Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:821

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
15-11-2016
Datum publicatie
22-12-2016
Zaaknummer
E.J. 1861 van 2016
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

civiel-ej-arbeid-ontbinding arbeidsovereenkomst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/3999
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 15 november 2016

Behorend bij E.J. 1861 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

DIVI PHOENIX N.V.,

te Aruba,

hierna ook te noemen: Divi,

gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown,

tegen:

[X],

te Aruba,

hierna ook te noemen: [X],

gemachtigde: de advocaat mr. R. Marchena.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift;

- de overgelegde aantekeningen ter zitting van Divi;

- de behandeling ter zitting van 31 oktober 2016 en de daarvan gemaakte aantekeningen van de griffier;

- de plaatsopneming van 3 november 2016 en het daarvan opgemaakte proces-verbaal.

Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

[X], geboren in 1963, is op 13 december 1985 in dienst van Divi getreden. Zijn laatste functie is senior supervisor food and beverage. Als zodanig was hij (mede) verantwoordelijk voor de begeleiding van stagiaires.

2.2

Mw. [Y] was een student-stagiaire van (toen) 20 jaar oud (verder: de stagiaire). Zij is inmiddels naar Nederland teruggekeerd.

2.3

Op 16 februari 2016 ontving mw. [Z], food and beverage manager bij Divi, een WhatsApp bericht van de stagiaire waarin deze zich erover beklaagd dat [X] haar op de 14e (feitelijk de 13e) etage van de buitenbrandtrap ongewenst en op intieme plekken aangeraakt had.

2.4

Op 18 februari 2016 heeft de stagiaire een uitgebreider verslag geschreven van de gebeurtenissen. Die dag heeft de stagiaire ook aangifte van – kort gezegd – aanranding gedaan bij de politie. Zij is door het Bureau Slachtofferhulp bijgestaan.

2.5

Op 23 februari 2016 is [X] op staande voet ontslagen in verband met – kort gezegd – seksuele intimidatie.

3 HET VERZOEK EN HET VERWEER

3.1

Divi verzoekt het gerecht om de arbeidsovereenkomst met [X] – voor zover die nog bestaat met onmiddellijke ingang te ontbinden op grond van gewichtige redenen, zonder toekenning van een vergoeding, met veroordeling van [X] tot vergoeding van de proceskosten.

3.2

Divi grondt het verzoek, samengevat, erop dat [X] zich heeft schuldig gemaakt aan seksuele intimidatie van de stagiaire en dit primair een dringende reden oplevert om de arbeidsovereenkomst, en subsidiair deze wegens gewijzigde omstandigheden, onmiddellijk te beëindigen. In dit laatste geval zonder toekenning van een vergoeding.

3.3

[X] voert gemotiveerd verweer dat voor zover voor de beslissing van belang hieronder zal worden besproken en vordert veroordeling van Divi tot vergoeding van de proceskosten.

4 DE BEOORDELING

4.1

Anders dan [X] allereerst aanvoert noopt het karakter van de voorwaardelijke ontbindingsprocedure niet tot terughoudendheid. Dat door [X] gemotiveerd betwiste feiten slechts in de beoordeling kunnen worden betrokken als met een behoorlijk mate van zekerheid kan worden aangenomen, dat die feiten in een bodemprocedure over de rechtsgeldigheid van het ontslag op staande voet door de bodemrechter als genoegzaam vaststaand in aanmerking zullen worden genomen, zoals [X] aanvoert, is onjuist. Binnen de beperking die de aard van de ontbindingsprocedure aan bewijslevering stelt, vindt volledige toetsing plaats van de vraag of de ter onderbouwing van de ontbinding gestelde feiten en omstandigheden voldoende aannemelijk zijn en de ontbinding van de overeenkomst, al dan niet onder toekenning van een aan de werknemer toekomende vergoeding, rechtvaardigen
De toetsing van de binnen de ontbindingsprocedure te beantwoorden vraag of sprake is van een dringende reden om de arbeidsovereenkomst met ingang van de dag van de uitspraak of korte tijd later te ontbinden op voet van artikel 7A:1615w BW is een andere dan de vraag of sprake is van een dringende, aan de werknemer onverwijld meegedeelde reden de arbeidsovereenkomst op dat moment onmiddellijk te beëindigen overeenkomstig artikel 7A:11615o BW. De voorwaardelijkheid van het ontbindingsverzoek doet daaraan in voorkomende gevallen niet af.

4.2

De onderhavige zaak kenmerkt zich hierdoor dat [X], als supervisor, leidinggevende en (mede) begeleider van de stagiaire, haar na het einde van haar dienst om 22:00 uur heeft aangeboden om op de 13e etage van een gebouw van het hotelcomplex het uitzicht te gaan bekijken. Dat was tegen de regels. Werknemers horen binnen 15 minuten na het einde van hun dienst het hotelterrein te verlaten. Bovendien werkte zowel [X] als de stagiaire in het Pure Ocean restaurant van het hotel. Dat bevindt zich op een ander deel van het hotelterrein dan de Divi-toren waarin zich hotelkamers bevinden en de brandtrap. Het is onwenselijk dat werknemers zich elders in het hotelcomplex bevinden dan waar hun werkplek is. Dat is het beleid van Divi waarvan [X] op de hoogte moest zijn. Het behoort verder niet tot de taken van [X] als supervisor om werknemers rond te leiden in het hotel. Door de stagiaire aan te bieden haar na werktijd mee te nemen naar de dertiende etage van de Divi-toren heeft [X] belangrijke huisregels van het hotel overtreden. Het initiatief om naar de dertiende etage te gaan om het uitzicht te bekijken is niet van de stagiaire afkomstig geweest. Het was [X] die zelf welbewust de regels overtrad en bewerkstelligde dat de stagiaire dat ook deed.

4.3

Het gerecht heeft ter plaatse geconstateerd, dat slechts sprake is van een relatief kleine overloop die bereikt wordt door een, evident voor noodgevallen bedoelde, branddeur te openen. Het dak is vanaf de brandtrap niet bereikbaar. Het uitzicht op de 13e etage van de brandtrap beperkt zich tot oostelijke en oostnoordoostelijke richting. In het donker is de Bubaliplas nauwelijks te zien.

4.4

Tussen partijen staat vast dat [X] de stagiaire in ieder geval ongevraagd van achteren heeft omhelsd. Volgens [X] omdat de stagiaire het koud had. Het gerecht leidt daaruit af dat de omhelzing meer heeft omvat dan enkel een arm over de schouder leggen. De stagiaire was van de omhelzing niet gediend.

4.5

Over wat er verder is gebeurd verschillen partijen van mening. Binnen de beperkingen die de aard van een ontbindingsprocedure aan bewijslevering stelt is het gerecht van oordeel, dat zich meer heeft voorgedaan dan [X] doet voorkomen.

4.6

Daartoe is redengevend dat [X] zich, zoals uit het bovenstaand blijkt, in ieder geval heeft gedragen op een wijze die een supervisor van een aanzienlijk jongere vrouwelijke stagiaire niet past. Daarbij heeft [X] ook nog eens meerdere voorschriften van de werkgever overtreden.

4.7

Dat [X] de stagiaire naar de 13e etage heeft meegenomen om haar het uitzicht te laten zien en om, zoals hij zegt, verhalen over Aruba en in het bijzonder over de Bubaliplas te vertellen, is niet aannemelijk. In het donker is de Bubaliplas nauwelijks te zien. Bovendien is het uitzicht hoe dan ook beperkt tot overwegend oostelijke richting. Dat de stagiaire het op enig moment koud kreeg ligt in het Arubaanse klimaat ook in februari en op de 13e etage niet voor de hand. Daarbij komt dat de stagiaire haar bedrijfskleding aanhad, die bestaat uit een donkere lange broek en een blouse; zij was dus niet bijzonder luchtig gekleed. Ten slotte is niet duidelijk waarom [X] het nodig vond de stagiaire vanwege de kou ongevraagd te omhelzen in plaats van gewoon terug naar binnen te gaan. Volgens [X] is hij met de stagiaire na de afgebroken omhelzing nog op de overloop gebleven om verhalen te vertellen. Dat spoort niet met de stelling dat de stagiaire het daarvoor zo koud had dat hij zich geroepen voelde haar te omhelzen.

4.8

Volgens de stagiaire is [X] in het zoeken van lichamelijk contact aanzienlijk verder gegaan dan een enkele omhelzing. In het proces-verbaal van aangifte staat daarover onder meer dat [X], achter haar gestaan, haar haar weg schoof en haar in haar nek begon te zoenen, haar heup greep, naar zich toe trok en haar begon aan te raken op haar borsten en geslachtsorgaan. Verder probeerde [X] haar op haar mond te zoenen en heeft hij geprobeerd haar broek naar beneden te trekken.

4.9

Het gerecht heeft geen aanleiding om aan de juistheid van die verklaring te twijfelen. Allereerst niet omdat er geen enkele valide reden is waarom de stagiaire de waarheid niet zou spreken of die zou overdrijven. De stelling van [X] dat de stagiaire wellicht werd geïnstrueerd door ‘het management’ -- en dan kennelijk meteen als de gelegenheid zich voor de stagiaire onverwacht zou voordoen -- omdat het management hem op deze manier wil weg krijgen wordt nergens door onderbouwd. Dat [X] zijn manager in de weg staat omdat hij haar zou belemmeren om te drinken en feesten evenmin. Niet duidelijk is daarbij waarom de stagiaire, die maar vijf maanden stage zou lopen en inmiddels vertrokken is zich de moeite zou willen getroosten om niet alleen uitvoerig verslag te doen bij Divi van (grotendeels) gefabuleerde gebeurtenissen maar daarvan zelfs strafrechtelijk aangifte te doen.
Daar komt bij dat het verhaal van de stagiaire consistent is. Die consistentie wordt bevestigd door de verslaglegging zijdens Divi. Leidinggevenden van de stagiaire hebben gezien dat zij aangeslagen was door de gebeurtenissen.

4.10

De feiten zijn naar oordeel van het gerecht dermate ernstig dat de arbeidsovereenkomst – voor zover die nog bestaat – onmiddellijk wegens dringende reden dient te eindigen. De lange en goede staat van dienst van [X] alsook diens leeftijd doen daaraan niet af.

4.11

Als de in het ongelijk te stellen partij zal [X] de proceskosten van Divi moeten vergoeden.

5 DE UITSPRAAK:

De rechter in dit gerecht:

ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van de datum van deze beschikking;

kent aan [X] geen vergoeding toe ten laste van Divi;

veroordeelt [X] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Divi worden begroot op Afl. 450,-- aan griffierecht en Afl. 3.750, aan salaris gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 15 november 2016 in aanwezigheid van de griffier.