Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:857

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
29-11-2016
Datum publicatie
05-01-2017
Zaaknummer
EJ nr. 1410 van 2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

EJ. Alimentatie. Art.1:85

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 29 november 2016

Behorend bij EJ nr. 1410 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak tussen

[Verzoekster],

wonende in Aruba,

VERZOEKSTER, hierna ook te noemen: de vrouw,

gemachtigde: de advocaat mr. G.L. Griffith,

en

[Verweerder] ,

wonende in Aruba,

VERWEERDER, hierna ook te noemen: de man,

procederend in persoon.

Belanghebbenden:

[sub 1], geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats],

[sub 2], geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats],

[sub 3], geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats],

[sub 4], geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats],

[sub 5], geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats],

de minderjarigen.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met producties, ingediend op 14 juni 2016;

  • -

    de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling op 20 september 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen de vrouw, bijgestaan door haar gemachtigde, en de man in persoon. Voorts is verschenen de Voogdijraad bij mevrouw A. Flanders en mevrouw G. Hoogvliets;

  • -

    de productie, overgelegd door de man bij de mondelinge behandeling.

De uitspraak is nader bepaald op heden.

2 DE FEITEN

De vrouw en de man zijn op 26 april 2006 in Aruba gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Uit het huwelijk zijn de hiervoor genoemde minderjarigen geboren. Partijen wonen, naar het gerecht aanneemt, in onderling overleg niet meer samen. De minderjarigen verblijven bij de vrouw. Er is (nog) geen sprake van (een verzoek tot) scheiding van tafel en bed dan wel echtscheiding. De vrouw heeft geen inkomsten. De man is werkzaam als ambtenaar in dienst van het Land.

3 HET VERZOEK

De vrouw verzoekt het gerecht om de man met toepassing van artikel 1:85, tweede en vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA) te veroordelen om aan haar ter beschikking te stellen een bedrag van in totaal Afl. 2.250,- per maand, dienende ter voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen (Afl 450,- per kind per maand). Het verzoek strekt voorts tot verlof om kosteloos te mogen procederen.

4 DE BEOORDELING

4.1

Ingevolge artikel 1:85, tweede lid, BWA is de ene echtgenoot verplicht aan de andere die met hem samenwoont, ten behoeve van de gewone gang van de huishouding voldoende gelden ter beschikking te stellen; wonen echtgenoten in onderling overleg niet samen, dan is de ene echtgenoot verplicht aan de andere voldoende gelden ter beschikking te stellen ten behoeve van de gewone gang van diens huishouding.

Ingevolge het vierde lid van dit artikel worden geschillen tussen de echtgenoten omtrent een en ander door de rechter in eerste aanleg op verzoek van beiden of een van hen beslist. Op gelijke wijze als zij is tot stand gekomen, kan bij veranderde omstandigheden een gegeven beschikking worden gewijzigd.

4.2

Naar het oordeel van het gerecht kunnen tot de kosten van de gewone gang van de huishouding van de vrouw gerekend worden die van de verzorging en opvoeding van de bij haar wonende minderjarigen. Gelet hierop is de man verplicht aan de vrouw daarvoor voldoende gelden ter beschikking te stellen. De hoogte van de gestelde behoefte van de minderjarigen heeft de man niet (gemotiveerd) betwist. Anders dan de man kennelijk meent, brengt de omstandigheid dat alleen hij inkomen uit arbeid geniet niet mee dat de vrouw geen aanspraak op een bijdrage van hem kan maken. Daarbij komt dat de inkomsten van de man in de huwelijksgoederengemeenschap vallen en daarmee evenzeer aan de vrouw als de man toekomen. Rekening houdend met de kosten die de man geacht kan worden te moeten maken voor het voeren van zijn eigen huishouding en de aflossingsverplichtingen met betrekking tot een aantal – naar het gerecht aanneemt – gezamenlijke schulden, zoals daarvan ter zitting is gebleken, gaat het gerecht ervan uit dat de man in staat is Afl. 1.200,- per maand bij te dragen in de kosten van de gewone gang van de huishouding van de vrouw. De vordering van de vrouw zal in zoverre worden toegewezen.

De ingangsdatum van de betalingsverplichting zal worden bepaald op 1 augustus 2016, zijnde de datum waarop de man kan worden geacht van het verzoekschrift op de hoogte te zijn geraakt.

4.3

Aan de vrouw zal, gelet op het overgelegde bewijs van onvermogen, toestemming worden verleend om kosteloos te procederen.

4.4

Er bestaat aanleiding de proceskosten te compenseren, in dier voege dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

5 DE BESLISSING

Het gerecht:

- verleent aan de vrouw toestemming om in deze zaak kosteloos te procederen;

- veroordeelt [verweerder] om met ingang van 1 augustus 2016 en in de toekomst, telkens bij vooruitbetaling, aan zijn echtgenote, [verzoekster], maandelijks een bedrag van Afl. 1.200,- ter beschikking te stellen ten behoeve van de gewone gang van haar huishouding;

- verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- compenseert de kosten, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt;

- wijst af het anders of meer verzochte.

Aldus gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 29 november 2016 in aanwezigheid van de griffier.