Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:732

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
24-10-2016
Datum publicatie
18-11-2016
Zaaknummer
AR 78662/2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding. Verjaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

in de zaak van:

[EISERES],

wonende in Curaçao,

eiseres,

gemachtigde: mr. R.A.P.H. Pols,

tegen

de stichting

STICHTING CURISES,

gevestigd in Curaçao,

gedaagde,

gemachtigde: mr. O.A. Martina.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Curises genoemd worden.

1 Het procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

- het inleidend verzoekschrift met producties, op 25 april 2016 ter griffie ingediend;

- de conclusie van antwoord van [eiseres] met producties;

- de schriftelijke aantekeningen van de griffier van de op 12 september 2016 gehouden mondelinge behandeling en de aldaar overgelegde pleitaantekeningen van de gemachtigde van [eiseres].

1.2.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1. [

eiseres] heeft zich voor twee opleidingen ingeschreven bij Curises, te weten:

1. de opleiding Master of Accounting & Control (hierna ook: de Master opleiding) voor het collegejaar 2007/2008 en

2. de opleiding Executieve Master in Finance & Control (hierna ook: EMFC of de Post Master opleiding) voor het collegejaar 2008/2009.

Het betreft eenjarige opleidingen.

2.2.

Bij factuur van 19 november 2007 heeft Curises het inschrijfgeld 07/08 ad NAf 500,- en het collegegeld voor de Master opleiding 2007/2008 ad NAf 10.500,- bij [eiseres] in rekening gebracht. Het totale bedrag ad NAf 11.000,- is op 21 februari 2008 door (de werkgever van) [eiseres] voldaan.

2.3.

Het vak International Taxation maakt deel uit van de Master opleiding. Dit vak is in het cursusjaar 2007/2008 niet door Curises aangeboden.

2.4. [

eiseres] heeft de Master opleiding niet binnen het collegejaar 2007/2008 afgerond.

2.5.

Curises heeft [eiseres] toegelaten tot de Post Master opleiding voor het collegejaar 2008/2009.

2.6.

Bij factuur van 10 december 2008 heeft Curises het collegegeld voor de Post Master opleiding 2008/2009 ad NAf 11.500,- aan [eiseres] in rekening gebracht. In februari 2009 zijn partijen een betalingsregeling overeengekomen. In de periode van 25 februari 2009 tot en met 22 september 2009 is het collegegeld door [eiseres] voldaan.

2.7.

Curises heeft in het kader van de Post Master opleiding twee vakken (die deel uitmaken van de door Curises aangeboden Register Accountants opleiding) aan [eiseres] aangeboden, te weten Externe verslaggeving en Accounting Information Systems. [eiseres] heeft de zes tentamens voor deze twee vakken gehaald.

2.8.

De Post Master opleiding is beëindigd vanwege een tekort aan aanmeldingen.

2.9.

Bij e-mail van 15 april 2014 heeft [eiseres] onder meer het volgende aan de heer Van Bladel van Curises bericht:

“Graag wil ik hierbij ons telefonisch gesprek van 31 maart 2014 waarin u mij toezegt dat u voor einde van het collegejaar, zijnde 1 juni 2014, mijn vodering heeft uitgezocht met betrekking tot het te veel betaalde collegegeld in 2009 (…). Wij hadden reeds hierover gesproken bij de bijeenkomst van 22 februari jl. waarin u mij had beloofd na carnaval deze te gaan uitzoeken.”

2.10.

Bij e-mail van 18 september 2014 heeft [eiseres] aan de heer Van Bladel van Curises bericht:

“Ik heb niets van u vernomen (…).

Bijgaand ontvangt u mijn betalingsbewijs.

Ik verzoek u vriendelijk mijn vordering per ommegaande aan mij te doen

toekomen. (…)

Indien ik niets van u verneem (…) zal ik verdere maatregelen nemen omtrent

deze.”

2.11.

Bij brief d.d. 16 december 2014 aan Curises heeft (de gemachtigde van) [eiseres], zakelijk weergegeven, de twee overeenkomsten met Curises ontbonden wegens tekortkomingen van Curises in de nakoming van de overeenkomsten, te weten het niet aanbieden van alle bij de Master opleiding behorende vakken en het niet verder organiseren van de Post Master opleiding, waardoor zij niet in de gelegenheid is gesteld om een diploma te behalen. Namens [eiseres] is betaling binnen 14 dagen van de betaalde collegegelden ad NAf 22.500,- in totaal gevorderd en aanspraak gemaakt op een aanvullende schadevergoeding wegens inkomstenderving welke is beperkt tot NAf 12.000,-. [eiseres] heeft voorts aanspraak gemaakt op de wettelijke rente.

3 Het geschil

3.1. [

eiseres] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Curises tot:

  1. betaling tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] van NAf 70.500,-;

  2. afgifte van de cijferlijst van de geëxamineerde vakken van de opleiding Master of Accounting & Control, in origineel opgemaakte vorm, aan [eiseres] binnen 7 dagen na betekening van het vonnis, onder verbeurte van een dwangsom van NAf 1.000,- per dag of gedeelte van een dag dat Curises in gebreke blijft aan het bevel te voldoen;

  3. de kosten van buitengerechtelijke bijstand ad NAf 7.401,45, tevens met de kosten rechtens;

  4. rente rechtens vanaf 30 december 2014 tot de dag der algehele voldoening.

3.2. [

eiseres] legt het volgende aan de vordering ten grondslag, kort samengevat.

  1. Partijen zijn twee onderwijsovereenkomsten aangegaan, welke door [eiseres] zijn ontbonden op grond van tekortkomingen in de nakoming van de overeenkomsten door Curises. Uit hoofde van de ontbinding vordert [eiseres] de aan Curises betaalde collegegelden ad NAf 22.500,- terug. Ondanks herhaalde verzoeken daartoe blijft Curises weigerachtig deze collegegelden terug te betalen. Door de tekortkomingen van Curises heeft Curises inkomstenschade geleden, welke zij beperkt tot NAf 48.000,-, omdat de gevolgde opleidingen in het economisch verkeer zonder waarde zijn.

  2. [eiseres] heeft de cijferlijst voor de vakken die zijn geëxamineerd ondanks verzoek daartoe niet ontvangen.

  3. [eiseres] heeft door de wanprestatie en de daarop volgende opstelling van Curises schade geleden in de vorm van buitengerechtelijke incassokosten, welke door [eiseres] zijn gemaakt tot NAf 7.401,45.

3.3.

Curises voert gemotiveerd verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

De Master opleiding

4.1.

Curises heeft als meest verstrekkend verweer aangevoerd dat de vordering “waarmee [eiseres] op 17 december 2014 gekomen is” (waarmee zij naar het Gerecht begrijpt de hiervoor in 2.11. weergegeven brief van 16 december 2014 bedoelt) verjaard is. Het Gerecht overweegt omtrent dit verweer, onder ambtshalve aanvulling van de rechtsgronden, als volgt.

4.2.

De vordering van [eiseres] tot terugbetaling van het collegegeld voor het collegejaar 2007/2008 ad NAf 11.000,- in totaal ziet op een verbintenis tot ongedaanmaking volgend uit de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst d.d. 16 december 2014. De bevoegdheid tot buitengerechtelijke ontbinding vervalt door verjaring van de rechtsvordering tot ontbinding (artikel 6:268 BW). De rechtsvordering tot ontbinding verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de schuldeiser met de tekortkoming bekend is geworden (artikel 3:311 BW).

4.3.

De Master opleiding is een eenjarige opleiding die (bij goed gevolg) met een diploma wordt afgesloten. Vaststaat dat het van de Master opleiding deel uitmakende vak International Taxation niet in het cursusjaar 2007/2008 is aangeboden. Partijen zijn het erover eens, zoals ter comparitie is besproken, dat een collegejaar in de maand augustus begint. Nu [eiseres] bij aanvang van het volgende collegejaar, op 1 augustus 2008, ermee bekend was dat het vak International Taxation niet in het cursusjaar 2007/2008 was gegeven, was zij op dat moment met de (gestelde) tekortkoming van Curises bekend. Dat [eiseres] de verwachting had dat het vak later nog zou worden aangeboden, maakt dit niet anders. Dit betekent dat de verjaringstermijn op 1 augustus 2008 is gaan lopen. Nu gesteld noch gebleken is dat sprake is van een stuitingshandeling, is de conclusie dat de rechtsvordering tot ontbinding van de overeenkomst betreffende de Master opleiding op 2 augustus 2013 is verjaard en dat daardoor de bevoegdheid tot buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst op dat moment is komen te vervallen. Dit heeft tot gevolg dat de op de buitengerechtelijke ontbinding gegronde vordering niet toewijsbaar is.

4.4.

Omdat het verjaringsverweer doel treft, behoeft het verdere verweer van Curises geen bespreking.

De Post Master opleiding

4.5.

De Post Master opleiding is een eenjarige opleiding die (bij goed gevolg) met een diploma wordt afgesloten. Op grond van de overeenkomst tussen Curises en [eiseres] rust op Curises, als de instelling die de Post Master opleiding aanbiedt, de verplichting om het onderwijs in het collegejaar 2008/2009 te verschaffen. Vaststaat dat Curises niet alle van de Post Master opleiding deel uitmakende vakken in het collegejaar 2008/2009 aan [eiseres] heeft aangeboden. Daarmee is de tekortkoming van Curises in de nakoming van haar verbintenis uit de overeenkomst om de opleiding in dat collegejaar (volledig) aan te bieden, gegeven. De door Curises aangevoerde omstandigheid dat [eiseres] bij aanvang van de Post Master opleiding niet over een diploma van de Master opleiding beschikte en haar scriptie voor de Master opleiding niet heeft geschreven, doet aan die tekortkoming niet af. Curises heeft er immers zelf voor gekozen om [eiseres] zonder Master diploma tot de Post Master opleiding toe te laten.

4.6.

Nu Curises is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, heeft [eiseres] de overeenkomst op 16 december 2014 rechtsgeldig ontbonden.

4.7.

De ontbinding van de overeenkomst heeft ingevolge artikel 6:271 BW geen terugwerkende kracht, maar doet verbintenissen tot ongedaanmaking van de reeds geleverde prestaties ontstaan. Dit betekent dat Curises het door [eiseres] betaalde collegegeld ad NAf 11.500,- in beginsel aan haar dient terug te betalen. In dit verband is van belang dat Curises twee vakken van de opleiding heeft aangeboden, die door [eiseres] zijn gevolgd en met een tentamen zijn afgesloten. Nu de aard van die prestatie uitsluit dat deze ongedaan wordt gemaakt, treedt hiervoor een vergoeding in de plaats ten belope van haar waarde op het tijdstip van de ontvangst (artikel 6:272 BW). De twee vakken zijn van waarde omdat [eiseres] het onderwijs met goed gevolg heeft gevolgd en daardoor kennis heeft opgedaan. Volgens Curises betreffen de twee vakken ongeveer een derde deel van de Post Master opleiding. Bij gebrek aan andere aanknopingspunten stelt het Gerecht de waardevergoeding voor de twee door [eiseres] gevolgde vakken van de Post Master opleiding vast op (1/3 van het collegegeld ad NAf 11.500,-, is) NAf 3.833,33. Dit bedrag moet in mindering worden gebracht op het door Curises aan [eiseres] terug te betalen collegegeld ad NAf 11.500,-, zodat resteert te voldoen NAf 7.666,67. De wettelijke rente over dit bedrag is toewijsbaar zoals gevorderd vanaf 30 december 2014.

4.8.

Het beroep van Curises op verjaring van dit deel van de vordering van [eiseres] gaat niet op. Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor onder 4.2. is overwogen, wordt dit als volgt toegelicht. In ieder geval na afloop van het collegejaar 2008/2009, op 1 augustus 2009, was bekend dat de Post Master opleiding niet in dat collegejaar was aangeboden. Door Curises is onvoldoende gesteld om aan te kunnen nemen dat een en ander reeds eerder bekend was. Het Gerecht gaat er derhalve van uit dat [eiseres] op 1 augustus 2009 met de tekortkoming van Curises bekend is geworden. De verjaringstermijn van 5 jaren (ex artikel 3:311 BW) is dus op die datum gaan lopen. [eiseres] heeft gesteld dat in de correspondentie met Curises een erkenning van de verplichting tot terugbetaling is te lezen. Het Gerecht volgt haar niet in die stelling, maar merkt de e-mail van [eiseres] aan Curises van 15 april 2014 - in onderling verband en samenhang bezien met de daarin genoemde, niet betwiste, belofte van de heer Van Bladel van Curises om uit te zoeken hoe het met haar vordering zit - aan als een handeling waardoor de verjaring is gestuit. Vervolgens is de verjaring gestuit bij (onder meer) de e-mail van 18 september 2014 (zoals onder 2.10. weergegeven). Dit betekent dat ten tijde van de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst d.d. 16 december 2014 de voor de rechtsvordering tot ontbinding geldende verjaringstermijn niet was voltooid en de bevoegdheid tot buitengerechtelijke ontbinding op dat moment niet was vervallen.

Aanvullende schadevergoeding

4.9. [

eiseres] vordert een vergoeding wegens inkomstenschade van Curises, omdat de gevolgde opleidingen in het economisch verkeer zonder waarde zijn nu zij deze niet binnen de overeengekomen onderwijstermijn van een jaar met een diploma heeft kunnen afsluiten en ook overigens niet in de gelegenheid is gesteld aan het onderwijs en tentamen deel te nemen. De gevorderde schade bestaat volgens [eiseres] uit het verschil in aanvangssalariëring welke jaarlijks doorwerkt in de ontvangen inkomsten van [eiseres] als werknemer. [eiseres] heeft de vordering gebaseerd op de situatie die zou bestaan indien zij afgestudeerd zou zijn op het Mastersniveau, vergeleken met het salaris van de werkelijke situatie van [eiseres] als werknemer die op het niveau van Bachelor is afgestudeerd. De schade is door [eiseres] gesteld op NAf 12.000,- netto per jaar (NAf 1.000,- per maand) en beperkt tot vier jaren, zijnde NAf 48.000,-. Curises heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen dit deel van de vordering en daarbij de hoogte van de schade gemotiveerd betwist. Ondanks deze gemotiveerde betwisting heeft [eiseres] nagelaten haar vordering nader te onderbouwen. Zij heeft bijvoorbeeld niet gesteld of met stukken onderbouwd waarop het gestelde bedrag van NAf 12.000,- netto per jaar of NAf 1.000,- per maand is gebaseerd. Gezien het verweer van Curises had het op de weg van [eiseres] gelegen haar vordering deugdelijk te motiveren. Nu zij dit heeft nagelaten, is dit deel van de vordering als onvoldoende onderbouwd niet toewijsbaar. Aan bewijslevering wordt niet toegekomen.

Cijferlijst

4.10.

Curises heeft ter comparitie toegezegd de cijferlijsten van de geëxamineerde vakken van de opleiding Master of Accounting & Control, in originele vorm, aan [eiseres] te verstrekken. Dit deel van de vordering is derhalve toewijsbaar. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd tot een redelijk geacht bedrag, zoals hieronder nader bepaald.

Overige

4.11.

De door [eiseres] gevorderde vergoeding wegens daadwerkelijk gemaakte buitengerechtelijke incassokosten ad NAf 7.401,45 is, als niet weersproken, toewijsbaar.

4.12.

Nu partijen op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

5 De beslissing

Het Gerecht:

5.1.

veroordeelt Curises tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van NAf 15.068,12, vermeerderd met de wettelijke rente over NAf 7.666,67 vanaf 30 december 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt Curises om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de cijferlijst van de geëxamineerde vakken van de opleiding Master of Accounting & Control, in origineel opgemaakte vorm, aan [eiseres] af te geven, op straffe van verbeurte van een dwangsom van NAf 100,00 vanaf zeven dagen na betekening van dit vonnis voor elke dag of gedeelte van een dag dat Curises in gebreke blijft aan dit bevel te voldoen, met een maximum van NAf 1.000,00;

5.3.

compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.H. Lips, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2016.