Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:776

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
02-11-2016
Datum publicatie
01-12-2016
Zaaknummer
K.G. no. 2262 van 2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort Geding. Doel dwangsommen. Vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 2 november 2016

Behorend bij K.G. no. 2262 van 2016

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS in de zaak van:

1. Eiser,

2. Eiseres,

3. de naamloze vennootschap CONTAL AGENTS & CONSULTANTS N.V.,

allen wonende of gevestigd in Aruba,

eisers,

hierna gezamenlijk ook te noemen: Eiser c.s.,

gemachtigden: de advocaten mrs. G. de Hoogd en D.L. Emerencia,

tegen:

Gedaagde,

wonende in Suriname,

gedaagde,

hierna ook te noemen: Gedaagde,

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Illes.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-het verzoekschrift, met producties;

-de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak ter openbare terechtzitting van 10 oktober 2016.

1.2

Eiser c.s. zijn ter zitting verschenen bij hun gemachtigde mr. Emerencia voornoemd. Gedaagde is verschenen bij zijn gemachtigde. De gemachtigden van partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.

1.3

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1

Eiser c.s. vorderen dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

a. Gedaagde veroordeelt om binnen vijf dagen na de betekening aan hem van dit vonnis mee te werken aan de levering aan Gedaagde van de woning c.a. gelegen in Aruba te [adres] ten overstaan van de in Aruba gevestigde notaris mr. Th. R. Johnson tegen betaling door Gedaagde “van de dan nog resterende koopsom en gebruiksvergoeding van de op grond van de overeenkomst voor zijn rekening komende kosten”;

b. bepaalt dat Gedaagde ten behoeve van Eiser c.s. een dwangsom verbeurt van

Afl. 5.000,-- voor iedere dag dat Gedaagde niet voldoet aan de inhoud van dit vonnis;

c. Gedaagde veroordeelt in de proceskosten.

2.2

Gedaagde voert verweer, en concludeert tot afwijzing van het door Eiser c.s. verzochte.

2.3

Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3 DE BEOORDELING

3.1

Het dictum van het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis van dit Gerecht in kort geding van 15 juni 2016 in de tussen partijen gevoerde zaak met als zaaknummer K.G. 1065 van 2016 luidt onder meer als volgt:

(…).

veroordeelt Gedaagde om binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis mee te werken aan de levering van de woning c.a. gelegen aan de [adres] te Noord, Aruba aan Gedaagde, ten overstaan van notaris Th.R. Johnson te Aruba tegen betaling van de dan nog resterende koopsom en gebruiksvergoeding en de op grond van de overeenkomst voor zijn rekening komende kosten, op verbeurte van een dwangsom van Afl 2.500,00 voor iedere dag dat Gedaagde nalatig is om aan de inhoud van dit vonnis te voldoen, met een maximum van Afl 75.000,00 (…).”.

3.2

Vast staat dat Gedaagde voormelde veroordeling niet is nagekomen en dat hij dienaangaande inmiddels het maximale bedrag aan dwangsommen heeft verbeurd. De onderhavige vorderingen van Eiser onder a. en b. zouden leiden tot een vrijwel identieke uitspraak, op grond waarvan Gedaagde naast de reeds verbeurde dwangsommen verdere dwangsommen zou verbeuren.

3.3

Oplegging van dwangsommen heeft als doel de veroordeelde partij te prikkelen tot nakoming van hetgeen waartoe hij is veroordeeld. Tegen die achtergrond heeft Gedaagde onbestreden gesteld dat hij de hiervoor geciteerde veroordeling onmogelijk kan nakomen zolang hij - wat tot nog toe het geval is - geen financiering heeft kunnen verkrijgen om aan Eiser c.s. te betalen wat hij ingevolge die veroordeling aan hen dient te betalen.

3.4

Uit die vaststaande stelling volgt naar het voorshandse oordeel van het Gerecht dat het zinloos is om aan Gedaagde verdere dwangsommen op te leggen, terwijl Eiser c.s. tegen die achtergrond naar het verdere voorlopig oordeel van het Gerecht geen belang hebben bij toewijzing van het onder a. door hen verzochte nu die vordering reeds is toegewezen bij voormeld vonnis.

3.5

Al het vorenstaande brengt mee dat in een bodemprocedure te verwachten valt dat de vorderingen van Eiser c.s. zullen worden afgewezen. Dat betekent dat de thans door Eiser gevraagde voorzieningen zullen worden geweigerd.

3.6

Afweging van de belangen van partijen maakt vorenstaande niet anders, omdat het Gerecht geen zwaarwegender belangen ziet van Eiser c.s. bij toewijzing van het door hen verzochte ten opzichte van de belangen van Gedaagde bij afwijzing daarvan.

3.7

Eiser c.s. zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Gedaagde, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.000,-- aan salaris voor de gemachtigde.

4 DE BESLISSING

Het Gerecht, recht doende in kort geding:

-wijst af het door Eiser c.s. verzochte;

-veroordeelt Eiser c.s. in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Gedaagde, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.000,-- aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 2 november 2016 in aanwezigheid van de griffier.