Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:775

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
02-11-2016
Datum publicatie
01-12-2016
Zaaknummer
A.R. 2751 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel. Vonnis in het incident tot tussenkomst. Artikel 214 en 215 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 2 november 2016

Behorend bij A.R. 2751 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in het incident tot tussenkomst

zijdens

de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

A*,

te Aruba,

hierna ook te noemen: A*,

gemachtigde: advocaat mr. Chris F.K.J. Lejuez,

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

B*,

te Aruba,

hierna ook te noemen: B*,

gemachtigde: advocaat mr. Chris F.K.J. Lejuez,

tegen:

C* ,

te Aruba,

hierna ook te noemen: C*,

gemachtigde: advocaat mr. D.C.A. Crouch.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de incidentele vordering tot tussenkomst van A*;

- de mondelinge conclusie van antwoord in het incident van C*, strekkende tot referte;

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident.

2 DE VORDERING

2.1

A* vordert dat haar wordt toegestaan in de hoofdzaak tussen te komen. A* voert daartoe aan dat B* de vordering op C* aan haar heeft gecedeerd.

2.2

B* heeft blijkens de conclusie van A* ingestemd met de tussenkomst.

2.3

C* refereert zich aan het oordeel van het gerecht.

3 DE BEOORDELING

3.1.

Op voet van artikel 214 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.) is een ieder die belang heeft bij een rechtsgeding, hangende tussen andere partijen, bevoegd om daarin tussen te komen. Ingevolge artikel 215 wordt het incident aangebracht ter terechtzitting op de dienende dag vóór of op die waarop de behandeling van het aanhangige rechtsgeding eindigt.

3.2

A* heeft stukken overgelegd waaruit de cessie blijkt. Aan C* is daarvan mededeling gedaan. A* heeft daarmee belang om tussen te komen, nu niet meer aan B* bevrijdend kan worden betaald. A* heeft ook belang bij zijn in de conclusie opgenomen eis, waartegen C* zich evenmin heeft verzet.

3.3

De beslissing over de proceskosten van dit incident wordt aangehouden tot in de hoofdzaak wordt beslist.

3.4

A* heeft gesteld dat de procedure in de hoofdzaak kan worden voortgezet in de stand waarin die zich bevindt, nu C* zijn verweer tegen B* ook tegen A* zal kunnen richten. Het Gerecht zal A* dan ook niet (nogmaals) in de gelegenheid stellen een conclusie te nemen in de hoofdzaak, maar doorgaan waar die gebleven was, te weten het bepalen van een datum voor het horen van getuigen. Op basis van de reeds opgegeven verhinderdata zal het Gerecht thans een datum voor getuigenverhoor bepalen.

4 DE UITSPRAAK:

Het Gerecht:

in het incident:

staat A* toe in de hoofdzaak tussen te komen,

in de hoofdzaak:

verstaat dat nadien in de hoofdzaak, met in achtneming van de positie van de tussenkomende partij voort geprocedeerd wordt in de stand waarin de zaak zich vóór het wijzen van het vonnis op het incident bevond en met inachtneming van de in de vorige alinea bedoeld proceshandelingen. In de hoofdzaak zal heden een rolbeschikking worden gegeven,

voegt in de hoofdzaak toe de eis van A* dat C* wordt veroordeeld om aan haar tegen kwijting te betalen de somma van US$ 100.000,00 en Afl. 20.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2015 tot de dag der voldoening en onder veroordeling van C* in de kosten van het geding.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 2 november 2016 in aanwezigheid van de griffier.