ook daadwerkelijk zou kunnen plaatsvinden en nu voor aflossing ook geen garanties zijn afgegeven. Gelet op het voorafgaande is het gelijk op dit punt aan de Inspecteur.

5.3

Met betrekking tot de rente ter zake van de rekening courantvordering op Z NV en ter zake van de ‘diverse vorderingen’ overweegt het Gerecht als volgt. Belanghebbende heeft deze vorderingen in haar aangifte gerangschikt onder ‘vorderingen op deelnemingen en gelieerde maatschappijen’. Het Gerecht heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid hiervan en zal hier dan ook van uitgaan. Er is niet gesteld of aannemelijk geworden dat ter zake van die vorderingen door belanghebbende rente in rekening is gebracht. Belanghebbende heeft evenmin betoogd, laat staan aannemelijk gemaakt, dat het niet bedingen van rente in dit geval zakelijk was. Gelet hierop en onder verwijzing naar het overwogene in 5.2 heeft de Inspecteur naar het oordeel van het Gerecht aannemelijk gemaakt dat een percentage van minimaal 8% zakelijk is te achten.

Belanghebbende heeft hiertegenover aangevoerd dat dan ter zake van de schuld aan R NV van Afl. 2.200.000 eveneens (verschuldigde) rente in aanmerking dient te worden genomen, hetgeen tot verlaging van de winst zou moeten leiden. Het Gerecht verwerpt dit betoog nu het, tegenover de betwisting van de Inspecteur, op geen enkele wijze is onderbouwd. Het gelijk is ook in zoverre aan de Inspecteur.

5.4

Tegen de door de Inspecteur gehanteerde berekening van de rente, uitgaande van een percentage van 8%, heeft belanghebbende geen bezwaar gemaakt. Nu het Gerecht niet is gebleken dat die berekening onjuist is, zal zij de Inspecteur hierin volgen.

5.5

Gelet op het voorgaande (zie punt 3) is het beroep gegrond. De belastbare winst wordt vastgesteld op Afl. 254.381 (vastgesteld bij de uitspraak op bezwaar) verminderd met Afl. 134.785 = Afl. 119.596.

6 BESLISSING

Het Gerecht

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraak op bezwaar;

  • -

    vermindert de aanslag tot een aanslag naar een belastbare winst van Afl.119.596;

  • -

    gelast dat de Inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van Afl. 150 aan deze vergoedt.

Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. M.M. de Werd, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 februari 2016, in tegenwoordigheid van de griffier, M.M.M. Faro MSc.

De griffier, De rechter,

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 17b Landsverordening beroep in belastingzaken).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen twee maanden na de dag van de toezending van de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg overeenkomstig artikel 14, derde lid. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening dan wel toezending naar de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 17c Landsverordening beroep in belastingzaken).