Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:90

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
03-02-2016
Datum publicatie
16-02-2016
Zaaknummer
A.R. 314 van 2014
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

huur-rustig genot- wateroverlast

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 3 februari 2016

Behorend bij A.R. 314 van 2014

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

E*

te Aruba,

hierna ook te noemen: Eiser,

gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce,

tegen:

IDEA PSYCHOLOGICAL CENTER,

G2*

en

G3*,

te Aruba,
hierna ook te noemen: ____ c.s.,

gemachtigde: de advocaat mr. Z.T.M. Arendsz-Marchena.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

In de registers van de Kamer van Koophandel is ingeschreven de onderneming IDEA PSYCHOLOGICAL CENTER. Eigenaar van deze onderneming is gedaagde 2.

2.2

Gedaagde 2 c.s. hebben gewoond respectievelijk de onderneming uitgeoefend op het adres Palm Beach 94B, verder: het pand.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Eiser vordert – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van Gedaagde 2 c.s. tot betaling van Afl. 17.252,01, te vermeerderen met de wettelijke rente, met veroordeling van Gedaagde 2 c.s. tot vergoeding van de proceskosten.

3.2

Eiser grondt de vordering erop dat partijen een huurovereenkomst hadden gesloten en Gedaagde 2 c.s. nog niet aan alle daaruit voortvloeiende betalingsverplichtingen hebben voldaan.

3.3

Gedaagde 2 voert hiertegen verweer, met vordering tot veroordeling van Eiser in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

4 DE BEOORDELING

4.1

Uit het overgelegde, niet weersproken, uittreksel uit de Kamer van Koophandel blijkt niet dat IDEA een vennootschap onder firma of een maatschap is. Van enige rechtspersoonlijkheid of afgescheiden vermogen blijkt evenmin. IDEA kan daarom geen partij bij een overeenkomst zijn noch in rechte worden betrokken. Eiser is niet-ontvankelijk in zijn vordering tegen IDEA.

4.2

Gedaagde 3 betwist een huurovereenkomst met Eiser te hebben gesloten of anderszins huurder van het pand te zijn geweest. Dat Gedaagde 3 in het pand woont of zelfs ook haar beroep als “proxy” in de eenmansonderneming van Gedaagde 2 uitoefent, brengt naar huidig recht niet automatisch mee dat zij (mede)huurder is geworden. De door geen van betrokkenen ondertekende akte, getiteld: Long Term Lease Agreement, waarin IDEA Psychological Center als huurder wordt genoemd, brengt evenmin mee dat Gedaagde 3 als (mede)huurder moet worden aangemerkt. Overgelegd e-mailverkeer tussen Eiser en (kennelijk) zijn makelaar kan die stelling ook niet onderbouwen. Een feitelijk en voldoende concreet getuigenbewijs ter zake ontbreekt. De vordering jegens Gedaagde 3 zal op die grond worden afgewezen.

4.3

Gedaagde 2 ontkent een huurovereenkomst met betrekking tot het pand te hebben gesloten met Eiser. Hij heeft vanaf 28 juni 2008 van Aruba Villas Rental gehuurd. Hij heeft aan Aruba Villas Rental huur betaald. Hem is geen rustig huurgenot verschaft doordat het pand bij gebrek aan voldoende afwatering bij regenval overstroomde. Ook was sprake van achterstallig onderhoud aan het dak, dat lekte. Na Aruba Villas Rental daarvan op de hoogte te hebben gesteld is met deze overeengekomen, dat de huur per 1 november 2008 eindigde onder verrekening van de waarborgsom met de laatste maand huur1. Op die grond is Gedaagde 2 ook geen huur verschuldigd over de periode september 2008 tot en met juni 2009. De vordering is voorts verjaard.

4.4

Met betrekking tot het verjaringsverweer geldt dat het inleidend verzoekschrift op 10 maart 2014 aan Gedaagde 2 is betekend. Dat brengt mee dat de huur over de maanden vanaf april 2009 niet verjaard is. De door Eiser overgelegde sommatie van 14 juni 2013 is door de bode van het kantoor van de advocaat van Eiser afgegeven op het (woon)adres van Gedaagde 2 aan een persoon wiens naam niet goed te lezen is en in ieder geval niet door Gedaagde 2 wordt herkend. Hij wijst er daarbij op dat de brief niet is verzonden zoals staat in de tekst die de inhoud van de overeenkomst volgens Eiser zelf beheerst. Volgens artikel 25 moet alle kennisgeving schriftelijk geschieden door personal delivery to the Lessor or the Lessee, or shall be sent by registered mail”.

4.5

Dat verweer slaagt. Eiser legt aan zijn vordering een overeenkomst ten grondslag met een inhoud zoals volgt uit de overgelegde akte. Artikel 25 bedoelt kennelijk zoveel mogelijk te verzekeren, dat de geadresseerde kennis draagt van berichtgeving zijdens de afzender. Eiser heeft er voor gekozen de brief via de bode te laten bezorgen. De bode heeft er niet voor gezorgd dat de brief bij Gedaagde 2 persoonlijk werd afgeleverd. Nu onzeker is of Gedaagde 2 de brief desondanks heeft gehad moet die onzekerheid voor rekening van Eiser blijven, te meer nu Eiser ook niet duidelijk kan maken aan wie de brief dan wel is afgegeven en waarom aan Gedaagde 2 toegerekend zou moeten worden dat hij desondanks niet van de inhoud daarvan op de hoogte zou zijn geraakt.

4.6

De procedure gaat dus nog om drie maanden huur. In beginsel zal Eiser worden toegelaten om door getuigen te bewijzen dat tussen hem en Gedaagde 2 een huurovereenkomst tot stand is gekomen (kennelijk na bemiddeling door Aruba Villas Rental). Daarna kan dan nog aan de orde komen of Gedaagde 2 met Aruba Villa Rental (als gemachtigde van Eiser) een vaststellingsovereenkomst heeft gesloten en, zo nee, in hoeverre sprake was van achterstallig onderhoud en/of verstoring van het rustig huurgenot door (niet door lekkage veroorzaakte) wateroverlast met op grond daarvan gerechtvaardigde opschorting van de huurbetalingsverplichting en (gedeeltelijke) ontbinding dan wel verrekenbare schade.

4.7

Niet ondenkbaar acht het gerecht dat partijen in dit stadium van het geding willen onderzoeken of een regeling in der minne alsnog mogelijk is.

4.8

De zaak zal daarom worden verwezen naar de rolzitting van 2 maart 2016 voor uitlating regeling dan wel opgave verhinderdata voor het getuigenverhoor.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

verwijst de zaak naar de rolzitting van 3 maart 2016 voor uitlating zijdens partijen (peremptoir);

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 3 februari 2016 in aanwezigheid van de griffier.

1 Het gerecht gaat ervan uit dat in sustenu 2.6 een typefout staat en voor 2009 moet worden gelezen 2008.