Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:771

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
02-11-2016
Datum publicatie
29-11-2016
Zaaknummer
A.R. 968 van 2014
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel. Vonnis in de hoofdzaak en in het incident tot vrijwaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 2 november 2016

Behorend bij A.R. 968 van 2014

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de hoofdzaak tussen:

de naamloze vennootschap MANTBRACA CORPORATION N.V.,

gevestigd te Aruba,

eiseres in conventie in de hoofdzaak,

tevens verweerster in reconventie in de hoofdzaak,

hierna ook te noemen: “Mantbraca”,

gemachtigde: mr. Z.T.M. Arendsz-Marchena,

tegen:

de naamloze vennootschap

FAST DELIVERY REAL ESTATE N.V.,

gevestigd te Aruba,

gedaagde in conventie in de hoofdzaak,

tevens eiseres in reconventie in de hoofdzaak,

hierna ook te noemen: “Fast”,

gemachtigde: mr. M.H.J. Kock,

en in de vrijwaringszaak tussen:

de naamloze vennootschap MANTBRACA CORPORATION N.V.,

gevestigd te Aruba,

eiseres in vrijwaring,

hierna ook te noemen: “Mantbraca”,

gemachtigde: mr. Z.T.M. Arendsz-Marchena,

tegen

Gedaagde in vrijwaring,

wonende te Aruba,

gedaagde in vrijwaring,

hierna ook te noemen: “[gedaagde in vrijwaring]”,

gemachtigde: mr. M.B. Boyce.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure in de hoofdzaak blijkt uit:

- het inleidend verzoekschrift;

- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie,

- de conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie.

- de conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie,

- de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2

Het verloop van de procedure in de vrijwaringszaak tot en met 30 september 2015 blijkt uit het tussenvonnis van die datum. Daarna zijn de volgende processtukken gewisseld:

- de conclusie van antwoord in vrijwaring,

- de conclusie van repliek in vrijwaring,

- de conclusie van dupliek in vrijwaring.

1.3

Vonnis in de hoofdzaak en in de vrijwaring is bepaald op heden.

2 DE FEITEN

2.1

Mantbraca is op 3 maart 2012 een aannemingsovereenkomst (hierna: de aanneemovereenkomst) aangegaan met Fast ten behoeve van de constructie van een commercieel gebouw te [buurt] in Aruba.

2.2

Bij akte van cessie d.d. 24 september 2013 (hierna: de akte van cessie) is een vordering van Mantbraca op Fast uit hoofde van de aanneemovereenkomst gecedeerd aan Safecom Security N.V. (hierna: Safecom).

2.3

Mantbraca heeft op 21 november 2013 een verklaring uitgebracht waarin zij heeft verklaard de cessie buitengerechtelijk te vernietigen.

2.4

Bij e-mailbericht van 22 november 2013 heeft advocaat mr. De Hoogd namens [gedaagde in vrijwaring] aan de gemachtigde van Fast bericht dat [gedaagde in vrijwaring] de cessie handhaaft en de buitengerechtelijke vernietiging mede namens Safecom niet accepteert.

2.5

Mantbraca heeft Fast bij brief d.d. 14 januari 2014 gesommeerd om binnen 7 dagen tot betaling van een openstaand bedrag ad Afl. 361.943,64 uit hoofde van de aanneemovereenkomst over te gaan.

3 HET GESCHIL

In de hoofdzaak in conventie

3.1

Mantbraca vordert, samengevat, dat het gerecht bij uitvoer bij voorraad te verklaren vonnis Fast veroordeelt tot betaling van Afl. 361.943,64 vermeerderd met wettelijke rente en 15% buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van Fast in de proceskosten.

3.2

Mantbraca legt samengevat het volgende aan haar vordering ten grondslag. Mantbraca heeft voldaan aan haar verplichtingen uit hoofde van de aanneemovereenkomst. Fast is de voor het uitgevoerde werk in rekening gebrachte facturen verschuldigd en is door niet te betalen toerekenbaar tekort geschoten in haar contractuele verplichtingen. De akte van cessie is niet rechtsgeldig tot stand gekomen. Bij aandeelhoudersbesluit d.d. 3 augustus 2012 (dat is gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel van Aruba) is vastgesteld dat in geval van transacties vanaf Afl. 25.000,00 Mantbraca door twee directeuren vertegenwoordigd dient te worden. Dit besluit maakt deel uit van een aandelenverkoop waarbij [gedaagde in vrijwaring] 60% van zijn aandelen in Mantbraca heeft verkocht. De akte van cessie betrof een transactie boven de Afl. 25.000,00 waardoor beide directeuren van Mantbraca de akte van cessie hadden moeten ondertekenen. Alleen [gedaagde in vrijwaring] heeft de akte van cessie namens Mantbraca ondertekend. [gedaagde in vrijwaring] wist dat hij onbevoegd was om de cessie aan te gaan. [gedaagde in vrijwaring] was ten tijde van het aangaan van de cessie tevens directeur van Safecom, zodat ook Safecom op de hoogte was van de ongeldigheid van de cessie. Bovendien ontbrak een geldige titel voor de cessie. Mantbraca heeft de akte van cessie daardoor rechtsgeldig buitengerechtelijk vernietigd, waardoor Mantbraca bevoegd is gebleven om de vordering op Fast te innen.

3.3

Fast voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van Mantbraca dan wel Mantbraca haar vorderingen te ontzeggen, kosten rechtens. Fast voert daartoe samengevat het volgende aan. Mantbraca heeft door de cessie, die wel degelijk rechtsgeldig tot stand is gekomen, geen vordering (meer) op Fast. Ingevolge de statuten van Mantbraca was iedere bestuurder bevoegd om Mantbraca te vertegenwoordigen. Er staat geen beperking zoals door Mantbraca thans gesteld in de statuten opgenomen. [gedaagde in vrijwaring] heeft nadien verklaard dat de cessie wel rechtsgeldig tot stand is gekomen. Mantbraca heeft het project ondanks sommaties niet deugdelijk opgeleverd. De aanneemovereenkomst werd op 31 mei 2013 ontbonden, waarna Fast het project heeft overgenomen. Het werk is door een derde afgemaakt. Mantbraca is ingevolge de aanneemovereenkomst een boete verschuldigd aan Fast. De buitengerechtelijke incassokosten zijn niet gemaakt en niet overeengekomen.

In voorwaardelijke reconventie

3.4

Fast vordert voorwaardelijk in reconventie, samengevat, dat het gerecht Mantbraca veroordeelt om aan Fast te betalen een bedrag van Afl. 454.809,86, vermeerderd met wettelijke rente, kosten rechtens.

3.5

Aan haar vordering heeft Fast, voor zover thans van belang, ten grondslag gelegd dat Mantbraca wanprestatie heeft gepleegd bij de uitvoering van de tussen partijen gesloten aanneemovereenkomst. De ten gevolge van deze wanprestatie ontstane schade bedraagt in totaal Afl. 454.809,86.

3.6

Mantbraca voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Fast in de proceskosten.

In vrijwaring

3.7

Mantbraca heeft verzocht dat het haar wordt toegestaan om [gedaagde in vrijwaring] in vrijwaring op te roepen. Daartoe heeft Mantbraca aangevoerd dat, indien er een verplichting bestaat jegens Fast om de gevorderde schadevergoeding te betalen, [gedaagde in vrijwaring] veroordeeld dient te worden die schadevergoeding te betalen, aangezien [gedaagde in vrijwaring] volgens zijn eigen verklaring alle verplichtingen en financiële risico’s uit hoofde van de aanneemovereenkomst op zich heeft genomen.

3.8 [

gedaagde in vrijwaring] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering in vrijwaring, met veroordeling van Mantbraca in de proceskosten.

4 DE BEOORDELING

4.1

Partijen zijn het er over eens dat de in geschil zijnde vordering van Mantbraca op Fast de vordering betreft die middels de akte van cessie werd gecedeerd aan Safecom. Fast heeft als meest verstrekkend verweer gesteld dat Mantbraca door de akte van cessie geen vorderingsrecht meer heeft op Fast. Mantbraca verweert zich daar tegen door zich er op te beroepen dat zij de akte van cessie middels een buitengerechtelijke verklaring heeft vernietigd. Zij heeft daartoe twee gronden aangedragen, die in het hiernavolgende besproken zullen worden.

4.2

Mantbraca heeft als eerste grond aangevoerd dat [gedaagde in vrijwaring] niet bevoegd is geweest om de cessie rechtsgeldig namens Mantbraca aan te gaan, omdat de aandeelhouders van Mantbraca, waaronder [gedaagde in vrijwaring], een akte van aandelenoverdracht hebben ondertekend, waarin de aandeelhouders hebben besloten dat in geval van transacties die een waarde vertegenwoordigen van boven de Afl. 25.000,00, Mantbraca steeds door twee directeuren vertegenwoordigd diende te worden. Dit besluit maakte deel uit van een aandelenverkoop en -overdracht d.d. 3 augustus 2012 waarbij [gedaagde in vrijwaring] 60% van de aandelen in Mantbraca heeft verkocht. Deze door Mantbraca aangevoerde grond heeft niet tot vernietiging van de akte van cessie kunnen leiden. Immers, ingevolge artikel 104 Wetboek van Koophandel wordt de naamloze vennootschap, voor zover niet bij de akte van oprichting anders is bepaald, tegenover derden door ieder van de bestuurders vertegenwoordigd. Een eventuele beperking van de vertegenwoordigingsbevoegdheid had alleen tot stand gebracht kunnen worden door een statutenwijziging, hetgeen niet is geschied. De partijen bij de overdracht van de aandelen in Mantbraca hebben dit kennelijk ook voor ogen gehad, daar in de onderliggende overeenkomst is bepaald dat (onder meer) de betreffende bepaling over de beperkende vertegenwoordigingsbevoegdheid in de akte van oprichting zou worden geïncorporeerd. Dat de akte van aandelenoverdracht bij de kamer van koophandel gedeponeerd zou zijn maakt het voorgaande niet anders. Evenmin is in dit kader relevant of Safecom op de hoogte was van bedoeld aandeelhoudersbesluit.

4.3

Mantbraca heeft als tweede grond voor de buitengerechtelijke vernietiging aangevoerd dat er ook geen rechtsgeldige titel aan de akte van cessie ten grondslag ligt. Voor de totstandkoming van een rechtsgeldige cessie is het geen vereiste dat de titel in de akte van cessie wordt vermeld. Het lag op de weg van Mantbraca, als degene die zich op de vernietigingsgrond (lees: het ontbreken van een geldige titel) beroept, om de daarvoor benodigde feiten te stellen en te bewijzen. Fast heeft gemotiveerd betwist dat de akte van cessie niet rechtsgeldig tot stand is gekomen en in dat kader onweersproken gesteld dat Safecom, de cessionaris, zich jegens Fast op het standpunt stelt dat de cessie wel rechtsgeldig tot stand is gekomen en de buitengerechtelijke vernietiging niet wordt geaccepteerd. Aangezien Mantbraca geen bewijs van haar stellingen heeft aangeboden, zal zij niet tot bewijslevering van haar stelling dat er geen titel aan de akte van cessie ten grondslag ligt, worden toegelaten en is in rechte niet komen vast te staan dat de akte van cessie middels buitengerechtelijke vernietiging geacht moet worden niet tot stand te zijn gekomen. Fast kan daardoor met vrucht de akte van cessie tegenwerpen aan Mantbraca, waardoor de vordering in conventie integraal afgewezen dient te worden.

4.4

Fast heeft slechts voorwaardelijk, voor het geval de vordering in conventie zou worden toegewezen, de eis in reconventie ingesteld. Dit heeft tot gevolg dat de voorwaardelijke reconventie geen bespreking meer behoeft. Dit heeft mede tot gevolg dat ook de vordering in vrijwaring voor afwijzing gereed ligt.

4.5

Mantbraca zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten die aan de zijde van Fast (in conventie in de hoofdzaak) en [gedaagde in vrijwaring] (in de vrijwaring in reconventie) zijn gevallen worden veroordeeld. Deze kosten worden zowel ten aanzien van Fast als ten aanzien van [gedaagde in vrijwaring] begroot op Afl. 6.000,00 (2 punten bij tarief 8) aan salaris voor de gemachtigde.

4.6

Fast zal als de in het incident tot oproeping in vrijwaring in reconventie in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het vrijwaringsincident worden veroordeeld, welke kosten aan de zijde van Mantbraca worden begroot op Afl. 625,00 (1 punt bij tarief 5 x 1/2) aan salaris voor de gemachtigde.

5 DE UITSPRAAK:

De rechter in dit gerecht:

in de hoofdzaak:

5.1

wijst de vordering af;

5.2

veroordeelt Mantbraca in de kosten van het geding, aan de zijde van Fast gevallen en tot op heden begroot op Afl. 6.000,00 aan salaris voor de gemachtigde;


in de vrijwaringszaak:

5.3

wijst de vordering af;

5.4

veroordeelt Mantbraca in de kosten van het geding, aan de zijde van [gedaagde in vrijwaring] gevallen en tot op heden begroot op Afl. 6.000,00 aan salaris voor de gemachtigde;

in het incident tot oproeping in vrijwaring

5.5

veroordeelt Fast in de kosten van het incident, aan de zijde van Mantbraca gevallen en tot op heden begroot op Afl. 625,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 2 november 2016 in aanwezigheid van de griffier.