Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:926

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
22-12-2016
Datum publicatie
13-01-2017
Zaaknummer
P-2016/05774, 473 van 2016
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Man wordt veroordeeld voor verkrachting van een jonge vrouw die stage loopt, tot een gevangenisstraf van vier (4) jaren waarvan een (1) jaar voorwaardelijk. Het niet horen van getuigen à decharge leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans [...] gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 16 september 2016 en 2 december 2016. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. V.A.V. Carlo.

De officier van justitie, mr. C.D. Kardol, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake het primair tenlastegelegde te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, ook als dat het ondergaan van behandelingen inhoudt.

De raadsman heeft bepleit de verdacht vrij te spreken van het ten laste gelegde.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is, met inachtneming van de gevorderde en toegewezen wijzigingen, tenlastegelegd:

dat hij op of omstreeks 17 mei 2016 te Aruba

door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld en/of een andere

feitelijkheid, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden

uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],

hebbende hij met zijn penis de vagina van die [slachtoffer] gepenetreerd,

en welk geweld en/of die andere feitelijkheid en welke bedreiging met geweld en/of die andere feitelijkheid hierin hebben bestaan dat hij

- die [slachtoffer] heeft gedwongen naar een appartementencomplex te rijden, en

- die [slachtoffer] meermaals in de auto heeft geslagen en haar bij haar keel heeft vastgepakt,

en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: “Ik wil seks met je vanavond, want ik heb heel veel geld

aan jou betaald en jij kan dat niet aan mij terug betalen. Als je het niet doet, gaat dit door.”,

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en

- de tas en de autosleutels van die [slachtoffer] heeft afgepakt, en

- die [slachtoffer] heeft gedwongen haar kleding uit te trekken, en

- voorbij is gegaan aan de verbale en non-verbale protesten van die [slachtoffer], en

- aldus voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

(artikel 2:197 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

dat hij op of omstreeks 17 mei 2016 te Aruba, opzettelijk mishandelend [slachtoffer]

Opzettelijk meermaals, althans eenmaal, aan haar haren heeft getrokken en haar bij haar keel heeft gepakt en tegen haar gezicht, althans haar hoofd heeft geslagen en haar tegen een autoraam heeft gegooid;

(artikel 2:273 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De raadsman heeft niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleit en daartoe, deels in afwijking van zijn pleitaantekeningen, het volgende aangevoerd. De verdediging heeft tijdens de pro-forma behandeling aan de zittingsrechter verzocht om alsnog twee getuigen à decharge, die niet door de politie werden gehoord, te horen. Deze getuigen kunnen de stelling van de verdachte onderbouwen dat de verdachte en het slachtoffer al een tijd een relatie hadden, dit in tegenstelling tot de verklaring van het slachtoffer. De rechter heeft tijdens de pro-forma behandeling het verzoek van de verdediging tot het horen van deze getuigen afgewezen, nadat het openbaar ministerie had aangegeven dat het slachtoffer op dit punt nog zou worden gehoord. De raadsman voert aan dat dit niet is gebeurd. De verdachte is daardoor zwaar in zijn verdedigingsbelang geschaad.

De beslissing om tot vervolging over te gaan, leent zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing. Er is volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad slechts in uitzonderlijke gevallen plaats voor een niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde. Van een dergelijk uitzonderlijk geval is geen sprake. Van een schending in de zin van artikel 6 lid 3 sub b van het EVRM (zoals in de pleitaantekeningen werd gesteld) is niet gebleken. Het openbaar ministerie kan vooraleerst geen direct verwijt gemaakt worden dat zij de twee getuigen niet heeft gehoord, aangezien het gerecht het getuigenverzoek van de verdediging uiteindelijk heeft afgewezen. De rechter tijdens de pro-forma zitting heeft het verzoek tot het horen van de twee getuigen ter zitting getoetst aan het verdedigingscriterium en het verzoek vervolgens afgewezen. Aan die afwijzing kleeft naar het oordeel van het gerecht, ook achteraf bezien, geen gebrek. Uit het proces-verbaal van de pro-forma zitting blijkt niet dat de rechter het verzoek (mede of voorwaardelijk) heeft afgewezen, omdat het slachtoffer nog zou worden gehoord over het al dan niet gehad hebben van een relatie met de verdachte. De verdediging heeft tijdens de inhoudelijke behandeling ook geen nieuw verzoek gedaan om de twee getuigen alsnog te horen. Het feit dat het slachtoffer, ondanks hetgeen het openbaar ministerie had aangegeven en zonder dat de twee getuigen werden gehoord, niet nader is verhoord op het door de verdediging naar voren gebrachte punt, leidt er niet toe dat de verdachte daardoor in zijn verdediging is geschaad, te minder daar het slachtoffer in haar aangifte bij de politie al had verklaard dat ze één keer eerder een one night stand met de verdachte had gehad en dat hij niet haar partner was en bovendien de verdediging tijdens de inhoudelijke behandeling (en ook eerder niet) heeft verzocht om het slachtoffer opnieuw te horen als getuige om alsnog nadere vragen aan het slachtoffer te kunnen stellen. Van een normschending is niet gebleken. Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen andere feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

B. Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

dat hij op of omstreeks 17 mei 2016 te Aruba

door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld en/of een andere

feitelijkheid, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden

uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],

hebbende hij met zijn penis de vagina van die [slachtoffer] gepenetreerd,

en welk geweld en/of die andere feitelijkheid en welke bedreiging met geweld en/of die andere feitelijkheid hierin hebben bestaan dat hij

- die [slachtoffer] heeft gedwongen naar een appartementencomplex te rijden, en

- die [slachtoffer] meermaals in de auto heeft geslagen en haar bij haar keel heeft vastgepakt,

en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: “Ik wil seks met je vanavond, want ik heb heel veel geld

aan jou betaald en jij kan dat niet aan mij terug betalen. Als je het niet doet, gaat dit door.”,

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en

- de tas en de autosleutels van die [slachtoffer] heeft afgepakt, en

- die [slachtoffer] heeft gedwongen haar kleding uit te trekken, en

- voorbij is gegaan aan de verbale en non-verbale protesten van die [slachtoffer], en

- aldus voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij het proces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Divisie Centrale Recherche, sectie Jeugd- en Zeden politie, administratienummer A-31/2016 d.d. 4 november 2016 opgemaakt door [verbalisant], hoofagent bij voormeld korps.

1. Bijlage 1

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt op 17 mei 2016 en op 19 mei 2016 gesloten en getekend door [verbalisant], hoofdagent bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de aangeefster, -zakelijk weergegeven-:

Ik wil aangifte van verkrachting doen tegen [verdachte]. Gisteravond rond 22:30 uur heb ik [verdachte] opgehaald van zijn werk om samen met onze vrienden en collega’s, een drankje te gaan nemen. [verdachte] is een collega van mij. Wij zijn eventjes naar het huis van mijn vriendin [getuige 1] gegaan. Rond 24:00 of 00:15 uur uur vertrokken wij met mijn auto naar de bar Lekker. Bij Lekker kwamen wij, ik gok, rond 0:30 uur aan en hebben wij wat drankjes gedronken en zijn daar weggegaan toen het dicht ging. Voordat wij naar [getuige 1] waren gegaan had [verdachte] bij Yen Yen restaurant een biertje voor hem gekocht en voor mij een klein flesje wijn. Na Lekker zijn wij eventjes doorgegaan naar Café 080. Bij Lekker had hij whisky cola en ik wijn gedronken. Hij had voor de drankjes betaald. Om 3:15 uur waren wij naar Café 080 gegaan. Daar vroeg één van mijn vrienden of wij achter hen aan wilden rijden om naar een food truck te gaan. Ik vroeg aan [verdachte] of dat ok was. Hij zei “ja is goed”. Hierna zijn wij achter hen gaan rijden. Na twee keer verkeerd te rijden kwamen wij bij de Low-Rise hotels. Het was toen dat zijn gedrag ineens helemaal omsloeg. Hij begon te schreeuwen tegen mij en ik moest naar huis rijden. Terwijl ik hem naar huis aan het brengen was heeft hij mij meerdere malen bij mijn keel vastgepakt, aan mijn haren getrokken, mij geslagen op mijn hoofd en mij tegen het raam aangegooid. Ik had toen mijn hoofd geslagen. Ik heb drie keer de auto stilgezet omdat ik zo niet kon rijden. Op een gegeven moment had hij een opmerking gemaakt van, “Ik wil seks met je vanavond want ik heb heel veel geld aan jou betaald en jij kan dat niet aan mij terug betalen. Als je het niet doet gaat dit door.” Hierna moest ik naar één of ander plekje rijden. Ik was daar verplicht heen gereden, want ik was bang dat als ik het niet deed, hij mij nog een keer zou slaan of dat hij mij weer bij mijn keel zou vastpakken. Ik moest van hem naar dat plekje rijden achter Perle d’or. Daar zit een soort motel, waar je een kamer kan huren voor bepaalde tijd. Ik heb meerdere malen gezegd dat ik het niet wil en dat hij normaal moest doen, dat het niet goed was wat hij deed en ik heb ook gezegd dat ik geen seks met hem wou hebben. Maar op de één of andere manier was ik zo bang dat hij het weer allemaal zou gebeuren. Dat hij mij sou slaan en of dat hij mij weer aan mijn keel zou vastpakken. Ik heb dit op de één of andere manier toegelaten, want ik dacht, ‘als ik hem nu tegenhoud wordt het alleen maar erger’, aangezien hij in Lekker ook had aangegeven dat hij een pistool thuis heeft liggen. Daardoor was ik bang. Ik heb het toegelaten zodat het allemaal niet verder zou escaleren, maar ik had wel gezegd, “ik wil dit niet”. Ik heb letterlijk huilend in bed gelegen. Ik heb, ik gok, anderhalve week geleden één keer eerder vleselijke gemeenschap met hem gehad. Hij was niet mijn partner, het was een soort van one night stand. Omdat ik bang was, ben ik gewoon naar het hotel gereden, want toen ik de afslag naar het motel miste pakte hij mij gelijk weer bij mijn keel vast en zei, “Nee, je moet terug. Je moet daar in.” Eenmaal bij het motel aangekomen heeft hij de sleutels uit mijn auto getrokken. Hij heeft mijn tas uit mijn auto getrokken zodat ik mijn spullen niet meer had. [verdachte] had bij de poort betaald. Hij was uit de auto gestapt en ik moest blijven zitten want hij had mijn sleutel uitgetrokken. Hierna gingen wij door de poort heen in mijn auto. Toen wij voor de kamer stonden pakte hij weer mijn tas en mijn sleutel. Ik heb tegen mijn wil in seks met hem gehad, puur omdat ik bang was dat er meer zou gaan gebeuren. Ik had ook aangegeven dat ik niet wilde. Ik gaf het aan met trillende benen en in tranen op het bed. [verdachte] had mijn spullen de kamer in gegooid en was de badkamer in gegaan. In de kamer was hij alleen maar kwader geworden. Hij bleef twee minuten in de badkamer. Ik dacht, ‘zal ik wegrennen of zal ik hier blijven’. Toen ik opstond was hij gelijk in de kamer gekomen. Hij had mij in de auto eerst aan mijn keel vastgepakt en daarna met zijn vuist geslagen. Aan mijn keel zaten vingerafdrukken. Toen ik de auto aan de kant had gezet, had ik geprobeerd hem rustig te krijgen, maar het werkte niet. Hij ging verder en riep dat ik een bitch was, dat ik speelde met zijn gevoelens. Toen hij uit de badkamer kwam, vroeg ik of ik naar het toilet mocht gaan. Toen heeft hij ja gezegd. Nadat ik terug kwam van het toilet was hij zou goed als helemaal uitgekleed. Hij had alleen zijn onderbroek nog aan. Toen moest ik mij uitkleden. Hij zei dat ik me uit moest kleden. Dat had ik gedaan omdat hij nog steeds heel boos was. Hij was heel eng. Terwijl ik mijn kleren uit deed had hij zijn onderbroek uitgetrokken. Daarna hield hij mij aan mijn armen vast en was met mij op het bed gaan liggen. Ik lag op mijn rug en hij was op mij komen liggen. Hij heeft mijn benen open gespreid en mijn vagina gepenetreerd met zijn penis. Ik durfde niks te doen want ik was bang dat hij mij weer zou slaan. Hij stopte toen hij merkte dat ik veel trilde en huilde. Terwijl hij mij aan het penetreren was vroeg hij mij of het goed ging met mij. Het enige wat ik deed was harder huilen en had tegen hem gezegd dat niet goed ging. Hij was weer naar de badkamer gegaan en daarna was hij zich gaan aankleden. Ik vroeg toen of ik mij mocht aankleden. Hij zei toen van ja. Ik had mij daarna aangekleed en vroeg of ik een sigaret mocht roken. Hij zei van ja. Ik ging met mijn rug toe naar hem zitten op het bed. Hij liep naar me toe en zei “sorry” tegen mij, dat hij het zo allemaal niet bedoelde. Hierna had ik mijn spullen gepakt en zijn we naar buiten gegaan en in mijn auto gestapt. Ik had hem zo snel mogelijk naar huis gebracht. Voordat hij bij zijn huis uitstapt was zei hij, “ja het gaat nooit werken tussen ons, want jij speelt met mij”. Hij was naar huis gelopen en ik was zo snel mogelijk weggereden. Hij had al eerder aangegeven dat hij een pistool in zijn huis had. Ik dacht dat ik zo snel mogelijk van daar weg moest voordat hij die pakte. Ik was weggereden en heb mijn vriendin gebeld en was bij mijn vriendin thuis gegaan. Wij hadden de andere collega’s opgebeld en die hebben ons geadviseerd om bij de eerste hulp te komen.

2. Bijlage 2

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 17 mei 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 1], brigadier bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de [getuige 2], -zakelijk weergegeven-:

Vanmorgen (17 mei 2016) om 6:58 uur werd ik door een stagiaire genaamd [getuige 1] (het gerecht begrijpt: [getuige 1]) opgebeld. [getuige 1] zei het volgende: “[getuige 2] we hebben een probleem. [slachtoffer] (het gerecht begrijpt: het slachtoffer) werd in elkaar geslagen en verkracht. We weten niet wat we moeten doen”. Bleek dat [slachtoffer] naar [getuige 1] was gegaan nadat zij mishandeld en verkracht werd. Ik probeerde ze gerust te stellen en besloot de politie te bellen. De politie adviseerde mij om het slachtoffer naar de polikliniek te nemen voor verder onderzoek. Ik had hierna [getuige 1] gebeld en gaf aan dat ze naar de spoedeisende hulp moesten gaan. Ik trof [getuige 1] en [slachtoffer] in de wachtruimte van de spoedeisend hulp. [slachtoffer] vertelde mij: “De man heeft mij geslagen. Ik wilde niet. Ik ben heel erg bang. Hij heeft mij bedreigd. De man is [verdachte] die als vaatwasser werkt bij Divi Resort.” Ik ken [verdachte]. Ze vertelde dat ze met [verdachte] op stap was gegaan en dat ze eerst naar Lekker waren gegaan. Zij had daar enkele wijntjes gedronken en [verdachte] had whisky gedronken. Daarna waren ze naar Café 080 gegaan en ze had daar enkele vrienden van haar ontmoet. Ze hadden afgesproken dat ze elkaar bij een snack truck weer zouden ontmoeten. Ze waren met de auto van [slachtoffer] gegaan. [verdachte] begon haar te wurgen. Hij had haar hoofd tegen de ruit van de auto geslagen. [slachtoffer] toonde mij de linkerkant van haar gezicht welke toen nog rood was. [slachtoffer] klaagde nog van de pijn aan haar gezicht en achterhoofd. Ik zag tevens dat haar hals nogal rood was. Ik kon de strepen van de vingers zien die haar gewurgd hadden. [slachtoffer] vertelde dat [verdachte] haar de weg naar een appartement had gewezen. Zij vertelde dat zij verkracht werd en dat het tegen haar wil was. Toen ik [slachtoffer] zag was zij aan het huilen en was zeer prikkelbaar. Telkens sprong zij van angst als zij een geluid hoorde. Zij gaf ook aan dat zij heel erg bang was voor hem.

3. Bijlage 3

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 17 mei 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 2], brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verklaring van de [getuige 1], -zakelijk weergegeven-:

Gisteravond omstreeks 23:30 uur waren [slachtoffer] (het gerecht begrijpt: het slachtoffer) en [verdachte] bij mij thuis. Om 0:30 uur vertrokken ze. Om 06:00 uur werd ik wakker. [slachtoffer] belde mij toen op. Zij was toen heel erg aan het huilen en ze zei dat zij in elkaar was geslagen en verkracht door [verdachte]. Ze vroeg of ze langs mocht komen en was daarna bij mij gekomen. Ze vertelde dat [verdachte] haar aan haar keel vast gegrepen had en dat hij haar hoofd tegen het raam van haar auto geslagen had. Ik zag toen dat ze vlekken aan haar nek had en dat ze ook een dikke lip had. [slachtoffer] zat te trillen toen ze met mij sprak. [slachtoffer] vertelde dat ze heel bang van [verdachte] was. Ze was helemaal overstuur. Ik belde mijn collega’s op en wij gingen naar het ziekenhuis.

4. Bijlage 6

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 25 mei 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 3], brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als relaas van deze verbalisant, -zakelijk weergegeven-:

Op 17 mei 2016 ging ik naar de spoedeisende hulp in verband met een verkrachting. Bij aankomst vernam ik van het slachtoffer dat de dader haar had gewurgd en in haar gezicht geslagen. Ik zag dat haar lippen opgezwollen waren en ik zag ook een hematoom aan de voorzijde van haar hals.

5. Bijlage 9

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 24 mei 2016 gesloten en getekend door [verbalisant] en [verbalisant 1], resp. hoofdagent en brigadier bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als verhoor van de verdachte, -zakelijk weergegeven-:

Op maandag (het gerecht begrijpt: 16 mei 2016) was [slachtoffer] (het gerecht begrijpt: het slachtoffer) mij om 22:00 uur komen halen van mijn werk. Wij waren bij Yen Yen twee biertjes en wijn gaan drinken. Daarna waren wij bij haar vriendin [getuige 1] gegaan. Nadat we daar waren vertrokken waren wij rond 00:30 uur doorgegaan met drinken bij Lekker. Wij zijn later naar de plaats 080 gegaan.

6. Bijlage 11

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 26 mei 2016 gesloten en getekend door [verbalisant] en [verbalisant 2], resp. hoofdagent en brigadier eerste klasse bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als nader verhoor van de verdachte, -zakelijk weergegeven-:

Wij zijn niet direct naar huis gegaan. Wij waren bij de neuk appartementjes gegaan. Ik was uit de auto gestapt en gaan betalen bij het kleine raam. Daarna waren wij met de auto naar binnen gereden. Wij hebben daar vleselijke gemeenschap gehad. Ik penetreerde haar vagina.

Bewijsoverwegingen

Verdachte ontkent zich aan het tenlastegelegde feit te hebben schuldig gemaakt. Hij erkent weliswaar dat hij seksuele gemeenschap heeft gehad met het slachtoffer doch hij ontkent dat het tegen haar wil is gebeurd. De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte al een tijd een relatie met het slachtoffer had en dat zij boos was geworden omdat zij er die nacht achter was gekomen dat de verdachte een partner had nadat zij een bericht in zijn telefoon had gezien. Het slachtoffer zou daarom uit wraak de verkrachting hebben verzonnen. Het gerecht hecht geen geloof aan het verhaal van de verdediging. Ter toelichting dient het volgende.

De verdachte heeft tijdens het eerste verhoor bij de politie aanvankelijk niets verklaard over het seksueel contact dat heeft plaatsgevonden in het appartement waar hij met het slachtoffer naar toe is gegaan en de ruzie die na dat seksuele contact zou zijn ontstaan. De verdachte verklaarde toen dat hij en het slachtoffer nadat zij bij Café 080 waren weggegaan, nergens meer zijn geweest voordat hij thuis werd afgezet. Pas bij het tweede verhoor heeft de verdachte toegegeven dat ze naar dat appartement zijn toegegaan en daar - volgens de verdachte vrijwillig - seksuele gemeenschap hebben gehad. De verklaring van de verdachte dat hij en het slachtoffer die nacht eerder, na vertrek uit bar Lekker, seksuele gemeenschap hebben gehad op een sportveld in de auto van het slachtoffer vindt geen steun in de verklaring van het slachtoffer. De verdachte heeft inconsistent verklaard over het tijdsverloop. In zijn eerste verklaring bij de politie heeft de verdachte verklaard dat zij tot 5:00 uur bij Café 080 zijn gebleven, terwijl hij in zijn tweede verklaring en ter zitting heeft verklaard dat ze iets na 5:00 uur bij bar Lekker zijn vertrokken, rond 6:00 uur naar Café 080 zijn gegaan en daar iets over 6:00 uur of 6:30 uur zijn vertrokken. [getuige 1] heeft verklaard dat zij om 6:00 uur door het slachtoffer werd opgebeld die haar op dat moment vertelde dat ze door de verdachte werd mishandeld en verkracht en dat zij nadat het slachtoffer bij haar thuis was gekomen en haar tot rust had proberen te krijgen, [getuige 2] heeft opgebeld. Dit wordt bevestigd door [getuige 2] die heeft verklaard dat zij om 6:58 uur werd gebeld door [getuige 1]. Het gerecht ziet geen aanleiding die verklaringen in twijfel te trekken. Uit die verklaringen volgt dat het niet mogelijk is dat, zoals de verdachte heeft verklaard, de verdachte en het slachtoffer iets na 5:00 uur bij bar Lekker zijn vertrokken, daarna ongeveer 15 minuten op een sportveld in de auto seksuele gemeenschap hebben gehad, waarna zij naar Café 080 zijn gegaan en daar uiteindelijk pas tussen 6:00 en 6:30 uur zijn vertrokken en vervolgens nog naar het appartement zijn gegaan om daar weer seksueel contact te hebben.

Het gerecht acht de verklaring van het slachtoffer voor zover die is gebezigd voor het bewijs betrouwbaar. Die verklaring is gedetailleerd wordt in voldoende mate ondersteund door [getuige 1] en [getuige 2]. Zij hebben beiden verklaard dat het slachtoffer hen heeft verteld over de verkrachting en hoe een en ander die avond en nacht was verlopen. Die verklaringen over wat het slachtoffer hen had verteld over het verloop van die avond en nacht komen met elkaar overeen en ook met de verklaring van het slachtoffer. [getuige 1], die het slachtoffer als eerste heeft gezien, heeft verklaard dat het slachtoffer huilde, trilde en erg overstuur was. [getuige 2] heeft waargenomen dat het slachtoffer huilde en bang was. Daarnaast heeft [getuige 1] waargenomen dat het slachtoffer een dikke lip had en vlekken in de hals. [getuige 2] heeft verklaard dat zij de strepen van vingers in de nek zag. De verklaring van het slachtoffer wordt verder ondersteund door het relaas van [verbalisant 3] die diezelfde ochtend heeft geconstateerd dat de lippen van het slachtoffer opgezwollen waren en dat er een hematoom aan de voorzijde van haar hals te zien was. Dat het letsel niet duidelijk op de foto’s, die van het slachtoffer zijn genomen, te zien is doet geen afbreuk aan de waarneming door die drie personen. De verdachte heeft ook geen verklaring kunnen geven voor het door de getuigen en de verbalisant waargenomen letsel in de hals en op de lip. Hij heeft alleen verklaard dat hij het slachtoffer één keer aan de linkerkant van haar gezicht heeft geslagen.

De verdediging heeft aangevoerd dat het slachtoffer in haar latere verklaring op de vraag: “Heb jij überhaupt wel eens seks met hem gehad voor het gebeuren in het motel?” “nee” heeft geantwoord, terwijl zij in haar aangifte nog had verklaard dat zij eerder een one night stand met de verdachte had gehad, maar dit doet niet af aan de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer over de verkrachting zelf in samenhang met het steunbewijs.

Het gerecht acht op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting zoals dit ten laste is gelegd.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

primair:

verkrachting,

strafbaar gesteld bij artikel 2:197 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van een jonge vrouw die stage liep op Aruba en ver van haar familie was verwijderd. De verdachte heeft daarbij geweld niet geschuwd. Hij heeft het slachtoffer hardhandig bij de nek gegrepen, haar aan haar haren getrokken, haar hard geslagen en haar met haar hoofd tegen het autoraam geslagen, waarna hij haar heeft gedwongen om vleselijke gemeenschap met hem te hebben. Met zijn handelen heeft de verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Hij heeft zijn eigen lustgevoelens gesteld boven het belang van het slachtoffer en zich daarbij niet bekommerd om het slachtoffer. Voor het slachtoffer moeten de gebeurtenissen buitengewoon vernederend, kwetsend, beangstigend en pijnlijk zijn geweest. De ervaring leert dat slachtoffers ernstig emotionele schade oplopen van dergelijke gebeurtenissen en lange tijd, zo niet hun leven lang lijden onder de geestelijke gevolgen daarvan.

Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is op zich geïndiceerd.

Ten nadele van de verdachte geldt dat hij reeds eerder in 2014 voor verkrachting en mishandeling is veroordeeld, hetgeen hem er niet van heeft weerhouden zich weer schuldig te maken aan verkrachting. De verdachte heeft er geen blijk van gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien.

De verdediging heeft nog aangevoerd dat er (subsidiair) strafvermindering dient te volgen omdat het slachtoffer niet nader is gehoord op het punt dat zij en de verdachte een relatie hebben gehad, zoals onder het kopje niet-ontvankelijkheid in dit vonnis nader uit een is gezet, maar dit verweer wordt gepasseerd omdat van een normschending niet is gebleken.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur. Het gerecht zal een deel van deze straf conform de eis van de officier van justitie voorwaardelijk opleggen teneinde de verdachte in te scherpen zich gedurende de proeftijd niet weer aan een misdrijf schuldig te maken en hem daarbij reclasseringstoezicht op te leggen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:19, 1:20, 1:21, 1:22 en 1:62 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

Het gerecht:

verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) jaren;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot een (1) jaar, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op twee (2) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel gedurende die proeftijd de hierna gestelde bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Reclassering en Jeugdbescherming Aruba, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig acht, ook als die inhouden het zich laten behandelen volgens door de Reclassering te bepalen behandelingstrajecten, met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 1:22, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M. Schoemaker en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 22 december 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.