Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:880

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
06-12-2016
Datum publicatie
06-01-2017
Zaaknummer
E.J. 2436 van 2016
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Civiel - EJ - arbeid - ontbinding arbeidsovereenkomst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/118
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 6 december 2016

Behorend bij E.J. 2436 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

RBC ROYAL BANK (ARUBA) N.V.,

gevestigd te Aruba,

hierna ook te noemen: RBC,

gemachtigde: de advocaat mr. J.L. Peterson,

tegen:

[verweerder] ,

wonende te Aruba,

hierna ook te noemen: [verweerder],

gemachtigde: advocaat mr. David G. Kock.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- de brief van 25 oktober 2016 met producties aan de zijde van RBC;

- de pleitaantekeningen van beide gemachtigden;

- de behandeling ter zitting van 28 november 2016 en de daarvan gemaakte aantekeningen van de griffier.

Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

[Verweerder] is op 7 januari 2010 krachtens een tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst in loondienst getreden van RBC. Die overeenkomst vermeldt onder meer:

The very essence of the financial service industry demands that we consistently maintain the highest possible standards of honest and ethical behavior. It is therefore prohibited to giving any information, either during the employment, or after termination thereof regarding particulars concerning or relating to the business of the bank and it clients.”.

2.2

De hiervoor omschreven geheimhoudingsplicht is tevens neergelegd in artikel 3.1 van de ook voor [verweerder] geldende bedrijfsregels van RBC.

2.3

[Verweerder] heeft in januari 2010 het door de rechtsvoorganger van RBC opgestelde document met als kop “DECLARATION OF SECRECY” ondertekend. Dat document vermeldt onder meer:

I [verweerder], employed at RBTT Bank Aruba N.V., a member of the RBTT Financial Holdings Limited (the Group) do pledge to observe strict secrecy regarding the affairs of all bodies and individuals dealing with the Company and/or any other member the Group concerning the affairs of any other parties in respect of which I may acquire information through the business of the Company and/or any other member the Group of whatever kind and with any bodies or individuals whatever, excepting only such as it may be necessary for me to divulge in the course of my duties as an employee of the Company and such as are ordinarily subject to publication.

I also pledge myself to continue to observe secrecy on such subject should I leave the service of the Company for any reason whatsoever.

2.4

Een zekere [mevrouw X] (hierna: [mevrouw X]) heeft via een zekere [mevrouw Y] (hierna: [mevrouw Y]) door tussenkomst van [verweerder] informatie verzocht aan RBC met betrekking tot een vanuit het buitenland aan [mevrouw X] over te maken uit een nalatenschap verkregen aanzienlijk bedrag. [Verweerder] heeft daarop medegedeeld aan [mevrouw Y] dat bedoeld bedrag met goedkeuring van de Centrale Bank van Aruba vanuit het buitenland kon worden overgemaakt naar RBC ten behoeve van [mevrouw X] onder de vermelding dat het geld een schenking of een gift betrof.

2.5

[Mevrouw Y] heeft [verweerder] in elk geval eenmaal door [mevrouw X] te betalen geld aangeboden met betrekking tot het verrichten of faciliteren van een bancaire transactie waarvoor RBC geen kosten in rekening brengt. [Verweerder] heeft geweigerd het door [mevrouw Y] aangeboden geld in ontvangst te nemen. [Verweerder], die het wel raar vond dat zij voor haar hulp bij bedoelde transactie geld aangeboden kreeg, heeft dat voorval besproken met haar bij een andere bank werkzaam zijnde vriend met wie zij binnenkort in het huwelijk treedt. [Verweerder] heeft dit voorval niet gemeld bij of besproken met RBC.

2.6

Na vanaf 15 juli 2016 te zijn geschorst met behoud van salaris heeft RBC [verweerder] bij brief op staande voet ontslagen op 28 juli 2016. Dat schrijven vermeldt het volgende als dringende reden voor het ontslag:

In conclusion:

  • -

    By not reporting that you were offered a bribe constituted a breach of RBC policies.

  • -

    That discussing [mevrouw X] financial affairs with your boyfriend, you may have breached RBC policies regarding confidentiality of clients.

  • -

    That by advising [mevrouw Y] to have [mevrouw X] declare the inheritance as a gift may be considered tipping.

Mrs. [mevrouw Y] was obviously acting as intermediary and in some cases as an extension of Mrs. [mevrouw X]. This should have been cause for concern to you. In your communication with Mrs. [mevrouw Y] via communicator it is evident that [mevrouw X] and [mevrouw Y] are close. You should have been keener in understanding that the relation was not normal. In your dealings with Mrs. [mevrouw Y] you failed in recognizing that she was using you to gather information on procedures of the bank.

Speaking up, raising concerns and reporting misconduct (…) should have been exercised when you were offered compensation for assisting [mevrouw Y] and [mevrouw X]. Their persistence in wanting you to compensate you should have been reported as bribery. By not acting you did not protect the banks integrity and interest. Bribery is also considered a financial crime (…). You failed in reporting to your superiors the attempt for bribery by Mrs. [mevrouw Y] on behalf of [mevrouw X]. In your communicator with [mevrouw Y] you state that you need no money bur alluded to a ticket to New York as chaperon. In your interview with [meneer Z] you said that you meant it jokingly.

Your inaction my cause the bank reputational risk, as 3rd parties may want to challenge the bank’s participation/responsibility in the [mevrouw Y]-[mevrouw X] scam and possible financial loss as a result thereof.

As a consequence of your actions above, your integrity is seriously compromised and is in question. The bank has no other choice than to dismiss you with immediate effect based on serious breach of RBC policy (- mainly by not reporting misconduct and bribery).”.

2.7

Bij schrijven van 26 augustus 2016 heeft [verweerder] de nietigheid ingeroepen van het aan haar gegeven ontslag, onder de mededeling dat ze bereid is haar werkzaamheden voor RBC uit te voeren.

2.8

Bij kort geding vonnis van 2 november 2016 is RBC veroordeeld [verweerder] toe te laten tot haar eigen werk en haar loon door te betalen.

3 HET VERZOEK EN HET VERWEER

3.1

RBC verzoekt het gerecht om de arbeidsovereenkomst - voor zover deze nog bestaat - met [verweerder] met onmiddellijke ingang te ontbinden op grond van gewichtige redenen, primair bestaande uit een dringende reden, subsidiair op grond van gewijzigde omstandigheden, zonder toekenning van een vergoeding, kosten rechtens.

3.2

RBC grondt het verzoek, samengevat, op het hiervoor weergegeven feitencomplex.

3.3 [

verweerder] voert gemotiveerd verweer dat voor zover voor de beslissing van belang, bij de beoordeling aan de orde komt.

4 DE BEOORDELING

4.1

Aan de orde is als eerste de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen voorwaardelijk ontbonden dient te worden op grond van een dringende reden. Hiertoe wordt als volgt overwogen.

4.2

Vast staat dat [mevrouw Y] [verweerder] in elk geval eenmaal (volgens RBC meermalen) door een RBC-klant te betalen geld heeft aangeboden met betrekking tot het verrichten of faciliteren van een bancaire transactie, waarvoor RBC geen kosten in rekening brengt. Ook staat vast dat [verweerder] heeft geweigerd dat geld in ontvangst te nemen. Met RBC is gerecht van oordeel dat [verweerder] dit opmerkelijke aanbod van [mevrouw Y] had moeten melden bij RBC. Van een werknemer, werkzaam in het bankwezen kan immers verwacht worden dat hij 100% betrouwbaar en integer is. De verklaring van [verweerder] ter zitting dat zij [mevrouw Y] vertrouwde en dat [mevrouw Y] wist wat ze deed, acht het gerecht onaannemelijk. Immers, wanneer je als medewerkster van een bank geld via een collega aangeboden krijgt voor het meewerken aan of faciliteren van een transfer vanuit een buitenlandse rekening, waar de bank normaliter geen kosten voor in rekening brengt, moeten onmiddellijk alarmbellen gaan rinkelen. Dat dezen niet rinkelden bij [verweerder] geeft te denken. Of [verweerder] begrijpt de integriteits- en compliance regels niet of onvoldoende, hetgeen haar ongeschikt maakt voor een functie bij een bank, of zij is naïef en ook om deze reden als bankemployee niet te handhaven. Het gerecht is dan ook met RBC van oordeel dat het nalaten van [verweerder] om RBC in te lichten laakbaar is en een ernstige vertrouwensbreuk heeft veroorzaakt.

4.3

Of dit nalaten, in samenhang met de overige door RBC aan [verweerder] gemaakte verwijten, een dringende reden voor een ontslag op staande voet oplevert, kan verder onbesproken blijven. Een bank moet onder alle omstandigheden kunnen vertrouwen op de volledige integriteit en compliance van haar medewerkers. In casu heeft [verweerder] dit noodzakelijke vertrouwen geschaad, waardoor de bodem voor een verdergaande vruchtbare arbeidsrelatie is komen te vervallen. Dit heeft tot gevolg dat het voorwaardelijke verzoek wordt toegewezen. Nu de vertrouwensbreuk eenzijdig is veroorzaakt door [verweerder] acht het gerecht geen termen aanwezig om haar een vergoeding ten laste van RBC toe te kennen.

4.4

[Verweerder] is het ongelijk gesteld en wordt in de kosten van de procedure veroordeeld, gebaseerd op 2 punten van tariefgroep 5.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

5.1

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen - voor zo ver in rechte komt vast te staan dat deze nog bestaat - met ingang van 6 december 2016;

5.2

veroordeelt [verweerder] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van RBC worden begroot op Afl. 450,00 griffierrecht, Afl. 185,27 explootkosten en Afl. 2.500,00 aan salaris van de gemachtigde;

Deze beschikking is gegeven door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 6 december 2016 in aanwezigheid van de griffier.