Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:889

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
07-12-2016
Datum publicatie
09-01-2017
Zaaknummer
K.G. 2658 van 2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort Geding. Ontruiming.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis in kort geding van 7 december 2016

Behorend bij K.G. 2658 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

Eiseres

wonende te Nederland, domicilie kiezende te Aruba,

verzoekster, hierna ook te noemen: verhuurster,

gemachtigde: mevrouw [X],

tegen:

[Gedaagde 1] en

[Gedaagde 2],

wonende te Aruba,

gedaagden, hierna ook te noemen: huurders

gedaagde sub 1 procederend in persoon, gedaagde sub 2 niet verschenen.

DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, ingediend op 24 oktober 2016;

- de aantekeningen van de mondelinge behandeling 17 november 2016.

Aan partijen is meegedeeld dat op 7 december 2016 vonnis wordt gewezen.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Huurders huren een woning gelegen aan de [adres] te Aruba.

De huurprijs bedraagt Afl. 860,00,00 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.

2.2

Huurders betalen sinds juli 2016 geen huur meer.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Verhuurster vordert - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - huurders te veroordelen om na betekening van dit vonnis de woning gelegen aan de [adres] te Aruba te ontruimen met alle personen en goederen die zich daarin bevinden en om het gehuurde ter vrije beschikking te stellen van verhuurster op straffe van een dwangsom van Afl. 500,00 per dag, voor elke dag dat huurders in gebreke hiermee zijn en met machtiging van verhuurster om zo nodig die ontruiming zelf te bewerkstelligen, alsmede huurders te veroordelen tot betaling van de huurachterstand vermeerderd met de wettelijke rente en de lopende huurpenningen, tot aan de dag van de ontruiming, kosten rechtens.

3.2

Huurders erkennen de huurachterstand en zijn bereid het gehuurde te ontruimen. Zij hebben om een maand uitstel verzocht, teneinde te kunnen verhuizen.

4 DE BEOORDELING

4.1

Kern van het geschil betreft de vraag of de verzochte ontruiming, vooruitlopend op het oordeel van de bodemrechter, kan worden toegewezen.

4.2

Beleid bij dit gerecht en overigens ook bij de rechtbanken in Nederland is dat een huurovereenkomst ontbonden wordt bij een huurachterstand van tenminste drie maanden. De huur achterstand bedraagt in casu zes maanden. Dit heeft tot gevolg dat de verzochte ontruiming toegewezen kan worden, nu met voldoende mate van zekerheid geoordeeld kan worden dat de bodemrechter de huurovereenkomst bij deze huurachterstand zal ontbinden. Daar komt bij dat huurders zich tegen de verzochte ontruiming niet verzetten.

4.3

Uit het eerste lid van artikel 556 Rv. volgt dat verhuurster de ontruiming niet zelf ter hand mag nemen en dat gedwongen ontruiming het exclusieve terrein is van de deurwaarder. Verhuurster heeft voldoende aan dit vonnis om de deurwaarder te mogen inschakelen als huurders niet vrijwillig tot nakoming van de uit dit vonnis voortvloeiende verplichting tot ontruiming overgaan. In het licht daarvan heeft verhuurster dus geen machtiging nodig om de ontruiming zelf te doen bewerkstelligen. Voorwaarde is dat het ontruimingsvonnis door de deurwaarder aan huurders wordt betekend, en dat aan haar overeenkomstig het bepaalde in artikel 555 Rv. bevel wordt gedaan om binnen drie dagen te ontruimen. De deurwaarder op zijn beurt behoeft geen rechterlijke machtiging om bevoegd te zijn de hulp van de sterke arm van politie en justitie in te roepen indien huurders medewerking aan de ontruiming weigeren. Die bevoegdheid ontleent de deurwaarder immers rechtstreeks aan artikel 557 Rv., waarin artikel 444 Rv. van overeenkomstige toepassing wordt verklaard. Voorziet de deurwaarder problemen, dan kan hij op voet van (strekking en geest van) de Algemene Politieverordening - zonder dat daartoe rechterlijke machtiging nodig is - bijstand van de politie inroepen. In het licht van voorgaande heeft verhuurster dan ook geen belang bij de verzochte machtiging.

4.4

Huurders hebben te kennen gegeven zelf de woning te ontruimen en verzoeken een maand om andere woonruimte te vinden. Gelet hierop en het feit dat verhuurster hiertegen geen bezwaar heeft zal de verzochte ontruiming worden toegewezen per 1 januari 2017. De gevorderde dwangsom is eveneens toewijsbaar, zij het dat hier een maximum aan verbonden wordt.

4.5

De gevorderde huurachterstand wordt toegewezen, vermeerderd met de nadien verschuldigde en toekomstige termijnen tot aan de dag dat de woning leeg en ontruimd is en wordt opgeleverd en de sleutels ter beschikking worden gesteld aan verhuurster.

4.6

De wettelijke rente wordt toegewezen zoals verzocht, met dien verstande dat deze cumulatief verschuldigd is over alle reeds verschenen termijnen.

4.7

De huurders worden in de kosten van de procedure veroordeeld.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

5.1

beveelt huurders om de woning gelegen aan de [adres] te ontruimen met alle personen en goederen die zich daarin bevinden en het gehuurde op uiterlijk 1 januari 2017 ter vrije beschikking te stellen van verhuurster, een en ander op straffe van een dwangsom van Afl. 500,00 voor elke dag dat huurders nalaten, na betekening van dit vonnis, aan dit bevel te voldoen, zulks met een maximum van Afl. 100.000,00;

5.2

veroordeelt huurders te betalen de huurachterstand over de maanden juli tot en met december 2016 zijnde een bedrag ad Afl. 5.160,00, zo nodig te vermeerderen met toekomstige termijnen indien huurders de woning niet tijdig hebben ontruimd en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 september 2016 over de vanaf dat moment maandelijks verschuldigde termijnen tot de dag der voldoening;

5.3

veroordeelt huurders in de kosten van de procedure, aan de zijde van verhuurster tot op heden begroot op Afl. 450,00 aan griffierecht, Afl. 689,80 deurwaarderskosten en Afl. 1.000,00 voor salaris gemachtigde;

5.4

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 7 december 2016 in aanwezigheid van de griffier.