Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:92

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
03-02-2016
Datum publicatie
16-02-2016
Zaaknummer
A.R. 1934 van 2014
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

opdracht deskundigenbericht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 3 februari 2016

Behorend bij A.R. 1934 van 2014

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

E*,

te Aruba,

hierna ook te noemen: Eiser,

gemachtigde: de advocaat mr. P.M.E. Mohamed,

tegen:

G*,

te Aruba,

hierna ook te noemen: Gedaagde,

procederend in persoon.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 20 mei 2015;

- de akte uitlating zijdens Eiser;

- de akte niet-dienen zijdens Gedaagde.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

DE VERDERE BEOORDELING

1.1

Eiser heeft bij wijze van deskundige voorgesteld de heer _____ (Proactive IT Solutions. Eiser laat weten dat het voorschot Afl. 550, zal moeten bedragen. Eiser is het eens met de eerder door het gerecht voorgestelde vraagstelling.

1.2

Gedaagde heeft zich niet uitgelaten. Tegen haar is akte niet-dienen verleend zodat het ervoor moet worden gehouden dat zij zich niet tegen het voorstel van Eiser verzet. Het gerecht zal dienovereenkomstig beslissen.

1.3

Het bij vonnis van 20 mei 2015 aangekondigde deskundigenbericht zal nu worden bevolen. Aan de deskundige zal de in de beslissing vermelde vraag worden voorgelegd. In de vorige beslissing is al aangekondigd door welke partij het voorschot op de kosten van de deskundige moet worden gedeponeerd.

1.4

Het gerecht wijst erop dat partijen op grond van artikel 174b lid 3 Rv wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. Het gerecht zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan het gerecht daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

1.5

Als een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan onmiddellijk afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

1.6

Het gerecht zal iedere verdere beslissing aanhouden.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

  • -

    Heeft het WhatsApp-berichten verkeer dat door Eiser in deze procedure is overgelegd daadwerkelijk tussen partijen plaatsgevonden? Of is het berichtenverkeer achteraf gemanipuleerd?

  • -

    Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?

benoemt tot deskundige:

_____________

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundig(n) vast op het door de deskundige(n) begrote bedrag van Afl. 550

bepaalt dat Eiser het voorschot dient over te maken

t.n.v. gemeenschappelijk hof van justitie

Rekening NR: 601347606(Awg)

CARIBBEAN MERCANTILE BANK

CAYA BETICO CROES 53

ORANJESTAD, ARUBA

SWIFT CODE: CMBAAWAX

onder vermelding van "voorschot deskundigenrapport" en het zaak- en rolnummer, en wel binnen vier weken na deze beslissing,

draagt de griffier op om de deskundige(n) onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

bepaalt dat Eiser het procesdossier in afschrift aan de deskundige(n) dient te doen toekomen,

bepaalt dat de deskundige(n) het onderzoek zelfstandig zal (zullen) instellen op de door de deskundige(n) in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

wijst de deskundige(n) er op dat:

de deskundige(n) voor aanvang van het onderzoek dient (dienen) kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),

de deskundige(n) het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient (dienen) aan te vangen,

de deskundige(n) het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact op te nemen met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

de deskundige(n) partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient (dienen) te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige(n) dit onderzoek niet mag (mogen) uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,

als partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige(n) hierop heeft (hebben) gereageerd,

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige(n) dienen te verstrekken als daarom verzocht wordt, de deskundige(n) toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige(n) ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

draagt de deskundige(n) op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

de deskundige(n) een concept van het rapport aan partijen moet (moeten) toezenden, zodat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige(n) opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige(n) in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige(n) daarop moet (moeten) vermelden,

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige(n) nadat dit aan partijen is toegezonden, en dat partijen bij de deskundige(n) geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van woensdag 29 juni 2016,

draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:

als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of

na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van Eiser op een termijn van vier weken,

verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 3 februari2016 in aanwezigheid van de griffier.