Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:907

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
14-12-2016
Datum publicatie
10-01-2017
Zaaknummer
A.R. 1598 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel, verkeersongeval, getuigenverhoor.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/162
PS-Updates.nl 2017-0050
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 14 december 2016

Behorend bij A.R. 1598 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

Eiser,

te [woonplaats] , Servië,

hierna ook te noemen: Eiser,

gemachtigde: de advocaat mr. M.G.A. Baiz,

tegen:

Gedaagde,

te Aruba,

hierna ook te noemen: Gedaagde,

gemachtigde: de advocaat mr. R.C. Samuels.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Op 10 december 2014 om 23:25 heeft een verkeersongeval plaatsgevonden op de kruising van de Rudolf Arendsstraat met de Wesstraat. Ter plaatse heeft het verkeer dat over de Rudolf Arendsstraat rijdt voorrang.

2.2

Eiser reed over de Rudolf Arendsstraat in westelijke richting. Gedaagde kruiste deze straat zonder daarbij voorrang te verlenen aan Eiser.

2.3

Eiser heeft door het ongeval schade geleden.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Eiser vordert – uitvoerbaar bij voorraad – provisioneel veroordeling van Gedaagde tot schadevergoeding van Afl. 28.520,74 en verder in de bodemzaak veroordeling van Gedaagde tot betaling van Afl. 2.072, schade aan de motorfiets en takelkosten, € 15.000, inkomstenschade, Afl. 831, reiskosten en Afl. 60.000, aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente met verklaring voor recht dat Gedaagde aansprakelijk is voor de (verdere) door Eiser geleden schade aan zijn rechterbeen en voet met veroordeling tot vergoeding van de operatiekosten en met veroordeling van Gedaagde tot met veroordeling van Gedaagde tot vergoeding van de proceskosten.

3.2

Eiser grondt de vordering erop dat Gedaagde een verkeersongeval veroorzaakt heeft door Eiser geen voorrang te verlenen en Eiser daardoor schade heeft geleden en nog zal lijden.

3.3

Gedaagde voert hiertegen verweer, met vordering tot veroordeling van Eiser in de proceskosten.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het gerecht stelt voorop dat voor de beoordeling van deze zaak niet relevant is of Gedaagde verzekerd is of niet. Ook als Gedaagde wel verzekerd zou zijn staat dat er niet aan in de weg dat Eiser hem en niet zijn verzekeraar in rechte betrekt. Artikel 6 van de Landsverordening aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen verleent de benadeelde een rechtstreeks vorderingsrecht tegen de verzekeraar van de voor ongeval aansprakelijke persoon maar dat sluit niet uit dat een vordering tegen de aansprakelijke wordt ingesteld zonder daarbij (ook) diens verzekeraar te betrekken.

4.2

Tussen partijen staat vast dat Gedaagde aan Eiser op de kruising van de Weststraat met de Rudolf Arendsstraat geen voorrang heeft verleend. Daarmee is Gedaagde aansprakelijk voor de door zijn verkeersfout veroorzaakte, door Eiser geleden schade. Voor overmacht is onvoldoende aangevoerd; de hierna te bespreken stellingen dat Eiser niet over een geldig rijbewijs beschikte en zijn motorvoertuig op het moment van de aanrijding geen licht voerde rechtvaardigen geen beroep op overmacht. Gedaagde stelt evenwel ook dat Eiser eigenschuld aan het ongeval heeft. Hij wijst er in dat verband ook op dat Eiser niet over een rijbewijs beschikt en, ondanks het feit dat het ten tijde van het ongeval om 23:25 donker was, het door Eiser bestuurde motorvoertuig geen licht voerde.

4.3

Dat Eiser niet beschikt over een geldig rijbewijs voor een motorfiets volgt uit de overgelegde stukken. Uit het door Eiser overgelegde kopie rijbewijs blijkt immers dat hij slecht beschikt over en rijbewijs voor bromfietsen en scooters met een cylinderinhoud van niet meer dan 50cc. Uit het proces-verbaal van politie met betrekking tot het ongeval blijkt dat Eiser op het moment van het ongeval op een Baja scooter Sc 150 On Road reed. Uit de website van de fabrikant van deze scooter blijkt dat de cilinderinhoud van dit motorvoertuig 147cc bedraagt1. Daarvoor had Eiser dus een aanvullend rijbewijs moeten hebben. De wettelijke verplichting om over een geldig rijbewijs te beschikken, welk rijbewijs alleen wordt afgegeven na het succesvol afleggen van een praktische test en het slagen voor een examen theorie, is mede in het leven geroepen in verband met de verkeersveiligheid van andere verkeersdeelnemers. Het, ondanks het ontbreken van een rijbewijs deelnemen aan het verkeer is dus jegens alle andere verkeersdeelnemers onrechtmatig. Zonder nadere, niet gestelde feiten, moet vervolgens worden aangenomen dat Eiser niet over de benodigde rijvaardigheid beschikt om een tweewielig motorvoertuig met een cilinderinhoud van meer dan 50cc te besturen. Niet gemotiveerd weersproken is dat de omstandigheid dat Eiser niet over voldoende rijvaardigheid beschikte, hetgeen aan hem kan worden toegerekend, heeft bijgedragen aan de door hem geleden schade.

4.4

Als juist is dat het door Eiser bestuurde tweewielige motorvoertuig ondanks het tijdstip waarop het ongeval plaatsvond geen licht voerde heeft ook dat bijgedragen aan de door Eiser geleden schade. Voor Gedaagde was het immers in die omstandigheid veel moeilijker om Eiser te zien aankomen en aan hem voorrang te verlenen. Eiser ontkent evenwel dat hij het door hem bestuurde motorrijtuig geen licht voerde. Gedaagde, die zich op eigen schuld van Eiser beroept en voor de daaraan ten grondslag gelegde feiten de bewijslast draagt, heeft aangeboden door middel van getuigen bewijs te leveren van zijn stelling. Daartoe zal hij worden toegelaten. Alle andere beslissingen in de hoofdzaak worden aangehouden.

4.5

Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige al gemiddeld 45 minuten duurt als er niet getolkt hoeft te worden..

4.6

Het gerecht wijst partijen er op dat de getuige in beginsel in de Nederlandse taal wordt gehoord en zij zelf voor een tolk moeten zorg dragen die de taal van de te horen getuige en de Nederlandse taal voldoende machtig is. De partij die zelf een tolk meeneemt moet er rekening mee houden dat de rechter in beginsel een tolk die niet beroepshalve tolkt niet accepteert.
In geval de partij die de getuige wenst te horen kosteloos procedeert wordt door het gerecht voor de aanwezigheid van een tolk zorg gedragen. In dat geval dient de desbetreffende partij evenwel veertien dagen voor de voor het verhoor bepaalde dag schriftelijk, per fax of emailbericht aan de griffier te berichten dat de aanwezigheid van een tolk nodig is en welke taal de tolk, naast het Nederlands, machtig moet zijn.

4.7

Het gerecht wijst erop dat het horen van een nodeloos groot aantal getuigen in strijd kan komen met de goede procesorde. Het horen van meer dan vijf getuigen (de partijgetuige daaronder begrepen) acht het gerecht in beginsel in strijd met de goede procesorde. In voorkomend geval zal het gerecht kunnen oordelen dat het horen van een nodeloos groot aantal getuigen gevolg heeft voor de proceskostenveroordeling, waaronder mede begrepen de hoogte van het bedrag waarop die kosten gebruikelijk worden begroot ingevolge het liquidatietarief zoals bekend gemaakt door het Gemeenschappelijk Hof.

4.8

Het gerecht zal iedere verdere beslissing aanhouden.

4.9

Als het door Eiser bestuurde motorvoertuig inderdaad geen licht voerde is sprake van een omstandigheid die in hoge mate heeft bijgedragen aan de door Eiser geleden schade. Het gerecht ziet hierin, gecombineerd met de omstandigheid dat het spoedeisende karakter van de provisionele vordering niet uitvoerig is toegelicht, aanleiding om het oordeel op de provisionele vordering aan te houden.

5. DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

laat Gedaagde toe door middel van getuigen te bewijzen dat het door Eiser bestuurde motorvoertuig op of kort voor het moment dat het ongeval plaatsvond geen licht voerde,

bepaalt dat het verhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van maandag, 30 januari 2017 van 14:00 tot 16:00 in het gerechtsgebouw aan de J.G. Emanstraat nr. 51 te Oranjestad,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 14 december 2016 in aanwezigheid van de griffier.

1 http://bajamotorsports.com/categories/scooters/products/sc150-on-road-scooter