Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:934

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
02-12-2016
Datum publicatie
16-01-2017
Zaaknummer
421 van 2016
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arubaanse strafzaak. Feiten: 1. Diefstal in vereniging met geweld. 2. Cocaïne in bezit en aanwezig hebben. Verweer van de raadsman (de verklaringen van de aangever en een getuige zijn onlogisch en onwaarschijnlijk) verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1991 in [geboorteland],

wonende in [woonplaats],

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 26 augustus en 11 november 2016. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. B.A.R. Heinze.

De officier van justitie, mr. E.D. Schwengle, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van het tenlastegelegde te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van viereneenhalf jaren, met aftrek van voorarrest.

Voorts heeft de officier van justitie mondeling de onttrekking aan het verkeer gevorderd van de inbeslaggenomen cocaïnesteentjes en marihuanamalers, alsmede de verbeurd-verklaring van het onder de verdachte inbeslaggenomen geldbedrag. Tevens is de teruggave aan de verdachte gevorderd van de overige inbeslaggenomen voorwerpen.

De raadsman heeft het woord tot verdediging gevoerd conform zijn pleitnotities, die hij na het voeren van pleidooi aan de rechter heeft overgelegd.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

1. dat hij op of omstreeks 5 mei 2016 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening onder meer heeft weggenomen

- een spijkerbroek,

- een paar sportschoenen van het merk [merk] en/of een paar sokken met daarin:

- een geldbedrag van Afl. 5000,00, en/of een geldbedrag van $ 2000,00 Amerikaanse

Dollars, althans een geldbedrag,

- een zwarte tas inhoudende:

- een [nationaliteit] Paspoort,

- een reisbiljet,

- de sleutels van zijn huis in [land],

- de sleutels van zijn huurkamer in Aruba,

in elk geval enige goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of de mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of bedreiging met geweld onder meer hierin bestond dat hij, verdachte, en/of de mededader(s),

  • -

    gewapend met twee vuurwapens, althans een vuurwapen, die [slachtoffer] heeft/hebben achtervolgd en/of

  • -

    twee vuurwapens, althans een vuurwapen, op het bovenlichaam van die [slachtoffer] heeft/hebben gericht en/of

  • -

    op dreigende toon tegen die [slachtoffer] heeft gezegd “Dunami tur loke bo tin(vrije vertaling OvJ: “Geef mij alles wat je hebt”) althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of

  • -

    met (de onderkant van) een vuurwapen en/of met een kapmes die [slachtoffer] op zijn voorhoofd heeft geslagen en/of

  • -

    met een honkbalknuppel die [slachtoffer] op zijn hoofd heeft geslagen en/of;

- met een mes, althans een puntig en/of scherp voorwerp, die [slachtoffer] in zijn borstkas heeft gestoken en/of

- telkens tegen de andere mededader(s) bleef schreeuwen: “Mate, mate” (vrije vertaling OvJ: Dood hem, dood hem”) en/of

- bij het weglopen hebben geschreeuwd:“Esun cu jama polis, nos ta kima nan cas” (vrije vertaling OvJ: “Degene die de politie belt, steken we zijn huis in brand”), althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

(artikel 2:291 van het Wetboek van Strafrecht)

2. dat hij op of omstreeks 5 mei 2016 in Aruba, al dan niet opzettelijk een hoeveelheid (ruwe) cocaïne (van ongeveer 5,7 gram), zijnde (ruwe) cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen, althans enig zout van cocaïne en/of enige bereiding van (ruwe) cocaïne en/of haar zouten als vorenbedoeld, in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad;

(artikel 3 van de Landsverordening verdovende middelen)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

1. dat hij op of omstreeks 5 mei 2016 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening onder meer heeft weggenomen

- een spijkerbroek,

- een paar sportschoenen van het merk [merk] en/of een paar sokken met daarin:

- - een geldbedrag van Afl. 5000,00, en/of een geldbedrag van $ 2000,00 Amerikaanse

Dollars, althans een geldbedrag,

- een zwarte tas inhoudende:

- een [nationaliteit] paspoort,

- een reisbiljet,

- de sleutels van zijn huis in [land],

- de sleutels van zijn huurkamer in Aruba,

in elk geval enige goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of de mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld onder meer hierin bestond dat hij, verdachte, en/of de mededader(s),

  • -

    gewapend met twee vuurwapens, althans een vuurwapen, die [slachtoffer] heeft/hebben achtervolgd en/of

  • -

    twee vuurwapens, althans een vuurwapen, op het bovenlichaam van die [slachtoffer] heeft/hebben gericht en/of

  • -

    op dreigende toon tegen die [slachtoffer] heeft gezegd “Dunami tur loke bo tin(vrije vertaling OvJ: “Geef mij alles wat je hebt”) althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of

  • -

    met (de onderkant van) een vuurwapen en/of met een kapmes die [slachtoffer] op zijn voorhoofd heeft geslagen en/of

  • -

    met een honkbalknuppel die [slachtoffer] op zijn hoofd heeft geslagen en/of;

- met een mes, althans een puntig en/of scherp voorwerp, die [slachtoffer] in zijn borstkas heeft gestoken en/of

- telkens tegen de andere mededader(s) bleef schreeuwen: “Mate, mate” (vrije vertaling OvJ: Dood hem, dood hem”) en/of

- bij het weglopen hebben geschreeuwd: “Esun cu jama polis, nos ta kima nan cas” (vrije

vertaling OvJ: “Degene die de politie belt, steken we zijn huis in brand”) , althans

woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

2. dat hij op of omstreeks 5 mei 2016 in Aruba, al dan niet opzettelijk een hoeveelheid (ruwe) cocaïne (van ongeveer 5,7 gram), zijnde (ruwe) cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen, althans enig zout van cocaïne en/of enige bereiding van (ruwe) cocaïne en/of haar zouten als vorenbedoeld, in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat, waarbij ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts wordt gebezigd voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Divisie [naam divisie], Team [naam team], administratienummer A-[nummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 4 augustus 2016 gesloten en ondertekend door [verbalisant], hoofdagent bij voormeld korps.

Feiten 1 en 2:

1. Een proces-verbaal, bijlage [nummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 5 mei 2016 gesloten en getekend door [verbalisant], hoofdagent bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisant, -zakelijk weergegeven-:

Op 5 mei 2016, omstreeks 17:05 uur, kwam een melding bij de politiewacht te [district] binnen dat iemand een persoon ter hoogte van de [naam bedrijf] gelegen te [straat] had neergeschoten. Naar aanleiding van deze melding gingen wij richting het ongeval. Gekomen ter hoogte van de kruising gevormd door [straat 1] en [straat 2], zag ik, verbalisant, een man zittend op de grond en die helemaal onder het bloed zat. Deze man is genaamd [slachtoffer], geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, tijdelijk verblijvende bij […] [verblijfplaats]. Ik zag dat hij een steekwond aan zijn rechter boven borst en een kapwond aan de rechterkant van zijn voorhoofd had.

2. Een proces-verbaal, bijlage [nummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 5 mei 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 1], [verbalisant 2], [verbalisant 3], [verbalisant 4], [verbalisant 5], [verbalisant 6], respectievelijk hoofdagent 1ste klasse, brigadier 1ste klasse en de twee laatstgenoemden brigadiers bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisanten, -zakelijk weergegeven-:

Op 5 mei 2016, omstreeks 17:05 uur, meldde een man telefonisch aan de politiewacht te [district] dat iemand net ter hoogte van de [naam bedrijf] werd neergeschoten. Gekomen aan het begin van de [straat 1], bij perceel nummer [nummer], werden wij door enkele mannen gestopt. Hier troffen wij een man met meerdere verwondingen aan. Ik, [verbalisant 1], stapte uit de dienstauto en bleef bij het slachtoffer staan. Het slachtoffer [slachtoffer], geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, wonende te [stad] in [land] en tijdelijk verblijvende bij […] [verblijfplaats], verklaarde aan mij, [verbalisant 1], dat hij zonet door enkele jongemannen werd beroofd en dat dezen hem aan zijn voorhoofd met een kapmes hadden gekapt en dat één van hen hem bij zijn rechter boven borst met een mes heeft gestoken. Ik, [verbalisant 1], bleef bij het slachtoffer staan in afwachting van de ambulance.

Het slachtoffer [slachtoffer] verklaarde aan mij, [verbalisant 1], dat hij drugs in een chollerhuis ging kopen en dat hij door een zevental jongemannen werd beroofd.

Ik, [verbalisant 1], sprak met [getuige 1], bijgenaamd [bijnaam]. Hij verklaarde dat hij de neef van het slachtoffer [slachtoffer] is. Hij verklaarde verder dat hij even tevoren met zijn neef [slachtoffer] voornoemd ging praten, die op dat moment in perceel [straat] nummer [nummer] was. Tevens verklaarde [getuige 1] dat hij zijn neef [slachtoffer] had aangeraden om vandaar weg te gaan. Hij verklaarde verder dat gezien zijn neef [slachtoffer] onder de invloed van een substantie verkeerde hij geen begrip toonde en daar bleef. Verder verklaarde [getuige 1] dat hij naar [naam bedrijf] was gegaan en dat toen hij even later terugkeerde hij zijn neef [slachtoffer] met een kapwond en een steekwond in de gang ten oosten van perceel [straat] nummer [nummer] en nummer [nummer]had aangetroffen. [getuige 1] verklaarde verder dat hij zijn neef voor het laatst in gezelschap van de hem bekende mannen [medeverdachte], [verdachte] en [bekende] had achtergelaten.

Ik, [verbalisant 1], ging even terug naar de politiewacht [district]. Hier kwam een telefonische melding binnen van een vrouw die verklaarde dat haar kleinzoon zonet gezien had toen [verdachte], die één van de daders is, perceel [straat 2] nummer [nummer] binnenrende. Na deze melding had de vrouw meteen opgehangen.

In verband hiermede ging ik, [verbalisant 1], meteen terug ter plaatse, waarna door het personeel dat ter plaatse was perceel [straat 2] nummer [nummer] omsingeld werd. Ik, [verbalisant 1], had de bewoonster genaamd [getuige 4] gesproken en haar toestemming gevraagd haar woning te binnen te treden ter aanhouding van [verdachte] die daar binnen was. De bewoonster [getuige 4] voornoemd gaf mij, [verbalisant 1], toestemming om haar woning binnen te treden ter aanhouding van [verdachte].

In de keuken werd de man die later bleek te zijn genaamd [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991 en wonende [straat en huisnummer], aangetroffen. Hij was op dat moment helemaal bezweet.

In verband met het vorenstaande heb ik, [verbalisant 6], te 17:45 uur, de man genaamd [verdachte] als verdacht van overtreding van artikel 2:291 jo. artikel 1:123 en/of artikel 2:294 jo. artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, op heterdaad aangehouden. Vorenstaande geschiedde ter plaatse.

3. Een proces-verbaal, bijlage [nummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 6 mei 2016 gesloten en getekend door [verbalisant A], brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de aangever [slachtoffer], -zakelijk weergegeven-:

Op 3 mei 2016 ben ik samen met een vriend vanuit [land] naar Aruba gereisd. Wij zouden hier voor een week op vakantie blijven. Op 5 mei 2016 ging ik in [buurt] in [district] rondhangen omdat ik kennissen en familieleden heb die daar in de buurt wonen. Bij een woning kwam ik verschillende bedelaars tegen. Even later kwam mijn neef [getuige 1], bijgenaamd [bijnaam] bij die woning om mij te groeten. Op een gegeven moment werd ik door een donkerhuidkleurige Dominicaanse jongeman benaderd. Ik weet dat hij van de Dominicaanse Republiek afkomstig is omdat hij Spaans met een Dominicaans accent sprak. De Dominicaanse jongeman had mij drugs aangeboden. Hij vroeg ook of ik een vuurwapen wilde kopen. Er kwam ook een man met rastahaar. Ik zal hem verder “Rasta man” noemen. De Rasta man bleef mij telkens in de gaten houden en aankijken. Door zijn handelingen vond ik hem verdacht en ik bleef hem ook goed in de gaten houden. Ik had besloten vandaar weg te gaan omdat ik de Rasta man en de Dominicaanse jongen niet vertrouwde. Ik begon in tegenovergestelde richting weg te lopen vanwaar mijn verhuurauto geparkeerd stond. De Rasta man en de Dominicaanse jongen begonnen mij meteen achterna te lopen. De Rasta man zei waarom ik in die richting aan het lopen was en dat ik in de andere richting naar mijn verhuurauto moest lopen. Hierna keerde ik mij om en ik begon in de richting van mijn verhuurauto te lopen. De Rasta man en de Dominicaanse jongeman bleven mij steeds achterna lopen. Toen ik in een gang liep waar niemand meer zicht op mij had, zag ik dat de Rasta man en de Dominicaanse jongeman, elk afzonderlijk een vuurwapen tevoorschijn hadden gehaald. Beiden hadden hun vuurwapen op mijn bovenlichaam gericht en één van hen zei in een bedreigde toon tegen mij in het Papiamento: “Dunami tur loke bo tin”. Op het moment dat ik de twee vuurwapens zag en de bedreigde woorden hoorde wist ik dat zij een plan hadden beraamd om een gewapende overval op mij te plegen. De overvallers hadden mij geen kans gegeven te reageren. Plotseling werd ik door één van de twee overvallers met de onderkant van zijn vuurwapen hard op mijn voorhoofd geslagen. Door deze harde slag voelde ik veel pijn, zakte door mijn knieën en ik viel op de grond. Toen ik op de grond lag zag ik dat een groep jongemannen rennend in mijn richting kwam. Ik werd ook door deze jongemannen mishandeld. Ik werd door één van hen met een honkbalknuppel op mijn hoofd geslagen en ook door één van hen met een mes in mijn borstkas gestoken. Volgens mij waren zij ongeveer zeven (7) jongemannen. De jongste van hun allemaal was ongeveer negen (9) jaar en bleef telkens tegen de anderen: “Mate, mate” schreeuwen. De overvallers hadden hierna mijn spijkerbroek, sportschoenen van het merk “[merk]”, huissleutels van mijn woning in [land] met “[stad]” erop afgedrukt, sleutels van mijn huurkamer, mijn zwarte honkbalpet, mijn zwarte tas inhoudende mijn [nationaliteit] paspoort, mijn reisbiljet en vijfduizend (5000) Arubaanse florins die in mijn sportschoenen was verborgen, opzettelijk en zonder het recht daartoe weggenomen.

Nadat ik beroofd werd en deze groep jongemannen de aan mij behorende goederen en geld hadden weggenomen liepen zij langzaam weg alsof er niets gebeurd was. Tijdens het weglopen schreeuwden zij luidkeels: “Esun cu jama polis, nos ta kima nan cas”. Ik stond hierna van de grond op en ik begon achter de overvallers te lopen zodat ik mijn goederen terug kon krijgen. De overvallers hadden mij bedreigd en vandaar weggejaagd. Doordat ik pijn had kon ik niet verder lopen en ik ging aan de kant van de weg zitten. Ik zag dat de jongemannen de chollerhouse waren binnengestapt.

Mijn neef [getuige 1] heeft volgens mij alles gezien. Hij was daar toen ik beroofd werd. Hij had ook al de jongemannen gezien en vermoedelijk ook herkend die mij hadden beroofd. [getuige 1] kent hun allen. Hij zal jullie de namen van de overvallers opgeven.

4. Een proces-verbaal, bijlage [nummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 11 mei 2016 gesloten en getekend door [verbalisant A], voornoemd, en [verbalisant], hoofdagent bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisanten, -zakelijk weergegeven-:

Op 11 mei 2016 werd de aangever [slachtoffer] aan twee (2) foto-confrontaties onderworpen. Deze fotoconfrontaties geschiedden in overleg en met toestemming van de officier van justitie.

Aan de aangever [slachtoffer] werden twee (2) fotobladen getoond. Op deze fotobladen staan zes (6) verschillende foto’s van op elkaar gelijkende mannen afgedrukt. Gedurende deze fotoconfrontatie herkende de aangever [slachtoffer], op fotoblad nummer [nummer], de man afgedrukt op foto nummer [nummer] als één van de overvallers die op 5 mei 2016 in de middaguren de gewapende overval op hem hadden gepleegd. Op fotoblad nummer [nummer], foto nummer [nummer], staat de verdachte [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991 en wonende [straat en huisnummer] op [woonplaats], afgedrukt.

De aangever herkende de verdachte op foto nummer [nummer] meteen en zonder aarzelen. Hij verklaarde dat hij met zekerheid de verdachte afgedrukt op foto nummer [nummer] herkent als de Dominicaanse jongeman die hem drugs en een vuurwapen te koop had aangeboden. Hij verklaarde verder dat hij de Dominicaanse jongeman ook als één van de gewapende overvallers die op 5 mei 2016, in de middaguren, samen met een groep jongemannen de gewapende overval op hem hadden gepleegd. Hij verklaarde dat deze Dominicaanse jongeman een vuurwapen in één van zijn handen vasthield en deze op zijn bovenlichaam had gericht toen dit overval gaande was.

5. Een proces-verbaal, bijlage [nummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 27 juli 2016 gesloten en getekend door [verbalisant A], voornoemd, voor zover inhoudende, als verklaring van de getuige [getuige 1], -zakelijk weergegeven-:

In de maand mei 2016 was mijn neef [slachtoffer] vanuit Europa naar Aruba gereisd. Op 5 mei 2016 was ik [slachtoffer] in de chollerhouse in [buurt] tegen gekomen. Ik probeerde hem vanuit de chollerhouse te krijgen zodat de jongens van de buurt hem niet zou aanvallen maar het lukte mij niet om hem daaruit te krijgen. Op een gegeven moment moest ik naar [naam bedrijf] om een aantal dingen te kopen. Toen ik wegging had ik [slachtoffer] in de chollerhouse achtergelaten. Toen ik van de omgeving vertrok had ik [verdachte] bijgenaamd [bijnaam], [medeverdachte], [bekende] en nog een aantal jongens van de omgeving ter hoogte van de chollerhouse achtergelaten. Deze jongens zijn bekend om zomaar problemen met derden te zoeken. Hierdoor had ik het gevoel dat zij iets slecht met [slachtoffer] wou doen. Toen ik terug van [naam bedrijf] kwam had ik [slachtoffer] in de [straat] helemaal onder het bloed tegen gekomen. Ik weet zeker dat het de groep jongens moesten zijn die ik zonet had doorgegeven.

6. Een proces-verbaal, bijlage [nummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 5 mei 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], brigadier en brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte, -zakelijk weergegeven-:

Vandaag (het gerecht begrijpt: 5 mei 2016) ging ik naar de chollerhouse die in de [buurt] [district] gevestigd staat. We noemen de chollerhouse [naam]. Ik had mijn (…) [kleur] tas in de chollerhouse [naam] achtergelaten.

7. Een proces-verbaal, bijlage [nummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 25 mei 2016 gesloten en getekend door [verbalisant A], voornoemd, en [verbalisant], brigadier bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte, -zakelijk weergegeven-:

Ik ken de aangever. Ik was op 5 mei 2016 aanwezig toen hij beroofd werd. Ik ken de man [bijnaam medeverdachte] die momenteel ook met mij opgesloten zit voor dezelfde zaak. Ik word door hem [bijnaam verdachte] genoemd. Op 5 mei 2016 had ik [getuige 1] ter hoogte van de [naam], dat is de chollerhouse, gezien.

8. Een proces-verbaal, bijlage [nummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 22 juli 2016 gesloten en getekend door [verbalisant A], voornoemd, voor zover inhoudende, als verklaring van de getuige [getuige 4], -zakelijk weergegeven-:

Op 5 mei 2016 werd een man in de buurt van [straat] verwond en beroofd. Op die dag in de avonduren was ik in […] [naam bedrijf] gelegen in de [straat]. Op een gegeven moment besloot ik lopend naar huis te gaan. Onderweg had ik mijn buurvrouw ontmoet. Mijn buurvrouw had gezegd dat in de buurt van [straat] iets was gebeurd. Ik liep direct naar [straat] om te kijken wat er gaande was. Daar aangekomen zag ik een groep politieagenten in de omgeving. Ik zag ook een man met een kapwond op zijn voorhoofd die hevig aan het bloeden was. Daar werd ik door mijn dochter benaderd en zij zei tegen mij dat [verdachte] (het gerecht begrijpt: verdachte) bij mijn woning was en dat hij met mij wou spreken. Ik moet opmerken dat ik helemaal niet op de hoogte was dat [verdachte] bij mij thuis was. Nadat mijn dochter mij in kennis had gesteld dat [verdachte] met mij wou spreken liep ik naar huis om te kijken waarom hij mij precies nodig had en wat hij met mij wou spreken. Thuis aangekomen zag ik dat [verdachte] inderdaad bij mij thuis was. Toen [verdachte] mij zag vroeg hij mij direct of er veel politieagenten in de buurt van [straat] was. Ik antwoordde hem hierop bevestigend. [verdachte] zag er heel erg zenuwachtig uit en hij was helemaal bezweten en bleef constant naar buiten gluren in de richting van [straat]. Ik vond dit heel raar. Later kwamen politieagenten bij mijn woning en met mijn toestemming liepen zij mijn woning binnen en zij hadden [verdachte] in mijn keuken aangetroffen en hebben hem direct aangehouden.

9. Een proces-verbaal, bijlage [nummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 25 juli 2016 gesloten en getekend door [verbalisant A], voornoemd, voor zover inhoudende, als verklaring van de getuige [getuige 2], -zakelijk weergegeven-:

Op de dag dat [verdachte] werd aangehouden, voordat het geval/incident plaatsvond, had mijn schoonmoeder [roepnaam] (het gerecht begrijpt: [getuige 3]) tegen mij gezegd dat er een jongen in [naam] aanwezig was en dat hij drugs aan het gebruiken was en ook dat hij heel veel geld bij zich had omdat hij steeds bankbiljetten van 100 Arubaanse florin tevoorschijn haalde. [naam] is de bekende chollerhouse in [buurt]. De jongens die daar in de buurt rondhangen kwamen dit allemaal aan [getuige 3] vertellen en zo had zij dit aan mij doorverteld. Op die specifieke dag werd ik door [getuige 3] en [medeverdachte] bij mijn woning opgehaald en wij gingen naar de woning van de moeder van [getuige 3]. Daar was het dat ik een aantal gesprekken van [getuige 3] en [medeverdachte] hoorde over de jongen die veel geld in zijn bezit had en die telkens bij [naam] kwam om drugs te kopen en om deze daar zelf te gebruiken.

10. Een proces-verbaal, bijlage [nummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 1 augustus 2016 gesloten en getekend door [verbalisant A], brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisant, -zakelijk weergegeven-:

Op 5 mei 2016 werd de verdachte [verdachte] op heterdaad aangehouden. Op diezelfde dag, kort na de aanhouding van de verdachte [verdachte] voornoemd, werd door de dienstdoende surveillance-eenheid een onderzoek in de “Chollerhouse” in [buurt] verricht. Tijdens dit onderzoek werd een [kleur] rugtas van het merk [merk] aangetroffen die later bleek te zijn eigendom van de verdachte [verdachte]. In bovengenoemde rugtas werden onder meer twee marihuanamalers en een doorzichtig plastic zakje op cocaïne gelijkende steentjes aangetroffen. Het doorzichtig plastic zakje inhoudende op cocaïne gelijkende steentjes werd aan de Unit [naam unit] voor het verdere onderzoek overhandigd.

11. Een proces-verbaal, bijlage [nummer], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 19 juli 2016 gesloten en getekend door [verbalisant], brigadier bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisant, -zakelijk weergegeven-:

Ik, verbalisant, verrichtte op 18 juli 2016 een onderzoek aan een transparant plastic zakje inhoudende een wit/beigekleurige op cocaïne gelijkend steentje. Dit transparante plastic zakje werd aangetroffen en inbeslaggenomen bij de man genaamd [verdachte]. Het gezamenlijke gewicht bedroeg: 5,7 gram. Een kleine hoeveelheid van het wit/beigekleurige op cocaïne gelijkend steentje werd in een testbuisje bestemd voor het testen van cocaïne gedaan. Hierna werd de zogenaamde “fieldtest” verricht. Genoemde test viel positief uit in die zin dat, nadat de vloeistof in het buisje in aanraking was gekomen met het steentje, deze in een blauwe kleur veranderde, hetgeen de aanwezigheid van cocaïne en/of haar zouten aanduidt.

Bewijsoverwegingen

feit 1:

De raadsman heeft betoogd dat de verdachte van het hem tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe onder meer aangevoerd dat de verklaringen van zowel de aangever als de getuige [getuige 1] onlogisch en onwaarschijnlijk zijn. Het gerecht verwerpt het betoog van de verdediging. De bestreden verklaringen, voor zover deze zijn gebezigd voor het bewijs, worden in voldoende mate ondersteund door de overige gebezigde bewijsmiddelen.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

1. Diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd

met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken, terwijl het feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 2:291, eerste lid, juncto artikel 2:289, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafrecht.

2. Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid onder C, van de

Landsverordening verdovende middelen,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van die Landsverordening juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte en zijn mededaders hebben zich schuldig gemaakt aan een gewapende overval. Daarbij hebben verdachte en mededader [medeverdachte] de aangever met vuurwapens bedreigd en heeft één van hen hem een klap met een van de vuurwapens aan zijn voorhoofd toegediend. Hierdoor is de aangever op de grond komen te vallen, waarna hij door een groep jongemannen ernstig is mishandeld terwijl zijn bezittingen werden weggenomen. De aangever heeft door deze uiterst gewelddadige overval een kapwond en een messteek aan zijn borst opgelopen. Door deze overval is de rechtsorde ernstig geschokt en zijn de gevoelens van angst en onveiligheid in de Arubaanse samenleving aangewakkerd. Als schadelijk voor het imago van Aruba als relatief veilig land en toeristenbestemming, kunnen dergelijke feiten op termijn ook de economie en welvaart van dit land ondermijnen. Door de gepleegde overval heeft de aangever niet alleen financiële schade geleden, maar vooral ook grote angst en leed. Slachtoffers van dergelijke daden kunnen nog langdurig lijden onder de (geestelijke) gevolgen daarvan. Het gerecht neemt het de verdachte dan ook uiterst kwalijk dat hij, kennelijk louter gedreven door financieel gewin, heeft gekozen om een dergelijk ernstig feit te begaan.

Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het in bezit en aanwezig hebben van cocaïne. Cocaïne is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof, met alle gevolgen voor de gebruikers en voor de maatschappij van dien. Drugshandel gaat immers vaak gepaard met geweldcriminaliteit en leidt tot vele vormen van criminaliteit.

Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is dan ook geïndiceerd.

Ten nadele van verdachte geldt dat hij reeds eerder voor een geweldsdelict en vermogensdelicten is veroordeeld. Ook in zijn nadeel geldt dat hij ter terechtzitting geen blijk heeft gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.

9 Inbeslaggenomen voorwerpen

A. Onttrekking aan het verkeer

Ten aanzien van de inbeslaggenomen cocaïnesteentjes, met verpakking, en marihuanamalers zal onttrekking aan het verkeer worden uitgesproken, omdat het onder 2 tenlastegelegde feit met betrekking tot die voorwerpen is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

B. Teruggave

De teruggave zal worden gelast aan de verdachte van de overige inbeslaggenomen voorwerpen. De te retourneren voorwerpen zijn niet vatbaar gebleken voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:62, 1:74, 1:75, 1:136 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vierenvijftig (54) maanden;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

onttrekt aan het verkeer de in rubriek 9A genoemde voorwerpen;

gelast de teruggave aan de verdachte van de in rubriek 9B genoemde voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M. Schoemaker en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 2 december 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.