Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:838

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
23-11-2016
Datum publicatie
03-01-2017
Zaaknummer
AR no. 1877 van 2011
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verdeling huwelijks goederen gemeenschap

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 23 november 2016

Behorend bij AR no. 1877 van 2011

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS in de zaak van:

[EISER],

wonende in Aruba,

eiser, hierna ook te noemen: de man,

gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg,

tegen:

[GEDAAGDE],

wonende in Aruba,

gedaagde, hierna ook te noemen: de vrouw,

gemachtigde: de advocaat mr. M.M.M.C. Ecury.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit de aantekeningen van de comparitie van partijen op 12 oktober 2016. De vrouw is niet verschenen, haar gemachtigde mr. Caster, occuperend voor mr. Ecury, wel. De man is verschenen, vertegenwoordigd door zijn gemachtigde voornoemd.

1.2

Hierna is vonnis bepaald op heden.

2 De verdere beoordeling

2.1

Voorop wordt gesteld dat het gerecht volhardt bij hetgeen is overwogen en geoordeeld bij tussenvonnis van 9 december 2015. In het tussenvonnis is beoordeeld welke consequenties het arrest van 14 oktober 2015 van het gemeenschappelijke Hof van Aruba, Curacao, Bonaire, Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius heeft voor de verdere beoordeling. De vrouw heeft gelegenheid gehad om tijdens de comparitie van partijen op 12 oktober 2016 haar mening kenbaar te maken, doch zij is niet verschenen. Het gerecht zal hieraan die consequenties verbinden die zij geraden acht. Tijdens de comparitie van partijen op 12 oktober 2016 heeft de man herhaaldelijk verklaard dat hij de boedelverdeling wenst af te ronden, zodat hij verder kan met zijn leven. Het gerecht onderschrijft deze visie in zo verre dat deze procedure onnodig lang heeft geduurd. Het gerecht zal thans beslissen op de posten die niet reeds zijn eerder beslist bij vonnis van 15 januari 2014 van het Gerecht in eerste aanleg te Aruba (hierna GEA) en met in achtneming van hetgeen is overwogen en geoordeeld in het arrest van het Gemeenschappelijk Hof van 14 oktober 2015 en de uitspraken van het GEA van 9 december 2015 respectievelijk 14 september 2016. Gemakshalve wordt het dictum van het vonnis van 14 januari 2015, waarin reeds een en ander is verdeeld - waar nodig aangevuld - hier ingelast.

De activa

2.2

Het onroerend goed

Uit het proces-verbaal van 30 mei 2012 volgt dat de man destijds heeft verklaard dat hij de woning toebedeeld wenst te krijgen voor maximaal Afl. 200.000,00. Uitgangspunt bij de verdeling is dat de waarde wordt bepaald op het moment van de verdeling. Nu de woning sedert de peildatum (15 januari 2014) niet meer is onderhouden, is het aannemelijk dat de waarde sedertdien verder is gedaald. Om deze reden acht het gerecht het niet langer opportuun om uit te gaan van de waarde van de woning op 15 januari 2014. Uit het door de man bij akte d.d. 13 april 2016 overgelegde taxatierapport blijkt dat de vrije marktwaarde van [adres] Afl. 153.000,00 is. Nu het bezwaar van de vrouw tegen dit rapport onvoldoende onderbouwd is (zij had immers een eigen taxatie kunnen laten verrichten), zal de woning tegen deze waarde aan de man worden toebedeeld. De man heeft nog verzocht de kosten van het rapport mee te nemen bij de verdeling. Dit verzoek wordt buiten beschouwing gelaten, nu de man er voor gekozen heeft om andermaal een taxatierapport te laten opstellen en de vrouw hier geen invloed op heeft gehad.

Uit het door de man bij brief van 5 oktober 2016 overgelegde overzicht volgt dat het restant van de hypothecaire schuld per september 2016 Afl. 144.532,00 bedraagt. De man heeft nadien in oktober en november 2016 wederom Afl. 1.572,00 afgelost, zodat het restant per 1 december 2016 Afl. 141.388,00 bedraagt. De overwaarde bedraagt derhalve Afl. 11.612,00. De man dient de helft hiervan - een bedrag ad Afl. 5.806,00 - wegens overbedeling aan de vrouw te betalen.

2.3

Het pensioen van de man

In r.o. 2.9 van het tussenvonnis d.d.14 september 2016 volgt dat het door de man opgebouwde ouderdomspensioen Afl. 31.692,00 voor verdeling in aanmerking komt.

De man heeft gemotiveerd aangegeven waarom hij verdeling wenst vanaf het moment dat het pensioen opeisbaar wordt. Gelet op de financiële situatie van de man, acht het gerecht deze vordering toewijsbaar. Het pensioen dient derhalve conform het arrest Boon/Van Loon verdeeld te worden, zodra de man de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.

De passiva

2.4

De hypothecaire verplichtingen

Bij tussenvonnis d.d. 15 januari 2014 in r.o. 2.9.3. geoordeeld dat ter zake de door de man betaalde hypotheeklasten tot en met september 2012 aan de man een bedrag van Afl. 23.415,79 toekomt. Voorts is bij vonnis van 15 januari 2014 in r.o. 2.9.1. geoordeeld dat de hypotheeklasten vanaf de datum echtscheiding 16 december 2009 tot de verdeling - 23 november 2016 - voor verdeling in aanmerking komen. Het gerecht komt op deze beslissing terug omdat deze anno 2016 in strijd met de redelijkheid en billijkheid is. Van de vrouw kan niet gevergd worden de helft van de door de man betaalde hypothecaire lasten te betalen, terwijl zij niet het genot heeft gehad van de woning noch een gebruikersvergoeding ontvangt. Dit heeft tot gevolg dat de betaalde hypothecaire lasten na september 2012 niet voor verdeling in aanmerking komen.

2.5

Diverse schulden

Bij tussenvonnis dd. 14 september 2016 heeft het gerecht beslist dat aan de reeds eerder vastgestelde gemeenschapsschulden een bedrag ad Afl.15.251,74 dient te worden toegevoegd. De man heeft deze schulden betaald, zodat de vrouw de helft hiervan dient terug te betalen.

2.6

In verband met de aard van de procedure worden de proceskosten gecompenseerd.

3 De uitspraak

De rechter in dit gerecht:

5.1

verdeelt de tussen partijen bestaande huwelijksgoederengemeenschap deels aldus dat:

toedeling

  • -

    aan de man wordt toebedeeld de percelen te [woonplaats], met daarop de opstallen, plaatselijk bekend als [adres] en [adres], tegen een waarde van Afl. 153.000,00;

  • -

    aan de man wordt toebedeeld de auto, gekentekend [kenteken];

  • -

    aan de man wordt toebedeeld zijn aandeel in de onverdeelde nalatenschap van zijn vader, tegen vergoeding van de overwaarde, zijnde een bedrag van Afl. 2.053,57, aan de vrouw;

  • -

    de inboedel wordt onder partijen verdeeld zoals is vermeld in het proces-verbaal van de comparitie gehouden op 16 augustus 2012;

  • -

    aan de vrouw wordt toebedeeld de auto, gekentekend [kenteken];

verrekening

aan de vrouw toekomt een bedrag van:

  • -

    Afl. 2.113,50 ter zake van inkomstenbelasting en premies AOV/AWW en AZV over de jaren 2007 en 2008;

  • -

    een bedrag ad Afl. 5.806,00 wegens overbedeling van de man;

aan de man toekomt een bedrag van:

  • -

    Afl. 4.082,92, zijnde de helft van de creditcardschuld;

  • -

    Afl. 2.500,- ter zake van de aflossing van de lening bij [naam];

  • -

    Afl. 23.415,79 ter zake van de aflossing van de hypotheekschuld tot en met september 2012;

  • -

    Afl. 492,- ter zake van door hem betaalde verzekeringspremies;

  • -

    Afl. 7.625,87 ter zake van door de man betaalde schulden.

5.2

bepaalt dat dit vonnis in de plaats komt van de wettelijk op te maken akten;

5.3

bepaalt dat elke partij de eigen kosten draagt;

5.4

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 23 november 2016 in aanwezigheid van de griffier.