Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:720

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
19-10-2016
Datum publicatie
11-11-2016
Zaaknummer
A.R. 2773 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

civiel recht, verdeling gemeenschapsgoederen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis van 19 oktober 2016

Behorend bij A.R. 2773 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

[naam],

wonende te Aruba,

eiseres in conventie, gedaagde in reconventie,

hierna ook te noemen: de vrouw,

gemachtigde: de advocaat mr. E.M.J. Cafarzuza,

tegen:

[naam],

Wonende te Aruba,

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

hierna te noemen: de man,

procederend in persoon.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie;

- het comparitievonnis;

- het proces-verbaal van de comparitie na antwoord d.d. 23 mei 2016;

- de conclusie na comparitie van beide zijden.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

in conventie en reconventie

2.1

Partijen zijn op 24 november 2005 in algemene gemeenschap van goederen gehuwd

2.2

Op 28 januari 2013 is de echtscheiding uitgesproken. De beschikking is op 8 juli 2013 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

2.3

De verdeling van de gemeenschap heeft nog niet plaats gevonden.

2.4

Tot de te verdelen gemeenschap behoren in ieder geval:

Activa:
- een woonhuis gelegen te [adres];

- de inboedel;

Passiva:

- hypotheekschuld;

- na 8 juli 2013 betaalde lasten ten behoeve van de echtelijke woning.

2.5

De man heeft na de echtscheiding onafgebroken gewoond in de woning.

2.6

Partijen hebben ter comparitie na antwoord overeenstemming bereikt over de waarde van de woning, Afl. 200.000,00.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

in conventie

3.1

De vrouw vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, de verdeling vast te stellen zoals door haar voorgesteld in het inleidende verzoekschrift, dan wel zelf de verdeling vast te stellen en te bepalen dat dit vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte dan wel in de plaats komt van eventuele noodzakelijke akten en ingeschreven kunnen worden in de daartoe bestemde registers en de man te veroordelen in de kosten van het geding.

3.2

De man voert verweer, dat zo nodig bij de beoordeling aan de orde komt.

in reconventie

3.3

De man vordert in reconventie de verdeling naar redelijk- en billijkheid vast te stellen.

4 DE BEOORDELING

in conventie en reconventie

4.1

Voorop wordt gesteld dat de peildatum van de omvang van de te verdelen gemeenschap de datum van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking is, zijnde 8 juli 2013. Dit betekent dat inkomsten, aflossingen en stortingen gedaan vóór deze datum worden geacht te zijn ontvangen ten bate of te zijn gedaan ten laste van de gemeenschap. Gedane betalingen na deze peildatum, die voortvloeien uit de huwelijkse goederengemeenschap, zoals bijvoorbeeld de hypothecaire lasten, verzekeringspremies me betrekking tot de echtelijke woning, aanslagen grondbelasting etc komen wel voor verrekening in aanmerking.

4.2

Bij het vaststellen van de peildatum voor de waarde van de tot de huwelijksgemeenschap behorende goederen geldt als hoofdregel de waarde ten tijde van de (feitelijke) verdeling. Dit is slechts anders indien partijen een andere datum zijn overeengekomen of als op grond van de redelijkheid en billijkheid een andere datum moet gelden. Indien niet is gesteld of gebleken dat partijen een andere datum zijn overeengekomen, dan wel dat op grond van de redelijkheid en billijkheid een andere datum moet gelden, zal het gerecht de waarde op het tijdstip van de (feitelijke) verdeling hanteren, zijnde het moment waarop dit vonnis wordt gewezen.

4.3

Wat betreft de omvang van de gemeenschap verschillen partijen ten dele van mening.

Dit geldt niet ten aanzien van de in r.o. 2.4 vermelde goederen.

Om deze reden zullen deze goederen als eerste beoordeeld worden.

4.3

De echtelijke woning en de hypothecaire lasten

De echtelijke woning zal aan de man worden toebedeeld tegen een ter zitting op 23 mei 2016 overeengekomen waarde van Afl. 200.000,00. Ook de hypothecaire geldlening wordt aan de man toebedeeld. De vrouw heeft onweersproken gesteld dat de resterende hypothecaire schuld Afl. 74.774,00 bedraagt. Aldus bedraagt de overbedeling van de man in beginsel Afl. 200.000,00 – Afl. 74.774,00 : 2 = Afl. 62.612,92. Hierop zullen nog bedragen in mindering gebracht worden, die voor verrekening in aanmerking komen.

4.4

Verrekening van betaalde hypotheeklasten

De man stelt dat hij na de peildatum de hypothecaire verplichtingen is blijven voldoen. De vrouw stelt dat zij telkens handmatig geld van haar persoonlijke rekening heeft opgenomen en heeft gestort ten behoeve van de hypothecaire geldlening. Hiertoe heeft de vrouw drie stortingsbewijzen uit 2005 overgelegd. Wat hier verder ook van zij, nu deze stortingen gedaan zijn tijdens het huwelijk, komen ze niet voor verdeling in aanmerking. Dit heeft tot gevolg dat ervan uit wordt gegaan dat de man na de peildatum de hypothecaire lasten heeft betaald. De vrouw dient hiervan te helft te betalen. Uit productie 6 bij conclusie na comparitie van de vrouw leidt het gerecht af dat de hypothecaire verplichting Afl. 622,50 per quincena bedraagt, of wel afgerond Afl. 1.245,00 per maand. De man heeft van juli 2013 tot en met oktober 2016 (het moment van de verdeling) derhalve gedurende 39 maanden deze lasten alleen betaald. Dit komt neer op een bedrag ad Afl. 48.555,00. De helft hiervan komt voor verrekening in aanmerking, zijnde Afl. 24.277,50.

4.4

De grondbelasting

De man heeft onweersproken gesteld dat hij de grondbelasting heeft voldaan na de peildatum. Aangezien de peildatum 8 juli 2013 is, wordt ervan uitgegaan dat de belasting voor 2013 door de huwelijkse goederengemeenschap is voldaan. Rekening wordt derhalve gehouden met de aanslagen over 2014, 2015 en 2016, of wel 3 x Afl. 496,68 = Afl. 1.490,00. Hiervan komt de helft ( Afl. 745,00) voor verrekening in aanmerking.

4.5

Tot zo ver de posten waar partijen niet over twisten. In het navolgende worden de posten beoordeeld waar partijen een andere visie over hebben.

4.5.1

Schuld Island Finance

Blijkens productie 3 bij conclusie na comparitie na antwoord is de lening van Island Finance gedurende het huwelijk volledig afgelost. Er valt dan ook niets meer te verrekenen.

4.5.2

Kia Sportage

Naar het gerecht begrijpt is deze auto in 2014 total loss verklaard. Nu de waarde van het te verdelen goed wordt bepaald op het moment van de verdeling - derhalve vandaag – bedraagt deze nihil en valt er niets te verrekenen.

4.5.3

Schuld aan moeder van de man

Volgens de man hebben partijen ten tijde van het huwelijk Afl. 15.000,00 van zijn moeder geleend. Hiervan staat volgens hem nog een bedrag ad Afl. 14.601,91 open. De man heeft ter onderbouwing van deze stelling een kwitantie overgelegd waarop onder meer is vermeld ‘su mama’ en ‘lening pa cas’. Voorts heeft de man een ‘account statement’ overgelegd van 2 april 2016 waarop een bedrag ad Afl. 14.601,91 is vermeld. Zonder nadere toelichting die evenwel ontbreekt, kan het gerecht geen causaal verband tussen beide documenten ontdekken. Nu de man zijn stelling onvoldoende feitelijk heeft onderbouwd, komt deze pretense schuld niet voor verrekening in aanmerking.

4.5.4

kosten onderhoud echtelijke woning

De man wenst verrekening van onderhoudskosten. Ter onderbouwing hiervan heeft hij als productie 7 bij conclusie van antwoord twee kwitanties overgelegd. Een ter waarde van Afl. 8.500,00 gedateerd mei 2013 en een ad Afl. 500,00 gedateerd op 8 december 2014.

Wat er verder ook zij van deze kwitanties, vast staat dat het bedrag ad Afl. 8.500,00 betaald is gedurende het huwelijk en derhalve ten laste van de gemeenschap is gekomen. Het andere bedrag dateert weliswaar van na de peildatum, doch onduidelijk is waar deze kosten voor zijn gemaakt en of de vrouw hiermee heeft ingestemd. Dit heeft tot gevolg dat deze kosten evenmin voor verrekening in aanmerking komen.

4.5.5

Onroerend goed van de vrouw in Colombia.

Volgens de man heeft de vrouw een perceel eigendomsgrond met daarop gebouwd een woning in Colombia met een waarde van USD 20.000,00. Hij verwijst ter onderbouwing hiervan in zijn conclusie van antwoord naar een concept vaststellingsovereenkomst. Vast staat dat deze vaststellingsovereenkomst niet is ondertekend door de vrouw. Nu de vrouw betwist dat zij onroerend goed heeft in Colombia en de man bewijs heeft aangeboden, zal hij worden toegelaten dit bewijs bij te brengen.

4.5.6

de inboedel

Hoewel de inboedel van de echtelijke woning in beginsel voor verdeling in aanmerking komt, wordt hier geen rekening mee gehouden, aangezien partijen zich op dit punt onvoldoende feitelijk hebben uitgelaten.

4.6

Alles overziend en welbeschouwd komt het gerecht tot de navolgende tussenbalans:

Overbedeling man Afl. 62.612,92

te verrekenen

*hypothecaire lasten Afl. 24.277,50

*grondbelasting Afl. 745,02

*onroerend goed in Colombia PM

voorlopige overbedeling van de man Afl. 37.590,40

4.7

Het gerecht geeft partijen in overweging om op basis van deze (voorlopige) berekening tot overeenstemming te komen. Hierbij kan de man wellicht vooruitlopend op zijn kans van slagen in zijn bewijsopdracht, al dan niet rekening houden met het bestaan van een onroerend goed in Colombia. Indien partijen tot overeenstemming komen dat de rolverwijzing benut worden om een akte uitlating voortprocederen te nemen.

4.8

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

5.1

stelt de man in de gelegenheid bewijs bij te brengen van zijn stelling dat de vrouw onroerend goed bezit in Colombia en dat de waarde hiervan (om en nabij) USD 20.000,00 bedraagt;

5.2

verwijst de zaak hiertoe naar de rol van woensdag 16 november 2016 voor akte uitlating bewijsopdracht aan de zijde van de man;

5.3

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Lemaire. rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 19 oktober 2016 in aanwezigheid van de griffier.