Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:688

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
12-10-2016
Datum publicatie
19-10-2016
Zaaknummer
BB no. 1940 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel. Overeenkomst. Niet nakomen. Buitengerechtelijke incassokosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis van 12 oktober 2016

Behorend bij BB no. 1940 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS in de zaak van:

de naamloze vennootschap

GEVELTECHNIEK MEXIM ARUBA N.V.,

gevestigd te Aruba,

eiseres,

hierna ook te noemen: “Mexim”,

gemachtigde: mr. E.A.T. Kuster,

tegen:

[Gedaagde],

wonende te Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: mr. D.L. Carolina.

1. DE PROCEDURE

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, ingediend op 31 augustus 2015,

- de conclusie van antwoord,

- de conclusie van repliek,

- de conclusie van dupliek.

1.2 Vervolgens is vonnis bepaald op heden.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Mexim heeft goederen geleverd en geïnstalleerd in de woning gelegen te [adres] en heeft daarvoor een bedrag van Afl. 13.959,90 aan [gedaagde] in rekening gebracht. De daaraan ten grondslag liggende (ongetekende) offertes en facturen heeft Mexim gericht aan [gedaagde]. De woning betreft de voormalige echtelijke woning van [gedaagde] en zijn voormalige echtgenote.

2.2

Mexim heeft [gedaagde] bij brief van 23 oktober 2014 gesommeerd het op dat moment openstaande bedrag ter zake voornoemde levering en installatie ad Afl. 8.227,00 te betalen.

2.3

Van het door Mexim in rekening gebracht is na sommatie een bedrag van Afl. 6.727,00 onbetaald gelaten.

3 DE VORDERING

3.1

Mexim vordert, na vermindering van eis, dat het gerecht bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt om aan Mexim te voldoen het bedrag van Afl. 6.727,00 vermeerderd met 15% buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente vanaf 30 oktober 2014, een en ander met veroordeling van [gedaagde] in de door Mexim betaalde griffierechten.

3.2

Mexim voert ter onderbouwing van haar vordering aan dat er een overeenkomst tussen partijen is gesloten op grond waarvan [gedaagde] het nog openstaande bedrag aan Mexim verschuldigd is. [gedaagde] is met de betaling in gebreke gebleven.

3.3 [

gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Mexim in de proceskosten. [gedaagde] voert het volgende verweer. Mexim heeft niet met [gedaagde] maar met zijn voormalige echtgenote van [gedaagde], met wie [gedaagde] buiten gemeenschap van goederen was gehuwd, gecontracteerd. De (ongetekende) offerte was wel op naam van [gedaagde] uitgebracht, maar werd op verzoek van zijn voormalige echtgenote gedaan. De woning behoort in eigendom aan de voormalige echtgenote toe. [gedaagde] heeft op 10 september 2013 Mexim geïnformeerd over gebreken in het geleverde werk en geheel onverplicht aangeboden het openstaande saldo ad Afl. 11.227,00 in termijnen te betalen. [gedaagde] heeft in januari 2014 geheel onverplicht en omdat hij in de woning woonde een bedrag van Afl. 3.000,00 op het openstaande saldo voldaan. [gedaagde] heeft de woning in januari 2014 verlaten en is na de echtscheiding gestopt met alle betalingen ten behoeve van zijn voormalige echtgenote en de woning en heeft dit op 25 november 2014 ook aan Mexim medegedeeld. [gedaagde] heeft daarna geheel onverplicht op 3 februari en 4 maart 2015 nog Afl. 1.500,00 aan Mexim betaald. [gedaagde] voert tevens verweer tegen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.

3.4

Op de stellingen van partijen zal in de beoordeling, voor zover nodig, nader worden ingegaan.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het gerecht is van oordeel dat [gedaagde] de vordering onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken. De stelling van [gedaagde] dat niet hij maar zijn voormalige echtgenote de contractspartij van Mexim is, is onvoldoende onderbouwd en niet begrijpelijk. In rechte is als onweersproken komen vast te staan dat de (ongetekende) orderbevestiging en de facturen op naam van [gedaagde] zijn uitgebracht, dat alle betalingen die zijn verricht, door [gedaagde], althans zijn tandartsenpraktijk zijn verricht en dat [gedaagde] betalingsafspraken heeft gemaakt met Mexim. Voorts verhoudt het verweer van [gedaagde] zich niet met de door [gedaagde] zelf in het geding gebrachte emailcorrespondentie. De stelling van [gedaagde] dat niet hij maar zijn voormalige echtgenote de contractspartij van Mexim is geworden is niet begrijpelijk in het licht van de inhoud van het emailbericht van 10 september 2013 (productie 2 conclusie van antwoord) van [gedaagde] aan Maxim. In dit emailbericht heeft [gedaagde] aan Mexim bericht dat het zo lang heeft geduurd omdat Mexim nog onafgedane zaken zou afhandelen. [gedaagde] gaf onder meer aan dat als Mexim enkele glazen, die een vertekend beeld gaven, in de woning zou laten, [gedaagde] een korting verwachtte en dat hij zijn originele glas terug wilde. Voorts gaf hij aan dat betaling in termijnen zou geschieden en dat hij graag van Mexim vernam welke korting zij zou geven en of de originele glazen zouden worden teruggegeven of dat de waarde daarvan zou worden verrekend. [gedaagde] heeft zich er voorts in dit emailbericht over beklaagd dat hij het er niet mee eens was dat de installateurs een barst hadden veroorzaakt en dat hij verwachtte dat dit vervangen zou worden. In een emailbericht van 26 januari 2014 (productie 3 conclusie van antwoord) heeft [gedaagde] verontschuldigingen aangeboden voor het niet nakomen van zijn afspraak omdat hij in de financiële problemen was geraakt. Hij gaf voorts aan dat iemand van Mexim langs kon komen om een cheque ter waarde van Afl. 3.000,00 in ontvangst te nemen. Op 3 en 20 februari 2015 en 4 maart 2015 heeft [gedaagde] vervolgens nog, zelfs nadat hij al gescheiden was en de voormalige echtelijke woning had verlaten, drie betalingen van Afl. 500,00 elk verricht op de schuld. De inhoud van deze emailberichten en de betalingen door [gedaagde] duiden er zonder voldoende logische nadere toelichting die is uitgebleven op dat [gedaagde] de contractspartij van Mexim was. Hetgeen [gedaagde] (overigens) heeft aangevoerd kan niet tot een ander oordeel leiden.

4.2

Gelet op het voorgaande is de vordering van Mexim op [gedaagde] wegens onvoldoende gemotiveerde betwisting komen vast te staan en toewijsbaar, met uitzondering van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] heeft terecht verweer gevoerd tegen deze kosten. Uit het door Mexim bij verzoekschrift overgelegde overzicht blijkt niet dat de door de deurwaarder gemaakte kosten betrekking hebben op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling geen vergoeding insluit.

4.3

Het verweer van [gedaagde] tegen de gevorderde wettelijke rente faalt. De wettelijke rente is verschuldigd vanaf de datum van verzuim. [gedaagde] is op 23 oktober 2014 door de deurwaarder aangemaand om het openstaande bedrag binnen 7 dagen te betalen, zodat [gedaagde] in ieder geval op 30 oktober 2014 (zo niet eerder) in verzuim was.

4.4

Als de in het ongelijk te stellen partij dient [gedaagde] veroordeeld te worden in de proceskosten aan de zijde van Mexim gevallen, welke kosten worden begroot op Afl. 100,00 aan griffierechten en Afl. 800,00 (2 punten bij tarief 3) aan gemachtigdensalaris.

5 DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht, recht doende:

5.1

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk kwijting aan Mexim te betalen het bedrag van Afl. 6.727,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 oktober 2014 tot aan de dag van algehele voldoening;

5.2

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten gevallen aan de zijde van Mexim en te begroten op een bedrag van Afl. 100,00 aan griffierechten en een bedrag van Afl. 800,00 aan gemachtigdensalaris;

5.3

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4

wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 12 oktober 2016 in aanwezigheid van de griffier.