Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:869

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
25-11-2016
Datum publicatie
06-01-2017
Zaaknummer
P-2016/04484, 433 van 2016
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal met geweld, poging woninginbraak en eenvoudige diefstal. Verwerping verweer dat spiegelconfrontatie onbetrouwbaar is. Vrijspraak medeplegen en bewezenverklaring medeplichtigheid. Gevangenisstraf van drie jaren. Vordering benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen hoewel factuur niet op haar naam. Schadevergoedingsmaatregel toegepast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1971 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 4 november 2016. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. D.C.A. Crouch.

De officier van justitie, mr. Y. Pronk, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft het woord gevoerd aan de hand van de door hem overgelegde pleitnota.

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft ter terechtzitting een vordering tot schadevergoeding ingediend.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is, met inachtneming van de gevorderde en toegewezen wijzigingen, tenlastegelegd:

dat hij op of omstreeks 20 maart 2016 in Aruba, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (van het merk Samsung, model Note 4), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij], gepleegd door hem, verdachte, met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld hieruit bestond(en) dat hij, verdachte, die [benadeelde partij] met zijn, verdachtes, (tot vuistgebalde) hand(en) in/op/tegen het (voor)hoofd en/of gezicht, althans het lichaam, heeft geslagen en/of (vervolgens) die [benadeelde partij] al dan niet met geschoeide voet(en) tegen de rug en/of het zitvlak en/of de schouder(s), althans het lichaam, heeft geschopt en/of (vervolgens) voornoemde mobiele telefoon uit de (rechter) hand van die [benadeelde partij] heeft weggerukt;

(artikel 2:291 van het Wetboek van Strafrecht)

2. dat hij op of omstreeks 13 april 2016 tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning en/of op een bij een woning behorend besloten erf (te weten [adres]) weg te nemen een (of meer) goed(eren) van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning en/of dat erf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of valse sleutel(s), een ruit van het badkamerraam van vernoemde woning heeft/hebben vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 2:290 jo artikel 2:289 jo artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

dat [medeverdachte] op of omstreeks 13 april 2016 in Aruba ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning en/of op een bij een woning behorend besloten erf (te weten [adres]) weg te nemen een (of meer) goed(eren) van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, en zich daarbij de toegang tot die woning en/of dat erf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of valse sleutel(s), een ruit van het badkamerraam van voornoemde woning heeft vernield terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, toen en aldaar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 13 april 2016 in Aruba opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door op de uitkijk te staan.

(artikel 2:290 jo artikel 2:289 jo artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht)

3. dat hij op of omstreeks 29 april 2016 in Aruba met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (van het merk Samsung, model S6), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

(artikel 2:288 van het Wetboek van Strafrecht)

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

A. Vrijspraak

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het onder feit 2 primair tenlastegelegde heeft begaan en zal de verdachte daarvan vrijspreken. Ter toelichting dient het volgende.

In zijn arrest van 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474 heeft de Hoge Raad enige algemene overwegingen over het medeplegen gegeven, in het bijzonder gericht op de afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid en meer in het bijzonder met het oog op gevallen waarin het medeplegen niet bestaat in gezamenlijke uitvoering. Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is.

Indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), rust op de rechter de taak om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering - dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging - dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

Het strafdossier bevat onvoldoende bewijs om vast te kunnen stellen dat de verdachte zo nauw en bewust met medeverdachte [medeverdachte] heeft samengewerkt dat er sprake is van medeplegen. [medeverdachte] heeft weliswaar verklaard dat de verdachte het raam heeft geforceerd, maar de verdachte heeft dit ontkend en verklaard dat hij alleen op de uitkijk heeft gestaan en dat [medeverdachte] het raam heeft geforceerd.

Het gerecht acht, gelet op de zich in het dossier bevindende stukken en het verhandelde ter zitting, wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medeplichtig is geweest aan de poging tot woninginbraak.

B. Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

1. dat hij op of omstreeks 20 maart 2016 in Aruba, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (van het merk Samsung, model Note 4), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij], gepleegd door hem, verdachte, met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk(e) geweld en/of bedreiging met geweld hieruit bestond(en) dat hij, verdachte, die [benadeelde partij] met zijn, verdachtes, (tot vuistgebalde) hand(en) in/op/tegen het (voor)hoofd en/of gezicht, althans het lichaam, heeft geslagen en/of (vervolgens) die [benadeelde partij] al dan niet met geschoeide voet(en) tegen op de rug en/of het zitvlak en/of aan de schouder(s), althans het lichaam, heeft geschopt en/of (vervolgens) voornoemde mobiele telefoon uit de (rechter) hand van die [benadeelde partij] heeft weggerukt;

2. dat [medeverdachte] op of omstreeks 13 april 2016 in Aruba ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning en/of op een bij een woning behorend besloten erf (te weten [adres]) weg te nemen een (of meer) goed(eren) van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, en zich daarbij de toegang tot die woning en/of dat erf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of valse sleutel(s), een ruit van het badkamerraam van voornoemde woning heeft vernield terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, toen en aldaar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 13 april 2016 in Aruba opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door op de uitkijk te staan;

3. dat hij op of omstreeks 29 april 2016 in Aruba met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (van het merk Samsung, model S6), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Voor zover in de telastlegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

Bewijsoverwegingen

De raadsman heeft ten aanzien van feit 1. bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van dit feit aangezien de spiegelconfrontaties van het slachtoffer [benadeelde partij] en de getuige [getuige] met de verdachte niet volgens het Oslo-model zijn geschiedt en hun herkenningen twijfelachtig zijn. Derhalve dienen hun verklaringen hieromtrent van het bewijs te worden uitgesloten. Het gerecht verwerpt dit verweer. Ter toelichting dient het volgende.

De enkele omstandigheid dat een voor het bewijs gebezigde herkenning is verkregen door een zogenaamde enkelvoudige (spiegel)confrontatie leidt er niet toe dat deze herkenning niet voor het bewijs kan worden gebruikt, te minder wanneer deze herkenning niet op zichzelf staat maar aansluit bij de eveneens voor het bewijs gebezigde verklaring van het slachtoffer (zie HR 17 november 1992, NJ 1993, 408). Wel is grote voorzichtigheid geboden.

Het slachtoffer heeft dezelfde dag na de overval aan verschillende mensen in de buurt het signalement van de overvaller opgegeven om zijn identiteit te verkrijgen. Zij heeft verklaard dat zij op die manier de naam van de verdachte had gekregen en dat zij toen de naam op Facebook had opgezocht. Na het zien van de foto van de verdachte op zijn Facebook-account heeft zij de verdachte gelijk als de overvaller herkend. Zij heeft een kopie van de foto bij haar aangifte aan de politie verstrekt. Vervolgens heeft het slachtoffer middels een enkelvoudige spiegelconfrontatie na het zien van de verdachte, de verdachte gelijk herkend als de overvaller. Een foslo-confrontatie had geen betrouwbaarder resultaat kunnen geven, daar aangeefster de verdachte al middels een foto op Facebook had herkend.

De aangifte en de herkenning door het slachtoffer vinden steun in het geconstateerde letsel en de verklaring van getuige [getuige], die de beroving heeft waargenomen en een spiegelconfrontatie, waarbij deze getuige heeft verklaard dat de verdachte van achteren lijkt op de overvaller, al kon zij niet met zekerheid zeggen dat het de overvaller is.

Al deze feiten en omstandigheden in ogenschouw nemende, acht het gerecht de herkenning door het slachtoffer betrouwbaar en ziet het geen aanleiding de spiegelconfrontaties van het bewijs uit te sluiten.

Hetgeen de verdediging overigens heeft aangevoerd ten aanzien van feiten 1 en 3 vindt zijn weerlegging in de bewijsmiddelen zelf.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

1. Diefstal, vergezeld van geweld, tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken,

strafbaar gesteld bij artikel 2:291, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht.

2. Subsidiair: medeplichtigheid aan poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming,

strafbaar gesteld bij artikel 2:289, sub a en b jo artikel 1:119 jo artikel 1:124 van het Wetboek van Strafrecht.

3. Diefstal,

strafbaar gesteld bij artikel 2:288 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8. Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft op gewelddadige wijze op straat een vrouw van haar telefoon beroofd. Dit feit moet voor het slachtoffer een angstige, schokkende en pijnlijke ervaring zijn geweest. Slachtoffers van dergelijke feiten kunnen nog langdurig de (psychische) gevolgen hiervan ondervinden. Dit wordt de verdachte zwaar aangerekend. Verder veroorzaken feiten zoals deze niet alleen gevoelens van angst bij de directe slachtoffers, maar versterken zij ook de gevoelens van onveiligheid in de Arubaanse samenleving. Als schadelijk voor het imago van Aruba als relatief veilig land, kunnen zij op termijn ook de economie en welvaart van dit land ondermijnen.

Tevens heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan een poging tot woninginbraak. Hierbij heeft de verdachte op de uitkijk gestaan, terwijl een andere heeft geprobeerd de woning binnen te gaan door een raam open te breken. Door het afgaan van het alarm is de voltooiing van dat delict niet geschiedt. De gedupeerden hebben hierdoor schade geleden. Woninginbraken hebben tot gevolg dat mensen zich niet meer veilig voelen in hun eigen woning, die bij uitstek de plaats zou moeten zijn waar mensen zich veilig kunnen achten. De verdachte heeft door zijn handelen het plegen van de poging tot inbraak gefaciliteerd. Het gerecht acht ook dit een ernstig feit.

Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een diefstal van een mobiele telefoon. Diefstal getuigt van een gebrek aan respect voor de eigendommen van anderen en is een veel voorkomend misdrijf dat veelal schade en ongemak veroorzaakt voor de slachtoffers daarvan.

Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is op zich geïndiceerd.

In het nadeel van de verdachte geldt dat hij al vele keren voor soortgelijke feiten strafrechtelijk is veroordeeld en het laakbare van zijn handelen niet blijkt in te zien.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.

9 Benadeelde partij

De benadeelde partij heeft een bedrag van Afl. 2.501,28 aan schadevergoeding gevorderd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [benadeelde partij] schade heeft geleden ten gevolge van het door verdachte onder 1. gepleegde feit, als bewezen verklaard, welke schade derhalve aan verdachtes schuld te wijten is. De benadeelde partij heeft bij de politie verklaard dat zij de door de verdachte weggenomen telefoon, een Samsung Galaxy Note 4, vijf maanden voor de overval had gekocht bij Crown. De door de benadeelde partij overgelegde factuur van Crown, gedateerd 26 augustus 2015, staat niet op naam van de benadeelde partij maar op naam van een derde. Uit de factuur, die betrekking heeft op een soortgelijke telefoon, valt wel de nieuwwaarde van de telefoon af te leiden.

De hoogte van de schade is, gelet op de overgelegde factuur en een afschrijving in aanmerking nemende, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van Afl. 1.500,00. De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering in zoverre ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard voor het restant van haar vordering, zodat zij zich voor dat deel alsnog tot de civiele rechter kan wenden.

Het Gerecht ziet aanleiding de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op te leggen, nu de verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:62, 1:78, 1:125 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

Het gerecht:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4A omschreven heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van DRIE (3) jaren;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

veroordeelt de veroordeelde op de eis van de benadeelde partij [benadeelde partij] om aan deze tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van Afl. 1.500,00 (zegge: vijftienhonderd Arubaanse florin).

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] in haar vordering voor het overige niet ontvankelijk.

legt de veroordeelde als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij] de verplichting op tot betaling aan het Land van Afl. 1.500,00 (zegge: vijftienhonderd Arubaanse florin) bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door dertig (30) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan het Land en dat betalingen aan het Land in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M. Schoemaker en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 25 november 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.