Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:78

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
09-02-2016
Datum publicatie
15-02-2016
Zaaknummer
E.J. no. 746 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Werknemer wordt op staande voet ontslagen. De vordering van de werknemer is niet helder geformuleerd noch van een heldere toelichting voorzien en wordt derhalve afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/449
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 9 februari 2016

Behorend bij E.J. no. 746 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING in de zaak van:

X,

wonende in Aruba,

verzoeker,

hierna ook te noemen: X,

procederend in persoon,

tegen:

de naamloze vennootschap

Y,

gevestigd in Aruba,

verweerster,

hierna ook te noemen: Y,

gemachtigde: de advocaat mr. R. Marchena.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-het verzoekschrift, met producties;

-het verweerschrift, met producties;

-de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 1 september 2015.

1.2

Uit die aantekeningen blijkt dat X in persoon ter zitting is verschenen. Y is bij haar gemachtigde ter zitting verschenen. Die werd vergezeld door dhr. A (directeur van en enig aandeelhouder in Y). X heeft ter zitting gebruik gemaakt van de aan hem geboden gelegenheid om te reageren op het verweerschrift. Y heeft vervolgens gebruik gemaakt van de aan haar geboden gelegenheid om te reageren op de reactie van X, zulks onder overlegging van toegelaten producties.

1.3

Beschikking is nader bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1

X verzoekt het Gerecht om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:

gedaagde het salaris van de maand Juli 2014 schuldig is aan eiser, dat voor iedere dag dat gedaagde in gebreke blijft aan dit gebod te voldoen een dwangsom groot Awg 200 per dag in rekening te brengen.

Gezien het wantrouw in het handelen met gedaagde en risico dat hij een andere uitweg kiest.

Hetzelfde geldende voor het ten onrechte ontslag (produktie), maar in deze casso een dwangsom van groot Awg 500 per dag.

-Gezien dat eiser langzamerhand in financieele moeilijkheden is geraakt met mijn verplichtingen aan RBC Bank waar eiser in September 2014 een lening heeft aangegaan waarbij gedaagde zelf al de benodigde documenten had ondertekend en gestempeld. (Prod)

Verder:

-gedaagde, te veroordelen tot betaling aan eiser van een bedrag, groot Awg 2.250,- aan materiele schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag sedert 24 november 2014 dan wel vanaf de indiening van dit verzoekschrift, tot aan de algehele voldoening, dit alles kosten rechtens.”.

2.2

Y voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door X verzochte, kosten rechtens.

2.3

Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE BEOORDELING

3.1

Voorop wordt gesteld dat de hiervoor geciteerde vordering van X op zijn zachts gezegd niet helder is geformuleerd, terwijl X ter zitting die vordering evenmin van een heldere toelichting heeft kunnen voorzien. Dit alles komt en blijft voor rekening en risico van X.

3.2

Vast staat tussen partijen dat X krachtens een tussen partijen op 5 februari 2012 gesloten arbeidsovereenkomst in loondienst is getreden van Y, laatstelijk tegen een bruto maandloon van Afl. 3.500,--. Ook staat vast dat Y, X op 31 oktober 2015 op staande voet heeft ontslagen. X heeft in het licht van dit alles ter zitting desgevraagd verklaard dat hij zich niet beroept op de nietigheid van het aan hem gegeven ontslag, maar dat hij daarin berust.

3.3

Voorzover X betaling van zijn loon over juli 2014 vordert heeft te gelden dat Y ter zitting met een betalingsbewijs onderbouwd heeft gesteld dat het loon over die maand reeds is uitbetaald aan X. Die bevrijdende stelling heeft X niet (nader) bestreden, en komt daarom vast te staan. De vordering van X op dit onderdeel zal worden afgewezen.

3.4

Voorzover X een billijkheidsvergoeding vordert uit hoofde van kennelijk onredelijk ontslag heeft te gelden dat is gesteld noch gebleken waarom het aan X gegeven ontslag kennelijk onredelijk is.

3.5

Voorzover X vergoeding van zijn volledige schade als gevolg van het aan hem gegeven ontslag vordert heeft te gelden dat X die vordering niet met verificatoire schadeposten heeft onderbouwd.

3.6

Gesteld noch is gebleken dat X vergoeding van schade vordert in de zin van het bepaalde in eerste lid van artikel 7A:1615r BW (de zogeheten gefixeerde schadevergoeding).

3.7

Voorzover X iets anders heeft bedoeld te vorderen dan hierboven is besproken heeft het Gerecht dat niet kunnen lezen of kunnen begrijpen uit zijn hiervoor geciteerde en niet van een heldere nadere toelichting voorziene vordering.

3.8

Vorenstaande leidt tot de slotsom dat alle vorderingen van X zullen worden afgewezen.

3.9

X zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Y, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.800,-- aan salaris voor de gemachtigde.

4 DE BESLISSING

Het Gerecht:

-wijst af het door X verzochte;

-veroordeelt X in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Y, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.800,-- aan salaris voor de gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 9 februari 2016.