Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:780

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
31-10-2016
Datum publicatie
01-12-2016
Zaaknummer
LAR nr. 659 van 2016
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

weigering inschrijving buitenlandse huwelijk - schijnhuwelijk - beroep ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak van 31 oktober 2016

LAR nr. 659 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[appellanten]

wonende in Aruba,

APPELLANTEN, hierna: [appellanten],

gemachtigde: de heer mr. R.E.B. Gibbs,

gericht tegen:

het hoofd van de Dienst Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER, hierna: DBSB,

gemachtigde: mevrouw mr. J.M.A.M. Ponsioen.

1 PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 12 maart 2015 heeft verweerder afwijzend beslist op het verzoek van appellanten om hun op xx 2013 in de Dominicaanse Republiek voltrokken huwelijk, in te schrijven in het bevolkingsregister.

Tegen deze beschikking hebben appellanten op 31 maart 2015 bezwaar gemaakt.

Op 25 maart 2015 hebben appellanten een verzoek ex artikel 54 van de Lar ingediend, strekkende tot schorsing van de beschikking. Dit verzoek is op 22 april 2015 afgewezen.

Bij beslissing van 22 februari 2016 heeft verweerder het bezwaar van appellanten ongegrond verklaard.

Tegen deze beslissing op bezwaar (hierna: de bestreden beschikking) hebben appellanten op 24 maart 2016 beroep ingesteld bij het gerecht.

Verweerder heeft op 12 september 2016 een verweerschrift ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van 19 september 2016, alwaar alleen verweerder bij zijn gemachtigde is verschenen. Appellanten zijn, ondanks de behoorlijke oproeping daartoe, niet verschenen.

Uitspraak is hierna bepaald op heden.

2 OVERWEGINGEN

2.1

Ingevolge artikel 1, eerste lid, van de Landsverordening op het aanleggen en bijhouden van het bevolkingsregister, worden de voorschriften omtrent het aanleggen, inrichten en bijhouden van bevolkingsregisters en het doen der daartoe vereiste opgaven aan hen, die met het aanhouden der bevolkingsregisters zijn belast, bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen vastgesteld.

2.2

Ingevolge artikel 22, negende lid, van het krachtens voormelde bepaling vastgestelde Landsbesluit bevolkingsregister wordt een gegeven omtrent een persoon niet ingeschreven, indien het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister van oordeel is dat dat gegeven in strijd is met de goede zeden of de openbare orde.

2.3

Verweerder heeft bij de bestreden beschikking met toepassing van voornoemde artikel 22, negende lid, afwijzend op het verzoek tot inschrijving van het huwelijk tussen appellanten beslist, met als motivering dat het huwelijk een schijnhuwelijk betreft, gesloten met het doel toelating te verschaffen aan de heer Appellant sub 1 tot Aruba. Verweerder acht de inschrijving van een dergelijk huwelijk in strijd met de openbare orde. Verweerder heeft zijn conclusie dat van een schijnhuwelijk sprake is gegrond op een door hem verricht nader onderzoek. Dit onderzoek is verricht aan de hand van een met appellanten gehouden interview en nadere door appellanten overgelegde documentatie. Naar aanleiding van het onderzoeksresultaat heeft verweerder geconcludeerd dat appellanten elkaar niet of nauwelijks kennen, nu door hen tegenstrijdige verklaringen werden afgelegd onder meer over wie het vliegticket heeft gekocht en waarom zo lang is gewacht met de inschrijving van het huwelijk. Ook het leeftijdsverschil tussen appellanten en het feit dat de heer appellant sub 1 gedurende de periode dat appellanten stellen een relatie te hebben, een kind heeft gekregen met een andere vrouw doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van appellanten over de aard van hun relatie, aldus verweerder.

2.4

Appellanten kunnen zich niet verenigen met de bestreden beschikking nu zij menen dat de door verweerder genoemde gronden ten onrechte tot het oordeel hebben geleid dat sprake was van een schijnhuwelijk. Daarnaast stellen appellanten dat ten onrechte in de aanvraagfase een gehoor heeft plaatsgevonden. Tevens hebben appellanten zich op het standpunt gesteld dat een huwelijk niet als schijnhuwelijk kan worden beschouwd louter omdat het een immigratievoordeel of enig ander voordeel oplevert. De kwaliteit van de relatie is irrelevant voor de toepassing van artikel 22, negende lid, van het Landbesluit Bevolkingsregister. Verweerder gaat, aldus appellanten, bovendien te ver in het hechten van aandacht aan persoonlijke vragen over onder meer hoe appellanten elkaar kennen. Voorts stellen appellanten dat geen afbreuk mag worden gedaan aan de doeltreffendheid van het Unierecht, dat systematische controles, als uitgevoerd door verweerder, verbiedt.

2.5

Aan de hand van de door verweerder overgelegde onderzoeksresultaten is het gerecht van oordeel dat verweerder in redelijkheid de conclusie heeft kunnen trekken dat het huwelijk tussen appellanten een schijnhuwelijk betreft, met het doel toelating te verschaffen aan appellant sub 1 tot Aruba. De vragen die aan appellanten zijn gesteld, zijn bedoeld om na te gaan of appellanten elkaar kennen en een reële relatie hebben. De stelling van appellanten dat door verweerder ten onrechte is geoordeeld dat sprake is van een schijnhuwelijk wordt als zijnde onvoldoende feitelijk onderbouwd verworpen. Dat appellanten ten onrechte in de aanvraagfase zijn gehoord, is bovendien niet gebleken.

2.6

Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJEU) zijn het Verdrag Betreffende de Werking van de Europese Unie en de afgeleide wetgeving niet automatisch van toepassing op Aruba, met uitzondering van een aantal uitdrukkelijk als zodanig aangegeven bepalingen (C BV en TBG Limited, C-24/12 en C-27/12, ECLI:EU:C:2014:15, punt 45; zie ook de arresten Leplat, C-260/90, ECLI:EU:C:1992:66, punt 10; Eman en Sevinger, C-300/04, ECLI:EU:C:2006:545, punt 46, en Prunus en Polonium, C-384/09, ECLI:EU:C:2011:276, punt 29). Dit is tevens neergelegd in paragraaf 4 van de preambule van het LGO-besluit. Dat op het verzoek van appellanten een bepaling van Unierecht van toepassing is, is niet gebleken. Gelet hierop, ziet het gerecht in het in beroep aangevoerde geen grond voor het oordeel dat rekening dient te worden gehouden met de doeltreffendheid van Unierecht in het controleren van het verzoek van appellanten. Verweerder heeft de inschrijving van het huwelijk derhalve op goede gronden geweigerd.

2.7

Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat het beroep is ongegrond.

2.8

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3 DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gegeven door mr. N.E. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 oktober 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).