Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAA:2016:68

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak
10-02-2016
Datum publicatie
15-02-2016
Zaaknummer
A.R. 1382 van 2015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

civiel recht, schuldvordering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 10 februari 2015

Behorend bij A.R. 1382 van 2015

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

ARUBA BANK N.V.,

gevestigd te Aruba,

eiseres, hierna ook te noemen: Aruba Bank,

gemachtigde: de advocaat mr. M. H.J. Kock,

tegen:

[naam 1]

[naam2 ],

wonende te Aruba,

gedaagden, hierna ook te noemen: gedaagden,

procederend in persoon.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- de conclusies van antwoord van gedaagden;

- de conclusie van repliek.

1.2

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Gedaagden hebben een hypothecaire geldlening bij Aruba Bank met een saldo van Afl. 91.337,02. Voorts hebben partijen een negatief rekeningcourant saldo van

Afl. 4.014,56.

2.2

Gedaagden zijn op 11 maart en 13 april 2015 hoofdelijk gesommeerd tot betaling van een bedrag ad Afl. 105.351,58, inclusief Afl. 10.000,00 buitengerechtelijke incassokosten.

2.3

Aruba Bank heeft conservatoir beslag gelegd ten laste van Vermeer.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1

Aruba Bank vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot betaling van Afl. 4.014,56 vermeerderd met 18% rente per jaar vanaf 12 maart 2015 tot de dag der voldoening en Afl. 91.337,02, vermeerderd met 9.90% rente per jaar vanaf 12 maart 2015 tot de dag der voldoening alsmede Afl. 10.000,00 incassokosten en met veroordeling van gedaagden tot vergoeding van de proceskosten (waaronder de beslagkosten).

3.2

Aruba Bank grondt de vordering erop dat gedaagden ondanks sommaties niet aan hun verplichtingen jegens Aruba Bank hebben voldaan.

3.3

Gedaagden voeren separaat verweer en vragen het gerecht rekening te houden met hun moeilijke financiële situatie.

4 DE BEOORDELING

4.1

Gedaagden hebben de verschuldigdheid van de gevorderde bedragen noch de hoofdelijke aansprakelijkheid betwist. Voor zover [naam 2] van oordeel is dat [naam 1] haar dient te vrijwaren, had zij een vrijwaringsincident kunnen opwerpen. Dit heeft zij evenwel niet gedaan, zodat met de interne aansprakelijkheid geen rekening kan worden gehouden.

4.2

Hoewel het gerecht begrip heeft voor de zware omstandigheden waarin gedaagden in verkeren, leiden deze niet tot bevrijding van hun hoofdelijke betalingsverplichting.

Privé omstandigheden regarderen Aruba Bank niet, hoe pijnlijk dit ook is.

4.3

Dit heeft tot gevolg dat de gevorderde hoofdsommen, vermeerderd met de contractuele rente hoofdelijk toewijsbaar zijn, ook al heeft Aruba bank dit niet zo expliciet gevorderd. Het gerecht begrijpt het petitum echter aldus dat de hoofdelijkheid wordt bedoeld.

4.4

Ten aanzien van de gevorderde buitengerechtelijk incassokosten wordt als volgt overwogen. Aruba Bank heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij er alles aan gedaan heeft om deze kwestie buiten rechte op te lossen, zodat vergoeding van de hiermee gepaard gaande kosten gerechtvaardigd is. Het gevorderde bedrag is in overeenstemming met de richtlijnen van het Hof, zodat dit toewijsbaar is.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

5.1

veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling aan Aruba Bank van een bedrag van

- Afl. 4.014,56, te vermeerderen met 18% rente per jaar vanaf 12 maart 2015 tot de dag der voldoening;

- Afl. 91.227,02, te vermeerderen met 9.90% rente vanaf 12 maart 2015 tot de dag der voldoening;

- Afl. 10.000,00 zijnde de buitengerechtelijke incassokosten;

5.2

veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Aruba Bank worden begroot op Afl. 450,00 aan griffierecht, Afl. 396,40 aan explootkosten en Afl. 3.400,00 aan salaris van de gemachtigde;

5.3

veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de kosten van het beslag, bestaande uit Afl. 500,00 griffierecht en Afl. 458,00 explootkosten.

5.4.

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 10 februari 2016 in aanwezigheid van de griffier.