Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:807

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
15-11-2016
Datum publicatie
19-12-2016
Zaaknummer
EJ. nr. 1964 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

civiel-ej-gezag en omgang

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 15 november 2016

Zaaknummer EJ. nr. 1964 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van:

[X],

wonende in Aruba,

VERZOEKER, hierna: de vader,

procederend in persoon,

tegen:

[Y],

wonende in Aruba,

VERWEERSTER, hierna: de moeder,

gemachtigde: de advocaat mr. G.L. Griffith.

Belanghebbenden:

[A],

[B], de minderjarigen.

1 DE PROCEDURE

Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van 5 januari 2016, waarbij kinderalimentatie is bepaald en de Voogdijraad is verzocht ten aanzien van het verzoek om gezagswijziging en bepaling van een omgangsregeling, onderzoek in te stellen naar de sociale omstandigheden van partijen en daarover rapport uit te brengen. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het rapport van de Voogdijraad van 8 april 2016;

- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 6 september 2016, waaruit blijkt dat de vader in persoon en de moeder in persoon bijgestaan door haar gemachtigde zijn verschenen, en dat namens de Voogdijraad aanwezig waren mevrouw A. Flanders en mevrouw R. Kelly.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 DE VERDERE BEOORDELING

Het ouderlijk gezag

2.1

Aan de orde is het verzoek van de vader om gezamenlijk met de moeder met het gezag over de minderjarigen te worden belast.

2.2

Uitgangspunt bij de beoordeling van de vraag welke gezagsvoorziening in het belang van de minderjarige wenselijk is, is dat slechts in uitzonderingsgevallen kan worden aangenomen dat het belang van het kind vereist dat alleen een van de ouders met het gezag over hem blijft belast, zoals met name indien de problemen tussen de ouders zodanig ernstig zijn dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders indien zij het ouderlijk gezag gezamenlijk zouden uitoefenen en dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen (vgl. HR 18 maart 2005, LJN AS8525).

2.3

De Voogdijraad schrijft in zijn rapport, dat de ouders redelijk met elkaar kunnen communiceren aangaande de minderjarigen, en dat ze samen belangrijke beslissingen kunnen nemen ten aanzien van de minderjarigen. Beide ouders hebben een stabiele thuissituatie en zijn pedagogisch adequaat. Zij zijn beiden zeer betrokken bij de minderjarigen en kunnen allebei de minderjarigen de nodige opvoeding en verzorging bieden. Geconcludeerd wordt dat op dit moment geen onaanvaardbaar risico bestaat dat de minderjarigen tussen de ouders klem zullen raken. Geadviseerd wordt om de ouders gezamenlijk met het gezag te belasten.

2.4

Ter zitting heeft de vader zich met dit advies verenigd. De moeder is het er niet mee eens. Zij heeft gepersisteerd in haar standpunt dat zij het eenhoofdig gezag moet behouden, en heeft ter onderbouwing hiervan aangevoerd dat er tussen partijen nog altijd problemen bestaan, dat de communicatie erg stroef en lastig verloopt en dat de vader geen alimentatie betaalt en zich niet houdt aan de afspraken met betrekking tot de omgang met de kinderen.

2.5

Het is het gerecht op grond van de stellingen van de moeder dan wel anderszins niet gebleken dat er een onaanvaardbaar risico is dat de minderjarigen klem of verloren zullen raken tussen de ouders in het geval van gezamenlijk ouderlijk gezag, dan wel dat eenhoofdig gezag van de moeder anderszins noodzakelijk is in het belang van de minderjarigen. Daartoe heeft de moeder haar stellingen onvoldoende geconcretiseerd en (met stukken) onderbouwd. Daarbij neemt het gerecht in overweging dat partijen (nu nog) indirect maar genoegzaam met elkaar communiceren. Gelet op het rapport van de Voogdijraad en hetgeen partijen ter zitting hebben aangevoerd, acht het gerecht partijen geschikt en in staat de minderjarigen naar behoren te verzorgen en op te voeden. Voorts worden zij in staat geacht om zodanig met elkaar te communiceren dat zij tot onderlinge afspraken kunnen komen over de situaties die zich rond de minderjarigen kunnen voordoen. Van partijen mag verwacht worden dat zij zich daarvoor zullen inzetten en het gerecht acht hen daartoe in staat. Onder deze omstandigheden is het gerecht van oordeel dat het in het belang van de minderjarigen is dat beide ouders worden belast met het gezag over hen.

Omgang

2.6

Bij de bepaling van de omgangsregeling, zal het gerecht rekening houden met de belangen van beide partijen en met de belangen van de minderjarige. Het gerecht stelt gelet hierop de hierna opgenomen omgangsregeling vast.

2.7

Het gerecht ziet in de aard van het verzoek aanleiding de kosten te compenseren, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

3 DE BESLISSING

Het gerecht:

bepaalt dat de vader, [X], voortaan gezamenlijk met de moeder het gezag over [A], geboren op [datum] 2012 in Aruba en [B], geboren op [datum] 2014 in Aruba zal uitoefenen,

bepaalt de omgangsregeling tussen de vader en de minderjarigen als volgt:

- om het weekend op zaterdag van 10.00 uur tot 19.00 uur, waarbij de vader de minderjarigen ophaalt en ’s avonds thuis afzet,

- op de vrije dagen van de vader vanaf ’s middags na school tot 18.00 uur, waarbij de vader de minderjarigen ophaalt van school en ’s avonds thuis afzet, mits de vader minstens twee dagen van tevoren aan de moeder heeft doorgeven dat hij een vrije dag heeft,

verklaart de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

compenseert de kosten aldus dat elke partij de eigen kosten draagt,

wijst af het anders of meer verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 15 november 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.